Moleculaire Genetica: Van Gen naar Eiwit

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernbegrippen van moleculaire genetica, inclusief DNA-structuur, replicatie-elementen, eiwitsynthese (transcriptie en translatie) en epigenetische regulatie.

Last updated 4:19 PM on 5/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Chromatine

Een onontwarbaar kluwen van 46 moleculen DNA en histonen die zichtbaar is tussen twee celdelingen.

2
New cards

Centromeer

De plaats waar twee kopijen van een chromosoom (zusterchromatiden) aan elkaar vast zitten.

3
New cards

Karyogram

Een microscopisch preparaat van chromosomen (meestal van lymfocyten in de metafase) geordend op lengte en plaats van het centromeer.

4
New cards

Metacentrisch

Een chromosoom waarbij het centromeer zich in het midden bevindt.

5
New cards

Heterochromatine

Donkere stroken in het bandenpatroon van een chromosoom die inactief DNA bevatten dat niet echt gebruikt wordt.

6
New cards

Euchromatine

Lichtere stroken in het bandenpatroon van een chromosoom die coderende informatie bevatten en minder compact zijn.

7
New cards

Fosfodiësterbinding

De verbinding tussen de fosfaatgroep op de 55' positie en de hydroxylgroep op de 33' positie van nucleotiden.

8
New cards

Watson-Crick basenparen

De specifieke paring in DNA waarbij Adenine (A) bindt met Thymine (T) en Cytosine (C) bindt met Guanine (G).

9
New cards

B-vorm

De meest voorkomende secundaire DNA-structuur, bestaande uit een rechtsdraaiende alfa-helix zoals beschreven door Watson en Crick.

10
New cards

Open Reading Frame (ORF)

De genetische informatie tussen een start- en stopcodon die de code bevat om een eiwit aan te maken.

11
New cards

Pseudo-genen

Schijn-genen die qua sequentie lijken op een gen, maar niet meer functioneel zijn.

12
New cards

STR (Short Tandem Repeats)

Micro-satelliet DNA bestaande uit korte fragmenten van 2102-10 nucleotiden die vele malen herhaald worden.

13
New cards

VNTR (Variable Number of Tandem Repeats)

Mini-satelliet DNA van 106010-60 nucleotiden dat op één specifieke plaats in een variabel aantal herhalingen voorkomt.

14
New cards

SNP (Single Nucleotide Polymorphism)

Een variatie in het DNA waarbij slechts één enkele nucleotide verschilt tussen individuen (komt voor bij >255>255 van de populatie).

15
New cards

Transposon

Een 'springend gen' dat in het genoom van plaats kan verwisselen met behulp van het enzym transposase.

16
New cards

Retrotransposon

Een type transposon dat zichzelf kopieert via een RNA-tussenstap en vervolgens weer als DNA wordt ingevoegd (bijv. LINEs en SINEs).

17
New cards

Heteroplasmie

Het voorkomen van verschillende kopieën van mitochondriaal DNA (mtDNA) binnen één enkel individu door de hoge mutatiesnelheid.

18
New cards

Dogma van Crick

De fundamentele informatiestroom in de biologie: DNA wordt omgezet in RNA, en RNA wordt omgezet in eiwit.

19
New cards

Intronen

Niet-coderende stukken DNA die de coderende gedeeltes (exonen) van een gen onderbreken.

20
New cards

Kozak herkenningssite

De sequentie (GCC)RCCAUGG(GCC)RCCAUGG in eukaryote genen die de ribosomen helpt het juiste startcodon te vinden.

21
New cards

PTM1 (Posttranscriptionele modificatie)

Modificaties aan hnRNA zoals capping (77-methyl GTP), tailing (poly-A staart) en splicing om matuur mRNA te vormen.

22
New cards

Spliceosoom

Een complex van snRNA en snRNPs dat verantwoordelijk is voor het verwijderen van intronen uit het hnRNA.

23
New cards

Wobble base

De derde base in een codon die minder strikt paart, waardoor silent mutaties mogelijk zijn en de genetische code redundant is.

24
New cards

PTM2 (Posttranslationele modificatie)

Chemische veranderingen aan een eiwit na translatie, zoals fosforylatie, glycosylatie of partiële proteolyse.

25
New cards

Epigenetica

Erfelijke mechanismen die de genexpressie reguleren zonder de nucleotidenvolgorde van het DNA te veranderen.

26
New cards

DNA-methylatie

Het toevoegen van een methylgroep aan cytosine in CpG-eilanden, wat meestal leidt tot gene silencing (uitschakeling van genen).

27
New cards

Genomische inprenting (imprinting)

Een epigenetisch fenomeen waarbij slechts één allel (maternaal of paternaal) tot expressie komt terwijl het andere wordt stilgelegd.

28
New cards

Dicer

Een ribonuclease-enzym dat lang dubbelstrengs RNA (dsRNA) of shRNA knipt in kleine fragmenten van 202520-25 nt.

29
New cards

RISC (RNA Induced Silencing Complex)

Een ribonucleoproteïne complex dat met behulp van een guide-streng complementair mRNA opspoort en afbreekt.

30
New cards

Oncogenen

Gemuteerde genen (zoals RAS) die leiden tot hyperactivering van de celcyclus en continue celdeling.

31
New cards

p53

Een belangrijk tumorsuppressoreiwit dat de celcyclus kan stilleggen bij DNA-schade voor herstel of apoptose.

32
New cards