1/121
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
hoe vertakken de longen?
van de bronchiën naar de bronchiolen, naar de longblaasjes
wat is het gevolg van het aanspannen van het middenrif/diafragma?
hierdoor is er meer ruimte in de longen
wat is het inademing reservevolume/ inspiratoir reservolume?
de hoeveelheid lucht die met kracht extra kan worden ingeademd na een normale, rustige inademing
wat is de dode ruimte?
het deel van de luchtwegen (neus, keel, luchtpijp, bronchiën) waar geen gaswisseling plaatsvindt. hierdoor bereikt een deel van de ingeademde lucht de longblaasjes niet
wat zijn de functies van de longen?
het opnemen van zuurstof (O2) uit de lucht in het bloed en het afgeven van koolstofdioxide (CO2)
wat beschrijft de Wet van Fick?
de snelheid waarmee deeltjes (gassen of vloeistoffen) diffunderen van een hoge naar een lage concentratie.
geeft ^c in de wet van Fick de concentratie O2/CO2 in de longen of het bloed weer?
in de longen
wat betekent de diffusiecoëfficient?
eigenlijk hoe goed iets diffundeert
waar bindt zuurstof aan? hoeveel zuurstofmoleculen kunnen hieraan binden
de ijzer in hemoglobine, 4 bindingsplekken
waarom ontstaat er een zuurstoftekort bij koolstofmono-oxidevergifting?
koolmonoxide bindt sterker aan hemoglobine dan zuurstof, hierdoor zijn er minder/geen bindingsplaatsen voor zuurstof. Ook zorgt de aanwezigheid van CO ervoor dat de zuurstof die wel is gebonden aan het bloed, moeilijker wordt losgelaten aan de weefsels
waar zit myoglobine en wat doet het?
in de spiercellen, slaat extra O2 op.
wat is het verschil tussen hemoglobine en myoglobine?
hemoglobine transporteert zuurstof via het bloed (van longen naar weefsel) en bevat 4 bindingsplaatsen, myoglobine slaat zuurstof op in spiercellen en bevat 1 bindingsplaats
wat is het Bohr-effect?
fysiologisch proces waarbij hemoglobine in het bloed gemakkelijker zuurstof (O2) loslaat wanneer de koolstofdioxideconcentratie (CO2) stijgt of de pH-waarde daalt, hierdoor wordt er meer O2 afgegeven aan de weefsels
wat is O2 verzadiging van hemoglobine?
de hoeveelheid zuurstof die is gebonden aan hemoglobine
wat gebeurt er met zuurstof bij een hoge CO2- druk?
hierdoor kan er minder zuurstof worden gebonden, dit leidt tot een lagere O2-verzadiging.
waarom en wanneer openen de huidmondjes?
Overdag om koolstofdioxide (CO2) op te nemen voor fotosynthese en om zuurstof af te geven. sommige planten openen hun huidmondjes ook ‘s nachts om water te besparen in een droge omgeving.
waarom en wanneer sluiten de huidmondjes?
Bij de meeste planten sluiten de huidmondjes 's nachts. Omdat er dan geen licht is voor fotosynthese, is de CO2-opname niet nodig en voorkomt sluiten onnodig waterverlies. Als het te warm of te droog is, sluiten de huidmondjes om uitdroging door te hoge verdamping (waterverlies) te voorkomen.
wat is turgor?
de druk van de celinhoud tegen de celwand in planten, die zorgt voor stevigheid (celspanning). Het ontstaat doordat water door osmose de cel in stroomt.
wat is de functie van veel kronkels van de dunne darm?
dit leidt tot oppervlaktevergroting, hierdoor kan meer diffusie plaatsvinden
hoe kan glucose bij een hoge concentratie binnen de cel alsnog de cel binnenstromen?
De cel gebruikt de energie van de natriumgradiënt om glucose naar binnen te dwingen, onafhankelijk van hoe hoog de glucoseconcentratie al in de cel is. Natrium en glucose wordt samen de cel in getransporteerd
hoe werkt de afbraak van eiwitten?
bij de vertering van eiwitten komen aminozuren vrij.
overtollige aminozuren worden in de lever afgebroken, hier komt ammoniak vrij.
de lever zet de giftige ammoniak snel om in ureum
de nieren filteren de ureum uit het bloed en scheiden het uit via de urine.
wat zijn de functies van de lever?
produceren van gal
stofwisseling: vetstofwisseling: verzadigde vetzuren -> onverzadigde vetzuren
suikerstofwisseling
aminozuurstofwisseling
opslag van vetten, suiker en aminozuren
afbraak afval- en gifstoffen (medicijnen, rode bloedcellen)
maken van cholesterol
wat is HDL en LDL?
HDL: ‘goed‘. Ruimt cholesterol op en brengt dit naar de lever voor afbraak.
LDL: ‘slecht‘. Vervoert cholesterol naar cellen; bij te veel hoopt het zich op in de vaatwand. hoe lager, hoe beter
wat is HDL en LDL?
vet-eiwitverbindingen (lipoproteïnen) die cholesterol door het bloed vervoeren
wat is cholesterol? waar geproduceerd? wat gebeurt er bij een overmaat?
bouwstof voor cellen geproduceerd door de lever, een overmaat cholesterol kan leiden tot hart- en vaatziekten
functie van de huid?
bescherming
temperatuurregulatie
functie van de nieren?
filteren afvalstoffen uit het bloed
water- en zouthuishouding
hormonen maken
waarvoor is ADH belangrijk bij nieren?
voor het permeabel maken van de lis van henle
hoe worden de drieslippige kleppen ook wel genoemd?
de AV-kleppen
wat is het verschil in bouw tussen aders en slagaders?
aders hebben kleppen zodat het bloed niet terugstroomt, slagaders niet
aders zijn veel minder sterk voor minder hoge druk, slagaders zijn sterk en elastisch
Wanneer krijgt iemand een pacemaker
als de sinusknoop niet voldoende impulsen genereert over de boezems, wanneer het hartritme te laag is of als er pauzes in de hartslag optreden
via waar in het hart wordt een signaal gemaakt?
via de AV-knoop en sinusknoop
wat is de bloeddruk?
de druk die het bloed op de wand van een bloedvat uitoefent
wat is de onderdruk en bovendruk?
onderdruk: Na het samentrekken van de hartkamers ontspant het hart zich (hartpauze). De druk in de slagaders daalt tot het laagste punt.
bovendruk: Wanneer de hartkamers (ventrikels) krachtig samentrekken, persen ze bloed met hoge druk de slagaders in. Deze maximale druk op de vaatwanden tijdens het samentrekken is de bovendruk
wat zijn de 3 stappen van bloedstolling?
er ontstaat een wond
Bloedplaatjes plakken aan elkaar aan de wond
Onder invloed van fibrinogeen worden er fibrinedraden gevormd
wat vindt er in de placenta plaats?
gasuitwisseling tussen bloed van de moeder en bloed van de foetus plaats
wat is oedeem?
chronische opstapeling van eiwitrijk vocht in weefsels, veroorzaakt door een verstoorde afvoer via het lymfestelsel
wat zijn bastvaten en houtvaten?
Houtvaten: vervoeren water en mineralen van wortels omhoog naar bladeren
Bastvaten: vervoeren suikers (glucose) van bladeren naar de rest van de plant
waar slaan aardappels zetmeel op? en waarom zetmeel?
in de knollen, Zetmeel is onoplosbaar, waardoor het een efficiënte, stabiele vorm van energieopslag is die de osmotische waarde in de cel niet beïnvloedt (in tegenstelling tot glucose
wat is de worteldruk? waarvan is het het gevolg?
de positieve druk die wortels opbouwen om water en mineralen vanuit de bodem omhoog te persen in de houtvaten, de worteldruk is het gevolg van een hogere osmotische waarde in de binnenste laag van de wortel
wat is cohesie en adhesie bij planten?
cohesie: het aan elkaar plakken van moleculen
Adhesie: watermoleculen die aan de wanden van de houtvaten kleven
wat is de capillaire werking?
het natuurlijke proces waarbij water, samen met voedingsstoffen, door smalle buisjes (xyleem) in de plant omhoog stroomt, tegen de zwaartekracht in. dit gebeurt door een combinatie van cohesie en adhesie samen.
wat is hydrolyse?
Hydrolyse verbreekt de verbindingen tussen moleculen door een watermolecuul (H2O) toe te voegen. door de hydrolyse van ATP wordt er energie vrijgemaakt die de plant kan gebruiken
wat is de colloïd-osmotische druk?
de aanzuigende kracht, voornamelijk veroorzaakt door plasma-eiwitten zoals albumine, die vocht vanuit de weefsels terug in de bloedbaan trekt. ook wel hoeveel eiwitten er in het bloed zitten
is het poollichaampje diploïd of haploïd?
vrijwel altijd haploid, als hij diploid is door bevruchting vindt er een miskraam plaats.
hoe veroorzaakt een hoge bloeddruk oedeem?
Er wordt meer vocht uit de haarvaten geperst (filtratie).
Verstoorde balans: De terugname van vocht (absorptie) schiet tekort.
Ophoping: Het lymfestelsel kan het overschot niet verwerken, waardoor vocht in de weefsels blijft staan.
waar worden rode en witte bloedcellen geproduceerd?
rode in het rode beenmerg, witte in het gele beenmerg
wat is de functie van de milt bij de afweer?
de milt filtert ziekteverwekkers uit het bloed
wat zijn antigenen?
eiwitten die op het celmembraan van een cel zitten
wat doet een dendritische cel bij de afweer?
zelfde functie als een fagocyt: eet een ziekteverwekker op maar gaat vervolgens dood
waar reageert het humorale afweersysteem op?
reageert op ziekteverwekkers in lichaamsvloeistoffen
waar reageert het cellulaire afweersysteem op?
reageert op ziekteverwekkers in lichaamscellen (geïnfecteerde cellen)
met wat valt het humorale en cellulaire afweersysteem aan?
cellulaire: met cytotoxische T-cellen
humorale: met antistoffen
welke B-cellen zijn er en wat is hun functie?
Plasmacellen: produceren antistoffen
Geheugencellen: immuniteit
welke T-cellen zijn er en wat is hun functie?
cytotoxische T-cellen: doden geïnfecteerde cellen
T-geheugencellen: immuniteit
T-helpercellen: activeren B-cellen
T-suppressorcellen: remmen B-cellen
wat is de functie van fagocyten?
ziekteverwekker wordt herkend
fagocyten sluiten de ziekteverwekker op
hoe werkt antigeen presentatie?
fagocytose van de ziekteverwekker (macrofaag eet hem op)
macrofaag presenteert het antigeen van de ziekteverwekker op zijn celmembraan = antigeen presenterend cel (APC)
wat is het verschil tussen passieve en actieve natuurlijke immunisatie?
actief: lichaam maakt zelf antistoffen tegen de ziekteverwekker
passief: lichaam maakt niet zelf antistoffen: baby drinkt moedermelk waar antistoffen in zitten
wat is het verschil tussen passieve en actieve kunstmatige immuniteit?
kunstmatige immuniteit: het lichaam wordt geholpen bij het aanmaken van antistoffen
actief: vaccinatie
passief: serum met antistoffen toedienen
wat presenteert MHC-I en MHC-II voor antigenen?
MHC-I: lichaamseigen antigenen
MHC-II: niet-lichaamseigen antigenen
welke cellen zorgen voor lysis? wat is lysis?
cytotoxische T-cellen. lysis = een geïnfecteerde cel lek prikken en laten leeglopen
is resuspositief en resusnegatief wel antistoffen en antigenen of niet?
resuspositief: wel antigenen, geen antistoffen
resusnegatief: wel antistoffen en geen antigenen
waarom kan een resuspositief kindje gevaarlijk zijn voor een resusnegatieve moeder?
omdat het lichaam van de moeder antistoffen aanmaakt tegen het bloed van haar baby, wat leidt tot rhesusziekte. Deze antistoffen passeren de placenta en vallen de rode bloedcellen van de baby aan.
wat is een ecosysteem?
min of meer begrensd gebied waarin een wisselwerking plaatsvindt tussen biotische en abiotische factoren
voorbeelden van mechanische en chemische afweer bij planten?
mechanisch: stekels en doornen
chemisch: caffeine, stoffen die stinken
wat zijn abiotische en biotische factoren? voorbeeld?
biotische factoren: planten, dieren, bacteriën - levend
abiotische factoren: temperatuur, licht - niet-levend
wat is een habitat?
leefgebied van een organisme binnen een ecosysteem
wat is een populatie?
groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten
wat is een levensgemeenschap en biodiversiteit?
levensgemeenschap: alle populaties in een bepaald gebied samen
biodiversiteit: totale verscheidenheid aan leven in een gebied
wat is een niche binnen een ecosysteem? voorbeelden?
zijn unieke rol of functie in het ecosysteem
voedingsgewoonten
gedrag
interactie met andere soorten
wat zijn organische stoffen?
afkomstig van organismen of delen daarvan
grotere energierijke moleculen
suikers, glucose, zetmeel, cellulose
wat zijn anorganische stoffen?
afkomstig uit de levenloze natuur
energie-arme, relatief kleine moleculen
zuurstof, koolstofdioxide, water, mineralen (energiearm)
wat is de productiviteit?
hoeveelheid energie die in de vorm van organische stoffen wordt vastgelegd in een trofisch niveau
waardoor gaat energie verloren tussen trofische niveaus?
omdat organismen niet alles kunnen opeten en sommige energie wordt gebruikt voor verbranding en dissimilatie, waardoor er steeds minder energie overblijft voor de volgende niveaus
hoe kan concurrentie tussen verschillende soorten worden tegengegaan?
door specialisatie: elke soort krijgt zijn eigen habitat en niche in een ecosysteem
wat is predatie?
een interactie waarbij het ene organisme (de predator of roofdier) een ander levend organisme (de prooi) doodt en opeet
wat is een voortplantingsrelatie? voorbeeld?
een vorm van samenwerking tussen twee verschillende soorten, waarbij de ene soort (of beide) hulp nodig heeft van de andere soort om zich succesvol voort te planten. Voorbeeld: Bloemen hebben insecten (zoals bijen) of vogels nodig om stuifmeel over te brengen voor de bevruchting.
wat is de eiland theorie?
de biodiversiteit op een eiland hangt af van de grootte van het eiland en de afstand tot het vasteland. Een groter eiland dicht bij het vasteland heeft de hoogste biodiversiteit, terwijl een klein, afgelegen eiland de laagste biodiversiteit heeft.
waar is de populatiegrootte van afhankelijk?
Draagkracht = maximale grootte van een populatie die een ecosysteem kan verdragen (op begeven moment is er niet meer genoeg voedsel of zonlicht van een populatie).
geboorte
sterfte
migratie
wat is de J-curve en S-curve?
J-curve: exponentiële, onbeperkte groei in een ideale omgeving.
S-curve (logistische groei): groei die vertraagt wanneer de populatie de draagkracht van de omgeving bereikt.
wat is het macroklimaat en microklimaat?
macroklimaat: gemiddelde weer van een groot gebied over een bepaalde tijd
microklimaat: de klimaatomstandigheden in een klein gebied (bergen, luchtdichtheid)
waar zit koolstof allemaal in?
de lucht
water
glucose
organische stoffen
waar wordt CO2 opgeslagen en door wat?
in glucose door fotosynthese en chemosynthese
wat is een broeikasgas? wat is het effect ervan?
een gas in de atmosfeer dat warmtestraling van de aarde opneemt en vasthoudt, waardoor de temperatuur op aarde stijgt. Dit proces staat bekend als het broeikaseffect.
waar zit stikstof allemaal in?
de lucht
de bodem
organische stoffen in planten (DNA, eiwitten)
organische stoffen in dieren
urine
water
wat is successie?
de natuurlijke, geleidelijke verandering in de soortensamenstelling van planten en dieren in een gebied, waarbij levensgemeenschappen elkaar in de tijd opvolgen.
wat is een climaxecosysteem?
eindstadium van de successie. Het is een stabiel ecosysteem dat ontstaat als het milieu gedurende lange tijd niet wordt beïnvloed door het ingrijpen van de mens.w
wat is een pioniersecosysteem?
het eerste ecosysteem dat ontstaat in een nieuw of verstoord gebied (zoals kaal zand, een vers gegraven poel of een plek na een bosbrand)
wat is een gradiëntecosysteem?
geleidelijke verandering van milieufactoren en soortensamenstelling binnen een ecosysteem
waar zijn vitamines en mineralen belangrijk voor?
vitamines: groei, herstel en algemeen goed functioneren
mineralen: groei, ontwikkeling en stofwisseling
door wat worden vitamines en mineralen verkregen?
vitaminen: niet door ons lichaam (alleen vitamine D en K)
mineralen: niet gevormd door levens organisme, ze komen voor in de natuur en worden opgenomen door planten en dieren
door welke 2 stappen wordt urine gevormd?
ultrafiltratie
terugresorptie
wat is ultrafiltratie?
een proces waarbij een vloeistof onder druk door een semipermeabel membraan wordt geperst. dit gebeurt in het kapsel van Bowman, hieruit ontstaat voorurine
wat is terugresorptie?
enkele nuttige stoffen worden aan de voorurine onttrokken, er gaat ook water terug naar het bloed door osmose
wat is de kleine bloedsomloop?
hart - longen hart
zuurstofarm naar zuurstofrijk
wat is grote bloedsomloop?
hart - organen - hart
van zuurstofrijk naar zuurstofarm
hoe wordt weefselvloeistof gevormd?
door de bloeddruk wordt er vocht en opgeloste stoffen uit de haarvaten geperst
dit vocht met opgeloste stoffen stroomt door het weefsel (=weefselvloeistof)
wat zijn tolerantiegrenzen?
de uiterste minimum- of maximumwaarde van een abiotische factor (zoals temperatuur, licht of vochtigheid) waarbij een organisme net kan overleven.
wat is de beperkende factor?
de abiotische of biotische factor die het minst beschikbaar is, bijv. zonlicht
welke 6 stappen vinden plaats bij eutrofiëring?
overschot aan voedingsstoffen in het water
Algenbloei
Minder licht voor de waterplanten
Die planten gaan dood
Veel zuurstof nodig voor de afbraak door reducenten (aeroob proces) + minder planten die zuurstof produceren
Water wordt zuurstofarm
Vissen stikken