Assessment H10 - deel 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/60

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:41 PM on 4/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

61 Terms

1
New cards

Welke conclusie geldt voor algemene g-factor tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen verschillen nauwelijks in algemene g-factor.

2
New cards

Wat is het verschil tussen algemene intelligentie en specifieke vaardigheden

Algemene intelligentie (g) toont weinig sekseverschil, maar specifieke cognitieve vaardigheden tonen wel substantiële verschillen.

3
New cards

Wat toont een grote UK-studie met 300.000 schoolkinderen

Er zijn duidelijke sekseverschillen in specifieke cognitieve factoren, afhankelijk van het type vaardigheid.

4
New cards

Wat gebeurt er bij verbaal redeneren volgens de UK-studie

Meer meisjes/vrouwen scoren hoog en meer jongens/mannen scoren laag, met kleinere verschillen aan de top.

5
New cards

Wat gebeurt er bij kwantitatief redeneren volgens de UK-studie

Meer jongens/mannen zitten zowel aan de hoge als lage extremen van de verdeling.

6
New cards

Wat gebeurt er bij non-verbaal redeneren volgens de UK-studie

Ook hier zien we meer mannen aan beide extremen van de verdeling.

7
New cards

Wat toont de CAT-III test over sekseverschillen

Meer mannen aan zowel de lage als hoge uiteinden van de scoreverdeling.

8
New cards

Wat is de algemene bevinding uit nationale onderzoeken

Meisjes/vrouwen scoren beter op taal, perceptuele snelheid en associatief geheugen.

9
New cards

Waarin zijn mannen gemiddeld beter volgens nationale studies

In wiskunde en ruimtelijke taken.

10
New cards

Wat toont de Differential Aptitude Battery (DAT) over vrouwen

Vrouwen scoren beter op taal, snelheid en nauwkeurigheid bij eenvoudige taken.

11
New cards

Wat toont de DAT over mannen

Mannen scoren beter op ruimtelijke taken en abstract redeneren.

12
New cards

Wat is het g-VPR model

Een model met algemene intelligentie plus verbale, ruimtelijke (rotationele) en integratieve cognitieve dimensies.

13
New cards

Wat is de structuur van het g-VPR model

Een algemene g-factor met drie subdimensies die gedeeltelijk onafhankelijk zijn.

14
New cards

Wat betekent ‘bipolair’ in dit model

Dat sommige mensen sterker zijn in één pool (bv. verbaal vs ruimtelijk) en zwakker in de andere.

15
New cards

Wat vonden studies met het g-VPR model over algemene intelligentie

Geen sekseverschil in g.

16
New cards

Waarin vonden ze wel verschillen in het g-VPR model

Mannen scoren beter op rotatie en gefocuste taken, vrouwen op verbale en integratieve taken.

17
New cards

Wat is een belangrijke verklaring voor deze verschillen

Mannen en vrouwen gebruiken zowel g als specifieke cognitieve vaardigheden.

18
New cards

Kunnen cognitieve vaardigheden getraind worden

Ja, veel cognitieve vaardigheden kunnen worden aangeleerd of verbeterd.

19
New cards

Wat is een belangrijk misverstand over sekseverschillen in intelligentie

Dat kleine verschillen betekenen dat groepen fundamenteel verschillend zijn.

20
New cards

Wat gebeurt er bij een effectgrootte van d = 0.5

Ongeveer 30% van vrouwen scoort hoger dan de gemiddelde man en omgekeerd.

21
New cards

Wat betekent dit voor mannen en vrouwen

Er is grote overlap tussen beide verdelingen.

22
New cards

Wat is een belangrijke conclusie over cognitieve verschillen

Mensen verschillen binnen geslachten veel meer dan tussen geslachten.

23
New cards

Hoe gebruiken mensen g in cognitieve strategieën

Ze ontwikkelen strategieën die hun sterktes benutten en zwaktes compenseren.

24
New cards

Wat is het verschil tussen psychologisch en onderwijsstandpunt

Psychologie kijkt naar individuele verschillen, onderwijs naar curriculumrelevante vaardigheden.

25
New cards

Waarom is enkel g niet voldoende voor onderwijscontext

Omdat g te algemeen is om specifieke studiekeuzes te verklaren.

26
New cards

Waarom is alleen specifieke vaardigheid ook niet voldoende

Omdat g de beste voorspeller blijft van schoolsucces.

27
New cards

Hoeveel van schoolprestatie wordt verklaard door schoolvariabelen

Ongeveer 10%.

28
New cards

Wat vond een Duitse studie met 2900 jongeren

Een hiërarchisch model met g, wiskunde- en taalfactoren.

29
New cards

Wat vonden meisjes in die Duitse studie

Licht hoger op g en verbaal.

30
New cards

Wat vonden jongens in die studie

Sterk hoger op wiskundefactor.

31
New cards

Wat verklaart studiekeuze volgens deze resultaten

Vaardigheden beïnvloeden richting zoals STEM versus talen.

32
New cards

Wat tonen prestatietesten in de VS

Meisjes zijn beter in lezen, jongens beter in wiskunde.

33
New cards

Wat toont PISA over lezen

Meisjes scoren sterker in lezen.

34
New cards

Wat toont PISA over wiskunde

Jongens zijn gemiddeld iets beter, vooral aan de hoge kant van de verdeling.

35
New cards

Zijn PISA-resultaten overal hetzelfde

Nee, er zijn grote verschillen tussen landen.

36
New cards

Wat is een algemeen patroon in PISA

Meisjes beter in taal, jongens beter in wiskunde.

37
New cards

Wat is belangrijk aan PISA-verschillen

De grootte en soms richting van verschillen varieert per land.

38
New cards

Wat kan onderwijs doen met sekseverschillen

Het kan verschillen versterken of omkeren.

39
New cards

Wat gebeurt er in hoger onderwijs met vrouwen

Vrouwen zijn tegenwoordig vaak in de meerderheid.

40
New cards

Waarom zijn hogeronderwijsdata niet representatief

Omdat het een geselecteerde groep met hogere cognitieve scores is.

41
New cards

Wat gebeurt er door selectie in hoger onderwijs

Mannen met lage scores vallen vaker uit, waardoor gemiddelde verandert.

42
New cards

Waarom lijken verschillen groter in universiteiten

Door selectie-effecten, niet door echte populatieverschillen.

43
New cards

Wat is verschil tussen SAT-M en SAT-V

SAT-M meet wiskunde, SAT-V verbaal vermogen.

44
New cards

Wat tonen SAT-resultaten over sekseverschillen

Vrouwen iets beter verbaal, mannen beter in wiskunde.

45
New cards

Wat is een probleem met SAT als voorspeller

Het kan prestaties in wiskunde bij vrouwen onderschatten.

46
New cards

Hoe wordt dit zichtbaar in studies

Vrouwen presteren beter in vakken dan hun SAT-M-score voorspelt.

47
New cards

Wat is mogelijke verklaring 1 voor onderschatting

Subjectiviteit in beoordeling (maar weinig waarschijnlijk).

48
New cards

Wat is mogelijke verklaring 2

Vrouwen werken harder en zijn meer gemotiveerd.

49
New cards

Wat is mogelijke verklaring 3

SAT-M meet minder relevante vaardigheden voor echte prestatie.

50
New cards

Wat is mogelijke verklaring 4

SAT-M mist belangrijke vaardigheden zoals planning.

51
New cards

Wat is algemene conclusie over SAT-M

Het kan prestaties van vrouwen onderschatten in STEM.

52
New cards

Wat gebeurt er met vrouwen in STEM

Ze zijn ondervertegenwoordigd ondanks prestaties.

53
New cards

Wat is trend in doctoraten bij vrouwen

Sterke toename over de tijd.

54
New cards

Blijft verdeling over domeinen gelijk

Ja, STEM vooral mannen, zorg/onderwijs vaker vrouwen.

55
New cards

Waarom zijn vrouwen minder in STEM-doctoraten

Mogelijke combinatie van vooroordelen, motivatie en cognitieve factoren.

56
New cards

Wat is eerste verklaring van Summers

Bewuste of onbewuste bias in selectieprocessen.

57
New cards

Wat is tweede verklaring van Summers

Verschillen in interesses en motivatie.

58
New cards

Wat is derde verklaring van Summers

Mogelijke biologische verschillen in cognitief functioneren.

59
New cards

Hoe werd Summers’ derde verklaring ontvangen

Controversieel en leidde tot veel kritiek.

60
New cards

Wat is algemene conclusie van experts

Er is geen enkelvoudige verklaring voor sekseverschillen in STEM.

61
New cards

Wat beïnvloedt sekseverschillen volgens experts

Biologie, cultuur, ervaring en beleid interageren complex.