theorie wondzorg deel 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/87

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards voor theorie wondzorg les 1 (hoofdstuk 1 & 2 van boek wondmanagement)

Last updated 7:58 AM on 5/20/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

88 Terms

1
New cards

Wat zijn de functies van de huid?

Bescherming, afkoeling, absorptie, aanmaak Vit D, thermoregulatie, waarnemen van druk, vibratie, tast, pijn en temperatuur.

2
New cards

Welke cellagen omvat de epidermis?

Stratum basale, stratum spinosum, stratum granulosum, stratum lucidum, stratum corneum.

3
New cards

Wat zijn de drie hoofdstructuren van de huid?

Epidermis (opperhuid), dermis (lederhuid), hypodermis (onderhuids bindweefsel).

4
New cards

Wat is de functie van de hypodermis?

Verbindt de huid met onderliggende weefsels en bevat vetweefsel voor energieopslag.

5
New cards

Wat is het stratum basale?

= basale membraan

onderste laag, vormt grens met dermis, uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen

6
New cards

Wat is het stratum spinosum?

= stekelcellaag

cellen hecht met elkaar verbonden door talrijke celverbindingen of desmosomen → bij een gezonde huid is dit de dikste laag van de epidermis

7
New cards

Wat is het stratum granulosum?

= korrellaag

begin van verhoorningsproces, keratinocyten verliezen hun kern en worden corneocyten genoemd

8
New cards

wat is het stratum lucidum?

= heldere laag

bestaat voornamelijk uit dode cellen

9
New cards

Wat is het stratum corneum?

= hoornlaag

= eindfase van het verhoorningsproces, cellen zitten opgestapeld op elkaar → belangrijk voor barrièrefunctie van de huid

10
New cards

Wat is de belangrijkste celtype in de epidermis en wat is hun functie?

Keratinocyten (90%), geven structuur en vormen een fysieke barrière tegen pathogenen.

11
New cards

Wat is de rol van melanocyten in de huid?

Pigmentcellen die melaninepigment produceren en de huid kleuren ter bescherming tegen UV-stralen.

12
New cards

Welke immuuncellen bevinden zich in de epidermis?

Langerhanscellen, die binden aan ongewenste binnendringers.

13
New cards

Wat is de functie van Merkelcellen?

Verantwoordelijk voor lichte tastzin en komen voor in het stratum basale.

14
New cards

Welke structuren bevinden zich in de dermis (lederhuid)?

Bloedvaten, lymfevaten, zenuwvezels, talgklieren, zweetklieren, en haarfollikels.

15
New cards

Wat zijn de twee lagen van de dermis?

Stratum papillare (papillaire laag) en stratum reticulare (reticulaire laag).

16
New cards

Wat veroorzaakt de lijntjes aan het oppervlak van de huid (vingerafdrukken)?

Stratum papillare (papillaire laag) van de dermis.

17
New cards

Wat is het stratum pappilare?

bevat golvende uitlopers in epidermis, voorziet het stratum basale van voedingsstoffen en zuurstof

→ netwerk van collageen- en elastinevezels die worden aangemaakt door fibroblasten

18
New cards

Wat is het stratum reticulare?

= diepere deel van de dermis, stevig netwerk van parallelle collageenvezels, bevat minder cellen dan de stratum papillare

19
New cards

Welke typen vezels bevinden zich in de dermis en wat is hun functie?

Collageenvezels (stevigheid) en elastinevezels (uitrekbaarheid), aangemaakt door fibroblasten.

20
New cards

Wat is de invloed van veroudering op de epidermis?

Wordt dunner, waardoor schadelijke stoffen meer invloed hebben.

21
New cards

Wat zijn de gevolgen van verminderd collageen en elastine bij veroudering?

Skin tears door afname van elasticiteit en atrofie/contractie van dermis -> rimpels.

22
New cards

Wat is het effect van afname van zweet- en talgproductie bij veroudering?

Stratum corneum wordt dunner en de huid wordt droger.

23
New cards

Wat is de invloed van verminderde bloedvoorziening op de huid bij veroudering?

Beïnvloedt de stofwisseling van de huid door dunner worden van capillairen.

24
New cards

Welke celtypen bevinden zich in de hypodermis?

Fibroblasten, macrofagen en mestcellen.

25
New cards

Wat is de rol van fibroblasten in de hypodermis?

Produceren pro-elastine en spelen een belangrijke rol in genezing.

26
New cards

Wat is de functie van macrofagen in de hypodermis?

Opnemen en verteren van bacteriën.

27
New cards

Wat is de rol van mestcellen in de hypodermis?

Bevatten vaso-actieve stoffen (histamine, heparine, serotonine) en spelen een rol bij ontstekingsprocessen.

28
New cards

Wat is de dermale-epidermale junctie?

contactlaag tussen dermis en epidermis, bevat minder golvend patroon bij ouder worden → meer skin tears

29
New cards

Wat is de definitie van een wonde?

Verbreking van anatomische en functionele samenhang van weefsel.

30
New cards

Wat is een wondgebied?

Wonden met verschillende oorzaak, maar onder 1 verband (bv. gevallen met heupfractuur en schaafwonde op dezelfde plek)

31
New cards

Wat zijn de typen wonden op basis van de aanwezigheid van een verbreking?

Open wonde en gesloten wonde.

32
New cards

Wat zijn de typen wonden op basis van diepte?

Oppervlakkige wonde en diepe wonde.

33
New cards

Wat zijn de typen wonden op basis van het helingsproces?

Acute wonde en moeilijk helende wonde (hard to heal).

34
New cards

Wat veroorzaakt een acute wonde?

Steeds veroorzaakt door exogene factor (mechanische, thermische, chemische, elektrische beschadiging).

35
New cards

Wat zijn voorbeelden van acute wonden?

Chirurgische wonden, skin tears, brandwonden of vochtletsels.

36
New cards

Waardoor wordt een 'moeilijk helende wonde' veroorzaakt?

Kan veroorzaakt worden door endogene factoren (bv. zuurstoftekort) of complicaties bij een acute wonde.

37
New cards

Wat is het gevolg van een open wonde?

Lichaamsvochten kunnen wegvloeien en er kunnen ook vreemde organismen binnendringen want is een onderbreking van huid of slijmvlies

38
New cards

Wat is typerend voor een gesloten wonde?

Geen onderbreking van de huid of het slijmvlies, veroorzaakt door korte stoot, overmatig rekken of plooien, of door onderliggende processen.

39
New cards

Wat is een voorbeeld van een gesloten wonde?

Bloeduitstorting (hematoom) of kneuzing (ecchymose).

40
New cards

Wat kenmerkt een oppervlakkige wonde?

Enkel aantasting van epidermis en eventueel de dermis.

41
New cards

Wat is kenmerkend voor een diepe wonde?

Wonde die zich uitbreidt tot aantasting van het subcutaan weefsel of weke weefsels dieper dan de fascia.

42
New cards

Wat zijn de 4 fasen van wondgenezing?

stollingsfase of coagulatiefase

reinigingsfase of inflammatiefase

granulatiefase of proliferatiefase

remodelleringsfase of maturatiefase

43
New cards

Wat is het eerste dat gebeurt na beschadiging van de huid in het helingsproces?

Vasodilatatie (bloeding) → reinigende werking, wegspoelen van vreemde lichamen

44
New cards

Wat gebeurt er na de vasodilatatie?

Vasoconstrictie, om het bloeden de stoppen (start van stollingscascade).

45
New cards

hoe gebeurt de bloedstolling?

in gang gezet door aggretgatie van bloedplaatjes → activeren fibrinogenen → fibrinenetwerk

  • endotheel krult nr binnen → verdere sluiting van bloedvat

46
New cards

Welke stoffen worden afgescheiden door trombocyten?

vrijgave van cytokines en groeifactoren.

47
New cards

Wat is de functie van groeifactoren tijdens de stollingsfase?

Trekken fibroblasten en witte bloedcellen naar het wondgebied -> start van de inflammatiefase.

48
New cards

Wat is de functie van cytokines tijdens de stollingsfase?

Trekken afweercellen naar het wondgebied.

49
New cards

Wat gebeurt dus samengevat in de stollingsfase?

Dus activiteit in de coagulatiefase: vasoconstrictie en -dilatatie, activatie

stollingscascade, aanmaak fibrinenetwerk en vrijgave van cytokines en

groeifactoren

50
New cards

Wat gebeurt er tijdens de reinigingsfase (inflammatiefase)?

na korte vasoconstrictie opnieuw vasodilatatie (calor en rubor)

→ er is verhoogde permeabiliteit in cellen + verhoogde capillaire druk (wondoedeem ontstaat)

51
New cards

Wat zijn de klinische tekenen van de inflammatiefase?

Rubor (vasodilatatie), calor , dolor (druk op zenuwvezels), tumor (zwelling), functio laesa (door dolor en tumor).

52
New cards

Wat is de voornaamste activiteit tijdens de reinigingsfase?

Fagocyteren (mbv witte bloedcellen) tot meeste debris uit wonde verwijderd is

53
New cards

Door wat wordt nieuw weefsel gevormd in de granulatiefase?

fibroblasten en collageenvezels

54
New cards

Wat produceren fibroblasten in de granulatiefase?

Bouwstoffen voor collageen.

55
New cards

Waarvan is collageenproductie afhankelijk?

Vitamine C, Fe, proteïnen en O².

56
New cards

Wat is neavascularisatie (angiogenese)?

Nieuwe bloedvaatjes worden gevormd vanuit endotheelcellen van bloedvaten in de buurt + zuurstof en voedingsstoffen gaan nr de wonde

57
New cards

Wat is de voornaamste activiteit tijdens de granulatiefase?

Remodellering collageen, vasculair herstel, wondcontractie en reëpithelialisatie (vnl door fibroblasten en keratinocyten).

58
New cards

In welke fase worden fibroblasten myofibroblasten?

granulatiefase bij wondcontractie.

59
New cards

Wat is epithelialisatie?

Epitheelcellen migreren vanuit wondraden of haarfollikels, talgkieren of zweetklieren over de wondbodem. → proces stopt wanneer epitheelcellen elkaar raken

60
New cards

Wat stimuleert de macrofagen in de remodelleringsfase?

Het remodelleren & sterker maken van littekenweefsel.

61
New cards

Wat is een litteken?

= restletsel dat ontstaat na heling van beschadigd weefsel

eerste weken; zacht en fragiel

na maand: harder, roder, dikker en sterker

tenslotte: weer zacht, wit en soepel

62
New cards

Wat zijn de kenmerken van een normaal uitgerijpt litteken?

Vlak, lichte tot normale huidskleur, geen klachten, duurt gem 6 maanden.

63
New cards

Wat zijn de kenmerken van een hypertroof litteken?

Rood, jeuk, pijn, verdikt littekenweefsel (wel niet groter dan wonde zelf).

64
New cards

Wat is keloïdvorming?

Overmatige groei van littekenweefsel, groeit over wondrand heen (breder dan dat wonde oorspronkelijk was).

65
New cards

Wat zijn de voornaamste activiteiten in de remodelleringsfase?

Remodellering van de collageenvezels om het litteken te verkleinen en de rekbaarheid van de huid te verbeteren.

66
New cards

Wanneer vindt genezing per primam plaats?

Enkel bij zuivere wonde zonder necrose, contaminatie of vreemde lichamen, met gladde wondranden.

67
New cards

Hoe wordt een wonde bij genezing per primam gesloten?

Door hechtingen, wondstrip of huidlijm.

68
New cards

Wat kenmerkt de genezing per primam?

Vlotte vorming van granulatieweefsel, nauwelijks contractie van wond, vlotte epithelialisatie, gladde wondranden

69
New cards

Voorbeelden van wonden die genezen per primam:

Chirurgische wonden, biopsiewonden of verwondingen met scherpe voorwerpen.

70
New cards

Wanneer vindt genezing per secundam plaats?

Bij open wonde (al dan niet met débris), vaak grote wonden met al dan niet gescheurde wondranden.

71
New cards

Wat kenmerkt de genezing per secundam?

Granulatieweefsel zorgt voor opgroeien van de wonde, wondcontractie is verantwoordelijk voor het verkleinen van opp, duurt langer & er is kans op littekenvorming.

72
New cards

Wanneer vindt regeneratieve wondgenezing plaats?

Bij oppervlakkige wonden (waarbij enkel epidermis beschadigd is, ev klein deel van dermis) en enkel bij niet-geïnfecteerde wonden.

73
New cards

Voorbeelden van regeneratieve wondgenezing:

Donor site, schaafwonden.

74
New cards

Wat is wondzorg?

= totaal van handelingen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten, worden op deskundige wijze uitgevoerd met als doel de wondheling zo vlot mogelijk te laten verlopen.

75
New cards

Hoe kunnen we wondheling laten verlopen in optimale omstandigheden?

  • Elimineren van factoren die de wondheling vertragen of de wonde in stand houden

  • oorzaak van de wonde opheffen

  • hemostase bevorderen, zuivere wonde bekomen

  • nastreven van een optimaal vochtig wondmilieu

  • beschermen van wonde en wondomgeving.

76
New cards

Wat doen we indien heling niet mogelijk is (bvb oncologisch ulcera)?

Symptoomcontrole (pijn, geur, jeuk), preventie achteruitgang van de wonde (drukontlasting, wisselhouden), rekening houden met QOL en levensverwachting (comfort, wat wil/kan ZV zelf?).

77
New cards

Welke fases van wondheling kunnen overlappen?

Allemaal, verschillende fases kunnen in eenzelfde wonde aanwezig zijn.

78
New cards

Waarom is het belangrijk om een litteken goed te hydrateren?

Door het litteken verlies je na eerste maanden lokaal vocht.

79
New cards

Wat is het verschil tussen een acute en chronische wonde?

Een acute wonde doorloopt het normale helingsproces binnen een normale tijdsduur, een chronische niet.

80
New cards

Wat is de functie van een vochtig wondmilieu?

Bevordert migratie van de cellen.

81
New cards

Wat is de rol van de zuurmantel van de huid?

Beschermt tegen invasie van bacterien en virussen

82
New cards

Wat voor netwerk bevat Stratum reticulare?

Bevat stevig netwerk van parallelle collageenvezels

83
New cards

Welke factoren spelen een rol in het verminderen van de kans op een moeilijk helende wonde?

Elimineren van factoren die de wondheling vertragen of de wonde in stand houden

84
New cards

Wat is de rol van endotheelcellen bij angiogenese?

Endotheelcellen vormen nieuwe bloedvaatjes om zuurstof en voedingsstoffen naar de wonde te transporteren.

85
New cards

Hoe beïnvloedt diabetes mellitus de wondheling?

Kan de wondheling vertragen als gevolg van o.a. neuropathie en verminderde immuniteit en doorbloeding.

86
New cards

Wat zijn de risico's van een geïnfecteerde wonde?

Verlengde inflammatie, vertraagde heling en mogelijk systemische infectie.

87
New cards

Welke rol speelt voeding bij wondheling?

Voldoende inname van eiwitten, vitaminen en mineralen is essentieel voor collageenproductie en celproliferatie.

88
New cards

Welke verbandmiddelen zijn geschikt voor vochtige wonden?

Hydrocolloïden en alginaten.