1/60
Flashcards over de functies en anatomie van het zenuwstelsel in het Nederlands.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Zenuwstelsel
Een netwerk van cellen dat signalen door het lichaam vervoert.
Functies van het zenuwstelsel
Sensorische functie
Ontvangt prikkels uit de buitenwereld en het lichaamsinterieur.
Integrerende functie
Analyseert, interpreteert, koppelt aan geheugen en emoties, en zet informatie om in beslissingen.
Motorische functie
Stuur skeletspieren en onbewuste functies zoals hart en klieren.
Homeostase
Het vermogen van het lichaam om de interne omgeving constant te houden.
Centraal zenuwstelsel (CZS)
Bevat de hersenen en het ruggenmerg; het controlecentrum van het lichaam.
Perifeer zenuwstelsel (PZS)
Alle zenuwen buiten het CZS, verbindt organen, spieren, en zintuigen met het CZS.
Animale zenuwstelsel
Regelt willekeurige bewegingen en bewuste waarnemingen.
Autonome zenuwstelsel
Regelt onbewuste functies zoals de sympathische en parasympathische systemen.
Cellichaam (soma)
Bevat de kern die stofwisseling en eiwitsynthese regelt.
Dendrieten
Ontvangen signalen van andere neuronen.
Axon
Voert elektrische impulsen weg van het cellichaam.
Myelineschede
Vetlaag rond het axon die de geleiding van impulsen versnelt.
Versnelling van geleiding
Zorgt daarbij voor saltatoire geleiding via de myelineschede.
Synaps
Plaats waar neurotransmitters worden vrijgegeven voor communicatie tussen neuronen.
Grijze stof
Bevat cellichamen en synapsen, en verwerkt informatie.
Witte stof
Bevat gemyeliniseerde axonen, en zorgt voor snelle informatiegeleiding.
Impulsgeleiding
Elektrische geleiding binnen één zenuwcel.
Impulsoverdracht
Chemische overdracht tussen zenuwcellen.
Thalamus
Het schakelstation dat sensorische informatie verwerkt en doorstuurt.
Hypothalamus
Regelt homeostase en lichamelijke functies zoals honger en dorst.
Hypofyse
Hormoonklier die andere klieren aanstuurt.
Cerebrum
Verantwoordelijk voor cognitie, geheugen en waarneming.
Basale ganglia
Coördineert automatische bewegingen en motoriek.
Cerebellum
Regelt coördinatie, balans, en fijne motoriek.
Ruggenmerg
Verbindt hersenen met het lichaam en geleidt elektrische signalen.
Afferent zenuwbaan
Brengt informatie van het lichaam naar het CZS.
Efferent zenuwbaan
Brengt informatie van het CZS naar spieren of klieren.
Dermatomen
Huidgebieden die door één spinale zenuw worden geïnnerveerd.
Reflexboog
Bevat receptor, afferent neuron, schakelneuron, efferent neuron en effector.
Meningitis
Ontsteking van de hersenvliezen veroorzaakt door bacteriën, virussen of schimmels.
Epilepsie
Overmatige elektrische activiteit in neuronen die leidt tot convulsies.
Primair hoofdpijn
Hoofdpijn die op zichzelf staat zoals migraine en spanningshoofdpijn.
Secundaire hoofdpijn
Hoofdpijn veroorzaakt door een andere aandoening, zoals een tumor.
CVA (Cerebrovasculair accident)
Een beroerte veroorzaakt door blokkade of bloeding in de hersenen.
Alarmsymptomen
Symptomen die wijzen op acute of ernstige aandoeningen zoals verlamming.
Neurotransmitters
Chemische stoffen die signalen tussen neuronen overbrengen.
Acetylcholine
Neurotransmitter die betrokken is bij spieractiviteit.
Dopamine
Neurotransmitter die invloed heeft op motivatie en beloning.
Noradrenaline
Neurotransmitter die het lichaam voorbereidt op actie.
Oxytocine
Hormoon dat bekend staat als het 'liefdeshormoon'.
Homeostase
Het proces waarmee een organisme zijn interne omgeving stabiliseert.
Reflex
Een automatische reactie op een prikkel.
Capillair netwerk
Dunne bloedvaten die zuurstof en voedingsstoffen aan weefsels leveren.
Zenuwcel
Neuron dat informatie verwerkt en transporteert.
Glia
Ondersteunende cellen in het zenuwstelsel.
Electrolyten
Mineralen die elektrische ladingen in het lichaam dragen en belangrijk zijn voor zenuwsignalen.
Hersenschors
Buitenkant van de hersenen die verantwoordelijk is voor hoge cognitieve functies.
Witte stof
Onderdeel van de hersenen en ruggenmerg dat gemyeliniseerde axonen bevat.
Zij-lichamen
Bevatten de cellichamen van neuronen in het perifere zenuwstelsel.
Neuroplasticiteit
Het vermogen van neuronen om zich aan te passen aan veranderingen.
Sleep
Slaapproces dat essentieel is voor het geheugen en herstel.
Cortex
Het buitenste gedeelte van de hersenen verantwoordelijk voor perceptie.
Neurogenese
Het proces van het maken van nieuwe neuronen.
Neuropathie
Ziekte van de zenuwen die functionele problemen veroorzaakt.
Motorische cortex
Gebied van de hersenen dat motorische functies coördineert.
Sensorische cortex
Gebied van de hersenen dat betrokken is bij de verwerking van zintuiglijke informatie.
Verbindingen
Neurale netwerken die de uitwisseling van informatie tussen hersencellen mogelijk maken.
Zenuwuitstulpingen
Oppervlakteformaties op neuronen die communicatie tussen cellen bevorderen.
Hersenkamers
Ruimten in de hersenen waarin de cerebrospinale vloeistof circuleert.