Biologie Subdomein O2 + O3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/40

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:23 AM on 4/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

41 Terms

1
New cards

wat is homeostase

het vermogen van een organisme om een stabiele inwendige omgeving te handhaven, ondanks veranderingen in de omgeving.

2
New cards

Door welke systemen en organen wordt de homeostase gereguleerd?

door de longen, lever, nieren, huid, zenuwstelsel en hormoonstelsel

3
New cards

Welke rol spelen de longen bij de homeostase?

de longen reguleren de koolstofdioxide- en zuurstofconcentratie door middel van gaswisseling. Ze zorgen ervoor dat het lichaam voldoende zuurstof krijgt en overtollig CO2 wordt afgevoerd

4
New cards

Welke rol speelt de lever bij de homeostase?

onderhoudt de glucoseconcentratie in het bloed door suiker om te zetten in glycogeen. De lever speelt ook een rol in de afbraak van afvalstoffen door leverlobjes en het in stand houden van de pH

5
New cards

wat is de rol van de nieren bij de homeostase?

bevatten niereenheden die afvalstoffen filteren en de waterhuishouding reguleren via ultrafiltratie en terugresorptie

6
New cards

Wat is de rol van het zenuw- en hormoonstelsel bij homeostase?

zenuwstelsel: reageert op prikkels van zintuigen en regels directe reacties van het lichaam via impulsen

hormoonstelsel: zorgt voor langzamere, langdurige regulatie van processen zoals groei en stofwisseling door hormoonafgifte

7
New cards

Wat is negatieve terugkoppeling?

de meest voorkomende vorm van feedback waarbij een afwijking van het evenwicht leidt tot een reactie die de afwijking corrigeert. voorbeeld: de lichaamstemperatuur stijgt, het lichaam produceert zweet om af te koelen

8
New cards

wat is positieve terugkoppeling?

een minder gebruikelijke vorm van feedback waarbij een afwijking van het evenwicht leidt tot een versterking van die afwijking. Voorbeeld: weeën tijdens de bevalling

9
New cards

hoe speelt negatieve terugkoppeling een rol in het hormoonstelsel?

een stijging in de hormoonconcentratie leidt tot een remming van de hormoonproductie

10
New cards

wat is het verschil tussen endocriene en exocriene klieren?

endocriene klieren geven hun hormonen direct af aan het bloed, exocriene klieren scheiden hun producten buiten het lichaam of in het spijsverteringskanaal

11
New cards

noem een voorbeeld van exocriene en endocriene klieren

exocrien: zweetklieren en speekselklieren

endocrien: schildklier en hypofyse

12
New cards

waaruit bestaat het centraal zenuwstelsel?

uit de hersenenen en het ruggenmerg

13
New cards

wat is de functie van het CZS?

ontvangen en verwerken van informatie en stuurt impulsen naar het lichaam

14
New cards

wat is de functie van het perifeer zenuwstelsel?

verbindt het CZS met de rest van het lichaam en omvat sensorische en motorische zenuwen

15
New cards

wat is de functie van het animaal zenuwstelsel?

regelt bewuste bewegingen en sensorische waarnemingen

16
New cards

wat zijn de 3 hoofdtypen neuronen?

sensorische, motorische en schakelneuronen

17
New cards

door wat zijn neuronen vaak omgeven, en wat hebben ze?

door cellen van Schwann en hebben een myelineschede.

18
New cards

wat is de functie van een myelineschede in neuronen?

de snelheid van impulsgeleiding verhogen, waardoor het lichaam snel en effectief op prikkels kan reageren

19
New cards

wat is de functie van sensorische, schakel- en motorische neuronen?

sensorische: geleiden prikkels van zintuigcellen naar het CZS
schakel: geven signalen door binnen het CZS
motorische neuronen: geven impulsen door van het CZS naar spieren of klieren

20
New cards

hoe verloopt signaalverwerking in het zenuwstelsel?

een receptor vangt een prikkel op en zet deze om in een impuls, deze impuls wordt via sensorische neuronen naar het CZS gestuurd, waar het wordt verwerkt en er een reactie wordt gegenereerd

21
New cards

wat zijn pathogenen?

ziekteverwekkers

22
New cards

Wat is de functie in de afweer van de huid en slijmvliezen?

de eerste verdedigingslinie tegen infecties. de huid vormt een fysieke barrière, terwijl slijmvliezen pathogenen opvangen en afvoeren

23
New cards

wat is de functie in de afweer van bloed en lymfe?

bevatten immuuncellen en transporteren antistoffen en andere afweermoleculen door het lichaam

24
New cards

wat is de functie in de afweer van het beenmerg?

produceert verschillende typen immuuncellen, zoals B-cellen en T-cellen

25
New cards

wat is de functie in de afweer van lymfeklieren?

filteren ziekteverwekkers uit de lymfe en zijn een verzamelpunt voor immuuncellen

26
New cards

wat is de functie in de afweer van macrofagen?

macrofagen fagocyteren (opeten) pathogenen en presenteren hun antigenen om andere immuuncellen te activeren.w

27
New cards

wat is de functie in de afweer van T-helpercellen en cytologische T-cellen?

coördineren en vernietigen geïnfecteerde cellen in de specifieke afweer

28
New cards

wat is de functie in de afweer van B-cellen en plasmacellen?

B-cellen ontwikkelen zich tot plasmacellen die specifieke antistoffen aanmaken tegen indringers

29
New cards

wat is de functie in de afweer van mestcellen?

spelen een rol bij allergische reacties door het vrijmaken van histamine

30
New cards

wat is het verschil tussen aangeboren en specifieke afweer?

aangeboren afweer biedt een algemene verdediging en is snel, specifieke afweer biedt specifieke afweer en wordt door blootstelling aan een ziekteverwekker opgebouwd

31
New cards

wat is het verschil tussen actieve en passieve immunisatie?

actief is door middel van inenting, er worden antigenen ingespoten. passief is door middel van een serum, het serum bevat antistoffen

32
New cards

wat is de humorale respons?

de productie van antistoffen om ziekteverwekkers te bestrijden, deze antistoffen worden gevormd door B-cellen

33
New cards

wat is de cellulaire respons?

cellen die besmet zijn met een virus of getransformeerd zijn tot kankercel aangevallen, deze worden aangevallen door T-cellen.

34
New cards

wat is het verschil tussen een antigeen en antistof?

antigenen zijn stoffen op pathogenen die het immuunsysteem activeren, antistoffen binden aan de antigenen om pathogenen te neutraliseren

35
New cards

hoe ontstaat actieve en passieve immuniteit?

actieve immuniteit ontstaat door natuurlijke blootstelling of vaccinatie, terwijl passieve immuniteit ontstaat door de overdracht van antistoffen (bijv via moedermelk)

36
New cards

wat zijn MHC-I en MHC-II receptoren?

moleculen op de celoppervlakken die het immuunsysteem helpen lichaamseigen cellen te herkennen en te onderscheiden van geïnfecteerde of afwijkende cellen?

37
New cards

wat zijn kenmerken van MHC-I-receptoren?

deze receptoren zitten op elke lichaamscel. zij laten een deel van een virus of een abnormaal eiwit zien aan de buitenkant van de cel, hierdoor kunnen cytotoxische T-cellen zien dat er iets mis is

38
New cards

wat zijn kenmerken van MHC-II-receptoren?

deze receptoren bevinden zich alleen op macrofagen. ze laten stukjes van ziekteverwekkers zien aan T-helpercellen, hierdoor zien zij wat voor ziekteverwekkers er in het lichaam zitten om deze tegen te gaan.

39
New cards

welke antistoffen heeft bloedgroep O

antistoffen tegen A en B

40
New cards

wat voor chemische afweer hebben planten?

planten maken toxische stoffen aan die herbivoren of ziekteverwekkers afschrikken. dit verhoogt de resistentie van de plant tegen aanvallen

41
New cards

wat voor mechanische afweer hebben planten?

structuren zoals stekels en een dikke buitenlaag helpen om fysieke schade en binnendringen van pathogenen te voorkomen