1/25
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
BBP
Jaarlijkse productie van goederen en diensten die gebruikt kunnen worden voor behoeftebevrediging.
Groei
De toename van het BBP per capita of welvaart doorheen de tijd.
Consumptie
Behoeftebevrediging, verwerven van goederen en diensten
Productie
goederen worden voortgebracht en op de markt aangeboden tegen een koopprijs
Sparen
toename van het vermogen, uitstel consumptie.
Lopende inputs
=verbruiksgoederen, grondstoffen en hulpstoffen die tijdens de productie verbruikt worden (eenmalig gebruik)
Productiefactoren
= belangrijke middelen die nodig zijn voor de productie en die blijvend ter gebruik zijn, Arbeid en kapitaal.
Kapitaalgoederen
Goederen die niet worden opgebruikt in het productieproces = duurzame productiemiddelen
Netto-investeringen
De capaciteitsuitbreiding, extra productiecapaciteit creëren
Bruto-investeringen
Netto-investeringen plus vervangingsinvesteringen.
Toegevoegde waarde
Waarde die wordt toegevoegd door productiefactoren aan grond- en hulpstoffen, extra waarde die bedrijven creëren.
Economische agenten
Personen en instellingen die beslissingen nemen betreffende activiteiten zoals consumptie en productie.
Arbeidsproductiviteit
Geproduceerde output per uur gepresteerde arbeid.
Autarkie
Toestand waarin geen ruil plaatsvindt, iedereen zorgt zelf voor alles.
Opportuniteitskosten
De opportuniteitskost van een goed is wat je moet opofferen om dat goed te produceren.

onderneming
belangrijkste producent in de economie, het koopt of gebruikt inputs en zet die om naar output.
investering
aankoop van een kapitaalgoed om in de productieproces te gebruiken
BrutoTW
Waarde output - waarde lopende input.
NettoTW
BrutoTW -depreciatie.
Overheid
Instantie die regulering, inkomensverdeling, publieke goederen produceert en economische activiteit stuurt.
depreciatie/afschrijving
kapitaalgoederen slijten of verliezen waarde na verloop van tijd, bedrijven moeten rekening houden met dit verlies in hun kosten
economische invalshoek
economie gaat over hoe we omgaan met schaarste, mensen hebben behoeften nodig maar er zijn te weinig middelen—> daarom moeten we kiezen wat we produceren en voor wie.
verklaringen voor de welvaartstoename
productiviteit (gem. arbeidsproductiviteit)
arbeidsduur
werkgelegenheid (werkenden vs werklozen)
beroepsbevolking (actieven-vs niet actieven)
bevolkingsstructuur (werkbekwamen vs niet werkbekwamen)
Waarom stijgt de productiviteit?

1. Arbeidsverdeling → Iedereen doet wat hij het beste kan.
2. Tijdswinst door specialisatie → Geen tijdverlies door taakwisselingen.
3. “Learning by doing” → Herhaling maakt taken sneller en nauwkeuriger.

Malthus’ theorie:

• Bevolking groeit exponentieel (1, 2, 4, 8, 16, …) → Door de “passion between sexes” blijft de bevolking toenemen.
• Voedselproductie groeit lineair (1, 2, 3, 4, 5, …) → Landbouw kan niet snel genoeg opschalen.
• Gevolg: Voedsel per persoon neemt steeds verder af, waardoor massale hongersnood en crises onvermijdelijk lijken.Zijn doemscenario kwam niet uit, dankzij technologische vooruitgang:
1. Vooruitgang in de medische sector
• Contraceptie zorgde ervoor dat bevolkingsgroei werd afgeremd.
• Verbeterde gezondheidszorg verlaagde sterfte, maar ook geboortecijfers in ontwikkelde landen.
2. Technologische innovatie in de landbouw
• Mechanisatie (tractoren, irrigatie) → Boeren konden veel efficiënter werken.
• Meststoffen en gewasverbetering → Grotere opbrengsten per hectare.
•Groene Revolutie (20e eeuw)→ Invoering van hoogrenderende gewassen en landbouwtechnieken


Wet van de Comparatieve Voordelen

specialisatie en internationale handel de arbeidsproductiviteit en welvaart kunnen verhogen
