1/34
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
woordenschat
alle woorden die een persoon begrijpt en gebruikt, essentiële bouwsteen vr communicatie, component v beginnend leesonw
receptieve woordenschat
begrijpen (lezen of luisteren), makkelijker geleerd
productieve woordenschat
gebruiken (spreken of schrijven), woorden die je actief kan gebruiken
breedte
vd woordenschat; het aantal gekende woorden
diepte
vd woordenschat, hoe goed een woord gekend is, de kwaliteit vd woordenschatkennis
intentioneel leren
activiteiten die ontworpen zijn om lln expliciet te laten focussen op het leren v woorden
incidenteel leren
activiteiten waarbij woorden worden geleerd dmv betekenisvolle input, gebeurt door rijke taalomgevingen
mattheuseffect
vr incidenteel woordenschatleren; kinderen met sterkere startpositie op vlak v woordenschat leren meer nieuwe woorden bij via lezen en luisteren, kinderen met grotere woordenschatbasis in nl tonen grotere woordenschatwinst op korte en langere termijn
pijlers v expliciete woordenschatinstructie
expliciete definiëring
betekenisvolle context
discussie en interactie
multimodale aanpak
herhaling
expliciete definiëring
het verduidelijken vd betekenis v woorden
betekenisvolle context
introduceer woorden in een relevante, authentieke context
discussie en interactie
creëer kansen om de woorden te gebruiken en erover in gesprek te gaan en feedback te ontvangen
multimodale aanpak
combineer visueel, auditief en kinesthetisch
herhaling
v dezelfde woorden
tiers of vocabulary
clusters woorden obv de context waarin de woorden gebruikt worden, het gebruik vd woorden en hoe vaak ze voorkomen
tier 1
woorden die we in het dagelijkse leven gebruiken, worden makkelijker verworven door dagelijkse interacties, niet vanzelfsprekend vr alle kinderen
tier 2
woorden die vaak voorkomen maar iets minder, woorden die belangrijk zijn om tekst te begrijpen en vaak instructie vereisen
tier 3
domeinspecifieke woorden, gelinkt aan bepaald thema, thematisch met elkaar verbonden
additieve woordenschatverwerving
er wordt 1 vr 1 woord aangebracht, weinig verbinding tss de woorden, gebeurd traag, er kunnen beperkt aantal woorden aangeleerd
multiplicatieve woordenschatverwerving
betekenisvol en multimodaal, er is aandacht vr de morfologie, meer verbinding tss woorden, strategieën vr de kinderen om later zelf te doen
woordenschatverwerving
sociaal proces waarbij lln door interactie met andere betekenissen verhelderen en hun woordkennis verder verfijnen
woordenschatdidactiek
bepaal doelen
zet in op leerstrategieën vr woordenschat
denk na over leerkansen binnen/ buiten de klas
monitor vooruitgang
denk na over technologische hulpmiddelen
functioneel meertalig leren
de thuistaal als opstapje nr woordenschatverwerving in het nl
de kracht v voorlezen
taalontwikkeling en woordenschat
sociale en emotionele ontwikkeling
fantasie
leesplezier
interactief voorlezen
stimuleren vd inbreng v kinderen, voor, tijdens en na het voorlezen door het stellen v open vragen of door het geven v inhoudelijke opmerkingen bij het vrhl, om enthousiasme en leermogelijkheden v kinderen te ondersteunen, pos feedback geven en vrhl koppelen aan ervaringen in het dagelijks leven
interactief gedeeld boeklezen
een volwassene leest een boek voor aan een kind of kleine groep en gebruikt verschillende technieken om de kinderen bij de tekst te betrekken
dialogisch lezen
gebruik v evocatieve technieken en informatieve feedback in leesactiviteiten waarbij het kind leert de verteller te worden, met kinderen lezen ipv vr hen, kinderen zelf als verteller vd tekst zien
voorbereiding
stel helder doel voorop
kies gepaste tekst aansluitend bij dat doel
denk na over logische opbouw v je voorleesmoment in verschillende fases
integreer effectieve kenmerken v interactief voorlezen in deze fases
denk na over de samenstelling vd groep
bedenk hoe je kan differentiëren
sta stil bij het al dan niet inzetten op herhaald voorlezen
voorfase
bereid kinderen voor op wat komt, beschrijf kaft of centrale prent, bespreek de titel, auteur, illustrator, sta stil bij woorden of uitdrukkingen belangrijk om de tekst te begrijpen, laat kinderen voorspellingen maken, breng relevante voorwerpen mee die besproken kunnen worden, bespreek met de kinderen het leesdoel en hun verwachtingen vd tekst
tijdensfase
lees de tekst voor en ga erover in gesprek, geef samen betekenis aan woorden en uitdrukkingen, herlees samen stukken tekst, bespreek illustraties, daag kinderen uit om verbanden te zoeken in de tekst, laat kinderen verbindingen maken met hun wereld, laat kinderen actief aan de slag gaan met de inhoud en vorm vd tekst, hou het doel dat je wil bereiken goed vr ogen
nafase
maak ruimte vr nabespreking, blik samen terug op leesdoel, ga dieper in op de inhoud en vorm vd tekst, creëer kansen om nieuwe woorden actief te gebruiken, laat kinderen spreken over emoties die de tekst opwekt, bespreek de thema’s, blik terug op de voorspellingen, leg linken met de actua of bredere leefwereld
differentiëren
voorzie extra tijd, materiaal, varieer in teksten, vormgeving fases,… gebruik wat je weet, laat de lln elkaar helpen, gebruik de thuistaal
effecten v interactief voorlezen
algemene geletterdheid
woordenschatontwikkeling
leesvaardigheid
luistervaardigheid
op gesproken en geschreven taal
age of acquisition
psycholinguistische variabele die de leeftijd aangeeft waarop een woord gemiddeld gzn geleerd wordt
thuistaal
integreren v meertalige kinderen is even effectief als een aanpak die alleen op nl gericht is