Les 3: media-effecten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:20 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Effecten op Kennis

Media-effecten die betrekking hebben op informatie en feiten, oftewel wat we weten over een onderwerp (bijv. de samenstelling van de Vlaamse regering).

2
New cards

Effecten op Opinies/Attitudes

Media-effecten die invloed hebben op de mening of houding ten opzichte van een onderwerp, zoals het vertrouwen in politici.

3
New cards

Effecten op Gedrag

Media-effecten die bepalen hoe mensen handelen, bijvoorbeeld of en op wie ze gaan stemmen.

4
New cards

Symbolische realiteit

Het beeld van de werkelijkheid dat ontstaat door mediëring, die samen met de 'objectieve' realiteit ons totale beeld van de werkelijkheid vormt.

5
New cards

Causaliteit (Media-onderzoek)

De moeilijkheid om vast te stellen of mediagebruik het publiek beïnvloedt of dat publiekskenmerken bepalen welke media men gebruikt (correlatie is niet per se causatie).

6
New cards

Almighty media (Fase 1)

De periode tussen 19201920 en 19401940 waarin men geloofde dat media een direct en onmiddellijk effect hadden op een passief publiek (Stimulus-response model).

7
New cards

Hypodermic needle (Injectienaald-theorie)

Een metafoor uit de 'Almighty media' fase die stelt dat media-boodschappen als het ware rechtstreeks in het publiek worden 'geïnjecteerd'.

8
New cards

Minimal effects hypothesis (Fase 2)

De periode tussen 19401940 en 19601960 waarin onderzoek (zoals van Lazarsfeld) aantoonde dat de impact van media op het publiek beperkt en indirect is.

9
New cards

Two-step flow of communication

Een model van Lazarsfeld waarbij informatie vanuit de massamedia eerst de opinieleiders bereikt, die het vervolgens doorgeven aan hun sociale netwerk.

10
New cards

Opinieleider

Individuen binnen een sociaal netwerk die informatie uit de media interpreteren en verspreiden naar anderen, waardoor zij de publieke opinie beïnvloeden.

11
New cards

Selectieve blootstelling (Selective exposure)

Het fenomeen waarbij mensen vooral media consumeren die aansluiten bij hun bestaande overtuigingen om dissonante informatie te vermijden.

12
New cards

Uses and gratifications theory

Een theorie die de focus verlegt van wat media met mensen doen naar wat mensen met media doen (bijv. informatie, entertainment of sociale cohesie).

13
New cards

Back to powerful mass media (Fase 3)

De fase vanaf de jaren 7070 die kritiek gaf op de minimale-effectenhypothese en nadruk legde op langetermijneffecten en veranderende technologie.

14
New cards

Spiral of Silence (Zwijgspiraal)

Theorie van Noelle-Neumann die stelt dat mensen hun mening niet durven te uiten als ze denken dat deze afwijkt van de dominante publieke opinie in de media.

15
New cards

Sociaal constructivisme

Een theoretisch kader waarin de media mede betekenis geven aan onze sociale realiteit zonder onmiddellijk meetbaar effect.

16
New cards

Cultivation theory (Gerbner)

Een theorie die stelt dat media (vooral televisie) op lange termijn het beeld dat mensen hebben van de werkelijkheid vormgeven, bijvoorbeeld over geweld.

17
New cards

Conditional effects (Fase 4)

De periode in de jaren 8080 en 9090 waarin men stelde dat media wel effect hebben, maar dat dit afhangt van specifieke omstandigheden en voorwaarden.

18
New cards

Agenda-setting

De theorie dat media bepalen welke onderwerpen door het publiek als belangrijk worden beschouwd.

19
New cards

Priming

Het proces waarbij media-aandacht voor een onderwerp de criteria beïnvloedt waarmee het publiek politieke actoren beoordeelt.

20
New cards

Framing

De manier waarop een onderwerp wordt gepresenteerd in de media, wat de interpretatie door de ontvanger stuurt.

21
New cards

A new era of minimal effects? (Fase 5)

De huidige fase (Bennett & Iyengar, 20082008) waarbij door technologisering en fragmentatie mensen vooral hun eigen mening bevestigd zien en effecten weer beperkter lijken.

22
New cards

Inadvertent audience

Het publiek dat 'per ongeluk' naar het nieuws kijkt (bijv. voor of na een ander programma), een groep die door de toename aan kanalen bijna is verdwenen.

23
New cards

Filter bubbels

Het resultaat van selectieve blootstelling op sociale media waarbij gebruikers alleen nog informatie zien die hun wereldbeeld bevestigt.

24
New cards

Agenda-setting

Het proces waarbij de media bepalen waarover mensen denken (issue salience) in plaats van wat mensen denken (issue positions).

25
New cards

Cohen (1963)

Auteur van de beroemde quote: "The press may not be successful much of the time in telling people what to think, but it is stunningly successful in telling people what to think about."

26
New cards

Issue salience

De mate van belang die aan een bepaald thema wordt gehecht door het publiek als gevolg van media-aandacht.

27
New cards

McCombs & Shaw (1972)

Grondleggers van agenda-setting die via onderzoek naar de presidentscampagne in Chapel Hill (1968) een correlatie van .979 vonden tussen media-aandacht en publiek belang.

28
New cards

Spurious relationship

Een kritiekpunt op agenda-setting waarbij wordt gesuggereerd dat zowel media als publiek simpelweg reageren op de 'real world' (werkelijke gebeurtenissen).

29
New cards

Obtrusive vs. Non-obtrusive issues

Een factor in de contingency van agenda-setting waarbij het effect verschilt naargelang een thema direct ervaarbaar is of ver van het publiek afstaat.

30
New cards

Need for orientation

De behoefte van het publiek aan sturing, bepaald door de relevantie van het onderwerp en de mate van onzekerheid daarover.

31
New cards

Inter-media agenda-setting

De tendens waarbij verschillende media-outlets op dezelfde issues focussen en elkaars agenda overnemen.

32
New cards

Priming

Het effect waarbij de hoeveelheid media-aandacht voor een issue bepaalt hoe zwaar dat issue doorweegt bij het beoordelen van politieke kandidaten.

33
New cards

Iyengar & Kinder (1987)

Grondleggers van priming en auteurs van 'News that matters', die aantoonden dat TV-nieuws de standaarden beïnvloedt waarmee regeringen en kandidaten worden beoordeeld.

34
New cards

Issue ownership

Een partijstrategie om zich te profileren op thema's waarvan het publiek vindt dat die specifiek bij die partij horen of door hen het best behandeld worden.

35
New cards

Framing

Een metacommunicatieve boodschap die een denkkader aanbiedt waardoor een situatie betekenis en samenhang krijgt (Van Gorp, 2004).

36
New cards

Episodische vs. Thematische frames

Een vorm van generieke frames waarbij de focus ligt op specifieke gebeurtenissen (episodisch) versus een bredere context of maatschappelijke trends (thematisch).

37
New cards

Kahneman & Tversky (1979)

Psychologische grondleggers van framing, bekend van het 'Asian disease experiment' over equivalence framing.

38
New cards

Equivalence framing

Een vorm van framing waarbij de inhoud van de boodschap identiek is, maar anders gepresenteerd wordt (bijvoorbeeld als winst of verlies).

39
New cards

Gain frame vs. Loss frame

Framing waarbij de focus ligt op wat men kan winnen (leidt vaak tot de zekere optie) versus wat men kan verliezen (leidt vaak tot de risicovolle optie).

40
New cards

Emphasis framing

Een concept van Entman (1993) waarbij specifieke aspecten van de werkelijkheid worden geselecteerd om een bepaalde probleemdefinitie of evaluatie te bevorderen.

41
New cards

Frame-building

Het onvermijdelijke proces van het kiezen van een perspectief bij het maken van nieuws, vergelijkbaar met het kadreren van een foto.

42
New cards

Accessibility

Het causale mechanisme achter agenda-setting gebaseerd op recency (recentheid) en frequency (frequentie) in het geheugen.

43
New cards

Applicability

Het causale mechanisme achter framing waarbij een thema wordt geassocieerd met een specifieke interpretatie door frequente combinatie.

44
New cards

Second-level agenda-setting

Een term die soms wordt gebruikt voor framing, waarbij niet alleen het onderwerp maar ook de kenmerken (attributes) ervan worden gezet door de media.