1/30
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
afwijkend gedrag
gedrag dat wel wordt vertoond als het volgens de ontwikkeling niet passed is. of gedrag wat niet wordt vertoond terwijl dat volgens de ontwikkeling wel passend is
gedrag als stoornis
afwijkend gedrag dat langdurig en niet situatie gebonden is, blokkeert de ontwikkeling, levert aanzienlijk leiden op.
prevalentie
bestaande gevallen met een bepaald ziektebeeld in een bepaalde periode
incidentie
aantal nieuwe gevallen, wat is er bij gekomen
risicofactoren
factoren die het probleem “veroorzaken”
predisponerende factoren (risicofactoren)
kunnen een kind vatbaar maken, hoeft niet te zijn dat het gebeurd maar je bent er vatbaarder voor. bijv. biologisch
in stand houdende factoren (risicofactoren)
kunnen psychologische problemen die er al zijn in stand houden, dus problemen die er zijn blijven bestaan.
uitlokkende factoren (risicofactoren)
factoren voorafgaand aan psychologische problemen “redenen”
beschermende factoren
kunnen helpen de ontwikkeling van psychologische problemen te voorkomen, het effect van risicofactoren te verminderen. een soort paraplu die je beschermt tegen regen.
symptoom
de kleinst beschrijfbare onderzoekseenheid in de geneeskunde / psychopathologie en te beschouwen als ziekte. te onderscheiden in hoofd en bij symptomen
hoofdsymptomen (symptoom)
direct oriënterende functie bij een diagnose
bij symptomen (symptoom)
maken het beeld van de stoornis volledig zonder zichzelf direct richtinggevend te zijn
syndroom
een groep van dikwijls symptomen die samen optreden, minder psychologie meer in medisch veld
stoornis
afwijkend gedrag, langdurig, niet situatie gebonden, klinisch significant lijden, belemmering op sociale, beroepsmatige of andere belangrijke levensgebieden en meestal in bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen
doel van classificeren
het faciliteren van expertkennis, en ontwikkeling van epidemologische informatie. zorgt voor efficientie. bevorderd communicatie tussen professionals.
classificeren is geen diagnose stellen
classificatie wordt gebruikt als een ondersteunend onderdeel van een diagnose. het is een beschrijving die moet leiden tot een individueel gericht behandelplan.
categoriale benadering (calssificeren)
via de dsm-v-TR, idc-10, DC 0-3R
dimensionele benadering (clasificeren)
gaat al meer uit van een continum, aseba schalen, SDQ, RDoc
Systeem beandering (classificeren)
wordt ook het systeem eromheen beken en in kaart gebracht.
classificatie gebeurd op basis van
klinische blik, semi-gestructureerde intervieuws, observaties, en vanuit meerde bronnen (zowel ouder, kind als school)
stemming
onderdeel van ons allemaal, we voelen ons allemaal op een bepaalde manier en reageren op een bepaalde manier. hier zit natuurlijke variatie in
experience sampling method (ESM, stemming)
manier om de stemming in kaart te brengen, door een aantal keer per dag aan te geven hoe je je voelt en hier een schema van maken.
afwijkende stemming
context onafhankelijk, disproportioneel, onderscheiden van emotie, toename van ernst, verstoort andere terreinen van denken en gedrag. en is niet te beinvloeden
verschil emotie en stemming
emotie is kort en intens, stemming is langeretijd sluimerig aanwezig
prevalentie depressie
4% tussen 12-18, 7% tussen 16-20. 9% van 18-35 heeft een groter risico. vrouwen meer dan mannen
stemming en leeftijd
neemt toe hoe ouder je wordt, mogelijke oorzaken. jonger dan 9 jaar moeilijk te bevragen, toenemende sociale druk, verwerven van objectconstantie, en besef dat de dood permanent is rond einde bassisschool
redenen waarom vrouwen wellicht meer depri ervaren
hormonale reden, behoefte aan verbondenheid. fysieke reden, meer druk op het volwassen moeten gedragen. meer autonomie, conflict en angst.
wanneer depressie
lijdens druk, ontstaat niet door andere fysiologische effecten of andere stoornissen. en nooit een manische of hypomanische episode
hoofdsymptomen depressie (minstens 1 van deze 2)
binnen een periode van 2 weken, ofwel een sombere stemming of het verlies van interesse en plezier
minimaal 5 van de volgende symptomen waarvan minimaal 1 van de hoofdsymptomen
sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag, vermidnere interesse of plezier in activiteiten. significant gewichtsverlies zonder dieet. insomnia of hypersomnia, psychomotorische agitatie of vertraging. gevoelens van waardeloosheid, verminderd nadenkend of concentreren, recidiverende gedachten aan de dood
als je niet voldoet aan het aantal symptomen of de duur
dan kan het gediagnosticeerd worden als “depricieve klachten”.