1/28
Deze flashcards dekken de belangrijkste begrippen en structuren van het Belgische strafrecht en strafprocesrecht, zoals behandeld in de colleges van de KU Leuven.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Materieel strafrecht
Het geheel van rechtsregels die bepalen onder welke voorwaarden gedragingen als misdrijven worden beschouwd, welke sancties erop staan en wat de toepassingssfeer van de normen is.
Formeel strafrecht (strafprocesrecht)
Het geheel van rechtsregels met betrekking tot de vaststelling van misdrijven, de opsporing, de vervolging en de berechting van de verdachte, evenals de organisatie van de bevoegde publieke organen.
Het legaliteitsbeginsel
Een materieelrechtelijk beginsel dat eist dat strafbare gedragingen en de toepasselijke straffen uitsluitend bij of krachtens een wet worden bepaald (nullum crimen, nulla poena sine lege).
Lex certa
Het precisiegebod dat vereist dat de wetgever heldere en duidelijk beschreven strafwetten maakt om rechtszekerheid te bieden.
In dubio pro reo
Een rechtsregel die stelt dat twijfel over de schuld van de beklaagde voor de ten laste gelegde feiten in diens voordeel moet worden uitgelegd.
Misdrijven (belgische indeling)
De drieledige indeling op basis van de zwaarte van de straf: misdaden, wanbedrijven en overtredingen.
Misdaad
Een misdrijf waarop een criminele straf staat (zoals opsluiting van meer dan 5 jaar) en dat in principe door het Hof van Assisen wordt berecht.
Wanbedrijf
Een misdrijf waarop een correctionele straf staat (gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar) en dat berecht wordt door de correctionele rechtbank.
Overtreding
Een misdrijf waarop een politiestraf staat (gevangenisstraf van 1 tot 7 dagen) en dat berecht wordt door de politierechtbank.
Equivalentieleer
De dominante causaliteitsleer in het Belgisch strafrecht waarbij elke noodzakelijke voorwaarde (conditio sine qua non) als oorzaak van het gehele gevolg wordt beschouwd.
Opzet (dolus)
De wil om een handeling te verrichten die door de strafwet verboden is, of een handeling na te laten die geboden is (wetens en willens handelen).
Onachtzaamheid (culpa)
Een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg waarbij men ongewild een strafrechtelijk beschermd belang schendt, hoewel dit te vermijden was.
Rechtvaardigingsgronden
In rechte gefundeerde veroorlovende normen die de wederrechtelijkheid van een delictstypische gedraging neutraliseren, zoals noodweer of noodtoestand.
Noodweer (wettige verdediging)
Een rechtvaardigingsgrond waarbij een onmiddellijke noodzaak tot verweer bestaat tegen een onrechtmatige, ernstige aanranding van personen.
Schulduitsluitingsgronden
Omstandigheden die de verwijtbaarheid ontkrachten, zoals geestesstoornis, overmacht, minderjarigheid of onoverwinbare dwaling.
Strafbare poging
Het voornemen om een misdaad of wanbedrijf te plegen, geopenbaard door een begin van uitvoering die enkel door omstandigheden buiten de wil van de dader gestaakt is.
Medeplichtigen
Personen die hulp of bijstand hebben verleend aan de dader bij feiten die het misdrijf voorbereiden of vergemakkelijken, of die het plegen ervan mogelijk maken.
Openbaar Ministerie (OM)
De instantie die belast is met de uitoefening van de strafvordering en het vorderen van de toepassing van de strafwet.
Opportuniteitsbeginsel
Het principe waarbij de Procureur des Konings vrij kan beslissen of een strafvordering wordt ingesteld (seponering) of dat er tot vervolging wordt overgegaan.
Burgerlijke partijstelling
De rechtshandeling waarbij een benadeelde persoon vergoeding van schade vordert voor de strafrechter, wat de strafvordering kan doen ontstaan.
Opsporingsonderzoek
Het onderzoek naar misdrijven onder leiding van de Procureur des Konings zonder dat de onderzoeksrechter is geadieerd.
Gerechtelijk onderzoek
Onderzoek naar misdrijven onder leiding en gezag van een onderzoeksrechter, die bevoegd is om dwangmaatregelen te nemen.
Mini-instructie
Een procedure waarbij de Procureur de onderzoeksrechter vordert om een specifieke onderzoekshandeling te doen waarvoor normaal enkel die rechter bevoegd is, zonder een volledig gerechtelijk onderzoek te openen.
Bevel tot aanhouding
Een gemotiveerd bevel van de onderzoeksrechter om een verdachte van zijn vrijheid te beroven wanneer de openbare veiligheid dit volstrekt vereist.
Raadkamer
Een onderzoeksgerecht in eerste aanleg dat onder meer belast is met het toezicht op de voorlopige hechtenis en de regeling van de rechtspleging.
Correctionalisering
Het proces waarbij een misdaad wordt omgezet in een wanbedrijf door het aannemen van verzachtende omstandigheden, waardoor de zaak naar de correctionele rechtbank wordt verwezen.
Hoger beroep
Een gewoon rechtsmiddel waarbij een partij de zaak opnieuw voorlegt aan een hogere rechter om de eerdere beslissing te laten toetsen.
Verzet
Een rechtsmiddel tegen een bij verstek genomen beslissing, waarbij de zaak opnieuw voor hetzelfde vonnisgerecht wordt gebracht.
Cassatieberoep
Een buitengewoon rechtsmiddel tegen een beslissing in laatste aanleg waarbij enkel geoordeeld wordt over de naleving van de wet en de vormvereisten.