1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Marxistische litereratuurbenadering
Karl Marx (19de eeuw)
20ste eeuw in diverse richtingen ontwikkeld
Relatie tussen lit en maatschappelijke wkh
→ mimetisch
Effect van lit op lezer (wakkert lit verzet aan tegen bestaande maatschappelijke orde?)
→ pragmatisch
Marxisme in vogelvlucht
‘esthetica’ in aanvulling op de leer en maatschappelijke visie van Karl Marx → communistische strijd
In westen ontwikkeling (interbellum) minder orthodoxe, ‘kritische’ variant: Frankfurter Schule = Critical Theory
Kritische variant nieuw elan jaren ‘60 door kruisbestuiving poststructuralisme
→ postkolonialisme
Karl Marx
(1818-1883)
Econoom, socioloog, filosoof en politiek activist
Getekend door industriële revolutie
‘Het communistisch manifest’ (1847 - Friedrich Engels)
Das Kapital (1867 1ste deel)
Centrale ideeën Marx
Klassenstrijd: Geschiedenis = opeenvolging strijd tss klassen om beste materiële vw, gebeurt ‘dialectisch’ volgens schema: these → antithese → synthese, Einde geschiedenis = klasseloze maatschappij
Materialisme: materiële omstandigheden waarin we leven en werken primeren, geen spirituelen dimensie aan materiële wkh
(Dialectisch materialisme)
Onderbouw & bovenbouw: sociale omstandigheden (economie) bepalen wie we zijn, wat we denken en doen, onderbouw (basis, geheel van productieverhoudingen) bepaalt bovenbouw (superstructuur, juridisch en politiek)
literatuur - bovenbouw
weerspiegelt maatschappelijke omstandigheden,
Maatschappelijke positie bepaalt hoe schrijver schrijft en hoe lezer leest
Lit nooit waardevrij en altijd historisch gesitueerd
Ideologie
geheel aan opvattingen en overtuigingen waarmee we voor onszelf voorstelling maken van wereld
→ Marx: fragmentarisch en vals
Ideologie maakt blind voor problemen en mistoestanden → “natuurlijk en onveranderlijk”
→ houdt bestaande machtsverhouding in stand
Doel Marx: ontmaskeren en bekritiseren ideologie als vals bewustzijn → activisme
Marx (en Engels) literatuur functies
1) ideologische functie (representatie en reproductie van dominante ideologie)
2) ideologiekritische functie (kritiek op/ontwrichting dominante ideologie)
Maar geen volwaardige marxistische esthetica uitgebouwd
György Lukács
(1885-1971)
Hongaarse filosoof
Eerst pre-marxistisch (‘Theorie van de roman’) dan wending naar marxisme → wil Marx van esthetica worden
Hele leven gewrongen tss officiële staatsdoctrine communistische regimes, meer vrijgevochten invulling marxisme (voor Stalinisten te los, voor andere linkse te orthodox)
Kant onbruikbaar (belangeloos welbehagen X)
Aanhanger verlichte rede → verwierp Nietzsche & Freud
Uitgangspunt: kunst = weerspiegeling (mimese) van socio-economische wkh
Literatuuropvatting György Lukács
Lit algemene wetmatigheden van maatschappelijke gebeuren (onderbouw) weergeven
omvattende weergave, breed panorama (alle klassen)
Personages herkenbaar en typisch voor maatschappelijke tendensen
Tendens van werk moet kritisch zijn voor kapitalisme & verwijzen nr mogelijkheid betere, socialistisch georganiseerde samenleving
Bewondering voor klassieke realisme (ca. 1840-1880, Lev Tolstoj)
Afwijzing:
naturalisme: detail maar blijft oppervlakkig, te weinig ‘typisch’ → te objectief
Modernisme: weergave bewustzijn te subjectief
Historische avant-garde: product van bourgeois decadentie
Russisch formalisme: ostranenie vervormt wkh ipv weergave & vestigt aandacht op tekst als tekst (gevaar autonomisme)
Benadering = normatief
Gelijkenis Aristoteles
Socialistisch realisme
in schrijverscongres USSR 1934 uitgeroepen tot officiële artistieke doctrine van SU
Uitgangspunten: literatuur moet
Sociale functie hebben
Ten dienste staan van de massa
Bestanddeel worden van de activiteiten van communistische partij
→ vulgair marxisme
Reacties op Lukàcs
verder gewerkt:
Lucien Goldmann (1913-1970): romeense denker, leerling, genetisch structuralisme
Kritiek:
Bertolt Brecht: verwijst van nostalgie, kunst contradicties blootleggen, vervreemdingseffect draagt bij aan klassenbewustzijn
Frankfurter Schule (Adorno, Horkheimer, Marcuse, W. Benjamin)
Frankfurter Schule
(institute für sozialforschung)
°1923
Academisch onderzoeksinstituut, niet partijgebonden
Overwegend Joods
‘40- ‘48 actief in VS
Grote impact tegenculturen & studentenrevolte ‘60
verzamelnaam: kritische theorie / Critical Theory
(Neomarxisme)
Walter Benjamin, Theodor Adorno, Max Horkheimer, Herbert Marcuse, Jurgen Habermas
Kritische theorie FS
waarom door Marx voorspelde klassenstrijd in West-Europa en VS uitgebleven?
→ indoctrinatie via cultuurindustrie saboteert klassenbewustzijn
In vizier: massacultuur (want ideologiebevestigend)
‘Huwelijk’ marxisme en psychoanalyse:
stelt impact verlichte rede kleiner dan moderne mens zich wijsmaakt → leren massamens onuitgesproken verlangens onderzoeken
Maar ‘onbewuste drijft ons aan’ <> ‘sociale omstandigheden bepalen gedrag’
Dialectiek van de Verlichting
Theodor Adorno & Max Horkheimer (1944/47)
Verlichting in streven naar rationeel beheersing & onderwerping natuur → onbedoeld bijdragen instrumentalisering rede: rede gereduceerd tot middel vr efficiëntie en controle
visie Adorno
verwerpt klassiek realisme van Lukács ← pretentie werkelijkheidgetrouw totaalbeeld realiteit kunnen geven = gevaarlijke illusie
Op zoek naar ‘negativiteit’ in kunst: elmn die illusie van afgerond en overzichtelijk geheel dwarsbomen → bewondering modernisme en avant-garde
Probeert Kant en Marx samen te brengen: belangeloos welbehagen → schoonheid staat op zichzelf + kunst wereld veranderen → formele autonomie, sociale kritiek
Theodor Adorno
(1903-1969)
belangrijke stem Frankfurter Schule
Kritisch voor cultuurindustrie
‘On popular Music’ (1941): ‘populaire’ muziek (standardization, same familiar experience) → keep customer in line, lull the listener to inattention vs ‘serieuze’ muziek (out the standard scheme)
Arnold Schönberg
(1874-1951)
Grondlegger dodecafonische muziek
→ beantwoord Adorno’s verlangen naar negativiteit
Critical theory vs poststructuralisme
Adorno’s negativiteit = raakpunt tss ^
Negativiteit: kunst keert zich tegen alles wat zich als systeem of eenheid aandient → anti-totalitair
Derrida - deconstructie-denken: verzet tegen het geloof in één waarheidscentrum (logocentrisme), in gesloten structuren
Kruisbestuiving marxisme en poststructuralisme → postmarxisme
Postmarxisme
verzamelnaam antikapitalistische maatschappijkritiek sinds ‘60
Schatplichtig Marx: tegen sociale ongelijkheid en uitgesproken activistisch
Maar klassenongelijkheid wordt aangevuld met o.a. gender, etniciteit, dekolonisatie, climate justice, intersectionalitiet
Michel Foucault
(1929-1984)
Franse filosoof en historicus
Poststructuralist & (post)Marxist
Onderzoekt hoe kennis afhangt van overheersende mentaliteit in bep periodes (‘archeologie van het weten’)
Sleutelbegrip: discours
Discours
een coherent geheel van taal- en symboolgebruik waarmee groepen de wereld ordenen en interpreteren
→ reflecteert niet over wkh, maar produceert kennis over wkh
Bepalen wat zeg- en denkbaar is, wat legitiem (geen ‘waar’ en ‘vals’, geen waarheid buiten discours)
Kennen recht van spreken toe
(Cf. De Saussure)
Marxistisch: argwaan dominante ideologie (discours als vals bewustzijn)
Poststructuralistisch: focus op taal (ipv wkh) + relativeren van waarheid, er zijn enkel ‘discoursen’, ongefilterde waarheid is niet kenbaar
Marxisme → Postkolonialisme
waarom klassenstrijd uitgebleven (x CT)? Imperialisme → koloniale gebieden plunderen → welvaart (ook arbeidersklasse) stijgen
Belang jaren ‘60
opkomst ‘nieuw links’: postmaterialisme, mateloze consumptie en bezitsdrang ten koste leefmilieu en sociaal weefsel
Globaal perspectief
Aandacht onderdrukking minderheden
Imperialisme
proces waarbij landen controle verwerven over gebieden die niet toebehoren tot hun eigenlijke territorium
Westerse landen 19de eeuw
Kolonialisme
proces van bezetting/bewoning door nationale mogendheden van andere gebieden met het doel op ontginning
Eurocentrisme
culturen beoordelen vanuit Europese/westerse waarden en denkpatronen
Postkolonialisme
periodebegrip: na einde kolonialisme (WWII)
Postkoloniale theorie: koloniale verhoudingen kritisch onderzoeken (van 16de eeuw tot nu)
Postkoloniale literatuurtheorie
aandacht voor:
Processen van beeldvorming en de identiteitsconstructie
Kolonisator vs gekoloniseerde
West vs rest
Wit vs zwart
Eigene vs andere
Lit die voorkomt uit / getuigenis aflegt van koloniale ervaring door de Ander een stem te geven
Geïnspireerd door postmodernisme/poststructuralisme
Edward Said
(1935-2003)
‘Orientalism’ (1978): de Oriënt (het oosten) is een westerse eurocentrische en kolonel constructie
Oriëntalisme: het discours dat de koloniale wereld op dwingende wijze vorm geeft en machtsverhoudingen tss kolonisator en gekoloniseerde legitimeert, manifesteert zich in economische, politieke wetenschappelijk, intellectuele en culturele domein
Beïnvloed door Michel Foucault (discours)
Typische sjablonen in postkoloniale theorie
De nobele wilde: representant van vreemde beschaving die, ondanks primitieve eigenschappen, innerlijke goedheid belichaamt → implicatie mens in zuivere vorm ‘goed’, product westerse fascinatie
De witte redder: witte hel redt de ‘ander, soort Messias, ander niet in staat lot in eigen handen nemen → paternalisme