1/24
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen en modellen van interne en externe strategische marketinganalyse, inclusief strategie-visies, omgevingsfactoren en groeimodellen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Strategie (Johnson & Scholes)
Een koersbepaling gebaseerd op acht sleutelbegrippen: richting, afbakening, lange termijn, omgeving, concurrentievoordeel, organisatie, middelen en stakeholders.
Strategie als manoeuvre
Een zienswijze waarbij strategie wordt beschouwd als een slimme actie of tactiek om de concurrentie te slim af te zijn, waarbij timing essentieel is.
Economisch-technische component (Krijnen, 2000)
Onderdeel van een missie dat beschrijft wat de organisatie doet en voor wie de activiteiten bedoeld zijn.
Positioneringshiërarchie van Van Kralingen
Een model dat positioneren verdeelt in drie lagen: business-, merk- en communicatiepositionering.
Marketing myopia
Marketingbijziendheid, waarbij organisaties te veel focussen op hun producten en te weinig op de behoeften van hun klanten.
CAST-model
Een raamwerk voor marketing bestaande uit vier niveaus: Cultuur (fundament), Analyse (inzichten), Strategie (keuzes) en Tactiek (uitvoering).
Marketing audit
Een grondige analyse van alle marketingactiviteiten op macro-, meso- en microniveau om prestaties te beoordelen en verbeterkansen te identificeren.
Adaptive marketingaanpak
Een proactieve houding waarbij een organisatie veranderingen ziet aankomen en snel, wendbaar en vooruitdenkend schakelt.
7S Model
Een hulpmiddel voor interne analyse bestaande uit drie harde factoren (Strategie, Structuur, Systemen) en vier zachte factoren (Personeel, Sleutelvaardigheden, Stijl, Gemeenschappelijke waarden).
Abell-model
Een model dat de markt definieert aan de hand van drie dimensies: afnemersgroepen (wie), behoeften (wat) en technologieën (hoe).
Bedrijfstak
Een groep bedrijven die dezelfde producten of diensten aanbieden en zich op dezelfde plek in de bedrijfskolom bevinden.
Generieke concurrentie
Concurrentie op het niveau van andere oplossingen voor dezelfde behoefte, zoals de keuze tussen een kop koffie of een powernap.
Stakeholder salience model
Een model dat gebruikt wordt om stakeholders te identificeren en op basis van hun belang te prioriteren.
Migratiesaldo
Het verschil tussen het immigratiecijfer en het emigratiecijfer; een positief saldo duidt op een vestigingsoverschot.
Bruto binnenlands product (bbp)
De totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar door organisaties en de overheid binnen de landsgrenzen zijn geproduceerd.
Participatiegraad
Het deel van de beroepsbevolking dat daadwerkelijk deelneemt aan het arbeidsproces.
Inkomenselasticiteit van de vraag
Een indicator die de conjunctuurgevoeligheid aangeeft, waarbij noodzakelijke producten een lage en luxe producten een hoge elasticiteit (groter dan +1) hebben.
Kosteninflatie (Cost Push)
Inflatie veroorzaakt door de aanbodzijde van de economie, waarbij gestegen productiekosten worden doorberekend in de verkoopprijzen.
Marktpotentieel
De som van de effectieve vraag en de potentiële vraag, oftewel de maximale verkoop mogelijk onder ideale omstandigheden.
Network Administrative Organization (NAO)
Een netwerkvorm waarbij een aparte, neutrale organisatie wordt opgericht om het netwerk te beheren en de deelnemers te ondersteunen.
Operational excellence
Eén van de waardestrategieën van Treacy en Wiersema, gericht op het uitblinken in procesefficiëntie en kostenbeheersing.
Cash Cows (BCG-matrix)
Producten met een hoog marktaandeel in een markt met lage groei, die een stabiele cashflow genereren voor andere investeringen.
Marktpenetratie (Ansoff)
Een groeistrategie gericht op het vergroten van het marktaandeel met bestaande producten in bestaande markten.
Eerstegraads kannibalisatie
Het verschijnsel waarbij een nieuw product de omzet wegneemt van een andere variant van hetzelfde merk.
Blue Ocean-strategie
Een strategie gericht op waarde-innovatie om nieuwe markten te creëren waarin concurrentie irrelevant is.