1/62
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Agentic shift
Neiging om verantwoordelijkheid voor eigen acties af te geven, waardoor we onszelf enkel als uitvoerder zien.
Agressief gedrag
Gedrag waarbij we onze eigen belangen nastreven zonder rekening te houden met iemand anders.
Assertief gedrag
Gedrag waarbij we zelfverzekerd en respectvol omgaan met anderen en voor onszelf en de ander opkomen.
Attitude
Evaluatie van een bepaald object (persoon, voorwerp of idee).
Attitudevaccinatie
Effect waarbij we beter weerstand kunnen bieden aan beïnvloeding van onze attitudes als we vooraf worden geconfronteerd met boodschappen die tegen onze attitude ingaan.
Automatische beïnvloeding
Beïnvloeding die snel, zonder bewuste aandacht gebeurt en moeilijk te onderbreken is.
Behoefte aan afsluiting
Behoefte om tot een snelle en definitieve beslissing te komen.
Behoefte aan cognitie
Behoefte om na te denken over problemen en oplossingen te zoeken en moeilijke opdrachten te verkiezen boven gemakkelijke.
Blinde gehoorzaamheid
Neiging om bevelen of instructies van een autoriteit zonder na te denken te volgen.
Centrale verwerkingsroute
Proces waarbij informatie actief en bewust verwerkt wordt.
Cognitieve consonantie
Toestand waarin onze overtuigingen overeenkomen met elkaar en met ons gedrag.
Cognitieve dissonantie
Toestand van spanning wanneer er inconsistentie optreedt tussen overtuigingen en gedrag.
Conflicthanteringsstijl
Manier waarop we met conflictsituaties omgaan.
Conformeren
Gedachten, gevoelens en gedrag aanpassen aan de groepsnormen.
Conversion theory
Theorie die verklaart hoe minderheid de meerderheid kan beïnvloeden.
Covariantieprincipe
Idee dat we gedrag verklaren door te kijken welke factor aanwezig is als gedrag zich voordoet en welke afwezig is als het gedrag afwezig is.
Dat-is-nog-niet-alles-techniek
Beïnvloedingstechniek waarbij eerst een matig bod en daarna een beter bod wordt gedaan.
Demand compliance
Neiging van proefpersonen om te proberen te voldoen aan de verwachtingen van de onderzoekers.
Deur-in-het-gezicht-techniek
Beïnvloedingstechniek waarbij eerst een grote vraag wordt gesteld en daarna een kleinere.
Eigenaardigheidskrediet
Soort krediet dat we verwerven door de groepsnormen te volgen.
Elaboration likelihood model
Model dat voorspelt wanneer we informatie oppervlakkig of diepgaand verwerken.
Evaluatieve conditionering
Proces waarbij een prikkel gekoppeld wordt aan een positieve of negatieve prikkel.
Evasief gedrag
Gedrag waarbij we vluchten of contact met anderen vermijden.
Gehoorzamen
Gedrag aanpassen als gevolg van een bevel van een autoriteit.
Ik-boodschap
Boodschap waarin we eigen behoeften en wensen aangeven.
Informatieve beïnvloeding
Beïnvloeding door anderen die als bron van correcte informatie worden gezien.
Inwilliging
Vorm van sociale beïnvloeding waarbij we instemmen met een expliciete vraag.
Jij-boodschap
Boodschap waarin gedrag en bedoelingen van de ander benoemd worden.
Mere exposure effect
Effect waarbij herhaalde blootstelling aan een stimulus leidt tot een positievere attitude.
Neerwaartse vergelijkingstendens
Neiging om onszelf te vergelijken met anderen die het minder goed doen dan wij.
Normatieve invloed
Beïnvloeding door anderen omdat we willen afwijken van de norm vermijden.
Omstandigheidsattributie
Neiging om gedrag toe te schrijven aan de situatie.
Opwaartse vergelijkingstendens
Neiging om onszelf te vergelijken met anderen die het beter doen dan wij.
Perifere verwerkingsroute
Proces waarbij informatie snel en oppervlakkig verwerkt wordt.
Persoonsattributie
Neiging om gedrag toe te schrijven aan de persoon.
Psychologische reactantie
Neiging om niet in te gaan op verzoeken wanneer vrijheid wordt bedreigd.
Publieke conformiteit
Oppervlakkige aanpassing aan anderen zonder echte overtuiging.
Reasoned action approach
Uitbreiding van de theory of planned behavior met achtergronden, overtuigingen en feedback.
Similariteitstendens
Neiging om ons vooral te vergelijken met mensen die op ons lijken.
Sociale cognitie
Onderdeel van de sociale psychologie dat mentale processen bestudeert die ons sociale gedrag bepalen.
Sociale impacttheorie
Theorie die verklaart hoe kenmerken van de bron invloed hebben op sociale beïnvloeding.
Sociale leertheorie
Theorie die stelt dat we leren door anderen te observeren en te imiteren.
Sociale psychologie
Wetenschappelijke studie van hoe gedachten, gevoelens en gedrag worden beïnvloed door anderen.
Sociale vergelijkingstheorie
Theorie die stelt dat we onszelf evalueren door vergelijking met anderen.
Stimulusattributie
Toeschrijven van gedrag aan eigenschappen van de stimulus.
Subassertief gedrag
Gedrag waarbij we onszelf volledig wegcijferen.
Systeem 1-denken
Snelle, intuïtieve manier van denken.
Systeem 2-denken
Trage, gecontroleerde en bewuste manier van denken.
Theory of planned behavior
Theorie die stelt dat attitudes, subjectieve normen en waargenomen controle gedrag bepalen.
Voet-tussen-de-deur-techniek
Beïnvloedingstechniek waarbij eerst een kleine vraag wordt gesteld.
Zodra-de-bal-aan-het-rollen-is-techniek
Techniek waarbij instemming met een vraag leidt tot verdere instemming.
Arousal
Mate van fysiologische opwinding.
Free-rider effect
Effect waarbij mensen minder inspanning leveren in groep.
Publiekeffect
Invloed van aanwezigheid van anderen op gedrag.
Sociaal parasiteren
Minder inspanning leveren omdat bijdrage niet zichtbaar is.
Sociale activeringstheorie
Theorie over invloed van aanwezigheid van anderen.
Sociale belemmering
Negatieve invloed van anderen op prestaties.
Sociale compensatie
Extra inspanning leveren om groepsdoel te halen.
Sociale durf
Meer durf tonen in groep.
Sociale facilitatie
Positieve invloed van anderen op prestaties bij gemakkelijke taken.
Partijdonatie
Financiële steun aan politieke partijen.
Politieke socialisatie
Proces waarbij politieke waarden worden aangeleerd.
Socialisatieagent
Actor die politieke informatie overdraagt.