1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Spierrekkingsreflexen algemeen
• Testen in liggende houding.
• Bij onvoldoende opwekbaarheid: gebruik handgreep van Jendrassik of laat patiënt kaken op elkaar klemmen vlak voor gebruik reflexhamer.
• Mate van optreden benoemen: afwezig, zwak, normaal, levendig, clonus. En Altijd links en rechts vergelijken.
Kniepees (L2-3-4; n. femoralis)
• Rechts: Rechterknie in lichte flexie brengen door arm onder knie te schuiven; steun met hand boven linkerknie.
• Links: Linkerknie in lichte flexie brengen door hand onder knie te schuiven; steun met onderarm op rechterknie.
• Lokaliseer pees door palpatie onder de patella.
• Sla met reflexhamer direct op de pees.
• Effect: extensie knie, spiertrekking bovenbeen.
• Benoem reflex en beoordeel symmetrie (L/R).
Achillespees (S1; afferent n. tibialis, efferent n.ischiadicus)
• Ga naast patiënt op bed zitten met rug naar patiënt (na aankondiging).
• Pak voet vast en klem onderbeen tussen elleboog en lichaam.
• Knie en enkel in 90 graden flexie; breng voet in lichte dorsale flexie.
• Lokaliseer pees en sla direct met losse pols.
• Effect: plantair flexie.
• Benoem reflex en beoordeel symmetrie (L/R).
Voetzoolreflex (exteroceptief; L5-S2; nn.plantaris, tibialis, ischiadicus)
• Fixeer enkel op onderzoeksbank.
• Strijk stevig met stokje van hiel via laterale voetzoolrand naar de bal van de voet.
• Effecten:
o Normale reflex (Strumpel): plantairflexie tenen. Indifferente reflex: geen reactie. Pathologische reflex (Babinski): dorsaalflexie grote teen en spreiden van tenen.