BATCH 10 — Spijsverteringsstelsel: signalement, anamnese en algemene indruk

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/113

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:41 AM on 6/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

114 Terms

1
New cards

Waarom is signalement belangrijk bij GI-klachten?

Ras, leeftijd, geslacht en diersoort sturen de differentiaaldiagnose

2
New cards

Waarom is ras belangrijk bij GI-klachten?

Sommige rassen hebben aanleg voor bepaalde aandoeningen

3
New cards

Welke aandoening komt vaker voor bij Duitse Herders?

Exocriene pancreasinsufficiëntie

4
New cards

Waarom is leeftijd belangrijk bij GI-klachten?

Oudere dieren hebben vaker tumoren of tandproblemen

5
New cards

Waarom is geslacht belangrijk bij GI-klachten?

Sommige aandoeningen, zoals liesbreuk, zijn geslachtsafhankelijk

6
New cards

Waarom is diersoort belangrijk bij GI-klachten?

Aandoeningen en interpretaties verschillen per diersoort

7
New cards

Wat kunnen orale ulceraties bij een kat betekenen?

Uremie door chronische nierinsufficiëntie

8
New cards

Wat is brachygnatie?

Te korte boven- of onderkaak

9
New cards

Wat is palatoschisis?

Gespleten gehemelte

10
New cards

Wat is de volgorde in GI-anamnese?

Probleem formuleren, algemeen functioneren, leefomstandigheden en voorgeschiedenis

11
New cards

Wat is verminderde eetlust?

Minder eten dan normaal

12
New cards

Wat is anorexie in klinische zin?

Niet meer kunnen of willen eten

13
New cards

Wat is het verschil tussen niet kunnen eten en niet willen eten?

Niet kunnen eten komt door mechanisch/functioneel probleem; niet willen eten door ziekte of gedrag

14
New cards

Welke oorzaken geven niet kunnen eten?

Tandproblemen, pijn in mond of te strak halster

15
New cards

Welke oorzaken geven niet willen eten?

Systemische ziekte, pijn of psychische stress door veranderde omgeving

16
New cards

Wat is polyfagie?

Meer eten dan normaal

17
New cards

Waarbij kan polyfagie voorkomen?

Bijvoorbeeld hyperthyroïdie

18
New cards

Wat betekent veel eten maar niet bijkomen?

Denk aan parasitair probleem of malabsorptie

19
New cards

Welke gedragsverandering past bij koliek?

Stampen naar de buik, rollen of onrust

20
New cards

Wat is pica?

Opnemen van niet-eetbare dingen

21
New cards

Waarbij kan pica voorkomen?

Mineralentekort of gedragsprobleem

22
New cards

Wat is coprofagie?

Eten van mest/ontlasting

23
New cards

Bij welke jonge dieren kan coprofagie normaal zijn?

Puppy’s en veulens

24
New cards

Waarom is coprofagie bij veulens nuttig?

Het helpt de darmflora ontwikkelen

25
New cards

Bij welk dier is coprofagie noodzakelijk?

Konijn

26
New cards

Wat vraag je over vochtopname?

Of het dier niet kan drinken, niet wil drinken of juist polydipsie heeft

27
New cards

Waarom kan lichte koliek polydipsie geven?

Het dier probeert het probleem soms op te lossen door veel te drinken

28
New cards

Waarom is luchtzuigen relevant?

Het kan darmproblemen geven

29
New cards

Waarop kan geeuwen wijzen?

Maagulcers

30
New cards

Wat is dysfagie?

Stoornis in voedselopname door probleem in mond, keel of slokdarm

31
New cards

Wat is braken?

Actieve expulsie uit maag of dunne darm met buikcontracties

32
New cards

Wat is regurgiteren?

Passieve terugvloei uit keel, slokdarm of maag zonder buikcontracties

33
New cards

Hoe onderscheid je braken van regurgiteren?

Braken is actief met buikpers; regurgiteren is passief zonder buikcontracties

34
New cards

Wat betekent braken snel na de maaltijd?

Kan passen bij obstructie of eigenlijk regurgitatie

35
New cards

Wat betekent braken uren na de maaltijd?

Kan passen bij motiliteitsstoornis of obstructie

36
New cards

Wat betekent groen braaksel?

Gal

37
New cards

Waarom zit er geen gal bij regurgiteren?

Regurgitatie komt meer proximaal uit keel/slokdarm

38
New cards

Wat kan frequent “braken” eigenlijk zijn?

Regurgitatie

39
New cards

Waarom vraag je naar diarree bij braken?

Combinatie helpt lokalisatie en ernst inschatten

40
New cards

Wat is defecatiegedrag?

Controle, frequentie en manier van ontlasten

41
New cards

Wat betekent defeceren zonder controle?

Kan wijzen op dikke darmprobleem of incontinentie

42
New cards

Wat is tenesmus?

Persen of blijven persen

43
New cards

Waarbij past tenesmus vooral?

Dikke darmprobleem

44
New cards

Wat betekent zwart bloed in feces?

Verteerd bloed, meestal uit dunne darm of hoger GI

45
New cards

Wat is melena?

Zwarte feces door verteerd bloed

46
New cards

Waarom wijst melena eerder op dunne darm/hoger GI?

Bloed heeft langere passage en wordt verteerd

47
New cards

Waar wordt mucus/slijm vooral aangemaakt?

Dikke darm

48
New cards

Wat betekent veel slijm bij diarree?

Eerder dikke darmprobleem

49
New cards

Waarom is er bij dikke darmproblemen vaak weinig gewichtsverlies?

Nutriënten zijn al eerder opgenomen

50
New cards

Welke mondgeur kan op tandproblemen wijzen?

Typische visachtige of stinkende geur

51
New cards

Waarom vraag je of dier voedsel uit de mond laat vallen?

Dat kan wijzen op mond- of tandproblemen

52
New cards

Waarom vraag je naar contact met andere dieren?

Besmettelijke ziekte kan een rol spelen

53
New cards

Waarom vraag je naar voeding en voerverandering?

Voerverandering kan diarree veroorzaken

54
New cards

Waarom vraag je naar tandverzorging?

Tandproblemen komen vaak voor bij GI-klachten

55
New cards

Waarom vraag je naar vaccinatiestatus bij diarree?

Ongevaccineerde pup met diarree kan parvovirus hebben

56
New cards

Waarom is parvovirus belangrijk bij pups?

Het is ernstig en zeer besmettelijk

57
New cards

Waarom vraag je naar ontwormingsstatus?

Parasieten kunnen GI-klachten geven

58
New cards

Waarom wissel je best niet blind steeds hetzelfde ontwormingsmiddel?

Er is veel resistentie mogelijk

59
New cards

Waarom vraag je naar familiale aandoeningen?

Sommige aandoeningen hebben erfelijke aanleg, zoals EPI bij Duitse Herders

60
New cards

Wanneer start het klinisch onderzoek?

Na signalement en anamnese

61
New cards

Wat is de volgorde van GI-klinisch onderzoek?

Kop, mond, slokdarm, abdomen, lever, milt, rectum, anus en perianale regio

62
New cards

Waarop inspecteer je de kop?

Asymmetrie, speekselen, oog- en neusvloei en bloed uit de mond

63
New cards

Wat palpeer je aan de kop?

Ogen/retrobulbaire druk, kauwspieren, speekselklieren en mandibulaire lymfeknopen

64
New cards

Wat kan asymmetrie van de kop betekenen?

Zwelling, abces, tumor, trauma of lymfeknoopprobleem

65
New cards

Waarom palpeer je retrobulbaire druk?

Om pijn of massa achter het oog te detecteren

66
New cards

Waarom onderzoek je de lippen?

Letsels kunnen wijzen op lokale of systemische aandoeningen

67
New cards

Wat kan eccthyma geven?

Ontstekingsreacties/letsels aan lippen of mondregio

68
New cards

Wat kan verlaagde liptonus betekenen?

Facialisparalyse

69
New cards

Wat kan verhoogde lip- of kaaktonus betekenen?

Tetanus

70
New cards

Waarom onderzoek je de wangen?

Voedselproppen kunnen wijzen op kauw- of slikproblemen

71
New cards

Wat onderzoek je aan boven- en onderkaak?

Brachygnatie, zwelling, abnormale beweeglijkheid, tonus en kaakgewricht

72
New cards

Hoe kan je abnormale beweeglijkheid van de onderkaak testen?

Mond openen en hoofd lichtjes schudden

73
New cards

Waarop kan abnormale beweeglijkheid van de onderkaak wijzen?

Fractuur

74
New cards

Wat kan zwelling in de schaarstreek betekenen?

Lymfeknoopopzetting, huidontsteking, oedeem of houten tong

75
New cards

Wat is houten tong?

Actinobacillose bij rund

76
New cards

Wat beoordeel je in de mondholte?

Beweeglijkheid, pijn, geur, gehemelte, tong, vreemde voorwerpen, speeksel en tanden

77
New cards

Waarom kan openen van de mond al diagnostisch zijn?

Pijn of verminderde beweeglijkheid kan meteen opvallen

78
New cards

Wat beoordeel je aan het gehemelte?

Icterus, palatoschisis en zwellingen

79
New cards

Wat beoordeel je aan de tong?

Beweeglijkheid, malformaties en letsels

80
New cards

Bij welke dieren vind je vaak vreemde voorwerpen in de mond?

Vooral jonge dieren

81
New cards

Wat is hyposialie?

Te weinig speekselproductie

82
New cards

Wat is antyalisme?

Afwezigheid of sterke daling van speekselproductie

83
New cards

Waarbij kan hyposialie/antyalisme voorkomen?

Hypovolemie

84
New cards

Wat is ptyalisme?

Te veel speekselproductie

85
New cards

Waarbij kan ptyalisme voorkomen?

Slokdarmobstructie

86
New cards

Wat is pseudoptyalisme?

Speeksel lijkt te veel doordat afvoer/slikken verstoord is

87
New cards

Waarom kan slikprobleem pseudoptyalisme geven?

Speeksel wordt niet goed afgevoerd

88
New cards

Hoe kan je bij kleine huisdieren deels de mond bekijken zonder openen?

Door de wang op te tillen

89
New cards

Waarom kan dat bij kleine huisdieren?

Ze hebben sterk uitgesneden mondhoeken

90
New cards

Waarom moet eigenaar erbij zijn bij grote hond?

Voor veiligheid en geruststelling

91
New cards

Waarom zet je een grote hond niet in een hoek voor mondonderzoek?

Dan voelt hij zich bedreigd en kan hij minder weg

92
New cards

Hoe open je de mond van een hond?

Eén hand rond snuit, andere rond onderkaak, duim tussen hoektanden/kiezen en druk op gehemelte

93
New cards

Hoe kijk je onder de tong van een kat?

Duim tussen takken van onderkaak duwen zodat tongbasis omhoog komt

94
New cards

Hoe open je de mond van een varken of kameelachtige?

Met een touwtje rond boven- en onderkaak

95
New cards

Wanneer doe je uitgebreid mondonderzoek best onder sedatie/anesthesie?

Als langdurig of volledig onderzoek nodig is

96
New cards

Waarom gebruik je een mondspreider bij paard?

Om de mond veilig en stabiel open te houden

97
New cards

Waarom zijn blokjes tussen tanden bij paard minder ideaal?

Ze kunnen verschuiven

98
New cards

Welk deel van de slokdarm is palpabel?

Alleen het cervicale deel

99
New cards

Hoe onderzoek je de slokdarm verder?

RX, endoscopie of slokdarmsondage

100
New cards

Wat kan slokdarmobstructie veroorzaken?

Mega-oesophagus en speekselen/regurgitatie