Assessment H10 - deel 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/71

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:19 PM on 4/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

72 Terms

1
New cards

Zijn mannen slimmer dan vrouwen volgens historisch denken

Historisch werd vaak aangenomen dat mannen intelligenter zijn dan vrouwen met vermeende superieure prestaties in bepaalde domeinen.

2
New cards

Wat tonen uitzonderlijke prestaties historisch over mannen en vrouwen

Historisch lijken mannen oververtegenwoordigd bij uitzonderlijke prestaties (bv. wiskunde 50:1, literatuur 10:1), maar dit weerspiegelt vooral kansen en toegang.

3
New cards

Waarom zijn mannen historisch oververtegenwoordigd in kunst en wetenschap

Omdat vrouwen vroeger minder toegang hadden tot onderwijs en maatschappelijke kansen.

4
New cards

Wat is de conclusie over algemene intelligentie tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen zijn gelijk in algemene g-factor.

5
New cards

Waarin verschillen mannen en vrouwen volgens huidige inzichten

Er zijn kleine verschillen in specifieke cognitieve vaardigheden, maar niet in algemene intelligentie.

6
New cards

Wat zei Wechsler over vrouwelijke intelligentie

Hij suggereerde dat vrouwen niet alleen intelligenter zijn, maar ook vaak gevaarlijker in positieve zin (“more intelligent than the male”).

7
New cards

Wat illustreert de Wechsler-quote

Dat maatschappelijke overtuigingen over intelligentie vaak niet overeenkomen met data.

8
New cards

Wat geloofden de founding fathers over geslachtsverschillen in intelligentie

Dat mannen en vrouwen gelijk scoorden op intelligentie, met zelfs een lichte tendens in voordeel van vrouwen.

9
New cards

Wat is het probleem met historische interpretaties van intelligentieverschillen

Men trok conclusies die verder gingen dan de data toeliet.

10
New cards

Wat gebeurde er bij vroege IQ-verschillen tussen rassen

Men zag verschillen en concludeerde ongelijkheid in intelligentie, terwijl er meerdere mogelijke verklaringen zijn.

11
New cards

Wat is de algemene les over verschillen tussen groepen

Een verschil kan veel oorzaken hebben, dus geen directe conclusie over aangeboren intelligentie.

12
New cards

Wat is de rolverdeling van mannen en vrouwen universeel gezien

Mannen jagen en doen fysieke taken, vrouwen zorgen voor kinderen en voedselbereiding.

13
New cards

Is rolverdeling tussen mannen en vrouwen cultureel verschillend

Ja, maar de richting van het verschil is wereldwijd vergelijkbaar.

14
New cards

Wat wordt bedoeld met ‘man’ en ‘vrouw’ in dit onderzoek

Biologische geslachtscategorieën, niet gender.

15
New cards

Wat is het verschil tussen geslacht en gender

Geslacht is biologisch, gender is een zelfgeïdentificeerde rol/oriëntatie.

16
New cards

Worden transpersonen meegenomen in dit onderzoek

Nee, er is weinig tot geen onderzoek naar hun specifieke cognitieve verschillen.

17
New cards

Wat is de conclusie over gender in deze studies

Ze gaan over biologisch geslacht, niet genderidentiteit.

18
New cards

Wat was de oorspronkelijke stelling van Halpern

Ze was kritisch over het idee dat mannen en vrouwen verschillen in intelligentie.

19
New cards

Hoe veranderde Halperns visie later

Ze erkende dat er wel verschillen zijn, maar niet in algemene intelligentie.

20
New cards

Waarin zag Halpern wel verschillen

In specifieke aspecten van intellectueel functioneren.

21
New cards

Wat benadrukte Halpern later over hersenen

Dat hersenen plastisch en beïnvloedbaar zijn door omgeving.

22
New cards

Wat tonen psychometrische studies in het algemeen

Resultaten verschillen afhankelijk van testbatterij.

23
New cards

Wat tonen WISC-III en WAIS-R over geslachtsverschillen

Een klein voordeel voor mannen van ongeveer 2–4 IQ-punten.

24
New cards

Hoe groot is het verschil in WISC/WAIS

Klein en niet substantieel.

25
New cards

Wat toont de AFQT in NLSY79

Een licht voordeel voor vrouwen, maar klein en statistisch onzeker.

26
New cards

Wat toont de CAT in het VK

Geen verschil in algemene factor, maar klein voordeel voor vrouwen in verbale vaardigheden.

27
New cards

Wat is mogelijke verklaring voor verbaal voordeel bij meisjes

Snellere cognitieve ontwikkeling op jonge leeftijd.

28
New cards

Wat stelde Lynn over IQ-verschillen

Dat mannen hogere intelligentie hebben en dat testen het verschil onderschatten.

29
New cards

Waarom denkt Lynn dat vrouwen sneller volwassen zijn

Omdat hersenrijping sneller zou verlopen bij vrouwen

30
New cards

Wordt Lynn zijn maturatietheorie ondersteund

Nee, hersenonderzoek vindt weinig bewijs.

31
New cards

Wat is een alternatieve verklaring voor Lynn’s observatie

Meer uitval bij jongens in studies.

32
New cards

Wat is Lynn’s tweede verklaring

Testen zijn biased tegen mannen.

33
New cards

Wat ontbreekt volgens Lynn in IQ-tests

Visuospatiale taken waarin mannen vaak beter scoren.

34
New cards

Wat is kritiek op bias-argument van Lynn

Er is geen objectieve norm om te bepalen wat ‘ondervertegenwoordigd’ is

→ wie bepaalt of we in een bepaalde batterij iets te weinig hebben opgenomen?

35
New cards

Wat stelt Jensen als oplossing

Kijken naar de g-factor in plaats van totaalscores.

36
New cards

Wat vond Deary et al in NLSY79

Een klein voordeel voor mannen op g via complexe analyse.

37
New cards

Wat is kritiek op Deary et al

De g-factor hangt af van subtestkeuze en correlaties.

38
New cards

Wat vond Arribas-Aguilla op 12 jaar

Geen sekseverschil in g op jonge leeftijd.

39
New cards

Wat vond Arribas-Aguilla op 18 jaar

Een voordeel voor jongens van ongeveer 5 IQ-punten.

40
New cards

Wat kan dit verschil op 18 jaar verklaren

Mogelijke uitval of selectie-effecten.

41
New cards

Wat is de conclusie over testbatterijen en intelligentieverschillen

Geen sterke evidentie voor echte verschillen in algemene intelligentie.

42
New cards

Wat is de ideale situatie voor intelligentiemeting

Pure meting van g in representatieve populatie.

43
New cards

Wat is de realiteit van intelligentiemeting

Er bestaat geen zuivere meting van g.

44
New cards

Welke test benadert g het best

Raven’s Progressive Matrices.

45
New cards

Wat vonden Lynn en Irwing met RPM

Een verschil van 4.5–5 IQ-punten in voordeel van mannen.

46
New cards

Wat is probleem met de steekproef van Lynn en Irwing

Niet representatief voor de populatie.

47
New cards

Wat is een voorbeeld van niet-representativiteit

Ingenieursstudenten of selectieve groepen.

48
New cards

Wat vonden standaardiseringssteekproeven

Geen duidelijke sekseverschillen.

49
New cards

Wat was bijzonder aan de Des Moines steekproef

Demografisch leek ze op de VS maar was geen perfecte afspiegeling.

50
New cards

Welk interactie effect vonden ze in de standaardiseringssteekproeven

Jongens verbeteren met leeftijd.

geslacht x leeftijd

51
New cards

Wat meet de RPM onder andere

Visuospatiale vaardigheden.

52
New cards

Wat is conclusie over RPM en sekseverschillen

Geen sterk bewijs voor verschil in g.

53
New cards

Wat bepaalt een eventueel verschil in RPM

Mogelijk g of visuospatiale vaardigheden.

54
New cards

Wat is algemene conclusie over gemiddelde intelligentie

Mannen en vrouwen zijn gemiddeld gelijk of bijna gelijk.

55
New cards

Waarin ligt mogelijk belangrijk verschil

In variantie (spreiding).

56
New cards

Wat betekent variantieverschil

Meer spreiding in scores bij één groep.

57
New cards

Wat is effect van variantieverschil

Meer mensen aan extreme lage en hoge kanten.

58
New cards

Wat toont Schotse studie bij 11-jarigen

Meer jongens aan beide uitersten van intelligentieverdeling.

59
New cards

Wat toont CAT in VK over variantie

Zelfde patroon: meer jongens aan beide extremen.

60
New cards

Wat is onverwachte bevinding bij extremen

Effect is groter dan verwacht op basis van variantie alleen.

61
New cards

Wat is SMPY-studie

Studie naar hoogbegaafde jongeren in wiskunde.

62
New cards

Wat was doel van SMPY

Identificeren en stimuleren van talentvolle jongeren.

63
New cards

Welke verdeling vindt SMPY en was dit te verwachten

  • een heel scheve verdeling: voor elk meisje 11.2 jongens

    • obv het variantievss verwachtten we maar een vss v 3.5

      • dus de vss die we observeren zijn niet alleen te vekrlaren dr intelligentievss

        • er zijn andere mechanismen aan het werk

64
New cards

Wat vond SMPY over prestaties

Sterke invloed van SES, motivatie en hard werken.

65
New cards

Wat is verschil SAT-M en SAT-V

Wiskundig vs verbaal talent leidt tot verschillende studiekeuzes.

66
New cards

Wat is kritiek op idee van vaste intelligentie = wnr je eenmaal bepaalde intelligentie hebt, het niet meer uitmaakt

Bovenaan blijft verschil zichtbaar tussen extreem hoge niveaus.

er is nog steeds een vss tss zeer intelligent en ontzettend intelligent

67
New cards

Wat is speciaal aan de SMPY studie

ze differentieert aan de bovenkant: maakt een vss tss 1/200 en 1/10 000

68
New cards

Wat is eerste verklaring voor variantieverschil

Twee populaties (normaal vs ontwikkelingsstoornissen)

→ zou verklaren wrm mannen overgerepresenteerd zijn aan de onderkant, want ontwikkelingsstoornissen komen bij hen meer voor

69
New cards

Waarom is eerste verklaring onvoldoende

Kan bovenkant niet verklaren en wordt niet ondersteund door tweelingstudies.

70
New cards

Wat is tweede verklaring voor variantieverschil

X-chromosoom theorie → intelligentie zit op het X chromosoom

71
New cards

Waarom zouden mannen meer variatie hebben

Ze hebben maar één X-chromosoom.

72
New cards

Wat is gevolg van X-chromosoom theorie

Meer extremen bij mannen aan lage en hoge kant, vrouwen kunnen compenseren en daarom meer in het midden