Maatschappijwetenschappen HAVO Syllabus 2026

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards gebaseerd op de Maatschappijwetenschappen HAVO Syllabus 2026, met focus op de hoofdconcepten, kernconcepten en belangrijke sociologische en politicologische termen.

Last updated 5:17 PM on 5/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

60 Terms

1
New cards

Vorming

Het hoofdconcept dat verwijst naar het proces van verwerving van een bepaalde identiteit.

2
New cards

Verhouding

Het hoofdconcept dat verwijst naar de wijze waarop mensen zich van elkaar onderscheiden (розділяються) en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen in sociale zin vorm geven aan deze verschillen.

3
New cards

Binding

Het hoofdconcept dat verwijst naar de relatie en onderlinge afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie, tussen leden van een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat.

4
New cards

Verandering

Het hoofdconcept dat verwijst naar de richting en het tempo van ontwikkelingen in de samenleving en de (on)mogelijkheden deze te beïnvloeden.

5
New cards

Socialisatie

Het proces van overdracht en verwerving (придбання) van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren; bestaande uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.

6
New cards

Acculturatie

Het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan die waarin iemand is opgegroeid.

7
New cards

Identiteit

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.

8
New cards

Cultuur

Het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.

9
New cards

Sociale (on)gelijkheid

Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.

10
New cards

Macht

Het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.

11
New cards

Typen macht

Formeel

Informeel

12
New cards

Machtsbronnen

Economisch: geld

Cognitieve: kennis

Politieke: wetten

Affectieve: charisma

13
New cards

Gezag

Macht die als legitiem beschouwd wordt.

Kwaliteiten

Positie

Prestaties

14
New cards

Politieke participatie

De mate van politieke participatie wordt beïnvloed door variabelen als : opleiding, inkomen, religie, sekse, etniciteit

15
New cards

Politieke participatie

Electorale (участь у виборах): stemmen, meewerken aan de verkiezingen

Niet-electorale (участь поза виборами): lobbye, contacten met politici, politieke partijen

16
New cards

Conflict

Een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen doelen te bereiken.

17
New cards

Samenwerking

Het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel.

18
New cards

Sociale cohesie

Het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en de mate waarin anderen daar een beroep op kunnen doen.

19
New cards

Sociale institutie

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

20
New cards

Groepsvorming

Het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen door wederzijdse beïnvloeding en het ontwikkelen van gemeenschappelijke waarden en normen.

21
New cards

Politieke institutie

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

22
New cards

Representatie

De vertegenwoordiging van een groep in (politieke) organisaties door één of enkele betrokkenen die namens de groep optreden.

23
New cards

Representativiteit

De mate waarin de (politieke) besluiten, de standpunten of achtergrondkenmerken van vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die vertegenwoordigd wordt.

24
New cards

Rationalisering

Het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid om haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken.

25
New cards

Individualisering

Het proces waarbij individuen in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten.

26
New cards

Institutionalisering

Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaardgedragspatronen die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

27
New cards

Democratisering

Het proces van verandering van de machts- en gezagsverhoudingen door een grotere inspraak en medezeggenschap van degenen met minder macht.

28
New cards

Staatsvorming

De institutionalisering van politieke macht tot een staat.

29
New cards

Globalisering

Het proces van uitbreiding en intensivering van contacten en afhankelijkheden over zeer grote afstanden en over landsgrenzen heen.

30
New cards

Politieke socialisatie

Het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren.

31
New cards

Ideologie

Een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen.

32
New cards

Objectiviteit (informatiebron)

Wanneer de verstrekte informatie gebaseerd is op wetenschappelijke bevindingen en feiten en niet op subjectieve meningen, gevoelens en (voor)oordelen.

33
New cards

Betrouwbaarheid (informatiebron)

Wanneer er maximale zekerheid bestaat dat de geleverde informatie correct is; een betrouwbare bron is gedegen, controleerbaar en bevestigbaar door andere bronnen.

34
New cards

Representativiteit (informatiebron)

Wanneer de verstrekte informatie gebaseerd is op een zo volledig mogelijke weerspiegeling van het betreffende fenomeen of de groep waar het om gaat.

35
New cards

Representatie

De vertegenwoordiging van een groep in organisaties door een of enkele betrokkenen die namens de groep optreden

36
New cards

Interne validiteit

De mate waarin een meetinstrument meet wat beoogd is om te meten en dus niet iets heel anders.

37
New cards

Positiewerving

Het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van een persoon of de groep waartoe iemand behoort.

38
New cards

Positietoewijzing

Maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of groep op een bepaalde positie terechtkomt; deze oorzaken werken van buitenaf op de persoon of groep in.

39
New cards

Correlatie

Twee variabelen vertonen een samenhang; bij een positieve correlatie worden beide groter of kleiner, bij een negatieve correlatie wordt de ene groter als de andere kleiner wordt.

40
New cards

Causaliteit

Een oorzakelijk verband waarbij de onafhankelijke variabele de oorzaak is voor de afhankelijke variabele.

41
New cards

Hofstede: Machtsafstand

De mate waarin mensen verwachten en accepteren dat de macht ongelijk is verdeeld.

42
New cards

Hofstede: Masculiniteit versus Femininiteit

De mate waarin genderrollen duidelijk gescheiden zijn (masculien) of elkaar overlappen (feminien).

43
New cards

Bindingstheorie

Theorie die stelt dat maatschappelijke bindingen of sterke integratie van mensen in groepen remmend werken op criminele impulsen.

44
New cards

Anomietheorie

Theorie die stelt dat crimineel gedrag ontstaat wanneer de maatschappij doelen definieert zonder dat de middelen om die te bereiken toereikend zijn.

45
New cards

Gelegenheidstheorie

Theorie die stelt dat criminaliteit stijgt door de aanwezigheid van potentiële daders, geschikte doelwitten en de afwezigheid van voldoende sociale bewaking.

46
New cards

Etiketteringstheorie

Ook wel labelingtheorie; verklaart criminaliteit vanuit de sociale omgeving die het etiket 'crimineel' op gedrag drukt, waarna mensen zich daarnaar gaan gedragen.

47
New cards

Veiligheidsutopie

De wens van de maatschappij voor optimale individuele vrijheid gecombineerd met een roep om krachtdadig overheidsoptreden voor collectieve veiligheid.

48
New cards

Confessionalisme

Christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden zoals: scholen, kerken

49
New cards

Liberalisme

Individuele rechten en Individuele vrijheden

50
New cards

Socialisme/ sociaaldemocratie

Gelijkheid, sturende rol van de overheid om dit te kunnen realiseren

51
New cards

Gezin 20-60

Verzuilde samenleving

Babyboom

Economische groei

Taakverdeling tussen de huwelijkspartners

Bevelshuishouding (командне ставлення)

52
New cards

Gezien 60-80

Groeiende welvaart

Gezondheidsklachten

Echtscheidingen flink (розлучення)

Gastarbeiders

Abortus

Individualisering

53
New cards

Groepsvorming

Binding tussen meer dan twee mensen tot stand komen, doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

Willen horen

Mogen horen

Kunnen horen

54
New cards

Sociale institutie

Complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren

55
New cards

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Niet gaat om hoeveelheden & onderzoek naar hoeveelheden

56
New cards

Soorten kapitaal

Economisch

Sociaal

Cultureel

57
New cards

Functies van politieke partijen

Rekrutering en selectie

Articulatie

Mobilisatie

Aggregatie

Communicatie

Набір та відбір

Артикуляція

Мобілізація

Агрегація

Комунікація

58
New cards

Bedreigingen (загрози)

Natuurlijke aard

Technologische aard

Sociale aard

59
New cards

Typen veiligheid

Objectieve: om de aard en omvang van criminaliteit, ongevallen, rampen

Subjectieve: hoe mensen de aard en omvang van criminaliteit beleven, gevoelens van veiligheid

60
New cards

Globalisten

Hyper: De wereld wordt één grote, uniforme markt

Anders: Globalisering is niet onvermijdelijk en moet anders worden ingericht.