Geven van tekens en signalen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/3

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:17 AM on 5/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

4 Terms

1
New cards

Richting aangeven

Je moet tijdig richting aangeven bij:

  1. Afslaan. Je stopt met richting aangeven wanneer je bent afgeslagen. Op een voorsoorteervak blijf je dus richting aangeven

  2. Parkeren. Je stopt met richting aangeven wanneer je niet meer rijdt

  3. Uitvoegen. Je stopt met richting aangeven wanneer er geen blokmarkering meer is

Richting aangeven moet voordat je snelheid gaat verminderen.

Ook geef je richting aan bij:

  1. Bij wisselen van rijstrook. Je doet je signaal uit wanneer je bent gewisseld

  2. Bij inhalen. Je doet je signaal uit wanneer je de asstreep bent overgestoken

  3. Invoegen naar doorgaande rijbaan. Je zet je signaal uit wanneer je helemaal over de blokmarkering heen bent.

Hier geef je richting aan pas vlak voordat je de actie gaat uitvoeren, dus wanneer je weet dat je kan.

2
New cards

Geluidssignaal

Mag alleen ten afwending van dreigend gevaar.

  1. Als bijvoorbeeld spelende kinderen de rijstrook oprennen en ze je niet zien

  2. Als iemand jouw rijstrook op wil terwijl jij daar nog rijdt

  3. Als iemands voertuig gevaar op kan leveren, bij bijvoorbeeld schade

Toeteren uit irritatie maag niet. Uit afscheid bijvoorbeeld ook niet.

3
New cards

Lichtsignaal

Even knipperen met groot licht.

4
New cards

a

a