1/3
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Richting aangeven
Je moet tijdig richting aangeven bij:
Afslaan. Je stopt met richting aangeven wanneer je bent afgeslagen. Op een voorsoorteervak blijf je dus richting aangeven
Parkeren. Je stopt met richting aangeven wanneer je niet meer rijdt
Uitvoegen. Je stopt met richting aangeven wanneer er geen blokmarkering meer is
Richting aangeven moet voordat je snelheid gaat verminderen.
Ook geef je richting aan bij:
Bij wisselen van rijstrook. Je doet je signaal uit wanneer je bent gewisseld
Bij inhalen. Je doet je signaal uit wanneer je de asstreep bent overgestoken
Invoegen naar doorgaande rijbaan. Je zet je signaal uit wanneer je helemaal over de blokmarkering heen bent.
Hier geef je richting aan pas vlak voordat je de actie gaat uitvoeren, dus wanneer je weet dat je kan.
Geluidssignaal
Mag alleen ten afwending van dreigend gevaar.
Als bijvoorbeeld spelende kinderen de rijstrook oprennen en ze je niet zien
Als iemand jouw rijstrook op wil terwijl jij daar nog rijdt
Als iemands voertuig gevaar op kan leveren, bij bijvoorbeeld schade
Toeteren uit irritatie maag niet. Uit afscheid bijvoorbeeld ook niet.
Lichtsignaal
Even knipperen met groot licht.
a
a