1/61
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat zijn de essentiële eigenschappen van een immunogeen molecule?
moet vreemd zijn
moet voldoende groot zijn
heterogeen/complex van chemische samenstelling
moet verteerbaar en presenteerbaar op een MHC molecule zijn
is een immunogeen hetzelfde als een antigeen?
NEE: een immunogeen =/= een antigeen
immunogeen → zorgt voor afweerreactie
antigeen → stof waaraan antistoffen binden
geef een voorbeeld van een antigeen die geen immunogeen is
hapteen: kan wel binden aan antistoffen, maar zorgt niet voor een immuunrespons
pas als hapteen zich aan groter drager eiwit bindt (hapteen-drager complex), kan het ook voor een immuunrespons zorgen
wat is adjuvantia
een stof die de immunogeniciteit van een antigen verhogen: verhogen dus de immuunrespons
worden vaak mee ingespoten bij vaccins
wat is een epitoop
het deel van het antigen dat herkend wordt
een immunogeen molecule moet voldoende groot zijn, wanneer is dit zo?
molecuulgewicht: groter dan 5000 g/mol
→ massa AZ is ong 100g/mol → moet minstens molecule van ong 50 AZ zijn
hoe kunnen er toch tegen kleine peptide antigenen worden gemaakt?
→ peptide groter maken:
x aantal vd peptiden aan elkaar hangen
klein peptide aan groter eiwit hangen
groot eiwit moet dan ook wel vreemd zijn, want hier w ook antistoffen tegen gemaakt
geef voorbeelden van carrier eiwitten
= eiwitten waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
bovine gamma globulin (BGG)
bovine serum albumin (BSA)
flagellin
hen egg-white lysozyme (HEL)
keyhole limpet hemocyanin (KLH)
ovakbumin (OVA)
sperm whale myoglobin (SWM)
tetanus toxoid (TT)
wat is BGG?
= bovine gamma globuline
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is BSA?
= bovine serum albumin
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is flagellin?
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is HEL?
= hen egg-white lysozyme
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is OVA?
= ovalbumin
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is SWM?
sperm whale myoglobin
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is TT?
= tetanus toxoid
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken
wat is KLH?
= keyhole limpet hemocyanin
vb van eiwit waar kleine peptiden aan gehangen kunnen worden, om toch antistoffen tegen (te klein) peptide te maken

wat toont de tabel?
carboxylgroep op andere plaats zorgt voor ruimtelijk ander molecule → krijgen andere antistoffen (enkel tegen dit specifiek molecule)
toont dat antistoffen zeer specifiek zijn
hoe worden de receptor-ligand interacties veroorzaakt (tussen bv antigen-antistof, TCR-antigen, etc)
→ door meerdere niet-covalente bindingen:
H-bruggen
ionische bindingen
hydrofobe interacties
Vdw interacties
zijn individueel zwakke bindingen
vaak veel interacties tsn receptor en ligand → opgeteld zeer sterke binding

geef voorbeelden van adjuvantia
Freund’s incomplete adjuvantia
Freund’s complete adjuvantia
aluminium potassium sulfate (alum)
mycobacterium tuberculosis
bordetella pertussis
bacteriële lipopolysacchariden (LPS)
synthetische plynucleotiden (ply IC/polyAU)
hoe/wanneer/bij wie wordt Freund’s (in)complete adjuvantia gebruikt?
adjuvantia versterken immuunrespons → gebruikt om te immuniseren/ontstekingsreactie te veroorzaken etc
Freund’s (in)complete adjuvantia mag niet bij mens gebruikt worden (enkel muis/proefdier)
zitten dode bacteriën in → induceren ontstekingsreactie
niet te vaak doen: grote zweren
eerst complete gebruiken, dan incomplete om zweren te voorkomen
hoe komt het verschil in herkenning van antigenen tussen B- en T-cellen?
B-cel:
herkenning vrije, opgeloste antigenen
→ herkenning van 3D structuur antigen: conformationele epitopen (kunnen soms ook lineair zijn per toeval)
T-cel:
T-cel receptor (TCR) moet in contact komen met MHC van andere cel waarin stukje vreemd peptide wordt gepresenteerd
cel met MHC: neemt antigeen eiwit op, knipt in stukjes peptide, wordt dan pas in MHC gepresenteerd
→ herkenning eiwitsequentie van vnml peptiden aan binnenkant/intern eiwit (3D structuur antigen verloren bij knippen): lineaire/sequentiële epitopen
wat voor epitopen herkennen B-cellen?
herkennen 3D structuur van antigen: conformationele epitopen
kan soms ook wel sequentiële/lineaire epitopen herkennen (eerder uitzondering)

wat voor epitopen herkennen T-cellen?
herkennen aminozuursequentie: lineaire/sequentiële epitopen
komt doordat antigeen eiwit wordt geknipt en kleine stukjes peptide in MHC worden gepresenteerd aan TCR

aan wat voor epitopen binden TCR vaak?
→ eptiopen die binnenin eiwit liggen
komt doordat antigeen eiwit wordt geknipt en kleine stukjes peptide in MHC w gepresenteerd (lineaire/sequentiele epitopen aka AZ sequentie w herkend)
geef voorbeelden van een negatief gevolg vh hapteen-carrier effect?
penicilline-allergie
kleurstof karmijnrood allergie (lippenstift, aardbeiyoghurt, etc)
hoe ontstaat een penicilline-allergie, en van wat is dit een voorbeeld?
= vb hapteen-carrier effect
penicilline (hapteen) maakt verbinding met lysines op lichaamseigen eiwitten (carrier) → ontstaan vreemde structuur (hapteen-carrier complex)
maken antistoffen tegen ‘nieuwe vreemde structuur’
→ immuunreactie tegen penicilline (allergie) (steeds meer bij nieuwe inname/blootstelling aan penicilline)

hoe kan een allergie voor kleurstof karmijnrood ontstaan?
oorspronkelijke verklaring: bij zuiveringsproces toch nog eiwitten vd luizen die meekwamen → lichaamsvreemd → allergiereactie
MAAR ook ander mogelijk mechanisme: hapteen-carrier effect:
karmijnrood (hapteen) bindt aan lichaamseigen eiwitten, vnml albumines (carrier) → ontstaan vreemde structuren (hapteen-carrier complex)
maken antistoffen tegen ‘nieuwe vreemde structuur’
→ immuunreactie tegen karmijnrood (allergie) (steeds meer bij nieuwe inname/blootstelling aan karmijnrood)
wat is de basisstructuur van een antistof/antilichaam? (kort)
weegt ong 150kDa
binnen elk domein: intrachain disulfidebruggen
tussen ketens: interchain disulfidebruggen
cte domeinen: sterk geconserveerd tsn zelfde isotypes
elk domein: 120 AZ
2 identieke zware ketens
variabel domein → antigen binding
3-4 cte domeinen (Fc) → binding receptoren
5 soorten zware ketens:
mu
gamma
alfa
delta
epsilon
2 identieke lichte ketens
variabel domein → antigen binding
cte domein
2 soorten lichte ketens:
kappa
lambda
→ 2 identieke antigeenbindingsplaatsen
→ kunnen 2 epitopen binden → 2 antigenen verbinden met elkaar (crosslinken) OF 2 epitopen op zelfde antigen binden
wat wordt bedoeld met antistoffen zijn bivalent?
→ 2 identieke antigeenbindingsplaatsen
→ kunnen 2 epitopen binden → 2 antigenen verbinden met elkaar (crosslinken) OF 2 epitopen op zelfde antigen binden

wat zijn de kenmerken van de 2 identieke zware ketens van de basisstructuur antistof?
moleculair gewicht: >=50000g/mol
3-4 constante domeinen (Fc) → binding receptoren
variabel domein → antigen binding
5 types:
mu
gamma
alfa
delta
epsilon
wat zijn de kenmerken van de 2 identieke lichte ketens van de basisstructuur antistof?
moleculair gewicht: 25000 g/mol
1 constant domein
1 variabel domein → antigen binding
2 types:
kappa
lambda
wat zijn de verschillende antistoffen klassen?
IgG
IgM
IgA
IgE
IgD

wat is de ketenopbouw van IgG?
→ meestvoorkomende Ig in bloed
zware keten: gamma
aantal constante domeinen zware keten: 3
lichte keten: kappa of lambda
J keten: geen
moleculaire formule:
γ2κ2
γ2λ2
subklassen mens:
γ1
γ2
γ3
γ4
subklassen muis:
γ1
γ2a
γ2b
γ3
komt als monomeer voor

wat is de ketenopbouw van IgM?
→ eerste Ab dat lichaam aanmaakt bij eerste infectie
zware keten: mu
aantal constante domeinen zware keten: 4
lichte keten: kappa of lambda
J keten: ja
moleculaire formule:
(µ2κ2)n
(µ2λ2)n
kan als monomeer, pentameer, soms hexameer voorkomen (=n)

wat is de ketenopbouw van IgA?
→ beschermt mucosa/slijmvliezen
zware keten: alfa
aantal constante domeinen zware keten: 3
lichte keten: kappa of lambda
J keten: ja
moleculaire formule:
(α2κ2)n
(α2λ2)n
subklassen:
α1
α2
kan als monomeer, dimeer, trimeer of tetrameer voorkomen (=n)
wat is de ketenopbouw van IgE?
→ zorgt voor allergische reacties
zware keten: epsilon
aantal constante domeinen zware keten: 4
lichte keten: kappa of lambda
J keten: geen
moleculaire formule:
ε2κ2
ε2λ2
komt voor als monomeer

wat is de ketenopbouw van IgD?
→ nog niet veel van bekend
zware keten: delta
aantal constante domeinen zware keten: 3
lichte keten: kappa of lambda
J keten: geen
moleculaire formule:
δ2κ2
δ2λ2
komt voor als monomeer

welke immunoglobulines/antistoffen hebben een J keten?
IgM
IgA
welke immunoglobulines/antistoffen hebben 3 constante domeinen in hun zware keten?
IgG
IgA
IgD
welke immunoglobulines/antistoffen hebben 4 constante domeinen in hun zware keten?
IgM
IgE

welke immunoglobulines/antistoffen hebben geen J keten?
IgG
IgE
IgD
uit wat bestaan de variabele domeinen van antistoffen?
hypervariabele gebieden: CDRs = Complementarity Determining Regions → herkennen antigen
relatief geconserveerde (niet variabele) gebieden: FRs = Framework Regions → houden CDR op hun plaats

hoe kunnen antistoffen antigenen zo specifiek herkennen?
herkenning gebeurt door CDRs van variabele domeinen:
hebben 3 stukjes sequentie die hypervariabel zijn tussen verschillende soorten Igs
CDRs zitten ruimtelijk gezien in elkaars buurt
bij contact antigen: herkenning

welke Igs kunnen complement activeren?
IgM: +++
IgG3: ++
IgG1: +
IgG2: +/-
welk Ig komt vnml voor in (menselijk) serum?
IgGs, vnml IgG1
welke Igs worden via placenta van moeder op kind doorgegeven?
IgGs
welke Igs worden van moeder op kind na de geboorte doorgegeven dmv borstvoeding?
IgAs
welke Igs raken door epitheel, en hoe gebeurt dit?
→ IgAs:
submucosa: dimere IgA uit plasmacel bindt op poly-Ig receptor op epitheelcellen
dimere IgA + receptor worden opgenomen in vesikel
vesikel wordt aan lumen kant vrijgegeven: secretoire IgA komt vrij in lumen (= poly-IgR + dimere IgA)

door welk Ig ontstaat een immuunreactie, en hoe gebeurt dit?
→ door crosslinken van IgE:
mastcel
histaminegranules
receptor specifiek aan Fc van IgE → IgEs op celoppervlak
allergeen bindt aan eerste IgE
allergeen bindt aan tweede IgE in de buurt → crosslinken van twee IgEs
(oa) histamine vrijzetting uit granules mastcel → allergische reactie

wat doet een J keten bij antistoffen?
verbindt monomere antistoffen tot polymeren
bv: J keten (blauw) verbindt hier IgM tot pentameer

op welk niveau kunnen antistoffen van elkaar verschillen?
isotype determinanten: verschil in klasse antistof (Fc anders) → bv IgG vs IgM
allotype determinanten: kleine verschillen tussen verschillende individuen van dezelfde soort (Fc anders) → bv IgG muis 1 en IgG muis 2
idiotype determinanten: verschil in variabel domein (gaan ander antigen herkennen) → bv IgG tegen antigen a en IgG tegen antigen b

wat zijn isotype determinanten?
antistoffen die verschillen van elkaar doordat ze een andere klasse antistof zijn
bv: IgG vs IgM

wat zijn allotype determinanten?
antistoffen die verschillen van elkaar doordat ze afkomstig zijn van verschillende individuen van dezelfde soort
bv: IgG muis1 vs IgG muis2

wat zijn idiotype determinanten?
antistoffen die verschillen van elkaar doordat ze andere epitopen herkennen (ander variabel domein)
bv: IgG tegen antigen a vs IgG tegen antigen b

wat is de basisopbouw van een B-cel receptor (BCR)?
membraangebonden antistof (IgM of IgD)
membraangebonden coreceptor: Ig-bèta + Ig-alfa met hun cytoplasmatische staarten

wat is de functie van Ig-bèta en Ig-alfa bij de BCR?
hebben lange cytoplasmatische staarten → kunnen signaaltransductie geven als antigen bindt aan antistof
antistof zelf heeft te korte cytoplasmatische staart om zelf voor signaal te zorgen

welk deel van de BCR bindt het antigen?
variabele regio van membraangebonden antistof
welke isotypes antistof kunnen voorkomen op het membraan van een naïeve B-cel als deel van de BCR?
IgM
IgD
wat is de werking/opbouw van de BCR (basis)?
op membraan B-cel:
antistof (IgM of IgD): variabele regio bindt antigen
coreceptor geassocieerd met antistof: Ig-bèta + Ig-alfa: geeft dmv cytoplasmatische staarten signaal door aan cel

tot welke familie behoren antilichamen/antistoffen?
de immuunglobuline-superfamilie: allemaal zwavelbruggen die structuur samen houden

geef voorbeelden van moleculen die behoren tot de immuunglobuline-superfamilie
coreceptor vd BCR: Ig-alfa + Ig-bèta
antistoffen/antilichamen
IgM
IgG
IgA
IgD
IgE
T-cel receptor
MHC moleculen
MHCI
MHCII
T-cel accessoire proteinen
CD2
CD3
CD4
CD8
poly-Ig receptor
adhesie moleculen
VCAM-1
ICAM-2
ICAM-1
LFA-3
humane Fc receptoren

wat doen humane Fc receptoren?
deel van immunoglobuline superfamilie
herkennen Fc domein van antistoffen → zorgen dat bv fagocytose v bacteriën w vergemakkelijkt
