Biologie domein M1 + M2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

de begrippen van exambooks domein M1: eiwitsynthese en M2: stofwisseling van de cel

Last updated 11:23 AM on 4/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

60 Terms

1
New cards

wat zijn plasmiden?

kleine, cirkelvormige stukjes DNA die in bacteriën zitten, deze worden vaak gebruikt in genetisch onderzoek

2
New cards

Wat is PCR?

een techniek die wetenschappers gebruiken om snel veel kopieën van een DNA-stukje te maken, voor bijvoorbeeld als je weinig DNA hebt en meer nodig hebt voor onderzoek

3
New cards

waarom is de dubbele helix van DNA belangrijk?

omdat DNA goed beschermd moet worden, de informatie in DNA moet nauwkeurig bewaard worden om fouten te voorkomen

4
New cards

Hoe werken DNA en RNA samen?

DNA slaat alle informatie op, terwijl RNA helpt om die informatie uit te voeren.

5
New cards

waar vindt translatie plaats?

buiten de celkern, in het cytoplasma bij de ribosomen

6
New cards

Wat is homeostase?

het proces waarmee je lichaam een stabiele, interne omgeving in stand houdt, ondanks veranderingen van buitenaf. Bijv. constant houden van bloeddruk en suikerspiegel

7
New cards

Wat is een dynamisch evenwicht?

het proces op celniveau waarbij de interne omgeving van een cel stabiel blijft, ondanks voortdurende veranderingen en processen binnen en buiten de cel.

8
New cards

wat is een prokaryoot?

eencellig organisme zonder celkern, waarbij het DNA vrij in het cytoplasma ligt.

9
New cards

Wat is een eiwitmantel van een virus?

het genetisch materiaal (DNA of RNA) van een virus dat is omgeven door een eiwitmantel die het beschermt

10
New cards

Wat is een eukaryoot?

organismen waarvan de cellen een duidelijke celkern (nucleus) en membraan-gebonden organellen bevatten, waarin het DNA is opgeslagen

11
New cards

Wat is de functie van mitochondriën?

produceren energie door voedingsstoffen om te zetten in ATP, de energiebron van de cel

12
New cards

Wat is het kernlichaampje van een cel? wat is de functie?

een klein gebied in de celkern, maakt ribosomen aan die nodig zijn voor de eiwitsynthese

13
New cards

Wat is het cytoskelet? wat is de functie?

de structuur van eiwitvezels in de cel, geeft de cel vorm en ondersteunt transport van stoffen binnen de cel

14
New cards

wat is een organel?

een onderdeel van een eukaryote cel met een specifieke functie

15
New cards

Wat is het endoplasmatisch reticulum? wat is de functie?

netwerk van membranen in de cel, transport van stoffen en productie van eiwitten en vetten

16
New cards

wat is het ruw ER?

onderdeel van het endoplasmatisch reticulum, bedekt met ribosomen. Helpt bij de productie van eiwitten

17
New cards

Wat is het glad ER?

onderdeel van het endoplasmatisch reticulum zonder ribosomen. maakt vetten en breekt schadelijke stoffen af

18
New cards

wat is het Golgi-systeem? wat is de functie?

stapel van membraanzakjes in de cel, verpakt eiwitten en andere stoffen en stuurt ze naar hun bestemming binnen of buiten de cel

19
New cards

Wat zijn ribosomen? wat is hun functie?

kleine structuren in het cytoplasma of op het ER die eiwitten maken door instructies uit het DNA te gebruiken.

20
New cards

wat zijn lysosomen? wat is hun functie?

blaasjes die enzymen bevatten, breken afvalstoffen en beschadigde onderdelen af

21
New cards

wat zijn chloroplasten en wat is hun functie?

groene organellen in planten die chlorofyl bevatten, voeren fotosynthese uit om energie voor de plant te maken

22
New cards

wat is het verschil tussen actief en passief transport?

passief transport verbruikt geen ATP, actief transport wel

23
New cards

noem 2 voorbeelden van passief transport

diffusie, osmose

24
New cards

wat is diffusie?

stoffen zoals O2 en CO@ verplaatsen zich van een plek naar een hoge concentratie naar een plek met een lage concentratie.

25
New cards

Wat is osmose?

een speciaal soort diffusie waarbij water verplaatst wordt. Water stroomt door het membraan naar dw plek waar de concentratie opgeloste stoffen (zoals zout) hoger is. Cellen gebruiken osmose om hun vochtbalans te regelen.

26
New cards

Waarom kost actief transport energie?

omdat de stoffen bij actief transport tegen de stroom in worden getransporteerd (bijv van lage naar hoge concentratie)

27
New cards

Wat is turgor?

de druk van de celinhoud (celvocht) tegen de celwand van plantencellen, veroorzaakt door wateropname (osmose). turgor helpt planten rechtop te staan en hun stevigheid te behouden

28
New cards

Wat is plasmolyse?

het loslaten van het celmembraan van de celwand bij plantencellen, bacteriën of schimmels, doordat de cel water verliest via osmose. de celwand blijft intact, maar de cel verliest zijn stevigheid

29
New cards

Wat kan het gevolg zijn van een te grote wateropname door osmose bij dierlijke cellen zonder celwand?

dat kan leiden tot zwelling en zelfs barsten van de cel. Anderosm kan een tekort aan water zorgen voor het verschrompelen van de cel.

30
New cards

wat zijn fosfolipiden?

dubbele laag vetachtige moleculen die de hoofdcomponent vormen van celmembranen, ze vormen een barrière met een hydrofiel en hydrofoob deel

31
New cards

Hoort hydrofiel bij polair of apolair?

hydrofiel + polair

32
New cards

wat is een isotonisch?

de concentratie opgeloste stoffen is gelijk binnen en buiten de cel, waardoor er geen netto waterverplaatsing is

33
New cards

wat is hypotonisch?

de concentratie opgeloste stoffen is lager aan de buitenkant van de cel dan binnenin de cel, waardoor water de cel binnenstroomt. hierdoor kan de cel opzwellen

34
New cards

Wat is hypertonisch?

de concentratie opgeloste stoffen is hoger buiten de cel, waardoor water de cel verlaat en de cel kan krimpen

35
New cards

Wat zijn motoreiwitten?

motoreiwitten reizen over het cytoskelet en vervoeren bijvoorbeeld blaasjes met stoffen van de ene kant van de cel naar de andere

36
New cards

Wat is assimilatie?

betekent opbouwen: het proces waarbij de cel stoffen opbouwt en energie opslaat om later te gebruiken. De cel bouwt met assimilatie bijvoorbeeld suikers en vetten op, die dienen als energievoorraad en bouwmateriaal voor de cel

37
New cards

Wat is dissimilatie?

betekent afbreken: hierbij breekt de cel stoffen af om energie vrij te maken die hij direct kan gebruiken. Wanneer de cel energie nodig heeft om een taak uit te voeren zoals beweging of groei, haal hij die energie uit dissimilatie

38
New cards

Wat zijn autotrofe organismen?

(bijv planten) Organismen die zelf hun energie maken uit zonlicht en eenvoudige stoffen. Ze bouwen alles wat ze nodig hebben zelf door fotosynthese

39
New cards

Wat zijn heterotrofe organismen?

(zoals dieren) organismen die hun energie en bouwstoffen uit andere organismen halen (Zoals het eten van planten of dieren). zij kunnen niet zelf energie produceren uit zonlicht.

40
New cards

Waar zit chemische energie opgeslagen?

in moleculen zoals suikers en vetten

41
New cards

waar wordt ATP uit gemaakt?

uit ADP en een fosfaatgroep, dit proces kost energie.

42
New cards

Wat doen NAD+ en NADP+? wat worden ze?

ze nemen elektronen en protonen op tijdens verschillende chemische reacties, waarbij ze NADH en NADPH worden

43
New cards

wat zijn protonen en elektronen? waarom is het handig om ze te verplaatsen?

kleine deeltjes die een centrale rol spelen in de energieproductie van de cel. Ze worden verplaats tijdens energieproducerende processen zoals de citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering in de mitochondriën. Er wordt door ze te verplaatsen, energie vrijgemaakt die de cel gebruikt om ATP te maken.

44
New cards

wat is fotosynthese en waar vindt het plaats?

planten en bepaalde bacteriën zetten lichtenergie om in chemische energie, die in de vorm van glucose wordt opgeslagen. Dit proces vindt plaats in de chloroplasten.

45
New cards

uit welke 2 stappen bestaat fotosynthese?

  1. lichtreactie

  2. donkerreactie/calvincyclus

46
New cards

Is fotosynthese een vorm van assimilatie of dissimilatie? Waarom?

een vorm van assimilatie, omdat de plant bouwstoffen en energie opslaat

47
New cards

Wat is denaturatie?

enzymen die hun vorm verliezen bij te hoge temperatuur of een afwijkende pH

48
New cards

Wanneer schakelt een cel over naar anaerobe dissimilatie?

als de cel snel energie nodig heeft maar er geen zuurstof beschikbaar is. Voorbeeld: in je spieren als je heel intensief sport

49
New cards

wat is anaerobe dissimilatie?

een vorm van dissimilatie waarbij energie wordt opgewekt zonder zuurstof

50
New cards

Wat is het verschil in effectiviteit tussen aerobe en anaerobe dissimilatie?

anaerobe dissimilatie: snel energie maar minder efficiënt

aerobe dissimilatie: meer energie dankzij zuurstof

51
New cards

Wat is glycolyse?

stap 1 in afbraak van glucose, kan plaatsvinden zonder zuurstof. tijdens glycolyse wordt glucose omgezet in een kleiner molecuul, pyruvaat, hier komt een kleine hoeveelheid energie vrij dat wordt opgeslagen in de vorm van ATP dat de cel direct kan gebruiken.

52
New cards

wat gebeurt er als er na de glycose nog steeds geen zuurstof beschikbaar is?

dan zet de cel het pyruvaat om in andere stoffen om van afvalstoffen af te komen en de energiebalans te behouden

53
New cards

Als er nog geen zuurstof beschikbaar is, wordt pyruvaat omgezet in andere stoffen. de stof die ontstaat, hangt af van het type organisme. Welke 3 processen kunnen plaatsvinden?

  1. gisten: pyruvaat → alcohol en CO2. Dit heet alcoholgisting bij bijv het maken van bier en wijn

  2. spiercellen: pyruvaat → melkzuur = melkzuurgisting, zorgt ervoor dat je spieren kunnen blijven werken bij tijdelijk geen zuurstof.

  3. micro-organismen: pyruvaat of andere verbindingen → afbraak tot methaan als eindproduct. dit komt vooral vooral in anaerobe omgevingen zoals in moerassen en spijsvertering van herkauwers.

54
New cards

waar vindt aerobe dissimilatie plaats?

in de mitochondriën

55
New cards

wat zijn de belangrijkste stappen in aerobe dissimilatie?

  1. citroenzuurcyclus

  2. oxidatieve fosforylering

56
New cards

in de biotechnologie maken we gebruik van het metabolisme van micro-organismen om bijv. medicijnen en voedsel te produceren. Via welke 2 processen gebeurt dit?

  1. fermentatie

  2. Recombinant-DNA-technologie

57
New cards

wat is fermentatie?

een biochemisch proces waarbij micro-organismen zoals bacteriën of gisten worden gebruikt om stoffen te produceren, zoals alcohol en melkzuur. Proces is relevant voor productie van voedingsmiddelen zoals yoghurt, kaas en alcohol

58
New cards

Wat is recombinant-DNA-technologie?

een techniek waarbij het DNA van een organisme wordt aangepast door er genetisch materiaal van een ander organisme in te plaatsen. Bijv om bacteriën genetisch te modificeren zodat ze medicijnen zoals insuline kunnen produceren

59
New cards

wat is het belangrijkste verschil tussen fotosynthese en chemosynthese?

fotosynthese is afhankelijk van licht en maakt gebruik van specifieke golflengtes uit het elektromagnetisch spectrum, terwijl chemosynthese chemische energie gebruikt uit omgevingsstoffen

60
New cards

wat us chemosynthese?

het proces waarbij micro-organismen (zoals bacteriën) organische stoffen (voedsel) maken uit anorganische moleculen, zoals koolstofdioxide en water, zonder zonlicht