1/59
de begrippen van exambooks domein M1: eiwitsynthese en M2: stofwisseling van de cel
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat zijn plasmiden?
kleine, cirkelvormige stukjes DNA die in bacteriën zitten, deze worden vaak gebruikt in genetisch onderzoek
Wat is PCR?
een techniek die wetenschappers gebruiken om snel veel kopieën van een DNA-stukje te maken, voor bijvoorbeeld als je weinig DNA hebt en meer nodig hebt voor onderzoek
waarom is de dubbele helix van DNA belangrijk?
omdat DNA goed beschermd moet worden, de informatie in DNA moet nauwkeurig bewaard worden om fouten te voorkomen
Hoe werken DNA en RNA samen?
DNA slaat alle informatie op, terwijl RNA helpt om die informatie uit te voeren.
waar vindt translatie plaats?
buiten de celkern, in het cytoplasma bij de ribosomen
Wat is homeostase?
het proces waarmee je lichaam een stabiele, interne omgeving in stand houdt, ondanks veranderingen van buitenaf. Bijv. constant houden van bloeddruk en suikerspiegel
Wat is een dynamisch evenwicht?
het proces op celniveau waarbij de interne omgeving van een cel stabiel blijft, ondanks voortdurende veranderingen en processen binnen en buiten de cel.
wat is een prokaryoot?
eencellig organisme zonder celkern, waarbij het DNA vrij in het cytoplasma ligt.
Wat is een eiwitmantel van een virus?
het genetisch materiaal (DNA of RNA) van een virus dat is omgeven door een eiwitmantel die het beschermt
Wat is een eukaryoot?
organismen waarvan de cellen een duidelijke celkern (nucleus) en membraan-gebonden organellen bevatten, waarin het DNA is opgeslagen
Wat is de functie van mitochondriën?
produceren energie door voedingsstoffen om te zetten in ATP, de energiebron van de cel
Wat is het kernlichaampje van een cel? wat is de functie?
een klein gebied in de celkern, maakt ribosomen aan die nodig zijn voor de eiwitsynthese
Wat is het cytoskelet? wat is de functie?
de structuur van eiwitvezels in de cel, geeft de cel vorm en ondersteunt transport van stoffen binnen de cel
wat is een organel?
een onderdeel van een eukaryote cel met een specifieke functie
Wat is het endoplasmatisch reticulum? wat is de functie?
netwerk van membranen in de cel, transport van stoffen en productie van eiwitten en vetten
wat is het ruw ER?
onderdeel van het endoplasmatisch reticulum, bedekt met ribosomen. Helpt bij de productie van eiwitten
Wat is het glad ER?
onderdeel van het endoplasmatisch reticulum zonder ribosomen. maakt vetten en breekt schadelijke stoffen af
wat is het Golgi-systeem? wat is de functie?
stapel van membraanzakjes in de cel, verpakt eiwitten en andere stoffen en stuurt ze naar hun bestemming binnen of buiten de cel
Wat zijn ribosomen? wat is hun functie?
kleine structuren in het cytoplasma of op het ER die eiwitten maken door instructies uit het DNA te gebruiken.
wat zijn lysosomen? wat is hun functie?
blaasjes die enzymen bevatten, breken afvalstoffen en beschadigde onderdelen af
wat zijn chloroplasten en wat is hun functie?
groene organellen in planten die chlorofyl bevatten, voeren fotosynthese uit om energie voor de plant te maken
wat is het verschil tussen actief en passief transport?
passief transport verbruikt geen ATP, actief transport wel
noem 2 voorbeelden van passief transport
diffusie, osmose
wat is diffusie?
stoffen zoals O2 en CO@ verplaatsen zich van een plek naar een hoge concentratie naar een plek met een lage concentratie.
Wat is osmose?
een speciaal soort diffusie waarbij water verplaatst wordt. Water stroomt door het membraan naar dw plek waar de concentratie opgeloste stoffen (zoals zout) hoger is. Cellen gebruiken osmose om hun vochtbalans te regelen.
Waarom kost actief transport energie?
omdat de stoffen bij actief transport tegen de stroom in worden getransporteerd (bijv van lage naar hoge concentratie)
Wat is turgor?
de druk van de celinhoud (celvocht) tegen de celwand van plantencellen, veroorzaakt door wateropname (osmose). turgor helpt planten rechtop te staan en hun stevigheid te behouden
Wat is plasmolyse?
het loslaten van het celmembraan van de celwand bij plantencellen, bacteriën of schimmels, doordat de cel water verliest via osmose. de celwand blijft intact, maar de cel verliest zijn stevigheid
Wat kan het gevolg zijn van een te grote wateropname door osmose bij dierlijke cellen zonder celwand?
dat kan leiden tot zwelling en zelfs barsten van de cel. Anderosm kan een tekort aan water zorgen voor het verschrompelen van de cel.
wat zijn fosfolipiden?
dubbele laag vetachtige moleculen die de hoofdcomponent vormen van celmembranen, ze vormen een barrière met een hydrofiel en hydrofoob deel
Hoort hydrofiel bij polair of apolair?
hydrofiel + polair
wat is een isotonisch?
de concentratie opgeloste stoffen is gelijk binnen en buiten de cel, waardoor er geen netto waterverplaatsing is
wat is hypotonisch?
de concentratie opgeloste stoffen is lager aan de buitenkant van de cel dan binnenin de cel, waardoor water de cel binnenstroomt. hierdoor kan de cel opzwellen
Wat is hypertonisch?
de concentratie opgeloste stoffen is hoger buiten de cel, waardoor water de cel verlaat en de cel kan krimpen
Wat zijn motoreiwitten?
motoreiwitten reizen over het cytoskelet en vervoeren bijvoorbeeld blaasjes met stoffen van de ene kant van de cel naar de andere
Wat is assimilatie?
betekent opbouwen: het proces waarbij de cel stoffen opbouwt en energie opslaat om later te gebruiken. De cel bouwt met assimilatie bijvoorbeeld suikers en vetten op, die dienen als energievoorraad en bouwmateriaal voor de cel
Wat is dissimilatie?
betekent afbreken: hierbij breekt de cel stoffen af om energie vrij te maken die hij direct kan gebruiken. Wanneer de cel energie nodig heeft om een taak uit te voeren zoals beweging of groei, haal hij die energie uit dissimilatie
Wat zijn autotrofe organismen?
(bijv planten) Organismen die zelf hun energie maken uit zonlicht en eenvoudige stoffen. Ze bouwen alles wat ze nodig hebben zelf door fotosynthese
Wat zijn heterotrofe organismen?
(zoals dieren) organismen die hun energie en bouwstoffen uit andere organismen halen (Zoals het eten van planten of dieren). zij kunnen niet zelf energie produceren uit zonlicht.
Waar zit chemische energie opgeslagen?
in moleculen zoals suikers en vetten
waar wordt ATP uit gemaakt?
uit ADP en een fosfaatgroep, dit proces kost energie.
Wat doen NAD+ en NADP+? wat worden ze?
ze nemen elektronen en protonen op tijdens verschillende chemische reacties, waarbij ze NADH en NADPH worden
wat zijn protonen en elektronen? waarom is het handig om ze te verplaatsen?
kleine deeltjes die een centrale rol spelen in de energieproductie van de cel. Ze worden verplaats tijdens energieproducerende processen zoals de citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering in de mitochondriën. Er wordt door ze te verplaatsen, energie vrijgemaakt die de cel gebruikt om ATP te maken.
wat is fotosynthese en waar vindt het plaats?
planten en bepaalde bacteriën zetten lichtenergie om in chemische energie, die in de vorm van glucose wordt opgeslagen. Dit proces vindt plaats in de chloroplasten.
uit welke 2 stappen bestaat fotosynthese?
lichtreactie
donkerreactie/calvincyclus
Is fotosynthese een vorm van assimilatie of dissimilatie? Waarom?
een vorm van assimilatie, omdat de plant bouwstoffen en energie opslaat
Wat is denaturatie?
enzymen die hun vorm verliezen bij te hoge temperatuur of een afwijkende pH
Wanneer schakelt een cel over naar anaerobe dissimilatie?
als de cel snel energie nodig heeft maar er geen zuurstof beschikbaar is. Voorbeeld: in je spieren als je heel intensief sport
wat is anaerobe dissimilatie?
een vorm van dissimilatie waarbij energie wordt opgewekt zonder zuurstof
Wat is het verschil in effectiviteit tussen aerobe en anaerobe dissimilatie?
anaerobe dissimilatie: snel energie maar minder efficiënt
aerobe dissimilatie: meer energie dankzij zuurstof
Wat is glycolyse?
stap 1 in afbraak van glucose, kan plaatsvinden zonder zuurstof. tijdens glycolyse wordt glucose omgezet in een kleiner molecuul, pyruvaat, hier komt een kleine hoeveelheid energie vrij dat wordt opgeslagen in de vorm van ATP dat de cel direct kan gebruiken.
wat gebeurt er als er na de glycose nog steeds geen zuurstof beschikbaar is?
dan zet de cel het pyruvaat om in andere stoffen om van afvalstoffen af te komen en de energiebalans te behouden
Als er nog geen zuurstof beschikbaar is, wordt pyruvaat omgezet in andere stoffen. de stof die ontstaat, hangt af van het type organisme. Welke 3 processen kunnen plaatsvinden?
gisten: pyruvaat → alcohol en CO2. Dit heet alcoholgisting bij bijv het maken van bier en wijn
spiercellen: pyruvaat → melkzuur = melkzuurgisting, zorgt ervoor dat je spieren kunnen blijven werken bij tijdelijk geen zuurstof.
micro-organismen: pyruvaat of andere verbindingen → afbraak tot methaan als eindproduct. dit komt vooral vooral in anaerobe omgevingen zoals in moerassen en spijsvertering van herkauwers.
waar vindt aerobe dissimilatie plaats?
in de mitochondriën
wat zijn de belangrijkste stappen in aerobe dissimilatie?
citroenzuurcyclus
oxidatieve fosforylering
in de biotechnologie maken we gebruik van het metabolisme van micro-organismen om bijv. medicijnen en voedsel te produceren. Via welke 2 processen gebeurt dit?
fermentatie
Recombinant-DNA-technologie
wat is fermentatie?
een biochemisch proces waarbij micro-organismen zoals bacteriën of gisten worden gebruikt om stoffen te produceren, zoals alcohol en melkzuur. Proces is relevant voor productie van voedingsmiddelen zoals yoghurt, kaas en alcohol
Wat is recombinant-DNA-technologie?
een techniek waarbij het DNA van een organisme wordt aangepast door er genetisch materiaal van een ander organisme in te plaatsen. Bijv om bacteriën genetisch te modificeren zodat ze medicijnen zoals insuline kunnen produceren
wat is het belangrijkste verschil tussen fotosynthese en chemosynthese?
fotosynthese is afhankelijk van licht en maakt gebruik van specifieke golflengtes uit het elektromagnetisch spectrum, terwijl chemosynthese chemische energie gebruikt uit omgevingsstoffen
wat us chemosynthese?
het proces waarbij micro-organismen (zoals bacteriën) organische stoffen (voedsel) maken uit anorganische moleculen, zoals koolstofdioxide en water, zonder zonlicht