1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Succes persoon en omgeving koppeling (hangt af van…)
Breedte van de meting
Betrouwbaarheid van de meting
6 types Holland
Realistisch
Intellectueel
Artistiek
Sociaal
Ondernemend
Conventioneel
6 basisassumpties RIASOC
Beroepskeuze is een uiting van persoonlijkheid
Mensen met hetzelfde beroep hebben dezelfde persoonlijkheid
Interessevragenlijsten = persoonlijkheidsvragenlijsten
Stereotypen over beroepen hebben psychologische en sociale betekenissen
Mensen in hetzelfde beroep reageren ongeveer hetzelfde op situaties
Werktevredenheid hangt af van match P en O
4 werkassumpties van Holland
Mensen kunnen beschreven worden met 6 types
Omgevingen kunnen beschreven worden met 6 types
Mensen zoeken omgeving die aansluiten bij hun interesses
Gedrag is het resultaat van interactie persoon en omgeving
Realistisch type
Loodgieter
Intellectueel type
Laborant
Artistiek type
Kunstenaar
Sociaal type
Psycholoog
Ondernemend type
Manager
Conventioneel type
Accountant
Bepalen lettercode persoon
Persoonlijkheidstest
Bepalen lettercode omgeving
Incumbent methode
Expert methode
Combinatiemethode
Zelfbeoordelong
Hoe werkt de lettercode
De eerst letter past het best bij de persoon
De eerst 3 letters worden gebruikt om keuze te maken
Voorbeelden van gebruik RIASOC model
O*NET en SIMON
Hexagonal model
Dicht = sterke correlatie
1 verwijderd = zwakke correlatie
tegenover elkaar = negatief

Gebruik RIASOC
Beter begrijpen hoe goed persoon en omgeving bij elkaar passen
Consistentie in RIASOC
Hoe goed de eerste 2 letters bij elkaar passen
Sterk gedifferentieerd profiel
Een of twee interesse gebieden zijn duidelijk dominant
Congruentie RIASOC
De mate waarin iemand persoonlijkheidsprofiel overeenkomt met de eigenschappen van een bepaalde omgeving
Objectieve fit
Congruentie van omgevings en persoonscodes berekenen
Subjectieve fit
We gaan niet meten, de persoon denkt zelf na of dat hij op de juiste plaats zit.
Supplementaire fit (versterkend)
Iemand oriënteren in meer van hetzelfde
Complementaire fit (aanvullend)
Iemand oriënteren in minder van hetzelfde
P-O = person organisatie fit
Fit met een specifieke organisatie
P-V person vocation fit
Fit met je roeping
P-G person groep fit
Fit met de groep, je collega’s
P-J person job fit
Fit met het werk dat je moet doen, inhoudelijk
Commensurate measurement
Hetzelfde model gebruiken voor de omgeving als de persoon
Twee onderzochte niveaus van NYE
Interesse op zichzelf
Congruentie tussen interesse en omgeving
4 prestatiecriteria NYE
Taakprestatie
Doorzettingsvermogen
Contraproductief werkgedrag
Organizational citizenship behavior
Elementen ASA model
Aantrekking
Selectie
Uiting
Elementen ASTMA model
Aantrekking
Selectie
Uiting
Transformatie
Manipulatie
ASA en ASTMA model (betekenis)
Organisatie worden homogener omdat we mensen gaan selecteren op basis van hun interesse en die zullen overeen komen
Gati
Erkent Holland zijn types, maar verwerpt de hexagonale structuur

Adjacent types
Naast elkaar liggend
Alternate types
Niet naast elkaar liggend
HollGat model
Combineert Holland en Gati
Prediger
Voegt 2 dimensies toe aan Hollands model
Mensen VS zaken
Data VS ideeën

Gravitatiehypothese van de Fruyt
Mensen navigeren naar een omgeving die matcht met hun interesses
assessment
Een test om te beoordelen of iemand geschikt is voor een bepaalde functie
Instrumenten om te meten
BZO
PPT
LIV
LOLA
low lands fun
2 extra indicatoren bij LOLA
veranderingsindicatie
Intensiteit van interesse
PAKSOK elementen
Praktisch
Analytisch
Kunstzinnig
Sociaal
Ondernemend
Conventioneel
Componenten praktisch
Handenarbeid, outdoor, techniek
Componenten analytisch
Theorie, ICT, wetenschappelijk
Componenten kunstzinnig
Creatief, kunst
Componenten sociaal
Zorg, onderwijs
Componenten ondernemend
Leiderschap, organiseren, scoren, status en macht
Componenten Conventioneel
Structuur, business oriëntatie
Change indicator
Meet de mate van rusteloosheid en behoefte aan verandering
INPE
Onder de oppervlakte
Intern niveau van persoonlijke ervaring
DINC
Boven de oppervlakte
Direct en indirect waarneembaar gedrag