Gastro - Histologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/141

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:23 AM on 4/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

142 Terms

1
New cards

opbouw Lippen

huid

  • epidermis: verhoornd, meerlagig plaveiselepitheel

  • dermis: zweet- en sebumklieren, haartjes

lippenrood

  • epidermis: minder verhoornd

  • dermis: sterke vascularisatie en innervatie

mucosa (intern)

  • epitheel: niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

  • lamina propria: kleine speekselkliertjes

centrale as: m orbicularis oris

2
New cards

opbouw wangen

huid

  • epidermis: verhoornd, meerlagig plaveiselepitheel

  • dermis: zweet- en sebumklieren, haartjes

mucosa (intern)

  • epitheel: niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

  • lamina propria: kleine speekselkliertjes

centrale as: m buccinator

3
New cards

opbouw tanden

kroon:

  • glazuur

  • dentine

  • pulpaholte

hals:

  • gingiva (omringend) en sulcus gingivalis

  • glazuur

  • dentine

  • pulpaholte

wortel

  • dentine

  • parodontaal ligament

  • wortelkanaal

  • cement

  • foramen apicale

4
New cards

tandglazuur

= email

  • 97% kalkzouten => hard weefsel

  • buitenste laag ameloblasten => 3% organische matrix

    • verdwijnt bij uitbreken vd tand

5
New cards

dentine

= tandbeen

  • 70% kalkzouten

  • 30% organische matrix

  • binnenste laag odontoblasten => 30% organische matrix

    • op grens tss dentine en pulpa

    • dunne celuitlopers => gestreept aspect

6
New cards

tandcement

  • aanmaak door cementocyten en cementoblasten

  • 65% mineraalgehalte

  • parodontaal ligament

    • collageenvezels (= vezels van Sharpey) hechten cement aan alveolair bot

7
New cards

periodontium/parodontium

weefsels die tanden omgeven en ondersteunen

cement, periodontaal ligament, alveolair bot, gingiva

8
New cards

tandpulpa

pulpaholte/pulpakamer

  • losmazig bindweefsel (=> bleek uitzicht)

  • stervormige fibroblasten, collageen, amorfe grondsubstantie

  • bevat bloedvaten, lymfevaten en zenuwvezels

  • onderaan begrensd door foramen apicale

9
New cards

gingiva

= tandvlees

  • weinig verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

  • lamina propria met hoge bindweefselpapillen en veel bloedvaten

  • sulcus gingivalis die loopt tot cement-glazuur junctie

10
New cards

algemene opbouw mondholte

epitheel: meerlagig plaveiselepitheel

lamina propria: dunne bindweefsellaag met bloedvaten, lymfevaten en zenuwen

submucosa: losmazig bindweefsel met grote bloedvaten, lymfevaten en zenuwen + speekselklieren en lymfoïd weefsel

11
New cards

regionale verschillen mondholte

buccaal, sublinguaal, zacht verhemelte

  • niet verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

hard verhemelte, gingiva, bovenkant tong

  • parakeratotisch verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

bot van hard verhemelte en gingiva

  • geen submucosa

  • rechtstreekse botverankering van lamina propria

12
New cards

parakeratotische verhoornd epitheel

wel keratine, celkernen verdwijnen niet

13
New cards

orthokeratotisch verhoornd epitheel

keratine en verdwijnen van de celkernen

14
New cards

opbouw tongpapillen

bindweefsel as bedekt met meerlagig plaveiselepitheel

15
New cards

papillae filiformes

  • kleinste papillen

  • draadvormig

  • puntig

  • sterk verhoornd epitheel (grijs-wit)

16
New cards

papillae fungiformes

  • omgeven door papillae filiformes

  • paddenstoelvormig

  • sterk gevasculariseerde bindweefselas

  • weinig verhoornd epitheel

  • smaakknoppen op bovenvlak

17
New cards

papillae circumvallatae

  • grootste papillen (8-12 in totaal)

  • net voor sulcus terminalis

  • omgeven door wal met talrijke smakknoppen

  • von Ebner klieren in wal = sereuze speekselklieren

    • secreteren spoelvloeistof voor voedseldeeltjes

18
New cards

papillae foliatae

  • lateraal op tong

  • weinig ontwikkeld bij de mens

  • bladvormig

  • talrijke smaakknoppen

19
New cards

dorsale zijde vd tong

= bovenzijde

  • verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

  • dunne stevige lamina propria = aponeurosis

  • sterke verbinding aponeurosis met dwarsgestreept spierweefsel (bindweefsel dringt diep tss spierbundels)

  • geen submucosa

  • spierbundels in +-3 loodrechte richtingen

  • mediaal bindweefselseptum

20
New cards

ventrale zijde vd tong

= onderzijde

  • niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel zonder papillen

  • submucosa met talrijke speekselklieren

  • mediaal tongriempje/tongfrenulum

21
New cards

farynxgedeelte vd tong

= achterste 1/3

  • geen papillen

  • lymfoïd weefsel creëert hobbelig oppervlak met rond verhevenheden

    • = tonsillae linguales

22
New cards

farynx

  • niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel

  • lamina propria

  • dikke submucosa

  • dwars gestreepte spieren

  • dunne laag fibreus bindweefsel

  • kleine seromuceuse klieren

  • kleine en grote lymfoïde aggregaten

23
New cards

ring van Waldeyer

ringvormige schikking lymfoïde aggregaten in de farynx

= afweersysteem rond luchtwegen en spijsverteringskanaal

24
New cards

opbouw holle organen GI tractus

  • mucosa

  • submucosa

  • muscularis propria

  • adventitia (geen mesotheel) of serosa (wel mesotheel)

25
New cards

opbouw mucosa holle GI tractus

  • epitheel

  • lamina propria

    • losmazig bindweefsel: bloedvaten, lymfevaten, soms klieren & lymfoïd weefsel

  • muscularis mucosae (glad)

26
New cards

types mucosa GI tractus

protectief

  • mondholte, farynx, slokdarm, anaal kanaal

  • meerlagig plaveiselepitheel

secretoir

  • maag

  • lange, dens gespreide tubulaire klieren

  • produceren maagzuur en verteringsenzymen → vertering

  • produceren mucus → bescherming tegen zuur en enzymen

absorptief

  • dunne darm

  • talrijke villi → toename oppervlak

  • bevat crypten tss villi = korte klieren

absorptief/secretoir

  • dikke darm

  • dicht opeengepakte tubulaire klieren

  • water-absorberende klieren

  • slijmbekercellen → mucusproductie

27
New cards

opbouw submucosa holle GI tractus

  • losmazig bindweefsel (denser dan in lamina propria)

  • veel bloed- en lymfevaten

  • kleine klieren en lymfoïd weefsel

28
New cards

GALT

= gut associated lymphoid tissue

lymfoïd weefsel in mucosa en submucosa vd GI tractus

29
New cards

opbouw muscularis propria holle GI tractus

  • 2-lagig: circulair (diep) en longitudinaal (oppervlakkig) glad spierweefsel

  • bindweefsel met bloed- en lymfevaten tussen en rond spierlagen

  • thv slokdarm en anaal kanaal ook dwarsgestreept spierweefsel

30
New cards

opbouw adventitia holle GI tractus

  • bindweefselhuls

  • bloed- en lymfevaten

  • serosa wanneer omgeven door mesotheel (= visceraal peritoneum) → grootste deel vd GI tractus

31
New cards

plexus van Meissner

= plexus submucosus

  • autonome bezenuwing in submucosa vd GI tractus

32
New cards

plexus van Auerbach

= plexus myentericus

  • autonome bezenuwing tussen spierlagen vd GI tractus

33
New cards

opbouw mucosa slokdarm

  • niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel (10-15% dikte)

  • lamina propria (50-75% dikte)

    • losmazig bindweefsel

    • bloed- en lymfevaten

    • papillen

    • cardiaklieren

  • muscularis mucosae

    • longitudinale gladde spierlaag

    • dikker naar distaal

34
New cards

cardiaklieren in oesophagus

= mucus secreterende klieren

  • vnl bovenste en onderste 1/3

  • korte afvoergang door epitheel

  • lijkt op cardiaklieren in de maag

35
New cards

opbouw submucosa slokdarm

  • losmazig bindweefsel

  • oesophagusklieren

    • talrijker boven en onderaan

    • lijken op speekselklieren in de mond

    • afvoergang met kubisch epitheel en daarna meerlagig plaveiselepitheel waarna uitmonding in lumen

36
New cards

opbouw muscularis propria slokdarm

  • bovenste 50% = dwarsgestreept

  • onderliggend = combinatie glad en dwarsgestreept

  • onderste 50% = glad

  • plexus van auerbach tss de spierlagen

  • 2 functionele sfincters

    • bovenaan en onderaan de oesophagus

    • geen toename in spierlaag → wel hogere tonus

37
New cards

opbouw adventitia slokdarm

  • bindweefsel dat versmelt met omgevende structuren

38
New cards

serosa slokdarm

= adventitia met mesotheel

  • klein deel thv diafragma

39
New cards

macroscopische opbouw maagwand

  • rugae/longitudinale plooien

    • mucosa en submucosa

    • worden strakgetrokken bij vullen vd maag

  • areae gastricae

    • veldjes 1-6mm op maagoppervlak door niet-verstrijkende ondiepe plooien (=foveolae gastricae)

    • als kasseien naast elkaar geschikt

40
New cards

microscopische opbouw maagwand

  • mucosa

    • eenlagig cilindrisch epitheel

    • lamina propria met klieren (= slijmnapcellen)

      • best ontwikkeld in cardia

      • minst ontwikkeld in fundus door densiteit klierbuizen

    • muscularis mucosae

      • 2-3 gladde spierlagen

      • vnl thv pylorus

  • submucosa

    • losmazig bindweefsel

    • bloed- en lymfevaten

  • muscularis propria

    • binnenste schuine spierlaag

    • middelste circulaire spierlaag → verdikt thv pylorus = sfincter

    • buitenste longitudinale spierlaag

  • serosa (dun)

41
New cards

slijmnapcellen

produceren beschermende mucus en bicarbonaat in de maag

secreetgranula apicaal in de cel en sterk begrensd van overige cytoplasma

ronde kern basaal in de cel

42
New cards

antrum

= deel vd maag net proximaal vh pyloruskanaal

43
New cards

pyloruskanaal

= pylorus-sfincter en -opening aan distale deel vd maag

44
New cards

opbouw cardia

= proximale deel vd maag

  • dunnere mucosa vgl met rest vd maag

    • vnl opgebouwd uit foveolae gastricae (50% dikte)

  • cardiaklieren (vgl met oesophagale)

  • meer lamina propria vgl met rest vd maag

  • mucus-secreterende cellen

    • afgeplatte kern (≠ slijmnapcellen)

    • bleke, schuimerige mucus

45
New cards

opbouw corpus en fundus vd maag

  • grootste producent maagsecreet

  • mucosa voor <25% uit foveolae

  • klieren

    • meerdere klieren monden met gemeenschappelijk vernauwd deel (isthmus) uit in 1 foveolae

    • lopen recht (soms onderaan gebogen/vertakt)

    • productie maagsap (maagzuur/HCl, pepsine, mucus)

    • opbouw uit isthmus (pariëtale cellen), hals (pariëtale-, hoofd- en muceuse halscellen) en basis (vnl hoofd- en minder pariëtale cellen)

46
New cards

muceuse halscellen

  • vnl in hals van klieren in de maag

  • PAS positief, moeilijk zichtbaar op HE

  • lijken op mucus-secreterende cellen in cardia en pylorus

  • kleiner dan slijmnapcellen

  • ronde kern, apicale mucus

  • mucus histochemisch ≠ mucus van slijmnapcellen

47
New cards

hoofdcellen of zymogene cellen

  • vnl in onderste helft vd klierbuis van maagklieren

  • kubisch met basale kern

  • secreet wordt in maaglumen tot pepsine omgezet (= proteolytisch enzyme)

  • paarsblauwe kleuring op HE

48
New cards

pariëtale cellen of wandcellen

= oxyntische cellen

  • vnl in isthmus en hals van maagklieren

  • productie HCl en intrinsic factor

  • pyramidaal met apex naar maaglumen

  • centrale ronde kern (spiegelei uiterlijk)

  • sterk eosinofiel

49
New cards

neuroendocriene cellen of entero-endocriene cellen

  • vormen diffuus neuroendocrien systeem thv basis van maagklieren

  • moeilijk zichtbaar op HE

  • producten naar lamina propria ipv lumen (in vgl met andere kliercellen)

  • enterochromaffine-achtige cellen (ECL)

    • productie van histamine

  • minder enterochromaffiene cellen (EC)

    • productie van serotonine

50
New cards

stamcellen maagklieren

  • thv isthmus

  • pluripotente voorlopers

  • cellen thv lumen, foveolae en klierbuizen => epitheelcellen

51
New cards

opbouw pylorus-kanaal en pylorus-antrum

  • foveolae dieper dan in corpus

  • tubulaire klieren

    • lijken op klieren v cardia

    • vnl mucus-secreterende cellen → produceren ook lysozym

    • ook neuroendocrieen cellen

      • net onder foveolae in halsregio vd maagklieren

      • 50% G-cellen (productie gastrine => stimulatie maagsecretie)

      • 30% EC-cellen (productie serotonine)

      • 15% D-cellen (productie somatostatine)

52
New cards

opdeling en functie vd dunne darm

  • duodenum

  • jejunum

  • ileum

voltooiing verteringsproces

maximale resorptie spijsverteringsproducten

→ functie door groot opp & langdurig contact tss voedsel en verteringsenzymen/resurberende cellen

53
New cards

oppervlaktevergroting dunne darm

  • 5m in lengte

  • plicae circulares

    • dwars op lengte

    • uitstulpingen mucosa & submucosa

    • vnl in jejunum

  • darmvlokken (villi)

    • 0.5-1.5mm

    • epitheel & lamina propria

    • verkorten in ileum

  • microvilli

    • op resorberende darmepitheelcellen

54
New cards

opbouw mucosa dunne darm

  • eenlagig cilindrisch epitheel met villi (abrupte overgang pylorus - dunne darm)

    • enterocyten (= resorberende cellen)

    • slijmbekercellen

    • neuroendocriene cellen

    • intra-epitheliale lymfocyten

  • lamina propria met crypten

    • stamcellen

    • neuroendocriene cellen

    • cellen van Paneth

  • muscularis mucosae

55
New cards

enterocyten in dunne darm

  • resorbtie en enzymatische activiteit

  • cilindrische cellen

  • basale ovale kern

  • apicaal brush border

    • microvilli

    • glycocalix

  • ontstaan in crypten → migreren naar top vd villus

56
New cards

slijmbekercellen in dunne darm

  • mucusproducerende cellen

  • PAS positief

  • secretiegranulen met mucus thv apicale deel

    • zorgen voor afplatting vd kern

  • stijgt in aantal hoe distaler

  • ontstaan in crypten → migratie naar top vd villus

57
New cards

neuroendocriene cellen in dunne darm

  • vnl in crypten

  • eosinofiele cytoplasmatische granulen → subnucleair!

  • productie v hormonen

    • gastrine, secretine, cholecystokine, motiline, GIP, VIP, bombesine, somatostatine

  • regulatie vd maag-, darm-, pancreas- en galsecretie

58
New cards

klieren in dunne darm

= crypten van Lieberkühn

  • in lamina propria

  • uitmonding tss villi

  • lopen tot muscularis mucosae

  • epitheel met stamcellen, enterocyte- en slijmbekercelvoorlopers, neuroendocriene cellen, Panethcellen

59
New cards

stamcellen in dunne darm

  • in epitheel vd crypten thv uitmonding

  • differentiatie naar enterocyten/slijmbekercellen/neuroendocriene cellen, migreren naar top vd villi, apoptose aan top vd villus

    • → duurt < week

  • OF migratie naar bodem vd crypten → differentiatie naar Panethcellen

60
New cards

Panethcellen

  • overal in dunne darm, onderin crypten

  • omgeven door andere cellen

  • piramidale cellen met apex naar lumen

  • grote supranucleaire eosinofiele secretiegranulen

  • scheiden antimicrobiële peptiden af

61
New cards

lamina propria dunne darm

  • losmazig bindweefsel dat doorloopt in villi

  • verdedigingscellen (lymfocyten, plasmacellen, eosinofiele granulocyten)

  • in lamina propria in as vd villi ligt capillair netwerk en lymfevat

  • in lamina propria in centrale darm as liggen gladde spiercellen uit muscularis mucosae

62
New cards

Peyerse platen

  • lymfoïde aggregaten in lamina propria in ileum (dunne darm)

  • breiden uit in submucosa na doorboren muscularis mucosae

  • bedekt met gespecialiseerd epitheel

  • M (microfold) cellen

    • apicale microvilli

    • basale plooien → invaginatie met lymfocyten/dendritische cellen

    • transport macromoleculen en antigenen van lumen naar immuuncellen

63
New cards

muscularis mucosae dunne darm

  • onder crypten van Lieberkühn

  • gladde spiervezels → takken af en lopen in villi

    • contractie verhoogt absorptie/lymfetransport

64
New cards

submucosale klieren van Brunner

  • alleen in duodenum

  • dichte opeenhoping tubulaire klieren

  • afvoergangen eindigen in crypten

  • kubisch-cilindrische cellen

  • bleek uitzicht door mucine in cytoplasma

  • basale kern

  • produceren basisch slijm en oa urogastrone (peptide dat maagzuursecretie inhibeert)

65
New cards

klep van Bauhin

= ileocaecale klep

  • overgang dunne darm (ileum) en colon (caecum)

  • plooi uit mucosa en submucosa

  • verdikking circulaire laag muscularis propria

  • klepopening spleetvormig of ovaal

66
New cards

opdeling en functie dikke darm

  • caecum + appendix

  • colon ascendens - colon transversum - colon descendens - colon sigmoïdeum

  • rectum → anaal kanaal en anus

vnl ontwatering vd voedselbrij

slijm → transport voedselresten

mucosa zonder villi

eenlagig cilindrisch epitheel met crypten (worden dikker naar rectum toe)

lengte 1/3 dunne darm, diameter 6-7cm

67
New cards

Panethcellen in dikke darm

kleine aantallen in appendix, caecum, proximaal deel colon

68
New cards

mucosa epitheel in dikke darm

crypten van Lieberkühn

  • slijmbekercellen

    • meer dan in dunne darm

    • hoeveelheid neemt toe naar rectum

    • vnl in basis vd crypten

  • colonocyten (= cilindrisch absorptieve cellen)

    • microvilli en glycocalix

    • resorptie elektrolyten en water

    • meest voorkomende cellen aan luminale zijde

  • pluripotente stamcellen

    • basaal in crypten

    • migreren naar oppervlak

  • neuroendocriene cellen

69
New cards

lamina propria mucosa in dikke darm

  • verspreid lymfoïde aggregaten tss crypten

  • minder lymfevaten dan in dunne darm

70
New cards

submucosa dikke darm

geen plicae circulares (<=> dunne darm)

71
New cards

muscularis propria in dikke darm

  • binnenste circulaire laag

  • buitenste longitudinale laag

    • niet doorlopend

    • 3 taeniae coli (= afzonderlijke overlangse stroken van +-12mm)

    • plicae semilunares (plooien aan binnenkant)

    • haustrae (uitpuilingen aan buitenkant)

    • wel volledige laag thv rectum

72
New cards

serosa in dikke darm

  • enkel thv intraperitoneaal deel colon

  • vormt vetuitstulpingen aan weerszijden vd taeniae coli

    • = appendices epiploicae

73
New cards

opbouw rectum

15 cm distaal vanaf linea dentata

deel vh recutm onder peritoneale omslagplooie is geen serosa → adventitia

74
New cards

macroscopische miscopbouw appendix

  • uitstulping caecum

  • 5-10 cm

  • morfologie = colon (geen villi)

  • stervormig lumen op doorsnede

75
New cards

microscopische opbouw appendix

mucosa

  • epitheel met absorptieve en slijmbekercellen

  • korte crypten met Panethcellen en neuroendocriene cellen

  • crypten minder dicht op elkaar dan rest vh colon

  • lamina propria met veel lymfoïd weefsel (kenmerkend) en weinig muscularis mucosae (ontbreekt vaak)

submucosa

  • losmazig bindweefsel

  • doorlopend lymfoïd weefsel uit mucosa

muscularis propria

  • circulaire en doorlopende (!) longitudinale laag

serosa

  • enkel bij aanhechting mesoappendix

76
New cards

anorectale overgang

= anorectale junctie

  • overang tss rectum en anaal kanaal

  • M puborectalis draait hier rond rectum

77
New cards

anaal kanaal

3-5 cm

deel tss rectum en anus

4 microscopische zones:

  • colorectale zone (anorectale zone)

    • proximaal van linea dentata

    • bekleding door colorectale mucosa (eenlagig cilindrisch epitheel)

  • anale transitiezone (ATZ)

    • overgang tss colorectale zone en squameuze zone

    • 4-9 cellagen epitheel

    • oppervlakkige laag cilindrische, kubische of afgeplatte epitheelcellen

    • uitmondingszone anale klieren

  • squameuze zone

    • meestal vanaf 1cm proximaal van linea dentata

    • meerlagig plaveiselepitheel zonder huidadnexen

  • perianale huid

    • meerlagig plaveiselepitheel met huidadnexen

    • haren, sebumklieren, zweetklieren, apocriene klieren

78
New cards

linea dentata

  • op 2/3 distaal vh anaal kanaal (= 1-2cm boven anus)

  • columnae anales = mucosa en submucosa vormen plooien proximaal vd linea dentata

  • sinus anales = groeven tussen columnae anales

  • valvulae anales = dwars gerichte plooien waar groeven in eindigen

79
New cards

sfincter rond anus

  • interne anale sfincter

    • dikkere circulaire gladde spierlaag onder linea dentata

  • fibormusculair weefsel

  • externa anale sfincter

    • laag dwarsgestreept spierweefsel

80
New cards

bloed- en lymfevaten in GI tractus

  • submucosale plexus (= arteriën door muscularis propria)

  • mucosale plexus (= takken naar mucosa rond klierbuizen)

parallel verloop veneuze terugkeer en lymfevaten

anders in dunne darm:

  • capillair netwerk in alle villi

  • blind eindigende chylevaten

81
New cards

opbouw speekselklierparenchym

druiventros opbouw

opbouw functionele eenheid:

  • secretoir deel = sereuze, muceuze, seromuceuze acini

  • schakelstuk = ductus intercalatus → samenkomende acini

  • speekselbuis = ductus striatus = buis van Pflüger

  • grote afvoerbuis = excretoire ductus → samenkomende ducti

omgeven door bindweefselkapsel met bindweefselschotten → lobuli en lobi

  • talrijke plasmacellen → antilichaamproductie

82
New cards

opbouw acinus speekselklier

sereuze acini

  • bol- tot piramidevormige cellen rond nauw lumen

  • typisch secretoire cellen

    • ronde basale kern

    • sterk basofiel cytoplasma

    • apicale secretoire granulen (bleek)

  • vnl bezenuwd door parasympathisch zenuwstelsel

muceuze acini

  • cilindervormig (tubuli)

  • grote cilindervormige cellen met basale platgedrukte kern

    • apicale mucine granulen

  • vnl bezenuwd door orthosympathisch zenuwstelsel

seromuceuze acini

  • muceuze cellen

  • perifeer halvemaanvormig geschikte sereuze cellen

  • sereus product langs intercellulaire ruimte naar centraal lumen

rond acinus en ductus intercalatus liggen myo-epitheliale cellen

  • platte cellen met contractiele cytoplasmatische uitlopers

83
New cards

parotis speekselklier

zuiver sereuze klier

uitsluitend sereuze acini

84
New cards

submandibulaire speekselklier

gemengd sereus, muceus en tubulo-acinaire klier

vnl sereuze cellen, ook muceuze cellen

85
New cards

sublinguale speekselklier

gemengd sereus, muceus en tubulo-acinaire klier

2/3 muceuze cellen

geen bindweefselkapsel

86
New cards

ductus intercalatus speekselklier

  • volgt op acinus

  • kleine kubische cellen omgeven door myo-epitheliale cellen

  • best ontwikkeld bij sereuze acini

87
New cards

ductus striatus speekselklier

  • cilindrische eosinofiele cellen

  • basis van cellen draagt verticale streping

    • diepe invaginaties van celmembraan omgeven met mitochondriën (sterk eosinofiel)

88
New cards

excretoire ducti speekselklier

  • eenlagig cilindrisch epitheel → cilindrisch pseudomeerlagig epitheel → meerlagig plaveiselepitheel

  • diameter neemt toe

89
New cards

verloop en functie speeksel

productie in acini → aanpassing door ducti

  • water reabsorptie samen met Na+ en Cl- in uitwisseling voor K+ en HCO3-

functie

  • start spijsvertering - suikerontbinding

  • maakt voedsel vochtig en glijdend

  • buffert voedsel

  • antibacteriëel

90
New cards

opbouw lever

eenheidsstructuur = leverlobulus = hexagonale balk met diamater 0.7mm

  • radiair geschikte anastomoserende platen van hepatocyten rond centrale vene

  • gescheiden door sinusoïden

  • portale velden = driehoekjes van Kiernan

    • op hoekpunten zeshoek

    • bindweefselstreng met portale triade (a hepatica, v portae, galkanaaltje) en zenuwvezels en lymfevaten

    • bloed van portale velden via sinusoïden naar centrale vene → draineren naar v hepatica

91
New cards

leversinusoïden

  • capillairen tussen 2 leverparenchymplaten met fenestraties

  • geen basale membraan

  • ruimte van Disse

    • celvrije ruimte tss sinusoïdale wand en hepatocyten

    • uitwisseling bloedplasma en hepatocyten

    • talrijke microvilli van hepatocyten

  • Kupffercellen, HSCellen, Pit cellen

92
New cards

Kupffercellen

  • macrofagen

  • stervormig

  • in lumen vd leversinusoïden → uitlopers tussen endotheel

93
New cards

Hepatisch Stellaire Cellen

= HSC = stellaatcellen

  • pericyten van leversinusoïden

  • gemodificeerde fibroblasten (myofibroblast-like cellen)

  • in ruimte van Dissa aan abluminale zijde vd endotheelcellen

  • in rust opstapelen van vet en vit A

  • bij activatie productie van collageen en littekenweefselvorming

94
New cards

Pit cellen

  • lever-specifieke natruralkiller cellen

  • vastgehecht aan luminale zijde vd endotheelcellen

95
New cards

hepatocyten

  • grote kubische tot polyhedrische cellen

  • centrale ronde kern en eosinofiel cytoplasma rijk aan mitochondriën

  • minstens 2 zijden in direct contact met sinusoîden via ruimte van Disse → andere zijden maken contact met naburige hepatocyten

  • overvloedig glycogeen in cytoplasma

    • stapelt triglyceriden in kleine/grote vetdruppels = micro-/macrovesiculaire steatose

    • bevat geelbruin pigment (lipofuscine)

96
New cards

intrahepatische galwegen

canaliculi

  • blind beginnend deel galafvoersysteem

  • fijne intercellulaire kanaaltjes

  • wordt afgelijnd door celmembranen van 2 aangrenzende hepatocyten (geen eigen bekleding)

  • microvilli

  • monden uit in kanaaltjes van Hering

Kanaaltjes van Hering

  • perifeer in lobuli (niet zichtbaar op HE)

  • wand uit hepatocyten en choangiocyten (kubische cellen)

  • verbinding tss intralobulaire canaliculi en eigenlijk galwegsysteem

  • monden uit in ductuli in portale veldjes

ductuli

  • in portale veldjes

  • afgelijnd door cholangiocyten (kubisch - cilindrische cellen)

  • omgeven door bindweefselhuls

  • verenigen tot interlobulaire ducti in portale veldjes

interlobulaire ducti

  • afgelijnd door cholangiocyten (kubisch - cilindrische cellen)

  • omgeven door bindweefselhuls

  • groter Li en Re intrahepatische ducti zijn grootste interlobulaire ducti → komen ui leverkwabben

  • gaan over in extrahepatische galwegen

97
New cards

opbouw extrahepatische galwegen

ducti hepaticus, cysticus en choledochus

  • hoog cilindrisch epitheel met weinig mucus → instulpingen in omliggend dens bindweefsel

  • peribiliaire klieren in bindweefsel

    • tubulair

    • laag-cilindrisch tot kubisch epitheel

    • mucus in cytoplasma

    • vnl distaal in ductus choledochus

  • spiercellen perifeer in bindweefsel

    • onvolledig circulair in choledochus

    • sfincter van Boyden in duodenum (= volledige dikke spierlaag)

  • ductus choledochus en ductus pancreaticus verenigen of lopen afzonderlijk naar papil van Vater (opening in duodenum)

    • vormen soms ampulla van Vater

    • sfincter van Oddi zit rond papil van Vater

98
New cards

functie extrahepatische galwegen

metabool centrum

  • eiwitsynthese en secretie

  • vetsynthese

  • galproductie → secretie galzouten en bilirubine

  • opslag v metabolieten

  • stofwisselingsfunctie

  • detoxificatie en inactivatie van oa geneesmiddelen

99
New cards

opbouw galblaas

mucosa

  • cilindrisch epitheel met basale ovale kernen + korte microvilli

  • lamina propria uit losmazig bindweefsel

  • tubulo-alveolaire klieren in buurt vd hals = instulpingen epitheel in lamina propria

GEEN muscularis mucosae en submucosa

glad spierweefsel

  • spierbundels in alle richtingen

serosa aan onderzijde

  • goed ontwikkels dens bindweefsel en mesotheel

adventitia aan bovenzijde

100
New cards

sinussen van Rokitansky-Aschoff

thv galblaas

= diepe epitheel invaginaties (tot voorbij spierlaag)