Examen Economie VDP -

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/14

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards gebaseerd op de economie college-aantekeningen over kostenstructuren, schaaleffecten, marktwerking, verkooptechnieken en economische indicatoren zoals het BBP.

Last updated 3:29 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

15 Terms

1
New cards

Wanneer moet een onderneming op de korte termijn stoppen met produceren?

Een onderneming moet stoppen met produceren als de GVKGVK (Gemiddelde Variabele Kosten) gelijk is aan de prijs.

2
New cards

Wat is het verschil tussen de korte termijn en de lange termijn wat betreft productiefactoren?

Op de korte termijn is arbeid de veranderende productiefactor, terwijl op de lange termijn kapitaal (zoals machines) veranderlijk is.

3
New cards

Wat gebeurt er grafisch met de aanbodcurve als de concurrentie toeneemt?

Het aanbod stijgt en de aanbodcurve verschuift naar rechts, waardoor de prijs daalt tot ondernemingen geen winst meer maken.

4
New cards

Wat houdt een positief schaaleffect in?

Bij een positief schaaleffect daalt de GTKGTK (Gemiddelde Totale Kosten) omdat werknemers efficiënter worden en de GCKGCK (Gemiddelde Constante Kosten) daalt door een grotere productiehoeveelheid qq.

5
New cards

Wat is de definitie van negatieve schaaleffecten?

Dit zijn nadelen van schaalvergroting waarbij de GTKGTK stijgt omdat werknemers minder productief worden en de totale kosten (TKTK) sterker toenemen.

6
New cards

Wat gebeurt er met de marktprijs bij een vraagoverschot?

Wanneer de gevraagde hoeveelheid (qvq_v) groter is dan de aangeboden hoeveelheid (qaq_a), ontstaat er een tekort en zal de prijs stijgen.

7
New cards

Waar staat de afkorting AIDA voor in het verkoopproces?

AIDA staat voor Attention (Aandacht), Interest (Interesse), Desire (Drang) en Action (Actie).

8
New cards

Wat wordt verstaan onder de definitie van het Bruto Binnenlands Product (BBP)?

De totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land gedurende een bepaalde periode, ook wel de som van alle toegevoegde waarden.

9
New cards

Hoe wordt de procentuele economische groei berekend volgens de aantekeningen?

nieuw BBPoud BBPoud BBP×100\frac{\text{nieuw BBP} - \text{oud BBP}}{\text{oud BBP}} \times 100

10
New cards

Wat is het verschil tussen een breedte-investering en een diepte-investering?

Bij een breedte-investering stijgt de productie met extra machines van dezelfde soort, terwijl een diepte-investering gebruikmaakt van betere of geavanceerdere machines die de arbeidsproductiviteit verhogen.

11
New cards

Wat zijn 'lagging indicators' in de economie?

Indicatoren die achteraf reageren op de economische groei, zoals de werkloosheidscijfers.

12
New cards

Welke drie elementen vormen de 'Triple P' basis voor duurzame ontwikkeling?

People (menswaardig loon en arbeidsomstandigheden), Planet (milieu en grondstoffen) en Profit (winst maken).

13
New cards

Wat zijn 'koopsignalen' bij een klant?

Aanwijzingen dat een klant klaar is om te kopen, zoals bevestigend knikken, een open houding, het bestuderen van de handleiding of het stellen van specifieke vragen over garantie.

14
New cards

Wat is de betekenis van de Sustainable Development Goals (SDG's)?

Een set van 17 doelen opgesteld door de Verenigde Naties om gedurende 15 jaar de wereld te verbeteren op vlak van mens en milieu.

15
New cards

Noem drie tekortkomingen van het BBP als maatstaf voor welvaart.

  1. Het houdt geen rekening met de inkomensverdeling; 2. Het omvat geen informele arbeid (zoals zwartwerk of vrijwilligers); 3. Het houdt geen rekening met negatieve externe effecten zoals vervuiling.