1/57
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
cutis
huid
opperhuid
epidermis
Opperhuid
meest oppervlakkige laag van de huid, bestaat uit meerlagig plaveiselepitheel.
kiemlaag
diepste laag van de opperhuid waar steeds nieuwe huidcellen gevormd worden
kiemlaag
stratum germinativum
basaalmembraan
dunne elastische laag tussen opperhuid en dekweefsel en het eronder gelegen weefsel
pigmentcellen
cellen in de kiemlaag van de opperhuid; vormen een bruinzwart pigment
pigmentcellen
melanocyten
melanine
zwart pigment; onder andere in de opperhuid
dermispapillen
uitstulpingen van de papillaire laag van de lederhuid
stekelcellenlaag
cellaag in de opperhuid die met uitsteeksels aan elkaar vastzitten
stekelcellenlaag
stratum granulosum
heldere laag
cellaag in de opperhuid; de cellen bevatten veel hoornstof
heldere laag
stratum lucidum
hoornlaag
stratum corneum
hoornlaag
oppervlakkigste laag van de opperhuid; bestaat uit afgestorven huidcellen vol hoornstof die afslijten
eelt
verdikking van de hoornlaag op de plaats waar de huid veel wrijving ondervindt
huidlijsten
regelmatig ribbelpatroon van de opperhuid vooral in de handpalmen, de binnenkant van de vingers en de voetpalmen; het patroon ontstaat door de dermispapillen
moedervlek
naevus maternus
moedervlek
donkerbruine vlek op de huid door plaatselijke opeenhoping van pigmentcellen met veel melanine
sproeten
efeliden
sproeten
kleine ronde lichtbruine of oranje vlekjes van de huid door pigmentophopingen in pigmentcellen; de pigmentvorming wordt door ultra violette straling van de zon geactiveerd
lederhuid
dermis
lederhuid
onder de opperhuid gelegen laag van de huid
reticulaire laag
stratum reticulare
reticulaire laag
binnenste laag van de lederhuid; bevat veel collagene vezels
papillaire laag
stratum papillare
papillaire laag
buitenste laag van de lederhuid; is met dermispapillen verankerd in de opperhuid
onderhuids bindweefsel
subcutis
onderhuids bindweefsel
laag losmazig bindweefsel als grenslaag tussen de lederhuid en het onderliggend weefsel
onderhuids vetweefsel
grote hoeveelheden vetcellen in het onderhuid bindweefsel
haarwortel
deel van de haar dat in de huid is verzonken
haarschacht
zichtbare deel van haar
haarzakje
haarfollikel
haarzakje
haarfollikel; een naar binnen gestulpt stukje opperhuid waaruit de haar groeit
haarbulbus
verdikte bodem van haarzakje
haarpapil
kleine instulping aan de onderkant van de haarbulbus met zenuwvezels en haarvaten
haarspier
musculus erector pilorum
haarspier
spiertje aan de basis van een haar; bij samentrekking gaat de haar rechtop staan
nagelbed
het stukje opperhuid onder de nagel, waar de nagel aan vastzit
nagelwal
huidplooi aan de zijkanten en basis van de nagel
nagelriem
huidplooi aan de basis van de nagelwal
nagelwortel
nagelmatrix
nagelwortel
dubbelgeklapte plooi van de kiemlaag aan de basis van het nagelbed; van hieruit groeit de nagel
lunula
maanvormig wit randje onder en aan de basis van de nagel
talgklier
trosvormige klier in de huid; produceert talg
talg
vettige stof, uitgescheiden door talgklieren in de huid; houdt huid en haren vettig en soepel en gaat uitdroging tegen
zweetklier
sterk gekronkelde buisvormige klier in de huid; produceert zweet
transpiratie
het uitscheiden van zweet
oorsmeer
cerumen
oorsmeer
vettige stof die door gespecialiseerde zweetklieren in de gehoorgang wordt afgescheiden; houdt het trommelvlies soepel
borstklieren
klieren onder de huid van de borst; ontwikkelen zich bij zwangere vrouwen tot melkklieren
melkklieren
trosvormige klieren in de borst, met een afvoergang naar de tepel
tepel
papilla mammae
subpapillaire vaatnetwerk
meest oppervlakkig gelegen vatennetwerk in de huid
cutane vaatnetwerk
middelste vatennetwerk tussen het subpapillaire en het fasciale vatennetwerk van de huid
fasciale vaatnetwerk
diepst gelegen vatennetwerk van de huid; ligt tussen het onderhuids bindweefsel en het onderliggende weefsel
anastomose
dwarsverbinding tussen twee vaatnetwerken