Eco 8.1-8.3 & 6.1-6.4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:15 PM on 6/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

zelfbinding

Je laat met je gedrag zien dat je betrouwbaar bent bij een afspraak.

2
New cards

verzonken kosten

Kosten van een investering die niet terugverdiend kunnen worden als het oorspronkelijke doel van de investering mislukt.

3
New cards

meeliftgedrag

Je profiteert mee, zonder zelf bij te dragen aan de kosten of inspanning.

4
New cards

sociale controle

Mensen letten op elkaar en spreken elkaar aan. Daardoor houden mensen zich beter aan de afspraken en slaagt samenwerking eerder.

5
New cards

gevangenenprobleem

Als beide partijen hun eigenbelang nastreven, is het resultaat voor beide partijen ongunstiger dan wanneer ze samenwerken.

6
New cards

verzekering

Overeenkomst waarbij de verzekerde tegen betaling van een premie een schadeloosstelling krijgt bij verlies of schade.

7
New cards

premie

Bedrag dat je per jaar aan de verzekeringsmaatschappij betaalt.

8
New cards

materiële schade

Schade die geld kost.

9
New cards

bonus-malusregeling (bij autoverzekeringen)

Hoe langer je geen uitkering van de verzekeringsmaatschappij nodig hebt, hoe hoger de korting op de premie. Bij schade door eigen schuld daalt de korting op de premie.

10
New cards

immateriële schade

Schade die niet in geld uit te drukken is.

11
New cards

verzekerde waarde

De waarde die aan de verzekeringsmaatschappij is opgegeven.

12
New cards

eigen risico

Deel van de schade die voor eigen rekening is.

13
New cards

Europese Unie (EU)

Samenwerkingsverband van 28 Europese landen met onder meer onderlinge vrijhandel.

14
New cards

multinational

Bedrijf met vestigingen in veel landen.

15
New cards

schaalvoordelen

Voordelen van schaalvergroting.

16
New cards

protectie

Bescherming van de eigen economie tegen buitenlandse concurrentie.

17
New cards

invoerrechten

Belasting op ingevoerde goederen en diensten.

18
New cards

open economie

Een economie die veel handel met het buitenland drijft.

19
New cards

import

Inkoop van goederen en diensten in het buitenland.

20
New cards

internationale arbeidsverdeling

Ieder land produceert die goederen en diensten waar het het best of goedkoopst in is.

21
New cards

wereldhandel

De totale internationale handel van alle landen.

22
New cards

interne markt

Gezamenlijke markt van alle landen van de Europese Unie waarbinnen vrijhandel is.

23
New cards

exportquote

Percentage van de export ten opzichte van het bbp.

24
New cards

subsidie

Een geldbedrag waarmee de overheid goederen of diensten goedkoper maakt.

25
New cards

bruto binnenlands product (bbp)

De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land in een jaar.

26
New cards

importquote

Percentage van de import ten opzichte van het bbp.

27
New cards

export

Verkoop van goederen en diensten aan het buitenland.

28
New cards

positief extern effect

Extern effect waarbij de welvaart stijgt.

29
New cards

extern effect

Een ‘bijwerking’ van de markt (een gevolg van vraag of aanbod waar geen prijs voor wordt betaald).

30
New cards

welvaart

De mate waarin mensen in staat zijn om hun behoeften aan schaarse goederen en diensten te bevredigen.

31
New cards

negatief extern effect

Extern effect waarbij de welvaart daalt.

32
New cards

lagere overheden

Provincies, gemeenten en waterschappen.

33
New cards

overheid

Het Rijk en de lagere overheden.

34
New cards

belasting op inkomen, winst en vermogen

Belasting op inkomen, winst en vermogen die de belastingplichtige zelf afdraagt.

35
New cards

collectieve goederen

Goederen die niet in individueel leverbare eenheden verkocht kunnen worden.

36
New cards

kostprijsverhogende belastingen

Belasting op goederen en diensten die de kostprijs verhogen.

37
New cards

collectieve sector

Overheid en de sociale fondsen.

38
New cards

Rijk

De centrale overheid.

39
New cards

accijns

Kostprijsverhogende belasting op sommige goederen.

40
New cards

aanbod van arbeid

Mensen met betaald werk plus mensen die betaald werk zoeken.

41
New cards

vraag naar arbeid

De vraag naar arbeidskrachten door bedrijven.

42
New cards

minimumloon

Het minimale brutoloon dat werkgevers moeten uitbetalen.

43
New cards

collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

Een overeenkomst waarbij alle werknemers van een (groot) bedrijf of van een hele bedrijfstak dezelfde arbeidsovereenkomst met hun werkgever(s) hebben.