1/123
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Chemische communicatie
Communicatie via stoffen zoals geuren en feromonen.
Visuele communicatie
Communicatie via kleuren, vormen, houdingen of gebaren.
Auditieve communicatie
Communicatie via geluiden.
Seismische communicatie
Communicatie via trillingen.
Tactiele communicatie
Communicatie via aanraking.
Elektrische communicatie
Communicatie via elektrische signalen.
Camouflage
Opgaan in de omgeving zodat een dier niet wordt opgemerkt.
Mimicry
Het nabootsen van een gevaarlijk dier door een ongevaarlijk dier.
Dood spelen
Gedrag waarbij een dier zich dood voordoet om roofdieren af te schrikken.
Concurrentie
Strijd om voedsel, ruimte of partners.
Symbiose
Nauw samenleven van organismen van verschillende soorten.
Parasitisme
Relatie waarbij één organisme voordeel heeft en het andere nadeel ondervindt.
Jager-prooirelatie
Relatie waarbij een roofdier een prooi vangt en opeet.
Mutualisme
Relatie waarbij beide organismen voordeel hebben.
Commensalisme
Relatie waarbij één organisme voordeel heeft en het andere geen invloed ondervindt.
Antibiose (amensalisme)
Relatie waarbij één organisme nadeel ondervindt en het andere geen invloed heeft.
Ectoparasiet
uitwendig parasiet
Endoparasiet
inwendig parasiet
Epifyt
Plant die op een andere plant groeit zonder deze te schaden.
Population ecology
Studie van één soort
Community ecology
Studie van interacties tussen verschillende soorten.
Ecosystemecologie
Studie van interacties tussen organismen en hun omgeving.
Biotic factors
Levende factoren in een ecosysteem.
Abiotic factors
Niet-levende omgevingsfactoren.
Ecosystem
Alle levende organismen en hun omgeving in een bepaald gebied.
number of organisms
Aantal organismen van een soort.
Biomass
Totale massa van levende organismen.
Productivity
Snelheid waarmee biomassa wordt geproduceerd.
Primary producers
Organismen die zelf voedsel maken via fotosynthese.
Primary consumers
Planteneters.
Secundary consumers
Vleeseters die planteneters eten.
Tertiary consumers
Toppredatoren.
decomposers
Organismen die dood materiaal afbreken.
Fotosyntheses
Proces waarbij planten lichtenergie omzetten in chemische energie.
foodchain
Lineaire overdracht van energie tussen organismen.
Food Web
Netwerk van meerdere voedselketens.
Food Pyramid
Voorstelling van energiestromen tussen trofische niveaus.
Trofic level
Plaats van een organisme in een voedselketen.
Succession
Geleidelijke verandering van plantengemeenschappen doorheen de tijd.
Pioneer vegetation
Eerste planten die een gebied koloniseren.
Climaxvegetatie
Stabiele eindfase van successie.
Primaire successie
Successie op een plaats zonder bodem.
Secundary succesion
Successie op een plaats waar al bodem aanwezig is.
Low Dynamics
Weinig veranderingen in een ecosysteem.
High Dynamics
Snelle veranderingen in een ecosysteem.
Micro-organisms
Microscopisch kleine organismen.
Microbiology
Wetenschap die micro-organismen bestudeert.
Pathogens
Ziekteverwekkende micro-organismen.
Besmetting
Contact met een micro-organisme.
Infectie
Vermenigvuldiging van een micro-organisme in het lichaam.
Ontsteking
Reactie van het lichaam op schade of infectie.
Incubatietijd
Tijd tussen besmetting en eerste symptomen.
Endemie
Voortdurend voorkomen van een ziekte in een gebied.
Epidemie
Sterke toename van ziektegevallen in een gebied.
Pandemie
Wereldwijde verspreiding van een ziekte.
Bacterie
Eencellig micro-organisme zonder celkern.
Toxine
Gifstoffen
Afbraakenzym
Enzym dat stof afbreekt
Celdeling
Proces waarbij één cel zich splitst in twee dochtercellen.
Endospore
ongunstige omstandigheden.
Coccen
Bolvormige bacteriën.
Bacillen
Staafvormige bacteriën.
Spirillen
Spiraalvormige bacteriën.
Vibrionen
Kommavormige bacteriën.
Grampositieve bacteriën
Bacteriën met een dikke celwand.
Gramnegatieve bacteriën
Bacteriën met een extra buitenmembraan.
Virus
Infectieus deeltje dat zich alleen kan vermenigvuldigen in een gastheercel.
Gastheercel
Cel waarin een virus zich vermenigvuldigt.
DNA
Erfelijk materiaal van een organisme.
Aangeboren afweer
Eerste, niet-specifieke verdedigingslinie van het lichaam.
Adaptieve afweer
Specifieke afweer tegen ziekteverwekkers.
Macrofaag
Witte bloedcel die ziekteverwekkers opeet.
Fagocytose
Opnemen en verteren van ziekteverwekkers door cellen.
Lymfocyt
Witte bloedcel betrokken bij specifieke afweer.
Antistoffen
Eiwitten die ziekteverwekkers herkennen en uitschakelen.
Antibiotica
Geneesmiddelen tegen bacteriën.
Antivirale middelen
Geneesmiddelen tegen virussen.
Vaccin
Stof die immuniteit opwekt tegen een ziekte.
Antimycotica
Geneesmiddelen tegen schimmels.
Ongeslachtelijke voortplanting
Voortplanting met één ouder zonder gameten.
Geslachtelijke voortplanting
Voortplanting met versmelting van gameten.
Gameet
Geslachtscel.
Geslachtsgemeenschap
Seksuele handeling tussen twee personen.
Primaire geslachtskenmerken
Geslachtsorganen aanwezig vanaf de geboorte.
Secundaire geslachtskenmerken
Kenmerken die ontstaan tijdens de puberteit.
Zaadcel
Mannelijke gameet.
Haploïd
Bevat één set chromosomen (23 bij de mens).
Chromosoom
Drager van erfelijke informatie.
Kop van de zaadcel
bevat de kern met DNA.
Middenstuk van de zaadcel
Deel met mitochondriën voor energie.
Staart van de zaadcel
Deel voor voortbeweging.
Teelbal
Orgaan waar zaadcellen worden gevormd.
Zaadbuisjes
Buisjes waarin zaadcellen ontstaan.
Bijbal
Plaats waar zaadcellen rijpen en worden opgeslagen.
Zaadleider
Buis die zaadcellen vervoert.
Zaadblaasjes
Klieren die voedingsrijk zaadvocht produceren.
Prostaat
Klier die extra zaadvocht toevoegt.
Zwellichaam
Sponsachtig weefsel dat zich vult met bloed bij erectie.
Sperma
Mengsel van zaadcellen en zaadvocht.
Eicel
Vrouwelijke gameet.