Les 1. Introductie en de migratiegeschiedenis van België en Europa

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:42 PM on 4/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Migrant

Een persoon die ten minste één jaar buiten zijn geboorteland of staatsburgerschap heeft gewoond (VN-definitie). Beweegredenen: werk, familie, studies, oorlog, vervolging…

2
New cards

Vluchteling

Persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, sociale groep of politieke overtuiging buiten zijn land verblijft en de bescherming ervan niet kan of wil inroepen (Conventie van Genève, 1951). Recht op asiel = mensenrecht. Status wordt toegekend door een autoriteit.

3
New cards

Verzoeker om internationale bescherming

Persoon die officieel internationale bescherming heeft aangevraagd en wiens vluchtelingenstatus nog niet bepaald is. Elke vluchteling doorloopt eerst deze procedure. Pas bij erkenning wordt men officieel 'vluchteling'.

4
New cards

Intern ontheemde (IDP)

Personen die gedwongen zijn te vluchten of hun woonplaats te verlaten zonder een internationaal erkende staatsgrens te oversteken. 73,5 miljoen mensen intern ontheemd wereldwijd (2024). Grootste aantallen in Soedan, DRC, Myanmar.

5
New cards

Subsidiair beschermde

Europees statuut (2004): persoon die een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer, maar geen individueel risico heeft zoals erkende vluchtelingen. Bijv. mensen uit een oorlogsgebied: het risico geldt voor iedereen, niet specifiek voor het individu.

6
New cards

Globalisering van migratie

Patroon waarvan steeds meer landen worden betrokken bij migratieprocessen. Toename in intercontinentale migratie; gemiddelde afstand nam toe. Europa: van emigratiecontinent naar immigratiecontinent. In 1960 was 75% van intercontinentale migranten Europeanen; in 2017 nog 22%.

7
New cards

Kettingmigratie

Mechanisme waarbij migratie zichzelf reproduceert via sociale netwerken: eerdere migranten helpen familieleden, vrienden of dorpsgenoten om ook te migreren. Italiaanse mijnwerkers die familie naar België haalden; Turkse arbeiders die gezinshereniging stimuleerden.

8
New cards

Transplanted communities

Mechanisme waarbij gemeenschappen zich als geheel verplaatsen en hun sociale structuren, cultuur en netwerken meenemen naar het nieuwe land. Na de migratiestop van 1974 bleven 'tijdelijke gastarbeiders' permanent en vormden hechte gemeenschappen.

9
New cards

Arbeidsmigratie (gastarbeiders)

Migratievorm waar migratie officieel gerekruteerd of spontaan gebeurt met economische motieven, vaak via bilaterale akkoorden tussen landen. België sloot akkoorden met Italië (1946), Spanje (1956), Griekenland (1956), Turkije (1964) en Marokko (1964).

10
New cards

Migratiestop 1974

Beleidskeuze waarbij permanente stop van arbeidsmigratie in België (en meeste West-Europese landen) werd doorgevoerd na de oliecrisis van 1973. Averechts effect: migranten keerden niet terug uit angst niet meer binnen te raken → toename gezinshereniging → migratie werd permanent.

11
New cards

Gezinshereniging & huwelijksmigratie

Migratievorm waarbij migratie van familieleden toeneemt om zich te voegen bij een reeds gevestigde migrant. Huwelijksmigratie = partner halen uit land van herkomst. Bij Turkse Belgen: 75% van de huwelijken was 'imported' (census 1991). Dit daalde sterk bij de tweede generatie.

12
New cards

Koloniale migratie

Migratievorm waarbij migratie plaatsvindt van koloniale onderdanen naar het moederland tijdens de koloniale periode. Algerijnen naar Frankrijk; migranten uit Congo naar België.

13
New cards

Post-koloniale migratie

Migratievorm waarbij migratie plaatsvindt vanuit voormalige kolonies naar het vroegere moederland, na de dekolonisatie. Congolezen naar België na de onafhankelijkheid (1960). Surinamers naar Nederland. Een vorm van kettingmigratie.

14
New cards

Asielmigratie

Migrartievorm waarbij migratie gedreven wordt door conflict, onderdrukking of politieke instabiliteit, en waarbij men internationale bescherming zoekt. Keuze voor bestemming: vooral nabijheid van familie/gemeenschap speelt grote rol; sociaaleconomische factoren minder.

15
New cards

'Fort Europa'

Beleidskeuze met een geleidelijke opbouw van een strengere Europese grens: harmonisatie migratiebeleid, visarestricties, strengere grenscontroles, beperking arbeidsmigratie. Fundamenten al gelegd vóór 1990 tijdens de Koude Oorlog. Migratie werd steeds meer een veiligheidskwestie.

16
New cards

Bilateraal akkoord

Beleidskeuze waarbij een overeenkomst wordt gemaakt tussen twee landen om officiële rekrutering van arbeidsmigranten te organiseren en te reguleren. België–Italië (1946), België–Spanje (1956), België–Turkije en Marokko (1964). Selectiecriteria: regio, fysieke conditie, ideologie.

17
New cards

Euro-koloniale migratie

Migratievorm waarbij migratie plaatsvindt van Europeanen naar de kolonies. Franse kolonisten in Algerije; Belgen in Congo.

18
New cards

Selectieve migratie

Mechanisme waarbij migranten niet representatief zijn voor de totale bevolking van het herkomstland: ze zijn jonger, laaggeschoold of afkomstig uit specifieke regio's. Turkse en Marokkaanse gastarbeiders: jong, laaggeschoold en arm, afkomstig uit zeer specifieke regio's.

19
New cards

Zaïrisering (Mobutu)

Beleid van Mobutu in de jaren '70 om koloniale sporen uit te wissen: naamsveranderingen van steden, nationalisaties, Afrikaanse identiteit promoten. Leopoldstad werd Kinshasa. Dit leidde tot studentenmigratie naar België.

20
New cards

Vervrouwelijking van migratie

Langetermijntrend waarbij het aandeel vrouwen onder internationale migranten toenam. Recent weer een lichte daling. Sterk regionaal verschil: Noord-Afrika/West-Azië heeft het laagste aandeel vrouwelijke migranten.

21
New cards

Continuüm van migratie

Migratie wordt het best begrepen op meerdere assen: interninternationaal, vrijwilliggedwongen, tijdelijkpermanent, legaalclandestien, hooggeschooldlaaggeschoold. Grenzen tussen categorieën zijn vloeiend en overlappend (Bade, 2003).

22
New cards

Regularisatie

Officieel beleid waarbij clandestiene of irreguliere migranten achteraf een legale verblijfsstatus krijgen. Na 1974: clandestiene migranten konden geregulariseerd worden tijdens de transitieperiode tot december 1975.