1/39
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ontwikkelingspsychologie
Wetenschappelijke studie naar patronen in groei, verandering en stabiliteit doorheen de levensloop
Fysieke ontwikkeling
Kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag
Cognitieve ontwikkeling
Kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kijkt naar de sociale relaties en interacties met anderen en naar het omgaan met emoties Hoe leren kinderen sociaal gedrag, heeft sociale media hier invloed op
Persoonlijkheidsontwikkeling
Karaktereigenschappen die ene persoon van andere onderscheiden en mate waarin dit stabiel is of veranderd doorheen de tijd
Prenataal
Bevruchting tot geboorte
Het eencellig organisme wordt een baby met opmerkelijke capaciteiten om buiten de baarmoeder te kunnen overleven
Baby en peuter
Geboorte-2 jaar
Drastische veranderingen in het lichaam en de hersenen ondersteunen de opkomst van een breed scala van motorische, perceptuele en intellectuele capaciteiten en de eerste intieme banden met anderen
Vroege kindertijd
2-6 jaar = kleuter
Gedurende de “speeljaren” worden de motorische capaciteiten verfijnd, gedachten en taal worden breiden uit met een enorme snelheid, er is al wat besef van moraliteit en kinderen leggen banden met leeftijdsgenoten
Midden - kindertijd
6-11 jaar = lagere school
De schooljaren worden gekenmerkt door een toename van atletische capaciteiten. Kinderen hebben een logischer denkproces, ze beheren de basis van lezen en schrijven. Er komt meer gevoel voor moraliteit en vriendschap
Adolescentie
11-18 jaar
Ontwikkeling van het lichaam (typische geslachtskenmerken). De gedachten worden abstract en idealistisch en schoolprestaties worden belangrijker en serieuzer. Ze verkrijgen een zekere autonomie van hun familie en ze definiëren persoonlijke waarden en doelen
Vroege volwassenheid
18-40 jaar
De meeste jonge mensen verlaten hun ouderlijk huis, ze maken hun studies af en beginnen te werken. Hun grootste zorgen zijn nu het ontwikkelen van een carrière, een relatie opbouwen, trouwen, kinderen krijgen …
Middenvolwassenheid
40-65 jaar
Veel mensen zijn nu op de leeftijd gekomen dat ze toch een zekere leidersfunctie vervullen op hun werk. Ook moeten ze hun kinderen onafhankelijk leren te zijn en hun ouders beginnen te verouderen. In deze fase worden mensen zich bewust van hun eigen sterfelijkheid.
Late volwassenheid
65 jaar tot overlijden
Mensen gaan op pensioen, hun fysieke kracht en gezondheid neemt af en vaak sterft hun echtgenoot/echtgenote. Ze gaan nadenken over de betekenis van hun leven
Kritieke periode
Bepaalde soorten omgeving stimuli noodzakelijk in deze periode, indien niet aanwezig kan dit onomkeerbare gevolgen hebben voor de ontwikkeling
Een periode waarin een bepaalde ervaring absoluut nodig is voor normale ontwikkeling. Als die ervaring ontbreekt, is herstel later heel moeilijk of onmogelijk
Gevoelige periode
Optimale periode om bepaalde vermogens te ontwikkelen, extra ontvankelijk voor bepaalde soorten omgeving stimuli
Leren kan later nog wel, maar meestal moeilijker
Groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren zijn en dezelfde omgeving opgevoed
Kloof is vaak niet zo groot als we denken!
Generatiekloven
Normatieve invloeden
Invloeden die gelden voor alle individuen in een bepaalde groep op ongeveer dezelfde wijze
Leeftijdsgebonden
Historisch
Sociaal-cultureel
Multideterminisme
De bepaling van eigenschappen door een combinatie van genetische factoren en omgevingsfactoren, waarbij een genotype zorgt voor een bepaald bereik waarbinnen een fenotype zich kan manifesteren
Een veelheid van factoren binnen het individu en in de context spelen een (interactieve) rol in de ontwikkeling = uniek samenspel
Elk individu heeft een unieke genetische code, nativisme, aanleg → Alles wat je erft van je ouders.
Kind wordt geboren als onbeschreven blad, opvoeding bepaalt ontwikkeling, empirisme en behaviorisme, opvoeding en omgeving → Alles wat je leert en meemaakt
Gen-omgevingsinteracties; genetische aanleg en omgevingsfactoren werken samen, interageren
→ omgevingsfactoren hebben een verschillende impact naargelang iemands genotype
Epigenetica
De studie van de mate waarin en de manier waarop ervaringen en leefomstandigheden van een organisme de manifestatie van erfelijke aanleg kunnen beïnvloeden
Als je iets meemaakt kan het zijn dat bepaalde genetische genen aan of uitgezet worden