1/162
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hallin & Mancini (2004)
Auteurs van het boek 'Political Mediasystems' die een model ontwikkelden met 4 dimensies om landelijke mediasystemen te vergelijken.
Mediamarkt
De eerste dimensie van Hallin & Mancini, die zich vooral richt op de structuur van de pers en traditionele media.
Political parallelism
De mate waarin het politieke systeem en de politieke verdeeldheid worden weerspiegeld in de organisatie en inhoud van de media.
Journalistiek professionalisme
De dimensie die kijkt naar de mate van onafhankelijkheid van journalisten en het bestaan van specifieke journalistieke opleidingen.
Overheidsinterventie
De mate waarin de overheid zich mengt in het medialandschap, bijvoorbeeld door het aansturen of financieren van de openbare omroep.
Liberal model
Mediasysteem in de Anglo-Saksische wereld met een vroege commerciële pers, een vrijemarktmodel, sterke professionalisering en weinig overheidsinmenging.
Democratic corporatist model
Mediasysteem in landen als België, Nederland en Duitsland, gekenmerkt door een sterke krantenmarkt en een combinatie van staatsinmenging met journalistieke autonomie.
Polarised pluralist model
Mediasysteem in Zuid-Europa (o.a. Spanje, Griekenland, Italië) met een zwakke krantenmarkt, veel politieke inmenging en een sterke focus op televisie.
Homogenisering
De trend waarbij nationale mediasystemen wereldwijd meer op elkaar gaan lijken door de universele invloed van sociale media.
Price of federalism
Het concept dat in België de grote hoeveelheid parlementsleden (zoals 124 Vlaamse en 88 in de Kamer) zorgt voor een hevige strijd om beperkte media-aandacht.
FIMI
Afkorting voor 'Foreign Information Manipulation and Interference', oftewel de manipulatie van informatie door buitenlandse actoren om systemen te verstoren.
Macro-niveau van kwetsbaarheid
Het niveau waarop maatschappelijke conflicten en verdeeldheid in een land een voedingsbodem vormen voor de effectiviteit van misinformatie.
Politieke misinformatie omgeving
Het tweede niveau van kwetsbaarheid, bepaald door het vertrouwen in media en of politici zelf fake news verspreiden of omarmen.
Intern pluralisme vs. extern pluralisme
De verschuiving, specifiek genoemd bij de VS, van een model met diverse stemmen binnen media naar een gepolariseerd model waar verschillende media elk een andere ideologie vertegenwoordigen.
Priming
Een concept binnen media-effecten waarbij de media de standaarden beïnvloeden die mensen gebruiken om politici of beleid te beoordelen.
Primingeffecten
Het beïnvloeden van de perceptie waarbij de thema waarop men iemand beoordeelt verandert doorheen de tijd, waardoor bepaalde criteria belangrijker worden.
Feeling thermometer
Een methode om te polsen naar hoe mensen zich voelen over een bepaald onderwerp of een persoon.
Iyengar & Kinder
De grondleggers van onderzoek naar priming-effecten, bekend van hun experimentele stimulus 'news that matters'.
Issue ownership
Een partijstrategie waarbij een politieke partij zich profileert op thema's waar zij als de meest competente partij ('eigenaar') op worden gezien.
Framing (Van Gorp 2004)
Een soort bril waarmee je naar een onderwerp kijkt en waardoor je perceptie beïnvloed wordt.
Metacommunicatie
Communicatie die het gewone niveau van framing overstijgt, zoals het bespreken van de manier waarop gecommuniceerd wordt.
Generische frames
Kaders die over alle verschillende thema's heen te gebruiken zijn in de media.
Episodische frames
Een manier van berichtgeving waarbij een verhaal of thema wordt toegelicht aan de hand van een specifiek incident of een 'human interest verhaal'.
Thematische frames
Berichtgeving die de nadruk legt op patronen en het volledige thema belicht, vaak via statistieken, waardoor de schuld minder bij het individu wordt gelegd.
Issue-specifieke frames
Frames die specifiek samenhangen met grote thema's, zoals immigranten die als 'slachtoffers' of als 'bedreiging' (indringerframe) worden voorgesteld.
Kahneman & Tversky (1979)
Onderzoekers naar de psychologische roots van framing, bekend van het 'asian disease experiment'.
Equivalence framing
Wanneer de inhoud van de informatie identiek is, maar op verschillende manieren gepresenteerd wordt (bv. winst t.o.v. verlies).
Gain frame
Een presentatiewijze waarbij de winst wordt benadrukt, wat ertoe leidt dat mensen vaker de zekere optie verkiezen.
Loss frame
Een presentatiewijze waarbij het verlies wordt beklemtoond, wat ertoe leidt dat mensen vaker de risicovollere optie verkiezen.
Entman (1993)
Grondlegger in politieke communicatie die stelt dat framen het selecteren en benadrukken van bepaalde aspecten van een probleem is om het in een specifieke richting te sturen.
Emphasis framing
Een vorm van framing waarbij niet de presentatie maar een specifiek aspect van de inhoud de meeste nadruk krijgt (bv. de focus op slachtoffers bij de doodstraf).
Frame-building
Het proces van het kiezen van een perspectief bij het construeren van nieuws, wat volgens de theorie onvermijdelijk is.
Accessibility
Een mechanisme waarbij informatie die frequent en recent aangeboden wordt, sneller beschikbaar ('top of mind') is in het geheugen.
Applicability
Het mechanisme van framing waarbij een thema geassocieerd wordt met een specifieke interpretatie door de frequente combinatie van beide.
Media als waakhonden
De normatieve rol van de media om de politiek kritisch te controleren en hierover te berichten.
Media als schoothonden
Een kritische term voor media die te dicht bij machtige politici staan en daardoor niet kritisch genoeg zijn.
Procedural model
Een normatief model voor media dat zich richt op de basisvoorwaarden van democratische berichtgeving.
Competitive model
Een normatief model waarbij verkiezingen centraal staan als een competitie tussen partijen.
Participatory model
Een normatief model dat stelt dat de media de burger actief bij de politiek moeten betrekken als meer dan slechts toeschouwers.
Deliberative model
Een normatief model waarbij media publieke discussies moeten aanmoedigen die gericht zijn op het vinden van politieke oplossingen.
Mediatisering (4de fase)
De fase waarin politieke actoren en instellingen (zoals partijen, parlement en regering) hun gedrag en interne processen aanpassen aan de logica van de media.
Mediacratie
Een staatsvorm of maatschappelijk klimaat waarin de media een dominante invloed uitoefenen op de politiek en de publieke opinie.
Publieke agenda-setting
De invloed van media op de thema's die het publiek relevant vindt en wat mensen "top of mind" hebben.
Politieke agenda-setting
De invloed van media op de thema's die politici behandelen en hoe hun politieke agenda wordt beïnvloed door de pers.
Symbolische agenda
Een type politieke agenda waar de media de meeste invloed op hebben, bijvoorbeeld in het parlement waar politici makkelijk kunnen reageren op actuele onderwerpen.
Substantiële agenda
De politieke agenda die betrekking heeft op wetgevende processen en budgetten; deze wordt minder door media beïnvloed omdat budgetten vaak vastliggen in een regeringsakkoord.
Weekenddoden
Een voorbeeld van een traag substantieel proces waarbij verkeersveiligheid een politieke prioriteit werd na media-aandacht voor dodelijke ongevallen door uitgaan en drugsgebruik.
PoliticsMediaPolitics-cycle (PMP)
Een theorie van Wolfsfeld die stelt dat mediazaken bijna altijd een politieke actie als basis hebben, waarna de media dit uitvergroot en andere politici weer reageren.
Media reflexivity
Het proces waarbij politici voortdurend de media in hun achterhoofd houden en acties ondernemen gebaseerd op hoe deze in de media zullen overkomen.
Framing
Het definiëren van een probleem op een bepaalde manier, zoals het succesvol introduceren van de term "graaicultuur" door politici in de media.
Window of opportunity
Het moment waarop politici gebruikmaken van een piekmoment in media-aandacht om bestaande plannen door te voeren of zichzelf gunstig te profileren.
Surfing the news waves
Een strategie waarbij politici proberen sneller door de media opgepikt te worden door in te spelen op actuele nieuwsonderwerpen.
Partijdiscipline
Een factor waardoor het parlement aan belang heeft verloren, omdat parlementsleden vaak als een gesloten blok stemmen volgens de partijlijn in plaats van individueel af te wijken.
The contingency of media power
Het concept dat de macht van de media geen vaststaand gegeven is (geen "given"), maar afhankelijk is van verschillende variabelen en contexten.
Mediated politics
De situatie waarin de media de voornaamste bron van informatie zijn voor de burger, zoals bij de presidentiële debatten in de VS.
Mediatised politics
Wanneer de media de politiek volgens hun eigen logica vormgeven en de politiek zich vervolgens aan deze logica aanpast.
Spin room
Een ruimte waar bekende politici na een debat hun eigen interpretaties, meningen en framing geven over het verloop van het debat.
Derde fase van mediatisering
De fase waarin de media autonoom bepaalt hoe zij over de politiek berichtgeven en over welk onderwerp of welke persoon dit gaat.
Soundbite
Een kort mediabeeld of citaat van een politicus; deze zijn in de loop van de tijd gekrompen, waardoor politici minder effectieve spreektijd overhouden.
Geïnternaliseerde media-logica
Het proces waarbij politici hun optreden aanpassen aan de mediaverwachtingen en het specifieke type programma, zoals deelname aan een quiz.
Equalisation
De theorie dat politieke macht op digitale media gelijkgetrokken wordt omdat er geen gatekeepers zijn, de kosten laag zijn en viraliteit een grotere rol speelt dan traditionele macht.
Political standing
De status of macht van een politicus die direct invloed heeft op de hoeveelheid media-aandacht die hij of zij krijgt (power leads to attention).
Issue competence
De deskundigheid van een politicus op een specifiek onderwerp, wat vooral in 'restricted waves' een rol speelt voor media-aandacht.
Charismatic communication skills
Communicatieve vaardigheden die belangrijker zijn voor media-aandacht in 'open waves'.
Work horse vs. Show horse
Een onderscheid tussen politici die zich focussen op dossierkennis en achtergrondwerk versus politici die zich primair richten op media-optredens.
Schauvliege
Een politiek voorbeeld genoemd in de les in de context van milieuactivisten en hoe politici gemaakt of gekraakt worden in de media.
Quickenborne
Een voorbeeld van een politicus die in opspraak kwam in de media naar aanleiding van een incident op een 50-jarig verjaardagsfeest.
PPK
Party Position Knowledge: de kennis over waar de politieke partijen voor staan.
Politieke kennis (Delli Karpini & Keeter, 1996)
Bestaat uit de regels van het spel, de hoofdrolspelers en in mindere mate de inhoud; regels worden beter gekend omdat deze stabieler zijn dan de inhoud.
Participatieve democratie
Een visie waarin politieke kennis nodig is om een ‘goede’ burger te zijn en waarbij de stemkeuze gebaseerd moet zijn op informatie.
Elitedemocratie
Een visie waarin informeren irrationeel is omdat het tijd en moeite kost; sommigen stellen dat de democratie beter werkt als burgers zich er zo weinig mogelijk mee bemoeien.
Heuristics
Shortcuts of mentale vuistregels die worden gebruikt om informatie te filteren of als substitutie dienen wanneer andere informatie ontbreekt.
Schema
Een geheel van heuristics dat helpt om de complexe werkelijkheid te vereenvoudigen en (meer) kennis op te slaan, al kan dit ook leiden tot bias (vertekening).
OMA framework
Een kader dat verschillen in politieke kennis verklaart aan de hand van drie factoren: Opportunities, Motivation en Ability.
Opportunities (OMA)
De politieke context (zoals referenda of spannende verkiezingen) en de informatie-omgeving (toegang tot kwaliteitsvolle media).
Motivation (OMA)
De mate van politieke interesse van een individu.
Ability (OMA)
Het vermogen om kennis te verwerven, waarbij onderwijs de sterkst verklarende variabele is (knowledge gap).
Knowledge gap
De kenniskloof waarbij media de verschillen vaak vergroten omdat hooggeschoolden doorgaans meer leren uit de geboden informatie.
Uninformed
Een toestand van gebrek aan kennis.
Misinformed
Wanneer iemand foute, misleidende of niet bewezen informatie als waar beschouwt.
Misinformatie
Foute informatie die wordt verspreid zonder dat daar noodzakelijkerwijs een slechte intentie achter zit.
Desinformatie
Foute informatie die opzettelijk wordt verspreid met de intentie om te misleiden.
Malinformatie
Informatie die niet per se fout is, maar wel wordt gedeeld met de intentie om iemand te schaden of te kwetsen.
Feit
Een onderdeel van de waarheid dat vaststaat, zoals de vaststelling dat de aarde opwarmt.
Inzicht
Een rationeel bedacht begrip van patronen dat niet 100% waterdicht is, zoals het verband tussen klimaatverandering en migratie.
Mening
De interpretatie van feiten, bijvoorbeeld de stelling dat klimaatverandering op nummer 1 van de politieke agenda moet staan.
Leugen
Een bewering waarvan de spreker weet dat deze in strijd is met de waarheid, met de bewuste intentie om te misleiden.
Truthiness
Een term gepopulariseerd door Stephen Colbert die verwijst naar iets dat ‘waarheidachtig’ aanvoelt zonder op feiten gebaseerd te zijn.
HALT-methode
Een strategie om desinformatie te herkennen: Ho! (stilstaan bij emotionele reactie), Analyseer de bron, Lokaliseer betere berichtgeving en Traceer.
Negative campaigning
Het in een slecht daglicht plaatsen van de tegenstander, wat in de VS de norm is en vaak gebeurt via korte advertenties op sociale media.
Attack ads
Korte advertenties die specifiek bedoeld zijn om de tegenstander aan te vallen, opvallend veel gebruikt door Donald Trump.
Bimber
Een concept dat de combinatie beschrijft van 'social-movement-like-enthusiasm' en een strakke, centrale organisatie ('on message').
Obama campagne 2012
Een campagne die nog sterker inzette op online strategieën en waarbij 67% van het budget afkomstig was uit kleine donaties via bijvoorbeeld SMS.
Data analyse 2.0
Het verzamelen en statistisch analyseren van data om campagnes te sturen, wat na de Obama-campagnes de norm is geworden.
Micro-targeting
Het aanpassen van de politieke boodschap aan de specifieke kenmerken of voorkeuren van een individu of kleine groep.
Walksheets
Databases die informatie bevatten over wie in een bepaalde buurt woont en voor wie zij waarschijnlijk stemmen, gebruikt voor selectieve huisbezoeken.
Kreiss & McGregor (2018)
Onderzoekers die de actieve adviserende en commercieel-strategische rol van technologiebedrijven (zoals Facebook) in politieke campagnes beschrijven.
Doorbraakjaar 2019
Het jaar waarin online campagnes in Vlaanderen definitief doorbraken, mede doordat Vlaams Belang veel investeerde in sociale media nadat kranten hun advertenties weigerden.
Lookalike audience
Een techniek op Facebook waarbij de database van het platform wordt gebruikt om mensen te targeten die lijken op de gewenste doelgroep op basis van voorkeuren.
TTPA
Een EU-verordening gericht op toegenomen transparantie van politieke advertenties, die door Meta als te complex werd beschouwd.