alle lessen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/162

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:46 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

163 Terms

1
New cards

Hallin & Mancini (2004)

Auteurs van het boek 'Political Mediasystems' die een model ontwikkelden met 4 dimensies om landelijke mediasystemen te vergelijken.

2
New cards

Mediamarkt

De eerste dimensie van Hallin & Mancini, die zich vooral richt op de structuur van de pers en traditionele media.

3
New cards

Political parallelism

De mate waarin het politieke systeem en de politieke verdeeldheid worden weerspiegeld in de organisatie en inhoud van de media.

4
New cards

Journalistiek professionalisme

De dimensie die kijkt naar de mate van onafhankelijkheid van journalisten en het bestaan van specifieke journalistieke opleidingen.

5
New cards

Overheidsinterventie

De mate waarin de overheid zich mengt in het medialandschap, bijvoorbeeld door het aansturen of financieren van de openbare omroep.

6
New cards

Liberal model

Mediasysteem in de Anglo-Saksische wereld met een vroege commerciële pers, een vrijemarktmodel, sterke professionalisering en weinig overheidsinmenging.

7
New cards

Democratic corporatist model

Mediasysteem in landen als België, Nederland en Duitsland, gekenmerkt door een sterke krantenmarkt en een combinatie van staatsinmenging met journalistieke autonomie.

8
New cards

Polarised pluralist model

Mediasysteem in Zuid-Europa (o.a. Spanje, Griekenland, Italië) met een zwakke krantenmarkt, veel politieke inmenging en een sterke focus op televisie.

9
New cards

Homogenisering

De trend waarbij nationale mediasystemen wereldwijd meer op elkaar gaan lijken door de universele invloed van sociale media.

10
New cards

Price of federalism

Het concept dat in België de grote hoeveelheid parlementsleden (zoals 124 Vlaamse en 88 in de Kamer) zorgt voor een hevige strijd om beperkte media-aandacht.

11
New cards

FIMI

Afkorting voor 'Foreign Information Manipulation and Interference', oftewel de manipulatie van informatie door buitenlandse actoren om systemen te verstoren.

12
New cards

Macro-niveau van kwetsbaarheid

Het niveau waarop maatschappelijke conflicten en verdeeldheid in een land een voedingsbodem vormen voor de effectiviteit van misinformatie.

13
New cards

Politieke misinformatie omgeving

Het tweede niveau van kwetsbaarheid, bepaald door het vertrouwen in media en of politici zelf fake news verspreiden of omarmen.

14
New cards

Intern pluralisme vs. extern pluralisme

De verschuiving, specifiek genoemd bij de VS, van een model met diverse stemmen binnen media naar een gepolariseerd model waar verschillende media elk een andere ideologie vertegenwoordigen.

15
New cards

Priming

Een concept binnen media-effecten waarbij de media de standaarden beïnvloeden die mensen gebruiken om politici of beleid te beoordelen.

16
New cards

Primingeffecten

Het beïnvloeden van de perceptie waarbij de thema waarop men iemand beoordeelt verandert doorheen de tijd, waardoor bepaalde criteria belangrijker worden.

17
New cards

Feeling thermometer

Een methode om te polsen naar hoe mensen zich voelen over een bepaald onderwerp of een persoon.

18
New cards

Iyengar & Kinder

De grondleggers van onderzoek naar priming-effecten, bekend van hun experimentele stimulus 'news that matters'.

19
New cards

Issue ownership

Een partijstrategie waarbij een politieke partij zich profileert op thema's waar zij als de meest competente partij ('eigenaar') op worden gezien.

20
New cards

Framing (Van Gorp 2004)

Een soort bril waarmee je naar een onderwerp kijkt en waardoor je perceptie beïnvloed wordt.

21
New cards

Metacommunicatie

Communicatie die het gewone niveau van framing overstijgt, zoals het bespreken van de manier waarop gecommuniceerd wordt.

22
New cards

Generische frames

Kaders die over alle verschillende thema's heen te gebruiken zijn in de media.

23
New cards

Episodische frames

Een manier van berichtgeving waarbij een verhaal of thema wordt toegelicht aan de hand van een specifiek incident of een 'human interest verhaal'.

24
New cards

Thematische frames

Berichtgeving die de nadruk legt op patronen en het volledige thema belicht, vaak via statistieken, waardoor de schuld minder bij het individu wordt gelegd.

25
New cards

Issue-specifieke frames

Frames die specifiek samenhangen met grote thema's, zoals immigranten die als 'slachtoffers' of als 'bedreiging' (indringerframe) worden voorgesteld.

26
New cards

Kahneman & Tversky (1979)

Onderzoekers naar de psychologische roots van framing, bekend van het 'asian disease experiment'.

27
New cards

Equivalence framing

Wanneer de inhoud van de informatie identiek is, maar op verschillende manieren gepresenteerd wordt (bv. winst t.o.v. verlies).

28
New cards

Gain frame

Een presentatiewijze waarbij de winst wordt benadrukt, wat ertoe leidt dat mensen vaker de zekere optie verkiezen.

29
New cards

Loss frame

Een presentatiewijze waarbij het verlies wordt beklemtoond, wat ertoe leidt dat mensen vaker de risicovollere optie verkiezen.

30
New cards

Entman (1993)

Grondlegger in politieke communicatie die stelt dat framen het selecteren en benadrukken van bepaalde aspecten van een probleem is om het in een specifieke richting te sturen.

31
New cards

Emphasis framing

Een vorm van framing waarbij niet de presentatie maar een specifiek aspect van de inhoud de meeste nadruk krijgt (bv. de focus op slachtoffers bij de doodstraf).

32
New cards

Frame-building

Het proces van het kiezen van een perspectief bij het construeren van nieuws, wat volgens de theorie onvermijdelijk is.

33
New cards

Accessibility

Een mechanisme waarbij informatie die frequent en recent aangeboden wordt, sneller beschikbaar ('top of mind') is in het geheugen.

34
New cards

Applicability

Het mechanisme van framing waarbij een thema geassocieerd wordt met een specifieke interpretatie door de frequente combinatie van beide.

35
New cards

Media als waakhonden

De normatieve rol van de media om de politiek kritisch te controleren en hierover te berichten.

36
New cards

Media als schoothonden

Een kritische term voor media die te dicht bij machtige politici staan en daardoor niet kritisch genoeg zijn.

37
New cards

Procedural model

Een normatief model voor media dat zich richt op de basisvoorwaarden van democratische berichtgeving.

38
New cards

Competitive model

Een normatief model waarbij verkiezingen centraal staan als een competitie tussen partijen.

39
New cards

Participatory model

Een normatief model dat stelt dat de media de burger actief bij de politiek moeten betrekken als meer dan slechts toeschouwers.

40
New cards

Deliberative model

Een normatief model waarbij media publieke discussies moeten aanmoedigen die gericht zijn op het vinden van politieke oplossingen.

41
New cards

Mediatisering (4de4\text{de} fase)

De fase waarin politieke actoren en instellingen (zoals partijen, parlement en regering) hun gedrag en interne processen aanpassen aan de logica van de media.

42
New cards

Mediacratie

Een staatsvorm of maatschappelijk klimaat waarin de media een dominante invloed uitoefenen op de politiek en de publieke opinie.

43
New cards

Publieke agenda-setting

De invloed van media op de thema's die het publiek relevant vindt en wat mensen "top of mind" hebben.

44
New cards

Politieke agenda-setting

De invloed van media op de thema's die politici behandelen en hoe hun politieke agenda wordt beïnvloed door de pers.

45
New cards

Symbolische agenda

Een type politieke agenda waar de media de meeste invloed op hebben, bijvoorbeeld in het parlement waar politici makkelijk kunnen reageren op actuele onderwerpen.

46
New cards

Substantiële agenda

De politieke agenda die betrekking heeft op wetgevende processen en budgetten; deze wordt minder door media beïnvloed omdat budgetten vaak vastliggen in een regeringsakkoord.

47
New cards

Weekenddoden

Een voorbeeld van een traag substantieel proces waarbij verkeersveiligheid een politieke prioriteit werd na media-aandacht voor dodelijke ongevallen door uitgaan en drugsgebruik.

48
New cards

PoliticsMediaPolitics-cycle (PMP)

Een theorie van Wolfsfeld die stelt dat mediazaken bijna altijd een politieke actie als basis hebben, waarna de media dit uitvergroot en andere politici weer reageren.

49
New cards

Media reflexivity

Het proces waarbij politici voortdurend de media in hun achterhoofd houden en acties ondernemen gebaseerd op hoe deze in de media zullen overkomen.

50
New cards

Framing

Het definiëren van een probleem op een bepaalde manier, zoals het succesvol introduceren van de term "graaicultuur" door politici in de media.

51
New cards

Window of opportunity

Het moment waarop politici gebruikmaken van een piekmoment in media-aandacht om bestaande plannen door te voeren of zichzelf gunstig te profileren.

52
New cards

Surfing the news waves

Een strategie waarbij politici proberen sneller door de media opgepikt te worden door in te spelen op actuele nieuwsonderwerpen.

53
New cards

Partijdiscipline

Een factor waardoor het parlement aan belang heeft verloren, omdat parlementsleden vaak als een gesloten blok stemmen volgens de partijlijn in plaats van individueel af te wijken.

54
New cards

The contingency of media power

Het concept dat de macht van de media geen vaststaand gegeven is (geen "given"), maar afhankelijk is van verschillende variabelen en contexten.

55
New cards

Mediated politics

De situatie waarin de media de voornaamste bron van informatie zijn voor de burger, zoals bij de presidentiële debatten in de VS.

56
New cards

Mediatised politics

Wanneer de media de politiek volgens hun eigen logica vormgeven en de politiek zich vervolgens aan deze logica aanpast.

57
New cards

Spin room

Een ruimte waar bekende politici na een debat hun eigen interpretaties, meningen en framing geven over het verloop van het debat.

58
New cards

Derde fase van mediatisering

De fase waarin de media autonoom bepaalt hoe zij over de politiek berichtgeven en over welk onderwerp of welke persoon dit gaat.

59
New cards

Soundbite

Een kort mediabeeld of citaat van een politicus; deze zijn in de loop van de tijd gekrompen, waardoor politici minder effectieve spreektijd overhouden.

60
New cards

Geïnternaliseerde media-logica

Het proces waarbij politici hun optreden aanpassen aan de mediaverwachtingen en het specifieke type programma, zoals deelname aan een quiz.

61
New cards

Equalisation

De theorie dat politieke macht op digitale media gelijkgetrokken wordt omdat er geen gatekeepers zijn, de kosten laag zijn en viraliteit een grotere rol speelt dan traditionele macht.

62
New cards

Political standing

De status of macht van een politicus die direct invloed heeft op de hoeveelheid media-aandacht die hij of zij krijgt (power leads to attention).

63
New cards

Issue competence

De deskundigheid van een politicus op een specifiek onderwerp, wat vooral in 'restricted waves' een rol speelt voor media-aandacht.

64
New cards

Charismatic communication skills

Communicatieve vaardigheden die belangrijker zijn voor media-aandacht in 'open waves'.

65
New cards

Work horse vs. Show horse

Een onderscheid tussen politici die zich focussen op dossierkennis en achtergrondwerk versus politici die zich primair richten op media-optredens.

66
New cards

Schauvliege

Een politiek voorbeeld genoemd in de les in de context van milieuactivisten en hoe politici gemaakt of gekraakt worden in de media.

67
New cards

Quickenborne

Een voorbeeld van een politicus die in opspraak kwam in de media naar aanleiding van een incident op een 50-jarig verjaardagsfeest.

68
New cards

PPK

Party Position Knowledge: de kennis over waar de politieke partijen voor staan.

69
New cards

Politieke kennis (Delli Karpini & Keeter, 1996)

Bestaat uit de regels van het spel, de hoofdrolspelers en in mindere mate de inhoud; regels worden beter gekend omdat deze stabieler zijn dan de inhoud.

70
New cards

Participatieve democratie

Een visie waarin politieke kennis nodig is om een ‘goede’ burger te zijn en waarbij de stemkeuze gebaseerd moet zijn op informatie.

71
New cards

Elitedemocratie

Een visie waarin informeren irrationeel is omdat het tijd en moeite kost; sommigen stellen dat de democratie beter werkt als burgers zich er zo weinig mogelijk mee bemoeien.

72
New cards

Heuristics

Shortcuts of mentale vuistregels die worden gebruikt om informatie te filteren of als substitutie dienen wanneer andere informatie ontbreekt.

73
New cards

Schema

Een geheel van heuristics dat helpt om de complexe werkelijkheid te vereenvoudigen en (meer) kennis op te slaan, al kan dit ook leiden tot bias (vertekening).

74
New cards

OMA framework

Een kader dat verschillen in politieke kennis verklaart aan de hand van drie factoren: Opportunities, Motivation en Ability.

75
New cards

Opportunities (OMA)

De politieke context (zoals referenda of spannende verkiezingen) en de informatie-omgeving (toegang tot kwaliteitsvolle media).

76
New cards

Motivation (OMA)

De mate van politieke interesse van een individu.

77
New cards

Ability (OMA)

Het vermogen om kennis te verwerven, waarbij onderwijs de sterkst verklarende variabele is (knowledge gap).

78
New cards

Knowledge gap

De kenniskloof waarbij media de verschillen vaak vergroten omdat hooggeschoolden doorgaans meer leren uit de geboden informatie.

79
New cards

Uninformed

Een toestand van gebrek aan kennis.

80
New cards

Misinformed

Wanneer iemand foute, misleidende of niet bewezen informatie als waar beschouwt.

81
New cards

Misinformatie

Foute informatie die wordt verspreid zonder dat daar noodzakelijkerwijs een slechte intentie achter zit.

82
New cards

Desinformatie

Foute informatie die opzettelijk wordt verspreid met de intentie om te misleiden.

83
New cards

Malinformatie

Informatie die niet per se fout is, maar wel wordt gedeeld met de intentie om iemand te schaden of te kwetsen.

84
New cards

Feit

Een onderdeel van de waarheid dat vaststaat, zoals de vaststelling dat de aarde opwarmt.

85
New cards

Inzicht

Een rationeel bedacht begrip van patronen dat niet 100%100\% waterdicht is, zoals het verband tussen klimaatverandering en migratie.

86
New cards

Mening

De interpretatie van feiten, bijvoorbeeld de stelling dat klimaatverandering op nummer 1 van de politieke agenda moet staan.

87
New cards

Leugen

Een bewering waarvan de spreker weet dat deze in strijd is met de waarheid, met de bewuste intentie om te misleiden.

88
New cards

Truthiness

Een term gepopulariseerd door Stephen Colbert die verwijst naar iets dat ‘waarheidachtig’ aanvoelt zonder op feiten gebaseerd te zijn.

89
New cards

HALT-methode

Een strategie om desinformatie te herkennen: Ho! (stilstaan bij emotionele reactie), Analyseer de bron, Lokaliseer betere berichtgeving en Traceer.

90
New cards

Negative campaigning

Het in een slecht daglicht plaatsen van de tegenstander, wat in de VS de norm is en vaak gebeurt via korte advertenties op sociale media.

91
New cards

Attack ads

Korte advertenties die specifiek bedoeld zijn om de tegenstander aan te vallen, opvallend veel gebruikt door Donald Trump.

92
New cards

Bimber

Een concept dat de combinatie beschrijft van 'social-movement-like-enthusiasm' en een strakke, centrale organisatie ('on message').

93
New cards

Obama campagne 2012

Een campagne die nog sterker inzette op online strategieën en waarbij 67%67\% van het budget afkomstig was uit kleine donaties via bijvoorbeeld SMS.

94
New cards

Data analyse 2.0

Het verzamelen en statistisch analyseren van data om campagnes te sturen, wat na de Obama-campagnes de norm is geworden.

95
New cards

Micro-targeting

Het aanpassen van de politieke boodschap aan de specifieke kenmerken of voorkeuren van een individu of kleine groep.

96
New cards

Walksheets

Databases die informatie bevatten over wie in een bepaalde buurt woont en voor wie zij waarschijnlijk stemmen, gebruikt voor selectieve huisbezoeken.

97
New cards

Kreiss & McGregor (2018)

Onderzoekers die de actieve adviserende en commercieel-strategische rol van technologiebedrijven (zoals Facebook) in politieke campagnes beschrijven.

98
New cards

Doorbraakjaar 2019

Het jaar waarin online campagnes in Vlaanderen definitief doorbraken, mede doordat Vlaams Belang veel investeerde in sociale media nadat kranten hun advertenties weigerden.

99
New cards

Lookalike audience

Een techniek op Facebook waarbij de database van het platform wordt gebruikt om mensen te targeten die lijken op de gewenste doelgroep op basis van voorkeuren.

100
New cards

TTPA

Een EU-verordening gericht op toegenomen transparantie van politieke advertenties, die door Meta als te complex werd beschouwd.