1/339
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
alliteratie (= gelijke beginmedeklinkers bij woorden die dicht bij elkaar staan)
alliteration
amplificatie (= iets in al zijn aspecten of in steeds meer detail beschrijven)
amplification
analogie (= de gedeeltelijke overeenkomst tussen zaken gebruiken als basis voor een conclusie)
an analogy
eindrijm (= gelijke klank bij het einde van de beklemtoonde lettergrepen van woorden)
an end rhyme
hyperbool, overdrijving (= iets erger voorstellen dan het is)
a hyperbole
een metafoor (= een begrip gebruiken in plaats van een ander begrip)
a metaphor
herhaling
repetition
retorische vraag (= vraag waarop de spreker geen antwoord verwacht)
a rhetorical question
triade (= elementen groeperen per drie)
a triad
understatement (= iets minder erg voorstellen dan het is)
an understatement
drinken op iemands gezondheid
to (propose a) toast (to)
uit de kast komen, bekendmaken dat je homoseksueel bent
coming out
een eulogie, lofzang
a eulogy
een begrafenis
a funeral
met pensioen gaan
to retire
vervroegd pensioen
early retirement
verjaardag
an anniversary
welsprekendheid, redenaarskunst
oratory, rhetoric
een redenaar
an orator
een lamentatie (= klaagzang, treurzang)
a lament
een klaaglied betreuren
to lament
een eerbetoon aan
a tribute to
segregatie, het apart houden van rassen
segregation
burgerrechten
civil rights
analoog, gelijkaardig, soortgelijk
analogus
de link leggen tussen twee dingen
to draw an analogy between two things
bedenken, voorstellen (in de zin van 'ik kan het me moeilijk voorstellen')
to conceive
een baby verwerkt door IVF
a baby conceived through IVF
een concept, idee, begrip
a concept
conclusie, gevolgtrekking
conclusion
tot dezelfde conclusie komen als iemand anders
to come to the same conclusion as somebody else
overhaaste/snel conclusies trekken
to jump to conclusions
bevestigen
to confirm
contradictie, tegenstelling
contradiction
contradictio in terminis (= onbewust of als stijlfiguur gebruikte verbinding tussen woorden die elkaar tegenspreken)
a contradiction in terms
overtuigen, overhalen
to convince
eigen, persoonlijke overtuiging
personal conviction
overeenkomende, overeenkomstig
corresponding
overeenkomen met iets
to correspond to/with something
creëren, maken
to create
denotatie (= concrete, zakelijke betekenis van een woord zoals je zou terugvinden in een woordenboek)
denotation
connotatie (= emotionele betekenis van een woord of woordgroep buiten de eigenlijke betekenis, gevoelswaarde)
connotation
afleiden, ontlenen
to derive
structuur, kader, plan
framework
hypothese, veronderstelling, iets dat je verwacht
hypothesis
ideologie, geheel van ideeën/overtuigingen
ideology
een hypothetische situatie
a hypothetical situation
ideologische verschillen
ideological differences
impliceren, indirect suggereren/bedoelen
to imply
duidelijk, uitdrukkelijk, expliciet
explicit
onuitgesproken, impliciet
implicit
afleiden, conclusies trekken
to infer
logica, redenering
logic
notie, opvatting, idee
notion
paradigma, model, systeem
paradigm
verschuiving in denken
paradigm shift
filosofie (wijsbegeerte), denkwijze
philosophy
principe, uitgangspunt
principle
rationeel, redelijk, vestandig
rational
ondergeschikt maken
to subordinate
theorie
theory
evolutietheorie
theory of evolution
thesis, proefschrift, stelling
thesis
visie, blik
vision
visionair, vooruitziend(e)
visionary
voorzien, zich voorstellen
to envision
contrast, tegenstelling
contrast
wegwerp-
disposal
iets ter beschikking hebben
to have something at your disposal
motivatie, reden
motivation
versterken, bekrachtigen, ondersteunen
to reinforce
route, weg
route
op weg zijn, onderweg zijn
to be en route
scenario, situatie
scenario
zoeken
to seek
veelgevraagd, gezocht
sought-after
verplaatsen, verschuiven, veranderen
to shift
indienen, inleveren
to submit
een samenleving
a civilisation
diepgeworteld in
deeply rooted in
middeleeuws
medieval
naleving van een traditie, een ritueel
an observance
een voorouder
an ancestor
erven
to inherit
een tijdperk
an age, an era
een vorst
a monarch
regeren
to reign
een regeerperiode
a reign
een samenleving
a society
een geschil
a dispute
een kroning
a coronation
kronen
to crown
herstellen
to restore
een kindertijd
a childhood
een school voor kinderen van 7-14 jaar (met focus op Latijnse grammatica en literatuur)
a grammar school
een tijdgenoot
a contemporary
hogerop geraken, stijgen in de sociale rangorde
to climb the social ladder
naar verluidt, zogezegd
allegedly
dopen
to baptise
een doopsel
a baptism