neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/369

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:54 PM on 4/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

370 Terms

1
New cards

lack of empathy

gevoelens van anderen weinig aanvoelen of meewegen; kernkenmerk van psychopathie

2
New cards

lack of remorse

weinig of geen spijt na schadelijk gedrag; kernkenmerk van psychopathie

3
New cards

lack of guilt

weinig of geen schuldgevoel na overtreding of schade

4
New cards

shallow affect

oppervlakkige, weinig intense emoties; past bij de affectieve kant van psychopathie

5
New cards

callousness

emotionele kilheid en onverschilligheid tegenover leed van anderen

6
New cards

glibness/superficial charm

grandiose sense of self worth vlotte, charmante maar oppervlakkige sociale stijl overdreven gevoel van eigen belangrijkheid of superioriteit

7
New cards

pathological lying

gemakkelijk en herhaald liegen zonder veel innerlijke rem

8
New cards

manipulatief gedrag

anderen misleiden of gebruiken voor eigen voordeel

9
New cards

self centered

sterk gericht op eigen belang en weinig rekening houden met anderen

10
New cards

reward oriented

sterker gericht op beloning dan op mogelijke straf of schade

11
New cards

insensitive to punishment

relatief weinig gevoelig voor straf of negatieve consequenties; komt vaak voor bij psychopathie

12
New cards

fear insensitivity

verminderde gevoeligheid voor angst of dreiging, wat kan bijdragen aan risicovol en antisociaal gedrag

13
New cards

successful psychopaths

mensen met psychopathische trekken die niet per se gewelddadig of crimineel zijn en soms maatschappelijk goed functioneren

14
New cards

psychopathie

is niet elke psychopaat is extreem gewelddadig of een seriemoordenaar niet hetzelfde als geweld

15
New cards

conduct disorder

gedragsstoornis met herhaald agressief, normoverschrijdend en antisociaal gedrag; kan samenhangen met latere psychopathische trekken

16
New cards

antisociaal gedrag

gedrag dat sociale normen schendt en anderen kan schaden

17
New cards

neurodevelopmental perspective

ontstaan door ontwikkeling van brein in samenspel met genetische en omgevingsfactoren

18
New cards

genetische factoren

erfelijke kwetsbaarheden die kans op psychopathische of antisociale trekken vergroten

19
New cards

omgevingsfactoren

invloeden zoals opvoeding, mishandeling en context die ontwikkeling van psychopathische of antisociale kenmerken beïnvloeden

20
New cards

geneenvironment interplay

genen en omgeving beïnvloeden elkaar tijdens de ontwikkeling van psychopathie en antisociaal gedrag

21
New cards

harsh and inconsistent discipline

harde en inconsistente opvoeding die risico op antisociale ontwikkeling vergroot

22
New cards

maltreatment

mishandeling of verwaarlozing als risicofactor voor antisociale ontwikkeling

23
New cards

deviant peers

antisociale leeftijdsgenoten die probleemgedrag kunnen versterken

24
New cards

antisocialbrain

idee dat afwijkingen in hersenstructuur en hersenfunctie bijdragen aan psychopathie en antisociaal gedrag

25
New cards

neurocognitive model antisociality

model dat stelt dat antisociaal gedrag en psychopathische trekken voortkomen uit verstoringen in hersensystemen die betrokken zijn bij emotieverwerking, aandacht, leren van gevolgen, beloningsverwerking en gedragsregulatie

26
New cards

amygdala centered model

model dat de amygdala centraal stelt bij psychopathie en antisociaal gedrag, omdat de amygdala uit verschillende subkernen bestaat die elk andere functies hebben en sterk verbonden zijn met veel andere hersengebieden, waardoor dit gebied belangrijk is voor het koppelen van emotionele signalen aan leren, geheugen en gedrag

27
New cards

amygdala hersengebied

belangrijk voor emotieverwerking, leren van straf en herkennen van distress cues

28
New cards

hyporesponsieve amygdala

amygdala reageert minder sterk op negatieve emotionele signalen; belangrijk bij psychopathie

29
New cards

negatieve affectieve stimuli

distresscues emotionele prikkels zoals angst, verdriet, pijn of distress van anderen signalen van angst, verdriet of pijn bij anderen die bij psychopathie vaak minder sterk worden verwerkt

30
New cards

deficiënte affectieve verwerking

emotionele signalen van anderen, vooral negatieve, minder goed herkennen en verwerken

31
New cards

associatief leren

leren dat gedrag samenhangt met gevolgen

32
New cards

poor associative learning

minder goed leren van verbanden tussen gedrag en negatieve uitkomsten; relevant bij psychopathie

33
New cards

leren van straf gedrag

aanpassen op basis van negatieve gevolgen; verloopt vaak zwakker bij psychopathie

34
New cards

biased attention

minder aandacht voor belangrijke negatieve of emotionele signalen, zoals distress cues

35
New cards

vmPFC (ventromediale prefrontale cortex)

hersengebied betrokken bij waardeinschatting en besluitvorming; werkt samen met de amygdala

36
New cards

striatum

Hersengebied betrokken bij beloning en leren van uitkomsten

37
New cards

frontostriatale koppeling

samenwerking tussen frontale gebieden en striatum voor gedragscontrole en leren

38
New cards

corticolimbische interacties

samenwerking tussen cortex en emotionele gebieden zoals de amygdala; bij psychopathie vaak verstoord response outcome learning

39
New cards

prediction error

signaal dat de uitkomst anders is dan verwacht; nodig om van fouten te leren

40
New cards

link amygdala en psychopathie

bij psychopathie reageert de amygdala zwakker op negatieve emotionele signalen, waardoor empathie, strafleren en verwerking van distress cues verminderd zijn

41
New cards

link brein en psychopathie

verstoringen in amygdala, vmPFC en striatum dragen bij aan kilheid, beloningsgerichtheid en aanhoudend antisociaal gedrag

42
New cards

ectoderm

buitenste kiemlaag van het embryo waaruit het brein en ruggenmerg ontstaan

43
New cards

neural plate

verdikking van het ectoderm waaruit het zenuwstelsel zich gaat ontwikkelen

44
New cards

neural tube

structuur die ontstaat wanneer de neural plate omkrult; groeit later uit tot hersenen, hersenstam en ruggenmerg

45
New cards

specialisatie van het brein

proces waarbij hersengebieden steeds specifieker worden in structuur en functie

46
New cards

caregiving

invloed van zorgdragers op de ontwikkeling van het brein door ervaringen en interacties

47
New cards

neurale ontwikkeling

proliferatie en differentiatie, migratie, synaptogenese, pruning en myelinisatie

48
New cards

proliferatie en differentiatie

eerste fase van neurale ontwikkeling waarin nieuwe cellen ontstaan en specialis

49
New cards

migratie

proces waarbij nieuw gevormde neuronen zich verplaatsen naar hun uiteindelijke plaats in het brein via gliacellen

50
New cards

principe dat hersenweefsel van binnen naar buiten wordt opgebouwd

Inside out groei

51
New cards

synaptogenese

vorming van synapsen tussen neuronen; start na migratie en loopt door na de geboorte

52
New cards

overproductie van synapsen

53
New cards

pruning fase

waarin meer synapsen worden gevormd dan uiteindelijk nodig zijn proces waarbij overbodige of weinig gebruikte synapsen verdwijnen en veelgebruikte verbindingen sterker worden

54
New cards

myelinisatie

proces waarbij axonen een myelineschede krijgen waardoor signalen sneller worden geleid

55
New cards

microcefalie

afwijking waarbij het brein te klein is

56
New cards

macrocefalie

afwijking waarbij het brein te groot is

57
New cards

lissencefalie

afwijking waarbij het brein weinig of geen gyri en sulci heeft; een glad brein

58
New cards
59
New cards

Fetal Alcohol Syndrome

ontwikkelingsstoornis door prenatale blootstelling aan alcohol met gevolgen voor brein, motoriek, cognitie en gezichtsvorming

60
New cards

experience expectant process

vorm van hersenontwikkeling waarbij het brein algemene, soorttypische input verwacht voor normale ontwikkeling, zoals taal, gezichten of visuele stimulatie

61
New cards

experience dependent process

vorm van hersenontwikkeling waarbij unieke individuele ervaringen nieuwe verbindingen vormen, zoals het leren bespelen van een instrument

62
New cards

MRI

niet geschikt voor onderzoek baby's want hard geluid en baby's bewegen te veel

63
New cards

fNIRS (Functionele nabij-infrarood spectroscopie)

is een niet-invasieve, draagbare beeldvormingstechniek die hersenactiviteit meet door veranderingen in de zuurstofvoorziening van het bloed in de hersenschors te volgen met behulp van nabij-infraroodlicht. Het is een mobiel alternatief voor fMRI en EEG, ideaal voor onderzoek naar hersenactiviteit tijdens natuurlijke beweging en sociale interacties

64
New cards

looking time techniques

onderzoeksmethoden waarbij wordt gemeten hoe lang baby's naar een stimulus kijken om iets af te leiden over verwerking of voorkeur

65
New cards

voice processing

verwerking van stemmen door het brein

66
New cards

native language

de moedertaal of vertrouwde taal die baby's al zeer vroeg kunnen onderscheiden

67
New cards

sucking rate

zuigsnelheid; maat die bij babyonderzoek wordt gebruikt om voorkeur of herkenning aan te tonen

68
New cards

Superior Temporal Sulcus

hersengebied dat belangrijk is voor verwerking van menselijke stemmen en sociale signalen

69
New cards

Emotional prosody

discriminatie van het kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld blije, boze intonatie

70
New cards

congruente emotionele informatie

situatie waarin gezichtsuitdrukking en stememotie bij elkaar passen, bij 7 maanden laten baby's zien dat ze de emotie in de stem kunnen koppelen aan de passende gezichtsuitdrukking; dit bleek uit een verschil in de ERP/Nc

71
New cards

faceprocessing

verwerking van gezichten en facelike stimuli

72
New cards

face like stimuli

prikkels die op een gezicht lijken door hun configuratie, bijvoorbeeld ogen boven en mond onder

73
New cards

top heavy patroon

patroon waarbij er meer elementen bovenin zitten; pasgeborenen hebben daar een voorkeur voor, ook als het geen echt gezicht is

74
New cards

FFA

fusiform face area gespecialiseerd hersengebied voor gezichtsverwerking bij volwassenen, beschadiging hierin kan leiden tot propagnosie

75
New cards

gaze cues

aanwijzingen uit oog en blikrichting

76
New cards

gaze following

vanaf 3 maanden, het volgen van de blikrichting van een ander persoon

77
New cards

direct gaze

babies voorkeur direct gaze, blik die recht op jou gericht is

78
New cards

seeing is source of knowing

inzicht dat iemand iets weet of aandacht heeft voor iets omdat die persoon het kan zien

79
New cards

functional specialization

functies zijn soms al zichtbaar in gedrag voordat een hersengebied volledig gespecialiseerd

80
New cards

is like me hypothesis

idee dat baby's door mimicry begrijpen dat anderen 'zoals ik' zijn, wat een basis kan vormen voor sociaal begrip en theory of mind

81
New cards

taalcues

bij imitatie woorden zoals "whoops" of "there" die baby's helpen onderscheiden of een handeling expres of per ongeluk gebeurde

82
New cards

hands free condition

als de handen vrij zijn en iemand toch met het hoofd op de knop drukt, imiteren baby's vaker ook de hoofdactie omdat ze aannemen dat daar een reden voor is

83
New cards

precondition op vatting over mirror neurons

idee dat mirror neurons helpen om de intentie van een ander te begrijpen

84
New cards

consequence opvatting over mirror neurons

idee dat mirror neurons juist actief worden nadat de intentie al is begrepen

85
New cards

murhythm suppression

afname van het muritme in EEG, gezien als mogelijke aanwijzing voor mirror neuronactiviteit

86
New cards

falsebelief understanding

begrip dat iemand een overtuiging kan hebben die niet overeenkomt met de werkelijkheid

87
New cards

Sally Anne test

klassieke taak om false belief understanding en expliciete theory of mind te meten

88
New cards

expliciete theory of mind

bewuste, verbaal of gedragsmatig uitgedrukte kennis van mentale toestanden, meestal meetbaar rond 4 jaar

89
New cards

impliciete theory of mind

mogelijk eerder aanwezig, indirect zichtbaar begrip van mentale toestanden, vaak gemeten met kijktijdtaken

90
New cards

violation of expectations

onderzoeksmethode waarbij langere kijktijd wijst op verbazing of een geschonden verwachting

91
New cards

TPJ (temporoparietal junction)

a critical brain region where the temporal and parietal lobes meet, acting as a hub for integrating sensory information, managing social cognition, and distinguishing self from others.

92
New cards

mPFC

mediale prefrontale cortex; hersengebied dat betrokken is bij expliciete theory of mind

93
New cards

mediale prefrontale cortex hersengebied

betrokken bij nadenken over mentale toestanden van jezelf en anderen

94
New cards

sociale cognitie

cognitieve processen waarmee we anderen begrijpen, zoals gezichten, stemmen, intenties en overtuigingen interpreteren

95
New cards

startup kit voor de sociale wereld

idee dat baby's al met basismechanismen worden geboren om sociaal relevante informatie op te pikken, zonder dat dit meteen volwassen verwerkingsprocessen betekent.

96
New cards

Relatie

Een sociale band tussen mensen waarbij sprake is van affiliatie, motivatie om samen te zijn en stress of gemis bij afwezigheid

97
New cards

Psychologische definitie van een relatie

Een relatie wordt gekenmerkt door een positief gevoel bij samenzijn, stress bij scheiding en een sterke motivatie om bij de ander te zijn

98
New cards

Affiliatie

De behoefte om sociale verbindingen aan te gaan en te onderhouden

99
New cards

Hechting

Een sterke, duurzame emotionele band, vaak tussen ouder en kind of romantische partners

100
New cards

Sociale band

Algemene term voor relaties tussen mensen, kan zowel positief als negatief zijn