1/21
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van Les 6 over politieke kennis, het OMA-framework, de invloed van media en de definities van misinformatie, desinformatie en malinformatie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
PPK
Party Position Knowledge: de kennis over waar de politieke partijen voor staan.
Politieke kennis (Delli Karpini & Keeter, 1996)
Bestaat uit de regels van het spel, de hoofdrolspelers en in mindere mate de inhoud; regels worden beter gekend omdat deze stabieler zijn dan de inhoud.
Participatieve democratie
Een visie waarin politieke kennis nodig is om een ‘goede’ burger te zijn en waarbij de stemkeuze gebaseerd moet zijn op informatie.
Elitedemocratie
Een visie waarin informeren irrationeel is omdat het tijd en moeite kost; sommigen stellen dat de democratie beter werkt als burgers zich er zo weinig mogelijk mee bemoeien.
Heuristics
Shortcuts of mentale vuistregels die worden gebruikt om informatie te filteren of als substitutie dienen wanneer andere informatie ontbreekt.
Schema
Een geheel van heuristics dat helpt om de complexe werkelijkheid te vereenvoudigen en (meer) kennis op te slaan, al kan dit ook leiden tot bias (vertekening).
OMA framework
Een kader dat verschillen in politieke kennis verklaart aan de hand van drie factoren: Opportunities, Motivation en Ability.
Opportunities (OMA)
De politieke context (zoals referenda of spannende verkiezingen) en de informatie-omgeving (toegang tot kwaliteitsvolle media).
Motivation (OMA)
De mate van politieke interesse van een individu.
Ability (OMA)
Het vermogen om kennis te verwerven, waarbij onderwijs de sterkst verklarende variabele is (knowledge gap).
Knowledge gap
De kenniskloof waarbij media de verschillen vaak vergroten omdat hooggeschoolden doorgaans meer leren uit de geboden informatie.
Uninformed
Een toestand van gebrek aan kennis.
Misinformed
Wanneer iemand foute, misleidende of niet bewezen informatie als waar beschouwt.
Misinformatie
Foute informatie die wordt verspreid zonder dat daar noodzakelijkerwijs een slechte intentie achter zit.
Desinformatie
Foute informatie die opzettelijk wordt verspreid met de intentie om te misleiden.
Malinformatie
Informatie die niet per se fout is, maar wel wordt gedeeld met de intentie om iemand te schaden of te kwetsen.
Feit
Een onderdeel van de waarheid dat vaststaat, zoals de vaststelling dat de aarde opwarmt.
Inzicht
Een rationeel bedacht begrip van patronen dat niet 100% waterdicht is, zoals het verband tussen klimaatverandering en migratie.
Mening
De interpretatie van feiten, bijvoorbeeld de stelling dat klimaatverandering op nummer 1 van de politieke agenda moet staan.
Leugen
Een bewering waarvan de spreker weet dat deze in strijd is met de waarheid, met de bewuste intentie om te misleiden.
Truthiness
Een term gepopulariseerd door Stephen Colbert die verwijst naar iets dat ‘waarheidachtig’ aanvoelt zonder op feiten gebaseerd te zijn.
HALT-methode
Een strategie om desinformatie te herkennen: Ho! (stilstaan bij emotionele reactie), Analyseer de bron, Lokaliseer betere berichtgeving en Traceer.