1/7
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
jongvolwassenheid
(tussen 18/20- 30 à 35 jaar): relationeel en professioneel vaste bindingen aangaan
Middenvolwassenheid
(tussen 30 à 35-50 à 55 jaar): volledig geëngageerd in de gemaakte keuzes
Laatvolwassenheid
(tussen 50 à 55-65 jaar): routine, activiteiten in werk en gezin lopen op hun einde
piaget: formeel-operationeel denken
hoogste vorm van cognitief
functioneren
• Labouvie-Vief: de aard van het denken verandert wel kwalitatief tijdens de
volwassenheid
‘Postformeel’ denken
Realiteitsbetrokken
adolescenten: redeneren om te redeneren, uitwerken theoretische
constructies en ideaalbeelden
• Volwassenen: pragmatischer denken, denken als instrument om problemen
op te lossen
Relativerend
Adolescenten: zwart-wit denken (cf. fanatieke overtuigingen)
• Volwassenen: genuanceerder, toleranter, flexibel
= Overgang van dualistisch naar relativistisch denken
Vooral bij hoger opgeleiden
Persoonlijk geïntegreerd
• Toenemende ervaring eigen inzichten en technieken loskomen van
ingestudeerde schema’s persoonlijke stijl
• Geheel van herhaaldelijk getoetste kennis door de jaren heen, die
doeltreffend wordt ingezet
Creatief
• Problemen niet alleen oplossen maar ook nieuwe problemen ontdekken