1/20
Flashcards die de belangrijkste termen en concepten van theater en dramatiek samenvatten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de definitie van 'denktekst' in de theatercontext?
De tekst die je niet daadwerkelijk zegt maar wel denkt.
Wat betekent 'amuseren' in een voorstelling?
Het publiek vermaken.
Wat is de functie van 'informeren' in toneel?
Het publiek iets bijbrengen of kennis laten opdoen.
Wat is de 'climax' in een verhaal?
Het spannendste of belangrijkste moment van het verhaal.
Wat houdt 'overtuigen' in tijdens een performance?
Het publiek proberen te beïnvloeden of ergens van overtuigen.
Wat is een 'motorisch moment' in een verhaal?
Het moment waarop het verhaal echt op gang komt.
Wat is 'cabaret'?
Theater met humor, vaak met een boodschap.
Wat is het verschil tussen 'mime' en 'pantomime'?
Beide zijn vormen van spel zonder woorden, alleen met lichaamstaal.
Wat is een 'solo' in theater?
Een voorstelling door één persoon.
Wat betekent 'nabespreking' na een voorstelling?
Het bespreken van de voorstelling achteraf.
Wat is 'improvisatietheater'?
Theatersport waarbij acteurs zonder script optreden.
Wat is een 'cliffhanger'?
Een spannend open einde.
Wat is een voorbeeld van 'absurdistische speelstijl'?
Vreemd en onlogisch spel.
Wat zijn 'kernelementen' van een scène in theater?
Rol, actie, ruimte, tijd, motief.
Wat is het doel van 'expressie' in theater?
Het uitdrukken van gevoelens met lichaam en stem.
Wat betekent 'repetitie' in de theatercontext?
Oefenen van de voorstelling.
Wat is de rol van een 'lichttechnicus'?
Regelt licht tijdens de voorstelling.
Wat houdt 'projecties' in theater in?
Beelden op een scherm tijdens een voorstelling.
Wat is een 'generale repetitie'?
De laatste repetitie voor de première.
Wat is een 'scenariobeschrijving'?
Uitgeschreven filmverhaal.