wat is de intrinsieke snelheid van de SA knoop
vuurt 60(-100) keer per minuut in rust
hoe lang duurt het voor het signaal van de SA knoop na ontstaan bij de AV knoop komt
1/10e van een seconde
1/85
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
wat is de intrinsieke snelheid van de SA knoop
vuurt 60(-100) keer per minuut in rust
hoe lang duurt het voor het signaal van de SA knoop na ontstaan bij de AV knoop komt
1/10e van een seconde
waardoor wordt de hoeveelheid stroom die loopt tussen cel A en B beïnvloedt bij gap junctions
het verschil in voltage tussen de 2 cellen (hoe groter het verschil hoe meer stroom loopt)
de elektrische weerstand tussen de cellen (hoe kleiner de afstand tussen de twee cellen, hoe minder weerstand door de gap junction, hoe meer stroom)
waardoor kan een actiepotentiaal sneller door een keten van cellen doorgegeven worden?
meer ionkanalen geopend in het actieve deel van het hart (dus het deel waar het actiepotentiaal aan het begin van de keten ontstaat), waardoor de depolariserende stroom groter wordt
van de rode lijn naar de blauwe lijn
de threshold wordt verlaagd, waardoor een kleinere stroom al voldoende is om een actiepotentiaal op te wekken
de meer negatieve threshold, dan kan bij punt B ook een actiepotentiaal gevormd worden
wat is de intracellulaire stroom
wanneer cel A gaat depolariseren gaan er kanalen open en komt er een positieve stroom cationen de cel in. hierdoor gaat cel A depolariseren, maar het zorgt ook voor een flow van positieve stroom richting cel B, dat is de intracellulaire stroom
en dit kan weer zorgen voor depolarisatie van cel B
wat is de extracellulaire stroom
de positieve lading die bij depolarisatie in cel B komt ontlaadt de membraancapaciteit van cel B en zorgt zo voor de depolarisatie van cel B en ook voor vrijlating van de extracellulaire positieve lading die met het membraan geassocieerd was
de extracellulaire stroom is de beweging van deze extracellulaire lading van cel B naar het extracellulaire gebied van cel A
waarop is elk punt van een elektrocardiogram (ECG) gebaseerd?
de som van de instantane electrische vectoren die door de extracellulaire stroom van de vele cellen van het hart gegenereerd wordt
welke 4 tijdsafhankelijke en voltage-gated membraanstromen zijn belangrijk bij het actiepotentiaal
Na+ stroom
Ca2+ stroom
K+ stroom
If (pacemaker) stroom
waarvoor is de Na stroom (INa) verantwoordelijk
de snelle depolarisatie in atriale en ventriculaire myocyten en in purkinje vezels
waarvoor is de Ca stroom (ICa) verantwoordelijk
de snelle depolarisatie fase van het actiepotentiaal in de SA en AV knoop
de trigger voor contractie in alle cardiomyocyten
waarvoor is de K stroom (IK) verantwoordelijk
de repolarisatie fase in alle cardiomyocyten
waarvoor is de pacemaker stroom (If) verantwoordelijk
gedeeltelijk voor de pacemaker activiteit in SA knoop cellen, AV knoop cellen en pukinjevezels
welke elektrogene transporters dragen de stroom over het plasmamembraan
de NCX1 (Na-Ca exchanger)
de Na-K pomp
welke fases zijn er in het actiepotentiaal van een nodale cel
0, 3, 4
welke fases zijn er in het actiepotentiaal van een cardiale spiercel
0, 1, 2, 3, 4
wat is fase 0
de upstroke van het actiepotentiaal
waardoor komt fase 0
de upstroke:
kan enkel door ICa komen en is dan langzaam
of komt door ICa en INa en is dan snel
waardoor is de upstroke in nodale cellen langzamer dan in ventriculaire spiercellen
in nodale cellen komt de upstroke enkel door ICa
en in ventriculaire spiercellen door zowel ICa als INa
wat is fase 1
het snelle repolarisatiedeel van het actiepotentiaal (bestaat niet altijd)
waardoor ontstaat fase 1
het snelle repolarisatiedeel:
er is bijna volledige inactivatie van ICa of INa en kan ook afhangen van de activatie van Ito een kleine uitwaartse K-stroom
wat is Ito
transient outwards current
een tijdelijke uitwaartse K stroom die kan bijdragen aan het snelle repolarisatiedeel van het actiepotentiaal
wat is fase 2
de plateaufase (prominent aanwezig in ventriculaire spiercellen)
waardoor ontstaat fase 2
de plateaufase:
de repolarisatie wordt uitgesteld door de binnenstroom van Ca en Na ionen door hun hoofdkanalen en een kleine membraanstroom door NCX1
wat is fase 3
het repolarisatieonderdeel van het actiepotentiaal
waardoor komt fase 3
repolarisatie:
komt door IK
wat is fase 4
de elektrische diastolische fase van het actiepotentiaal
wat is het diastolische potentiaal
Vm tijdens fase 4
wat is het maximale diastolische potentiaal
de meest negatieve Vm tijdens fase 4
wat veroorzaakt de pacemakeractiviteit in SA knoop en AV knoop cellen in fase 4
veranderingen in IK, ICa en If
wat veroorzaakt de pacemaker activiteit in purkinjevezels
If
wat is de grootste stroom in de hartspier
de Na stroom
waar zijn de Na kanalen aanwezig
overvloedig in ventriculaire en atriale spier en purkinje vezels
(afwezig in SA en AV knoop)
welk kanaal hoort bij INa
een voltage gated kanaal met α en β1 subunits
de α subunit is Nav1.5
waarvoor is het Na-kanaal gevoelig
De unieke cardiale α subunit (Nav1.5) heeft meerdere fosforyleringsplaatsen en is daardoor gevoelig voor stimulatie door cAMP-dependent protein kinase
opening en sluiting Na-kanalen
kunnen snel activeren (0.1-0.2 ms) door lokale depolarisatie
sluiten door inactivatie (tijdsafhankelijk proces van sluiten wanneer de Vm lang op eenzelfde niveau blijft)
bij welke fasen speelt de natriumstroom een rol
snelle activatie door depolarisatie leidt tot een enorme inwaartse stroom die ten grondslag ligt aan het merendeel van de snelle upstroke (fase 0)
door tijdsafhankelijke inactivatie sluiten de kanalen, dit is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de snelle repolarisatie (fase 1)
er blijft een erg klein deel van de stroom over INa,late wat helpt de plateaufase te verlengen (fase 2)
waarvoor zorgt de depolarisatie die door de Na stroom geactiveerd wordt
de INa in naburige cellen
en ook andere membraanstromen in naburige cellen: ICa en IK
wat helpt bij het blokkeren van Ina
lokale verdovende antiarrytmische medicatie
welke Ca kanalen zijn er
voornamelijk het L-type Ca kanaal: Cav1.2
T-type Ca kanaal is in mindere mate aanwezig
bij welke fasen speelt de Ca stroom een rol
in de SA knoop voor het bijdragen aan de pacemaker activiteit
in SA en AV knoop als inwaartse bron verantwoordelijk voor de upstrokes
in de ventriculaire en atriale spiercellen en in de purkinjevezels zorgt het samen met Ina voor de upstroke fase —> het vergroot de snelheid van het geleiden van de actiepotentialen
kleine overgebleven Ica blijft aanwezig in fase 2 en helpt de plateaufase verlengen
waardoor komt de elektrische vertraging in de AV knoop
bij SA en AV knoop cellen is de grote Ina stroom er niet voor de upstrokefase en alleen de kleinere Ica stroom. daardoor wordt de membraancapaciteit van naburige cellen minder snel ontladen en wordt het actiepotentiaal minder snel doorgegeven
opening en sluiting Ca kanalen
bij positievere waarden van Vm activeren ze snel (binnen 1 ms)
inactiveren ook snel bij een compleet en tijdsafhankelijk proces (halftijd 10-20 ms)
wat zorgt voor het blokkeren van Ica
blokkers van L-type Ca kanalen
waarom duren cardiale actiepotentialen langer dan die van skeletspieren
omdat in hartspieren de K stromen zo langzaam aan gaan
bij welke fasen speelt IK een rol
zorgt voor het repolariseren van het membraan aan het eind van het actiepotentiaal (fase 3)
draagt in SA en AV knoop bij aan de pacemaker activiteit door langzaam de diastolische voltage te inactiveren
waaruit bestaat IK
IKr een relatief snel component
IKs een relatief langzaam component
door welke kanalen wordt IKr vervoerd
heteromere HERG/miRP1 kanalen
door welke kanalen wordt IKs vervoerd
heteromere KvLQT1/minK kanalen
openen en sluiten K kanalen
er is een kleine stroom aanwezig bij negatieve membraanpotentialen
hij wordt bij depolarisatie langzaam geactiveerd (20-100 ms)
hij inactiveert niet
welk kanaal hoort bij de Ito / A-type stroom en hoe wordt het geactiveerd
het is de early outward K-stroom in atriale en ventriculaire spiercellen
het Kv4.3 kanaal
wordt geactiveerd door depolarisatie
welk kanaal hoort bij de G-eiwit geactiveerde K-stroom en hoe wordt het geactiveerd
prominente stroom in SA en AV knoop cellen
Acetylcholine activeert muscarinereceptoren en activeert door de β en γ subunits van een G-eiwit
het kanaal is GIRK K-kanalen
welk kanaal hort bij Katp stroom en hoe wordt het geactiveerd
ATP gevoelige K kanalen
geactiveerd door lage intracellulaire ATP concentraties → bestaan uit subunits (Kir 6.1 of Kir6.2) en vormen SUR1 of SUR2 kanalen
welk kanaal hoort bij de If stroom en waardoor wordt het geactiveerd
is aanwezig in SA en AV knoop cellen en purkinje vezels
aspecifiek cationkanaal: HCN
geactiveerd door hyperpolarisatie aan het eind van fase 3
wat draagt er allemaal bij aan de vorm van een actiepotentiaal
samenstelling van ionkanalen
eigenschappen van de kanalen op een bepaald moment
de intracellulaire junctions
geomterie van de cel
welke fundamentele principes onderliggen de pacemaker activiteit
inwaartse / depolariserende membraanstromen gaan interacties aan met uitwaartse / hyperpolariserende membraanstromen om regelmatige cycli van spontane depolarisatie en repolarisatie tot stand te brengen
in een bepaalde cel kunnen deze stromen in fase 4 in een kleine range van diastolische potentialen op elkaar inwerken
in SA en AV knoop cellen tussen -70 en -50 mV
in purkinjevezles tussen -90 en -65 mV
welke stromen bepalen het intrinsieke ritme in de SA knoop
ICa, IK en If
wat is het maximale diastolische potentiaal in SA knoop cellen
tussen de -60 en -70 mV
waar ligt de drempelwaarde in de SA knoop cellen
ongeveer -55 mV
welke stromen zijn afhankelijk voor het intrinsieke ritme van de AV knoop
Ik, ICa en If
wat is de intrinsieke pacemakersnelheid van de AV knoop
ongeveer 40 beats/minuut
wat is de intrinsieke pacemakersnelheid van de purkinjevezels
ongeveer 20 beats/min
van welke membraanstromen hangt het actiepotentiaal van de purkinje vezels af
ICa, IK, INa en If.
wat is het maximale diastolische potentiaal in de purkinje vezels
ongeveer -80 mV
wat is het rustpotentiaal van atriale en ventriculaire myocyten
-80 mV
van welke tijds en voltage afhankelijke membraanstromen hangt het actiepotentiaal van atriale spiercellen af
INa, IK en ICa
wat zijn de bachmanns bundels
de 4 speciale geleidingsbundels in de atriale spier
waarheen geleiden de 4 bachmanns bundels
een geleidt het actiepotentiaal van de SA knoop naar het linker atrium
de andere drie geleiden het van de SA knoop naar de AV knoop
hoe depolariseert het myocardium
altijd van endocardium (binnenkant) naar epicardium (buitenkant)
van welke tijds en voltage afhankelijke membraanstromen hangt het actiepotentiaal van ventriculaire spiercellen af
INa, ICa en IK
wat is het rustpotentiaal van ventriculaire spiercellen
-80 mV
wat is de effectieve refractaire period
de periode waarin een hartspiercel geactiveerd is en als dat zo is kan hij niet nog meer geactiveerd worden de stromen INa, ICa worden grotendeels geïnactiveerd
een verdere elektrische stimulus heeft geen verdere invloed op het actiepotentiaal
wat is de relatieve refractaire periode
een elektrische stimulus kan een actiepotentiaal stimuleren, maar wel een kleinere dan normaal
(begint aan het eind van de plateaufase, wanneer Ik in grootte toeneemt en Ina en Ica beginnen te herstellen van inactivatie)
wat is een negatief chronotoop effect
de vuringssnelheid wordt verlaagd
wat kan een negatief chronotoop effect veroorzaken (verlaging van de vuringssnelheid)
steilheid van de depolarisatie in fase 4 neemt af
het maximale diastolische potentiaal wordt negatiever
de threshold wordt positiever
het kost dus meer tijd om de threshold te bereiken
wat is een positief chronotopisch effect
de vuringssnelheid wordt verhoogd
wat kan een positief chronotoop effect veroorzaken (verhoging van de vuringssnelheid)
steilheid van de depolarisatie in fase 4 neemt toe
het maximale diastolische potentiaal wordt minder negatief
de threshold wordt negatiever
het kost dus minder tijd om de threshold te bereiken
waardoor en waar in het hart wordt acetylcholine afgegeven
door de parasympatische n. vagus
afgegeven aan de SA en AV knopen
wat doet acetylcholine
vermindert de If in de SA knoop waardoor de steilheid van de depolarisatie van fase 4 verminderd wordt
opent de GIRK kanalen, waardoor relatieve K geleiding toeneemt en het maximale diastolische potentiaal van de SA knoop cellen wordt negatiever
het vermindert de ICa in de SA knoop, waardoor de steilheid van de fase 4 depolarisatie afneemt en de threshold een positievere waarde krijgt
er is een tragere hartslag
heeft vergelijkbare effecten op de AV knoop, maar omdat dit niet de pacemaker is uit dit zich in een tragere geleidingssnelheid:
inhibitie van ICa wat in AV cellen de threshold ook positiever maakt —> moeilijker voor cellen om de naburige cellen te depolariseren
wat zijn catecholaminen
adrenaline en noradrenaline
verhogen de hartslag
waarop werken catecholaminen
β1-receptoren
wat doen catecholaminen
verhogen de If in knoopcellen, waardoor de steilheid van de depolarisatie in fase 4 toeneemt
verhogen de ICa in alle myocard cellen
maakt de depolarisatie in fase 4 steiler en maakt de threshold ook negatiever in AV en SA knoop cellen
produceren verkorte actiepotentialen (door effecten op andere stromen)
wat is een positief inotropisch effect
er is een toename in de sterkte van de contractiekracht
hoe zorgen catecholaminen voor een positief ionotropisch effect (toename van sterkte van contractiekracht)
toegenomen calcium influx (Ica) zorgt voor een grotere lokale toename in [Ca]i en een grotere calcium-induced-calcium release
er is een vergroting van de gevoeligheid van het calcium release kanaal voor cytoplasmatisch Ca
de SERCA pomp wordt gestimuleerd, dus beter naar binnen pompen Ca het SR in, dus kan later meer vrijgelaten worden
hoger Ica zorgt dat er meer calcium aan SERCA bindt en dus in totaal meer Ca uiteindelijk het SR in kan gaan
wat is een vagale maneuvre
dingen die de parasympatische activiteit verhogen, zoals acetylcholine (kunnen de ventriculaire slag ook verminderen) —> worden gebruikt bij atriële tachycardie zoals atrium fibrilleren (dan vermindert de activatie van de ventrikels)
wat is een valsalva maneuvre
er wordt een geforceerde uitademingsspanning tegen een geforceerde luchtweg gelever, de druk in de thorax stijgt
als de luchtweg geopend wordt, daalt de druk in de thorax, waardoor de aorta uitgerekt wordt
de aortacale baroreceptoren worden gestimuleerd en het nervus vagus reflex wordt geactiveerd
hoe kan ventriculaire tachycardie behandeld worden
massage van de splitsing in de halsslagader in de nek zorgt direct voor stimulatie van de baroreceptoren, nervus vagus wordt geactiveerd
Acetylcholine, wat de parasympatische activiteit verhoogt
valsalva maneuvre
digitalis verbindingen (verhoogt de vagale impulsen en verlaagt sympatische impulsen)