Kennisscan thema 2 - angst (deel anatomie en fysiologie)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/205

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:28 AM on 5/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

206 Terms

1
New cards

Wat is het viscerale motorsysteem?

Het viscerale motorsysteem is het motorische deel van het autonome zenuwstelsel. Het regelt onbewuste functies zoals hartslag, bloeddruk, vertering en kliersecretie

2
New cards

Geef 3 kenmerken die horen hij het somatisch motor systeem

  1. Motor neuronen in ventral spinal cord, hersentam

  2. Innervatie van gestreept spierweefsel (skeletspieren)

  3. Grotendeels vrijwillig

3
New cards

Geef 3 kenmerken die horen bij het visceraal motor systeem

  1. Motor neuronen in perifeer gelegen autonome ganglia

  2. Innervatie van klierweefsel, glad spierweefsel (organen, bloedvaten) en hartspier

  3. Grotendeels onvrijwillig

4
New cards

Wat is een ganglion?

Een ganglion is een verdikking met cellichamen van neuronen in het perifere zenuwstelsel

5
New cards

Welke neurotransmitter gebruiken alle preganglionaire neuronen (zowel sympathisch als parasympathisch)?

Acetylcholine. ACh werkt op nicotinerge ACh-receptoren op postganglionaire neuronen en veroorzaak snelle EPSP’s wat zorgt voor een actiepotentiaal

6
New cards

Waar liggen de preganglionaire neuronen van het parasympathisch systeem?

Hersentam (hersenzenuwen) en sacrale segmenten (S2-S4)

7
New cards

Waar liggen de preganglionaire neuronen van het sympathisch systeem?

In het thorocale en lumbale ruggenmerg (T1-L3)

8
New cards

Waar liggen parasympathische ganglia?

Heel dicht bij of in doelorganen, omdat het parasympatisch systeem gericht is op lokale, specifieke controle van organen. Hierdoor is de postganglionaire vezel kort en kan het signaal heel precies op 1 orgaan werken

9
New cards

Waar liggen sympathische ganglia?

Dicht bij het ruggenmerg, omdat het parasympatisch systeem een snelle, grootschalige activatie van het hele lichaam mogelijk moet maken. Door ganglia dicht bij het ruggenmerg kan 1 preganglionair neuron snel veel postganglionaire neyronen aansturen (divergentie), wat zorgt voor een brede fight-or-flight respons

10
New cards

Noem de 5 verschillen tussen het parasympatisch en het sympatisch systeem

  1. Locatie van pre-ganglion neuronen

  2. Locatie van ganglia

  3. Locatie en typen organen

  4. Effect op organen

  5. Gebruikte neurotransmitter

11
New cards

Wat is het effect van ACh op postganglionaire neuronen in ganglia?

Het veroorzaakt snelle excitatoire postsynaptische potentialen (EPSP’s)

12
New cards

Waar gaat het actiepotentiaal in postganglionaire neuronen naartoe?

Naar de synaps met effectorcellen in doelorganen

13
New cards

Waarom is de neurotransmissie in autonome ganglia snel?

Omdat ACh werkt op nicotinerge receptoren, die snelle ionkanaal-gemedieerde depolarisatie veroorzaken (EPSP zorgt voor actiepotentiaal)

14
New cards

Welke hersenzenuwen behoren tot het parasympathisch systeem?

N. III (oculomotorius), N. VII (facialis), N. IX (glossopharyngeus) en N. X (vagus)

15
New cards

Welke typen effectorcellen worden aangestuurd door autonome postganglionaire neuronen?

Gladde spier, hartspier en kliercellen

16
New cards

Waarom heeft het autonome systeem twee neuronen tussen CZS en doelorgaan, terwijl het somatische systeem er maar één heeft?

Omdat autonome regulatie via perifere ganglia verloopt, wat extra modulatie en integratie mogelijk maakt.

17
New cards

Vanuit welke vier hersenzenuwen komt de craniale parasympathische outflow?

  1. Ocolumotorius zenuw (N.III)

  2. Facialis zenuw (N. VII)

  3. Glossopharyngeus zenuw (N. IX)

  4. Vagus zenuw (N. X)

18
New cards

In welk deel van de hersenstam ligt N. III?

In het mesencephalon (midbrain)

19
New cards

In welk deel van de hersenstam liggen N. VII, IX en X?

In de medulla

20
New cards

Wat doet de oculomotorius zenuw (N. III) in het sympathische systeem met de pupil?

Het zorgt voor contractie van radiale spieren, waardoor er pupilverwijding optreedt (mydriase)

21
New cards

Wat doet de oculomotorius zenuw (N. III) in het parasympathische systeem met de pupil?

Het zorgt voor contractie van de kringspier, waardoor de pupil vernauwt (miosis)

22
New cards

Waar liggen sympathische ganglia meestal?

Dicht bij de wervelkolom (paravertebrale keten)

23
New cards

Waar liggen parasympathische ganglia?

In of vlakbij het doelorgaan

24
New cards

Via welke kleine verbindingszenuwen bereiken sympathische vezels de keten?

Via rami communicantes.

25
New cards

Wat zijn de twee mogelijke synapsroutes van sympathische preganglionaire axonen?

  1. Synaps in paravertebraal ganglion

  2. Via splanchnische zenuwen naar prevertebraal ganglion

26
New cards

Wat is bijzonder aan de sympathische innervatie van het bijniermerg?

Preganglionaire vezels maken direct synaps op chromaffine cellen (geen postganglionair neuron)

27
New cards

Wat scheiden chromaffine cellen uit?

Adrenaline (epinefrine) en noradrenaline

28
New cards

Noem drie structuren die door het sympathische systeem worden geïnnerveerd maar niet door het parasympathische.

Zweetklieren, pilorector spieren en bloedvaten (o.a. in skeletspier)

29
New cards

Wordt skeletspier direct geïnnerveerd door het sympathische systeem?

Nee, regulatie verloopt indirect via bloedvaten

30
New cards

Waarom kan het sympathische systeem vrijwel elk weefsel in het lichaam beïnvloeden?

Omdat de paravertebrale keten langs de gehele wervelkolom loopt en uitgebreide projecties heeft

31
New cards

Waarom hebben parasympathische banen lange preganglionaire en korte postganglionaire vezels?

Omdat de parasympathische ganglia in of vlakbij het doelorgaan liggen. Het preganglionaire neuron is dus heel kort en moet een langere afstand afleggen

32
New cards

Waarom hebben sympathische banen korte preganglionaire en lange postganglionaire vezels?

Omdat de sympathische ganglia dicht bij het ruggenmerg (paravertebrale keten) liggen. De preganglionaire vezel is dus kort en moet nog ver naar het doelorgaan lopen

33
New cards

Wat is uniek aan de sympathische innervatie van het bijniermerg?

Er is geen postganglionair neuron. Preganglionaire vezels maken direct synaps op chromaffine cellen, die adrenaline en noradrenaline aan het bloed afgeven.

34
New cards

Wat is de juiste volgorde van een normale autonome baan van CZS naar doelorgaan?

CZS → preganglionair neuron → ganglion → postganglionair neuron → effectororgaan

35
New cards

Op welke twee typen ganglia maken sympathische preganglionaire neuronen synaps?

  1. Paravertebrale ganglia

  2. Prevertebrale ganglia

36
New cards

Waar liggen paravertebrale ganglia?

In twee ketens bilateraal langs de wervelkolom, van cervicaal tot sacraal

37
New cards

Hoe zijn paravertebrale ganglia georganiseerd?

Segmentaal, meestal 1 ganglion per segment

38
New cards

Wat is het superior cervical ganglion?

Een samensmelting van meerdere cervicale ganglia dat sympathische innervatie verzorgt van het hele hoofd (incl. cerebrale vaten)

39
New cards

Wat is het stellate ganglion?

Een fusie van lagere cervicale en T1 ganglia dat het hart en de longen innerveert

40
New cards

Waar liggen prevertebrale ganglia?

Mediaan, dicht bij grote abdominale arteriën

41
New cards

Wat innerveren prevertebrale ganglia voornamelijk?

Viscerale organen in abdomen en pelvis

42
New cards

Wat ontvangen prevertebrale ganglia naast efferente input nog meer?

Sensorische feedback van hun eindorganen

43
New cards

Innerveren parasympathische ganglia meestal meerdere organen of één specifiek orgaan?

Meestal 1 specifiek orgaan

44
New cards

Innerveert het parasympathische systeem huid of skeletspier?

Nee, behalve vasculaire regulatie in het hoofd (kaak, lip, tong)

45
New cards

Naar welk ganglion projecteert N. III en wat reguleert het?

Naar het ciliair ganglion. Het reguleert pupilgrootte en accomodatie

46
New cards

Welk ganglion stimuleert traan- en slijmproductie in neus en palatum?

Het pterygopalatine (sphenopalatine) ganglion

47
New cards

Welk ganglion innerveert de glandula parotis?

Het otisch ganglion

48
New cards

Welk ganglion controleert submandibulaire en sublinguale speekselklieren?

Het submandibulaire ganglion

49
New cards

Welke zenuw verzorgt brede parasympathische innervatie van hart, longen en grootste deel van het GI-stelsel?

De nervus vagus (N. X)

50
New cards

Welke organen worden geïnnerveerd door de sacrale parasympathische outflow?

Dikke darm, rectum, blaas, reproductieve organen

51
New cards

Wat betekent co-transmissie in het autonome systeem?

Dat meerdere neurotransmitters tegelijk uit 1 synaps worden vrijgegeven

52
New cards

Welke twee hoofdtypen neuronen zitten in sympathische ganglia volgens deze indeling?

  1. Secretomotor B-neuronen

  2. Vasomotor C-neuronen

53
New cards

Wat innerveren secretomotor B-neuronen?

Mucusklieren in de huid

54
New cards

Wat innerveren vasomotor C-neuronen?

Arteriën die skeletspier en huid voorzien

55
New cards

Welk neuropeptide wordt tot expressie gebracht door preganglionaire B-cellen?

CGRP (calcitonin gene-related peptide)

56
New cards

Welke neuropeptiden zijn betrokken bij C-neuronen?

Preganglionair: LHRH (GnRH)
Postganglionair: neuropeptide Y

57
New cards

Wat betekent het dat het sympathische systeem somatotopisch georganiseerd is?

Dat er een geordende relatie bestaat tussen het ruggenmergsegment van oorsprong en het uiteindelijke doelorgaan (specifieke segmenten projecteren naar specifieke lichaamsregio’s)

58
New cards
<p>Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt wanneer ACh vrijkomt in een sympathisch ganglion.</p>

Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt wanneer ACh vrijkomt in een sympathisch ganglion.

  1. Een preganglionair sympathisch neuron genereert een actiepotentiaal.

  2. Het actiepotentiaal loopt via de ventrale wortel naar een sympathisch ganglion. In het ganglion bereikt het axon de ganglionaire synaps

  3. ACh wordt vrijgegeven uit de preganglionaire zenuwterminal

  4. ACh bindt aan nicotinische ACh-receptoren (groen) op het postganglionaire neuron, wat zorgt voor een snelle EPSP

  5. ACh bindt ook aan de muscarine ACh-receptoren (blauw), wat zorgt voor langzame, G-eiwit-gemedieerde respons

  6. Als de depolarisatie drempel bereikt dan vuurt het postganglionair neuron een actiepotentiaal richting het doelorgaan

59
New cards
<p>Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt bij vrijgifte van noradrenaline aan een bloedvat (neurovasculaire junctie)</p>

Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt bij vrijgifte van noradrenaline aan een bloedvat (neurovasculaire junctie)

  1. Een preganglionair sympatisch neuron activeert een postganglionair neuron in een sympatisch ganglion

  2. Het postganglionaire sympatische neuron vuurt een actiepotentiaal en bereikt de zenuwterminal bij een bloedvat (neurovasculaire junctie)

  3. Noradrenaline (NE) wordt vrijgegeven

  4. NE bindt aan postsynaptische α1-adrenerge receptoren (receptor beneden) op gladde spier van het bloedvat

  5. Activatie van α1 (Gq → ↑Ca²⁺) veroorzaakt vasoconstrictie

  6. Tegelijkertijd bindt NE aan presynaptische α2-receptoren op dezelfde zenuwterminal (receptor boven)

  7. Activatie van α2 (Gi) remt verdere NE-afgifte → negatieve feedback

60
New cards
<p>Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt bij co-transmissie van ACh en VIP in een speekselklier</p>

Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt bij co-transmissie van ACh en VIP in een speekselklier

  1. Een preganglionair parasympatisch neuron activeert een postganglionair neuron in een ganglion dicht bij de klier

  2. Het postganglionaire parasympatische neuron vuurt een actiepotentiaal en bereikt de zenuwterminal bij de klier (neuro-effector synaps)

  3. Zowel acetylcholine (ACh) als vasoactive intestinal peptide (VIP) worden vrijgeven

  4. ACh bindt aan muscarine receptoren M3 (blauw) op kliercellen en zorgt voor directe stimulatie van secretie

  5. VIP bindt aan VIP-receptoren (Gs) (oranje) en zorgt voor vasodilatatie van bloedvaten rond de klier

  6. Verhoogde bloedtoevoer levert meer water, wat de volume en samenstelling van speeksel beinvloedt

61
New cards

Waarom verandert de samenstelling van speeksel bij verschillende vuurfreqenties?

Omdat verhouding ACh/VIP-afgifte afhankelijk is van presynaptische activiteit

62
New cards
<p>Beschrijf stap voor stap de bovenste sympathische secretomotorische route</p>

Beschrijf stap voor stap de bovenste sympathische secretomotorische route

  1. Preganglionair neuron uit ruggenmerg bevat CGRP (geleidt relatief snel)

  2. In het sympatische ganglion wordt er ACh en CGRP vrijgegeven

  3. ACh activeert nicotinische receptoren op het postganglionair B-neuron, wat zorgt voor een snelle EPSP/depolarisatie

  4. ACh activeert ook muscarine receptoren. Deze sluiten M-type K+ kanalen

  5. Sluiting van M-type K+ kanalen vermindert K+ efflux, wat zorgt voor depolarisatie/verhoogde exciteerbaarheid

  6. CGRP moduleert de gangliontransmissie via Ca2+ afhankelijke mechanismen

  7. Het secretomotorische postganglionaire neuron projecteert naar de zweetklier

  8. Het postganglionaire neuron geeft noradrenaline af aan de zweetklier

63
New cards
<p>Beschrijf stap voor stap de onderste sympathische vasomotorische route</p>

Beschrijf stap voor stap de onderste sympathische vasomotorische route

  1. Preganglionair neuron uit het ruggenmerg bevat LHRH (geleidt relatief traag)

  2. In het sympathische ganglion worden ACh en LHRH vrijgezet

  3. ACh activeert nicotinische receptoren op het vasomotorische C-neuron, wat zorgt voor een snelle EPSP/depolarisatie

  4. LHRH bindt aan peptide-receptoren op het vasomotorisch neuron en werkt deels via diffusie/spillover transmissie

  5. LHRH sluit M-type K+-kanalen, waardoor er minder K+ efflux is en er trage depolarisatie/slow EPSP optreedt

  6. ACh activeert ook muscarine receptoren. Deze kunnen GIRK-kanalen openen, wat resulteert in K+ efflux. Dit zorgt voor hyperpolarisatie/slow IPSP

  7. Het postganglionaire neuron projecteert naar de arterie en geeft noradrenaline en neuropeptide Y af

  8. Effect is vasoconstrictie

64
New cards

Waarom is de nicotinische EPSP snel?

Omdat nicotinische receptoren direct gekoppeld zijn aan het ionkanaal en er geen 2nd messenger nodig is. Na+ influx ontstaat onmiddelijk en de respons is in ms

65
New cards
<p>Beschrijf het mechanisme van de fast nicotinic EPSP (B1).</p>

Beschrijf het mechanisme van de fast nicotinic EPSP (B1).

  1. Het preganglionair neuron geeft ACh af

  2. ACh bindt aan de nicotinische receptor (ligand-gated ionkanaal)

  3. Na+ stroomt binnen

  4. Postsynaptische membraan depolariseert

  5. Geeft snelle EPSP (depolarisatie)

  6. Treed op in B- en C-neuronen

66
New cards
<p>Beschrijf het mechanisme van de slow muscarinic IPSP (B2).</p>

Beschrijf het mechanisme van de slow muscarinic IPSP (B2).

  1. ACh bindt aan muscarine receptor

  2. Muscarine receptor activeert G-proteine

  3. GIRK-kanaal opent

  4. K+ stroomt naar buiten, waardoor binnenkant negatiever wordt

  5. Er ontstaat hyperpolarisatie

  6. Geeft trage IPSP (vooral in C-neuronen)

67
New cards
<p>Beschrijf het mechanisme van de slow peptidergic EPSP (B3).</p>

Beschrijf het mechanisme van de slow peptidergic EPSP (B3).

  1. Preganglionair C-neuron geeft LHRH af

  2. LHRH diffundeert door ganglion (spillover)

  3. Bindt peptide-receptoren op B- en C-neuronen

  4. M-type K+ kanalen sluiten

  5. Minder K+ efflux

  6. Membraan depolariseert, waardoor er een zeer trage EPSP ontstaat

  7. Effect is sterker bij hoge-frequentie stimulatie

68
New cards
<p>Beschrijf presynaptische muscarinische inhibitie van nicotinische EPSC’s (B5)</p>

Beschrijf presynaptische muscarinische inhibitie van nicotinische EPSC’s (B5)

  1. Er wordt veel ACh vrijgezet

  2. ACh bindt aan presynaptische muscarine receptoren

  3. Muscarine receptor remt de voltage-gated Ca2+ kanalen

  4. Minder Ca2+ influx presynaptisch

  5. Minder neurotransmittervrijzetting

  6. Nicotinische EPSC amplitude daalt

69
New cards

Wat is het verschil tussen GIRK- en M-type K⁺-kanalen?

Beide zijn kaliumkanalen, maar hebben een tegengesteld effect op de exciteerbaarheid van het neuron. GIRK-kanalen zijn normaal grotendeels gesloten en worden geopend door muscarine receptoren. Wanneer ze openen, stroomt K⁺ uit de cel waardoor de binnenkant negatiever wordt. Dat veroorzaakt hyperpolarisatie en dus inhibitie. M-type K⁺-kanalen staan daarentegen normaal al open en zorgen continu voor een kleine K⁺-lekkage naar buiten. Wanneer deze kanalen gesloten worden, kan minder K⁺ ontsnappen en wordt de binnenkant van het neuron positiever. Dat veroorzaakt depolarisatie en verhoogt de exciteerbaarheid

70
New cards

Waarom is de peptidergische EPSP zeer traag?

Omdat neuropeptiden zoals LHRH niet rechtstreeks ionkanalen openen. Ze binden aan metabotrope receptoren die intracellulaire signaalroutes activeren en dit kost meer tijd. Ze diffunderen ook neuropeptiden door het ganglion heen en blijven ze langer aanwezig in de extracellulaire ruimte. Daardoor ontstaat een langzaam opkomend maar langdurig effect

71
New cards

Wat betekent spillover bij LHRH-transmissie?

Het vrijgezette neuropeptide diffundeert buiten de directe synaptische spleet. Hierdoor beïnvloedt LHRH niet alleen het dichtstbijzijnde neuron, maar ook omliggende neuronen in het ganglion. Neuronen die dichter bij de vrijzettingsplaats liggen ontvangen een sterker effect dan neuronen verder weg

72
New cards
<p>Beschrijf de fast nicotinic + slow muscarinic EPSP in B-neuronen (B4)</p>

Beschrijf de fast nicotinic + slow muscarinic EPSP in B-neuronen (B4)

  1. ACh veroorzaakt twee verschillende effecten

  2. Eerst bindt ACh aan nicotinische receptoren, waardoor Na+ de cel binnenstroomt en er een snelle EPSP ontstaat

  3. Tegelijkertijd bindt ACh ook aan muscarine receptoren (werken trager via G-proteine) en sluiten M-type K+ kanalen, waardoor de K+ uitstroom verminderd en er een langzame depolarisatie ontstaat die langer aanhoudt dan de nicotinische EPSP

73
New cards
<p>Waarom worden nicotinische EPSC’s kleiner in B5?</p>

Waarom worden nicotinische EPSC’s kleiner in B5?

In B5 activeert ACh presynaptische muscarine receptoren op het uiteinde van het preganglionaire neuron. Deze receptoren remmen voltage-afhankelijke Ca²⁺-kanalen. Daardoor stroomt minder Ca²⁺ het neuron binnen wanneer een actiepotentiaal arriveert. Omdat calcium nodig is voor vesiculaire neurotransmittervrijzetting, wordt minder ACh afgegeven in de synaps. Hierdoor worden de postsynaptische nicotinische EPSC’s kleiner

74
New cards
<p>Wat gebeurt er bij activatie van de preganglionaire C-route?</p>

Wat gebeurt er bij activatie van de preganglionaire C-route?

Als de preganglionaire C-route geactiveerd wordt, worden vasomotorische postganglionaire neuronen geactiveerd. Deze projecteren naar bloedvaten en geven noradrenaline en neuropeptide Y vrij. Deze transmitters veroorzaken contractie van de vaatwand, waardoor vasoconstrictie ontstaat

75
New cards
<p>Wat gebeurt er bij activatie van de preganglionaire B-route?</p>

Wat gebeurt er bij activatie van de preganglionaire B-route?

Als de preganglionaire B-route geactiveerd wordt, worden secretomotorische postganglionaire neuronen gestimuleerd. Deze neuronen projecteren naar mucous of cutane klieren in de huid. Activatie van deze route veroorzaakt kliersecretie. In het experiment wordt dit gemeten als een spanningsdaling over de huid.

76
New cards

Waarom vereisen neuropeptiden vaak hoge-frequentie stimulatie?

Neuropeptiden worden opgeslagen in dense-core vesicles die verder van de Ca²⁺-kanalen liggen dan gewone synaptische vesicles. Daardoor is een grotere en langdurigere stijging van intracellulair calcium nodig om deze vesicles vrij te zetten. Lage-frequentie stimulatie veroorzaakt alleen vrijzetting van neurotransmitters zoals ACh, terwijl hoge-frequentie stimulatie ook neuropeptiden zoals LHRH doet vrijkomen

77
New cards

Hoe kan een muscarine receptor zowel inhiberend als exciterend werken?

Wanneer de muscarine receptor GIRK-kanalen opent, stroomt K⁺ uit de cel en ontstaat hyperpolarisatie, wat inhiberend werkt. Wanneer de muscarine receptor M-type K⁺-kanalen sluit, vermindert de K⁺-uitstroom en ontstaat depolarisatie, wat exciterend werkt. Het effect van een muscarine receptor hangt dus af van welk ionkanaal gereguleerd wordt

78
New cards

Wat is de functie van de hypothalamus binnen het autonome zenuwstelsel?

Dat is het centrale integratiecentrum waar autonome, endocriene en gedragsmatige informatie samenkomt. Hij ontvangt signalen vanuit het lichaam en stuurt vervolgens autonome en hormonale reacties aan (regelt bijv bloeddruk, vochtbalans, stressreacties)

79
New cards

Hoe bereikt viscerale informatie de hypothalamus?

Viscerale informatie (vanuit organen) komt via de afferente banen terecht in de nucleus of the solitary tract (NTS) in de hersenstam. Ook de nervus vagus projecteert naar deze nucleus. Vanuit de NTS wordt de informatie verspreid naar verschillende onderdelen van het centrale autonome netwerk, zoals de hypothalamus en amygdale

80
New cards

Waarom is de hypothalamus belangrijk voor de innervatie van het hart?

Het beinvloedt zowel sympatische als parasympatische autonome output naar het hart. Vanuit de paraventriculaire nucleus en andere hypothalamische gebieden lopen dalende projecties naar autonome centra in de hersenstam en naar preganglionaire neuronen in het ruggenmerg. Hierdoor kan de hypothalamus veranderingen in hartslag, contractiekracht en bloeddruk coordineren

81
New cards

Welke functies worden door de hypothalamus gereguleerd?

  1. Bloeddrukregulatie en elektrolytenbalans

  2. Energiehuishouding

  3. Reproductief gedrag

  4. Lichaamstemperatuur

  5. Defensief gedrag

  6. Slaap-waakritme

82
New cards

Wat is het verschil tussen de magnocellulaire en parvicellulaire neuro-endocriene systemen?

Het magnocellulaire systeem bestaat uit grote hypothalamische neuronen die vasopressine en oxytocine produceren. Hun axonen lopen rechtstreeks naar de neurohypofyse, waar deze hormonen direct aan de bloedbaan worden afgegeven. Het parvicellulaire systeem bestaat uit kleinere neuronen die releasing hormones zoals TRH, CRH en somatostatine produceren. Deze hormonen worden eerst afgegeven aan het hypofysaire portaalsysteem en bereiken daarna de adenohypofyse, waar ze de secretie van hypofysehormonen reguleren

83
New cards

Wat is het verschil tussen afferente en efferente autonome banen?

Afferente autonome banen brengen informatie vanuit de organen naar het centrale zenuwstelsel. Efferente autonome banen sturen signalen vanuit het centrale zenuwstelsel terug naar organen om functies zoals hartslag, bloeddruk, secretie en spijsvertering te reguleren

84
New cards

Hoe regelt de hypothalamus de adenohypofyse?

Parvicellulaire hypothalamische neuronen produceren releasing hormones zoals TRH, CRH en somatostatine. Hun axonen eindigen in de median eminence waar deze stoffen worden afgegeven aan het hypofysaire portaalsysteem. Via de portal vessels bereiken de hormonen de adenohypofyse, waar ze binden aan endocriene cellen en de afgifte van hypofysehormonen stimuleren of remmen

85
New cards

Hoe regelt de hypothalamus de neurohypofyse?

Magnocellulaire neuronen in de hypothalamus produceren vasopressine en oxytocine. Hun axonen lopen rechtstreeks via de hypothalamo-hypofysaire baan naar de neurohypofyse. Daar worden de hormonen direct vanuit de zenuwuiteinden aan de bloedbaan afgegeven. In tegenstelling tot de adenohypofyse is er dus geen tussenstap via een portaalsysteem

86
New cards

Welke hypothalamische hormonen worden geproduceerd door parvicellulaire neuronen?

Ze produceren oa. TRH, CRH en somatostatine. Deze hormonen worden afgegeven aan het hypofysaire portaalsysteem en reguleren de secretie van hormonen door de adenohypofyse

87
New cards

Wat is de nucleus of the solitary tract (NTS)?

Een belangrijk viscerosensorisch integratiecentrum in de hersenstam. De nucleus ontvangt informatie vanuit organen via oa. de nervus vagus en splanchnische banen. Vanuit de NTS wordt informatie doorgestuurd naar autonome centra in de hersenstam, hypothalamus, amygdala en cortex om autonome reflexen en homeostatische reacties te coördineren

88
New cards

Wat is het centrale autonome netwerk?

Een verzameling hersengebieden die samenwerken om autonome functies te reguleren. Hierbij horen: nucleus of the solitary tract, hypothalamus, parabrachiale nucleus, amygdala, PAG, medulla en delen van de cortex

89
New cards

Wat is de functie van de periaqueductale grijze stof (PAG) binnen het autonome netwerk?

PAG integreert autonome en gedragsmatige reacties. Hij ontvangt input vanuit verschillende delen van het centrale autonome netwerk en projecteert naar autonome centra in de medulla. Tijdens een fight-or-flightreactie helpt de PAG bijvoorbeeld de bloedtoevoer te verschuiven van het spijsverteringsstelsel naar de skeletspieren

90
New cards

Wat is een emotie?

Een emotie is een automatische, grotendeels onbewuste gedragsmatige en fysiologische respons die optreedt wanneer het brein een emotioneel significante stimulus detecteert

91
New cards

Wat is een gevoel (feeling)?

Een gevoel is de bewuste perceptie van een emotionele respons

92
New cards

Wat betekent “emotional competence”?

Sommige stimuli (bv. slangen, harde geluiden) kunnen automatisch een emotie oproepen zonder leerervaring. Deze stimuli hebben emotional competence

93
New cards
<p>Beschrijf de stappen op dezelfde afbeelding tot aan de drie outputsystemen</p>

Beschrijf de stappen op dezelfde afbeelding tot aan de drie outputsystemen

  1. Externe stimuli gaat naar de sensorische systemen

  2. De sensorische informatie wordt verwerkt in de hersenen (via thalamus naar sensorische cortex). Als het emotioneel relevant is, dan is er activatie van het emotionele systeem (amygdala)

  3. Emotionele vewerkingssysteem (grote neuron midden) bepaalt of het gevaarlijk is, zoja dan signaal naar hypothalamus en hersenstam

  4. Vanaf hier naar drie systemen (somatische motorsysteem, autonome zenuwstelsel en endocriene systeem), waarna de emotionele respons plaatsvindt

94
New cards
<p>Beschrijf de stappen van het somatisch motorsysteem in dit plaatje</p>

Beschrijf de stappen van het somatisch motorsysteem in dit plaatje

  1. Sensorische informatie komt binnen via de thalamus (snel) en sensorische cortex (langzamer)

  2. De amygdala bepaalt de emotionele betekenis van de stimuli (is dit gevaarlijk ja/nee?)

  3. De amygdala stuurt signalen naar hypothalamus (uitvoeringscentrum), waarna deze signalen naar de hersenstam stuurt

  4. Hersenstam activeert dalende motorbanen (reticulsospinale baan) en deze gaan naar het ruggenmerg

  5. α-motorneuronen worden geactiveerd en geven ACh af bij de neuromusculaire overgang, hierdoor opent receptor op de skeletspier

  6. Na+ instroom, waardoor er depolarisatie optreedt. Ca2+ komt vrij uit SR, waardoor de spier contracteert

95
New cards
<p>Beschrijf de stappen van het autonoom zenuwstelsel in dit plaatje</p>

Beschrijf de stappen van het autonoom zenuwstelsel in dit plaatje

  1. Amygdala activeert hypothalamus

  2. Hypothalamus activeert neuronen in hersenstam en ruggenmerg

  3. Preganglionair neuron in laterale hoorn ruggenmerg wordt geactiveerd

  4. Preganglionair neuron geeft ACh af in autonoom ganglion

  5. Nicotinereceptoren op postganglionair neuron worden geactiveerd, waarna het neuron vuurt en er noradrenaline wordt afgegeven op doelorgaan

  6. Bindt aan adrenerge receptoren, wat resulteert in vasoconstrictie

96
New cards
<p>Beschrijf de stappen van het endocriene systeem in dit plaatje</p>

Beschrijf de stappen van het endocriene systeem in dit plaatje

  1. Amygdala activeert hypothalamus

  2. Hypothalamus scheidt CRH uit in portale circulatie

  3. CRH bereikt hypofyse (voorkwab)

  4. Hypofyse scheidt ACTH uit in bloed

  5. ACTH bereikt bijniercortex

  6. Bijniercortex scheidt cortisol uit en cortisol werkt op: lever (glucose vrijmaken), hart, hersenen

97
New cards

Wat doet de hypothalamus bij emotionele stimuli?

Stuurt commando’s door naar het autonoom zenuwstelsel, endocriene systeem (via hypofyse) en de hersenen (via anterior thalamus naar cingulate cortex)

98
New cards

Wat is de rol van de cingulate cortex?

Het verwerkt de affectieve (gevoelsmatige) component van emotie. Hier wordt emotie een bewuste ervaring

99
New cards

Wat is de rol van de amygdala in emotionele verwerking?

De amygdala detecteert emotioneel relevante stimuli en activeert hypothalamus en hersenstam om emotionele responsen op te starten

100
New cards

Welke nucleus van de amygdala ontvangt sensorische input tijdens fear conditioning?

De laterale nucleus