1/48
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
typische psychoanalytische kindertherapie
Spelsymboliek (werken met de zaken die een kind aanbrengt in therapie)
Werken met afweer, angst, verlangen
Ontwikkelingsgericht denken over veerkracht en kwetsbaarheid
Behandeling v kind in context (belang vd ouderbegeleiding)
spelkamer
de plaats waar therapie plaats vindt, in spel vindt therapie plaats <> andere modellen: even kunnen spelen op momenten dat het moeilijk wordt in therapie
modellen psychoanaytische kindertherapie
ik-steunende kindertherapie
exploratieve kindertherapie
mentalisatiebevorderende kindertherapie (MBT)
affectregulatietherapie (ART for kids)
ik-steunende kindertherapie
Stuk ondersteunen dat het kind geholpen heeft om in moeilijke momenten greep te krijgen op wat voor hem lastig is (wat heb je gedaan om zelf verder te kunnen? …)
exploratieve/inzichtgevende kindertherapie
In de diepte gaan (hoe voelde dat …)
Kunnen kinderen soms nog niet aan, dus dan eerst steun geven
contestatie
als je pionier bent, kan het zijn dat de 1e modellen ietwat beperkend zijn
taal van het kind
spel, dit verstaan is belangrijk
· Kunnen volgen, interventies doen waarin spel kan ontstaan …
infant mental health
brede stroming ontstaan binnen het psychodynamische model
gevoelsambivalentie
mens bang om boos te worden op mensen die we het meest graag zien
oedipuscomplex
· Kleuters zijn zeer geïnteresseerd: stellen veel vragen (waarom?) → onbevangen nieuwsgierigheid (volledig oké volgens Freud)
· Soms over agressie, maar soms ook over seksualiteit → moet begrensd worden
· Nieuwsgierigheid is in wezen oké, maar er is ook een grens die de ouders moeten stellen
belangrijke auteurs/pioniers
Melanie Klein
Anna Freud
Donald Winnicott
Melanie Klein
o Niet over sterke, bravere kinderen, maar over de ernstig gestoorde kinderen (in ontwikkeling) → psychotische kenmerken, antisociale tendensen …
o Deze kinderen heel frequent zien (3-5x/week), heel intens contact
o Diepe interpretaties: reacties ontlokken bij het kind
Anna Freud
o Ik-zwakkere kinderen die in de oorlog hun ouders verloren (ik-steun is andere techniek)
o Werken met impact v onverwerkt verlies en kinderdepressie
o Breuklijnen in relatie (wanneer kinderen zich terugtrekken) = spelbreuk → deze moet actief hersteld worden door de T
Donald Winnicott
o Heel creatief werken aan vroege relatie met baby’s + aan de relatie met kinderen in therapie die nog geen woorden hebben voor wat er scheelt
o Aan de slag gaan met het pre-verbale
potentiële ruimte
tss jezelf en de ander, waar ontmoeting plaatsvindt → mogelijkheidsruimte dat er een ontmoeting tot stand komt
ontwikkelingspsychologische denkers
Erik Erikson
Mahler
(Bowlby)
Spitz
ontwikkelingsdimensies Erikson
8 fasen in de levensloop
basisvertrouwen <> basiswantrouwen
autonomie <> twijfel, schaamte
initiatief <> schuldgevoel
vaardigheid/competentie/vlijt <> minderwaardigheid
identiteit <> crisis en isolatie
intimiteit <> isolement
(Re)generativiteit <> stagnatie
(authenticiteit <> vervreemding/onechtheid)
ego-integriteit <> wanhoop
basisvertrouwen <> basiswantrouwen
0-1,5j
o Onvoorspelbare omgeving, verwaarloosd geweest → wantrouwen
autonomie <> twijfel/schaamte
1,5-3j
o Leren op eigen benen te staan (ook letterlijk) autonomie verkennen en bevestigen
o Koppigheid: autonomie bevestiging (nee zeggen is een manier v ik zeggen)
o Schaamte: ik kan het niet …
initiatief <> schuldgevoel
3-6j
o Durven vragen te stellen + nieuwsgierigheid → ik ontdek de wereld en ik heb vragen (vragen zijn ook seksueel)
o Soms lukt dat, maar soms durven we niet (censureren omdat we ons schuldig voelen om een bep vraag te stellen)
vaardigheid/competentie/vlijt <> minderwaardigheid
lagere schoolleeftijd
· Sociaal: kind in lagere school wil deel zijn v vriendengroepen
· LeerVH: kind wil even goed kunnen leren als de anderen in de klas
identiteit <> crisis en isolatie
adolescentie
o Gehechtheidsrepresentaties (met ouders) zijn er nog, maar ze zijn wellicht niet meer bruikbaar
o Identiteit ontwikkelen of herwerken (met pos en neg zaken)
o Crisis behoort tot de normale ontwikkeling (de pos kant), maar probleem = diffusie
diffusie
aan het eind vd adolescentie nog steeds niks opgeschoten zijn met de identiteitsvraag
intimiteit <> isolement
volwassenheid
o Denkbaar dat je andere identiteiten op een diepere manier gaat ontmoeten
o Niet per se seksuele intimiteit, maar vooral een emotionele intimiteit (diepgaande relatie)
o Isolement: geraken niet in een emotioneel diepgaande vriendschap of liefdesrelatie → depressie
o Gaat over het aankunnen ve menselijke diepgang
(re)generativiteit <> stagnatie
o Als je diepe relatie aankan, kan je denken over de vraag v wat je kan nalaten in deze wereld (bv kinderen)
o Ook vanaf late 20-30j: wat wil ik tot stand brengen (carrière, kunst, organisatie, fam …)
Stagnatie: vast zitten en tot niets komen
authenticiteit <> vervreemding/onechtheid
Midlife: tss 40 en 65j
toegevoegd door volgelingen Erikson
o Is dit authentiek mijn leven wat ik nu voer (job, partner, levensstijl…) of zijn er keuzes gemaakt ifv wat anderen wilden v mij?
o Ik moet nu iets veranderen, want anders lukt het niet meer
o Drang om plotseling te willen wisselen in therapie wacht even en neem de tijd (niet te impulsief)
o Vervreemding: dit ben ik niet, heb het leven v iemand anders geleid
ego-integriteit <> wanhoop
vanaf 65j
o Als je op pensioen gaat, terugkijken op je levensloop
o Tevreden zijn met je leven = ego-integriteit
o Depressie vanuit wanhoop over keuzes die zijn gemaakt
veerkracht
de tendens om weer op te veren wanneer er drukt wordt uitgeoefend en/of tegenslag/verlies ervaren wordt
roestvlekken
Het weer opveren na tegenslag kan verhinderd worden door allerlei kwetsbaarheden die vroeg in de ontwikkeling ontstaan zijn
o Voor elk v ons zit er in deze spiraal een stukje roest, iets waar het minder vlot liep → we kunnen daarmee verder
impact trauma
brengt een knak teweeg → spiraal komt scheef te staan
· Mensen proberen weer recht te komen staan (posttraumatische groei)
· Als druk (verlieservaring): spiraal gaat weer schuin staan
· Mensen met trauma worden op een andere manier geraakt → onverwacht op de zijkant, zonder dat je er klaar voor bent
· Knak blijft altijd, ongemerkt aanwezig → minder belastbaar voor nieuwe druk in het leven
Mahler: separatie/individuatiefase
- Over rol v separatieangst bij kinderen en in therapie
- Oer-ik groet uit tot een oer-wij (eigen groei in therapie vergt allereerst veilige relatie)
- Belang v doorkomen v toenaderingscrisis en verwerven v objectconstantie (ivm borderline problematiek)
objectconstantie
ouder blijven me graag zien, ook als er negativiteit is
Bowlby
oa hoe kinderen omgaan met separatie vd moeder
Spitz: belangrijke mijlpalen in ontwikkeling
sociale glimlach
vreemdenangst
nee-zeggen
sociale glimlach
5-7 weken
Gericht lachen → symbiose is ontstaan
Relatie met kind veranderd → ouders gaan glimlach bij kind ontlokken
Betekenis: kind toont dat het deel is geworden vd sociale wereld, vd vroege relaties
Kind is sociaal geworden
vreemdenangst
8 ma
Preferentiële gehechtheid is ontstaan
Preferentiële gehechtheid op 6ma → beginnen kruipen → op 8ma: vreemdenangst (kind reageert met angst en afkeer op een vreemde)
Ontwikkeling tss 6 en 12ma gaat snel en dit brengt ook angst met zich mee
Vergelijk met samenleving: als deze te snel verandert en multiculturaliseert, worden mensen bang omdat de basis wegvalt → vreemdenangst blijft bestaan
Kind laat duidelijke voorkeur zien binnen sociale wereld (kan ook gaan over niet meer glimlachen naar grootouders)
nee-zeggen
13-14 ma
Het affirmeren vh IK
≠ koppigheid
= kind dat zegt: geef me de tijd om die wereld te ontdekken (niet naar huis willen, niet opgetild willen worden…)
Conflict wordt scherper p 18-19ma
Oefenen met ik-zeggen binnen die sociale wereld (door nee te kunnen schudden en zeggen) → het ik is ontstaan
typisch in therapie
1. Nadruk op spelsymboliek
2. Aandachtspunten: verlangen achter (probleem)gedrag, oog voor de trias afweer – angst – weerstand
3. Developmentally based therapies (Greenspan)
4. Kind in context: ouderbegeleiding
nadruk op spelsymboliek
o Spel is de taal vh kind
o T helpt het kind spelbeelden uit te werken en via die metafoor/beelden het ook over het kind te hebben
developmentally based therapies
o Doelstelling v therapie wordt bepaald door volgende mogelijke ontwikkelingsstap (niet door een ideaal eindpunt)
o Ontwikkeling als een vering: wat is veerkracht en kwetsbaarheid bij stress, spanning, conflict?
o Progressie in therapie is niet lineair → het is met vooruitgang en momenten v terugval (regressie in dienst vh ego)
kind in context: ouderbegeleiding
o Ouders moeten komen op crisismoment, maar hadden gewild dat ze niet moesten komen
o Ouders zijn kwetsbaarst in hun kinderen
o Beginnende T’en zien soms erg op tegen ouderwerk
o Kind kan met zijn proces in de context openingen maken, maar kan in zijn proces ook geblokkeerd raken als context nog zover niet is of de groei vh kind als bedreigend ervaart
wat verandert door spel
- Spel bevordert expressie/catharsis
- Correctieve emotionele ervaring
- Inzicht, herbeleven, doorwerken
- Versterken v pos beelden over relaties
- Leren v probleemoplossende VH’en
ik-zwakke kinderen: tekenen
- Wisselvallige belevingswereld
- Niet leren uit ervaring
- Weinig genuanceerde affectieve beleving
- Geen/tekort aan frustratietolerantie
- Tekort aan impulscontrole
defect (ik-steunende kindertherapie)
vroege ontwikkelingen zijn niet tot stand gekomen en moeten helemaal heropgebouwd worden
ik-steun
- Containment: vasthouden, (ver)dragen en betekenis geven aan chaotische, ondraaglijke ervaringen
- Steunen v aanzet tot spel
- Verstevigen v onderscheid fantasie – realiteit
- Rustpunten installeren wanneer ze zich verliezen in excitatie en angsten
- Continuïteit bevorderen en naar een focus richten
- Indammen v negativiteit, arousal tot draaglijk niveau herleiden
- Een weg vinden temidden v soms destructieve spelbeelden (zie ze moeten kunnen brengen, maar waartussen iets nieuws moet worden gezaaid)
sterkere kinderen: conflict
iets in hen beangstigt het kind (bv eigen mening, eigen stem, agressie, liefdevol verlangen, seksualiteit, impulsiviteit, ambitie …)
dieptepsychologie
Diepergaand, explorerend om tot beter zelfbegrip te brengen, beangstigende zelfdelen
mentalisatie
reflecteren, mentaal verteren en verwoorden v gevoelens, emoties, gedachten, verwachtingen …
Bij kinderen, ontwikkelingspsychologisch gezien, is dit vooral affectregulatietherapie (omdat ze nog niet over het cognitieve overzicht beschikken dat men v volwassenen bij MBT (mentalization based treatments) verwacht)
ART als ontwikkelingsspecifieke variant v MBT
werken met migratiedynamiek
- Oorsprongsgehechtheid en integratiegerichtheid
- Sociaal-emotionele gevolgen v culture change syndromes: (s)electief mutisme (is geen ASS), lichaamsbeeld (AN)
- Klassieke migratie: conflict tss 2 stoelen (culturen), verzoenbaar, conflictueus en soms volledig onverzoenbaar
- Nieuwe migraties: geen stoel meer over om op te zitten (veel grotere bestaansonzekerheid, bij illegaliteit)