1/20
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Inkomsten en uitgaven in economie
welvaart economie bekijken → kijken naar inkomen gegenereerd door economie
hoe hoger inkomen → hoe meer G&D aangeschaft worden → hoe hoger welvaart
binnenlands product = BP → meet 2 dingen:
totale inkomen actoren economie
totale uitgaven voor productie van G&D
uitgaven iemand (koper) = inkomen iemand (verkoper)
economische kringloop:
uitgaven gezinnen → markt G&D
uitgaven (inkomen) ondernemingen → markt productiefactoren
vraag productiefactoren → afgeleide vraag van keuze om bepaald goed aan te bieden op andere markt
echte economie complexer:
inkomen gezinnen → niet volledig uitgeven aan G&D
gezinnen kopen niet enkel G&D → andere actoren ook bv.: overheid
Meting van BBP: algemeen
= Bruto Binnenlands Product
= vertegenwoordigt marktwaarde alle G&D voor finaal verbruik binnen bepaalde periode in land geproduceerd
kenmerken:
marktwaarde
alle
finaal verbruik
G&D
geproduceerd
in land
binnen bepaalde periode
Meting van BBP: kenmerken: marktwaarde
verschillende G&D samennemen → zelfde noemer → economische waarde
mogelijk maken door gebruik marktprijzen
marktprijzen:
= hoeveel individuen willen betalen
= ruilwaarde
Meting van BBP: kenmerken: alle
alle items → legale wijze geproduceerd + verkocht worden
voeding
boeken
gezondheidszorg
huurwoningen
uitgesloten:
G&D → illegale wijze geproduceerd + verkocht worden
G&D in huiselijke sfeer bv.: trouwen met kapper → gratis en binnen gezin
Meting van BBP: kenmerken: finaal verbruik
BBP → enkel waarde finale goed
intermediaire G&D niet
toegevoegde waarde:
bijdrage bepaald productieproces tot waarde finaal goed
gerealiseerde verkoopswaarde → aankopen bij andere om verkoopswaarde te creëeren
vergoeding aangewende productiefactoren in productieproces
bv.: katoenteelt (0-5-5) → weverij (5-20-15) → fabrikant (20-40-20) → kledingwinkel (40-50-10)
componenten marktwaarde goed:
wel: afschrijvingen, winst, loon, huur/pacht/rente
= bruto toegevoegde waarde
niet: ingekochte G&D
G&D niet direct verkocht → voorraad onderneming
finaal = investering in voorraad
G&D verkocht > G&D toegevoegd voorraad → desinvestering voorraad

Meting van BBP: kenmerken: G&D
BBP = tastbare G + ontastbare G
tastbaar → bv.: voeding, kleding, boeken, abonnement muziek streamen, …
ontastbaar → bv.: kapper, schoonmaak, dokter, concert, …
Meting van BBP: kenmerken: geproduceerd
BBP = producten momenteel geproduceerd
tweedehands niet
Meting van BBP: kenmerken: in land
BBP = meten waarde productie binnen territoriale begrenzing
ongeacht nationaliteit verkoper
bv.: Nederlands verkoopt in België → Belgische BBP
Meting van BBP: kenmerken: binnen bepaalde periode
BBP = meten binnen bepaald tijdsinterval
meestal:
jaar
kwartaal
Andere meeteenheden inkomen: algemeen
bruto nationaal product
netto nationaal product
nationale inkomen
beschikbaar inkomen
Andere meeteenheden inkomen: bruto nationaal product
= BNP
= totale inkomen permanente inwoners land
verschil BBP → ook inkomens inwoners land in buitenland verdienen
niet → inkomen buitenlanders in land
BNP = BBP + NFI
NFI = netto-factorinkomsten = verschil inkomsten productiefactoren betaald + ontvangen uit buitenland
Andere meeteenheden inkomen: netto nationaal product
= NNP
= totale inkomen permanente inwoners verminderd met verliezen ten gevolge depreciatie
depreciatie = afschrijvingen = vervangingsinvesteringen → ontstaan als gevolg van slijtage waaraan kapitaalgoederen (machines + infrastructuur) onderheven zijn
NNP = BNP - afschrijvingen
componenten bruto investeringen:
netto investering
afschrijving

Andere meeteenheden inkomen: nationale inkomen
= NY of NNPfk (NNP tegen factorkosten)
= totale inkomen verdiend door inwoners in land voortvloeiend uit productie G&D
= som factorkosten
= bruto lonen + bruto inkomsten zelfstandige activiteit + bruto vennootschapswinsten + interesten + onroerende inkomsten uit bezit gronden en immobiliën
gebaseerd op → kost van aangewende productiefactoren
BNP en NNP → weergave verkoopsprijzen markt
verschil factorkosten en marktprijzen:
indirecte belastingen → kostprijsverhogend → Ti
subsidies → kostprijsverlagend → Subs
NY = NNPmp - Ti + Subs
Andere meeteenheden inkomen: beschikbaar inkomen
= BY
= inkomen dat gezinnen overhouden om vrij te besteden aan consumptie-uitgaven/sparen
afgeleid van NY → rekening met saldo tussen 2 bewegingen:
afhoudingen toegepast op vergoedingen in NY → niet in handen van gezinnen → niet bij BY → directe belastingen (Td) + sociale zekerheid (SZ) -bijdragen + onverdeelde winsten
bijdragen overheid aan gezinnen → niet bij NY → bijtellen bij BY → SZ-uitkeringen
BY = NY - Td - SZ-bijdragen + SZ-uitkeringen - onverdeelde winsten
Verband verschillende meeteenheden
bevat BBP, BNP, NNP, NNPfk = NY, BY
samenvattend schema

Componenten van BBP: algemeen
consumptie = C
bruto investeringen = BI
overheidsuitgaven = G
netto-exports = NX
BBP = C + BI + G + NX
Componenten van BBP: consumptie = C
= alle uitgaven voor G&D door gezinnen exclusief kapitaalgoederen (huizen bouwen, renovatie huis)
bv.: eten in restaurant
Componenten van BBP: bruto investeringen = BI
= aankoop kapitaalgoederen + wijziging aangehouden voorraden
door gezinnen, bedrijven of overheid
verdere splitsing BI:
netto investering = NI:
voorraadwijziging/stock-verandering = deltaSt
uitbreidingsinvestering = NIk
vervangingsinvestering/afschrijving = VI
Componenten van BBP: overheidsuitgaven = G
= uitgaven voor G&D door overheden exclusief uitgaven investeringen (transferten of sociale zekerheidsuitgaven → niet in ruil voor prestatie)
Componenten van BBP: netto-exports = NX
= aankoop door buitenlanders van binnenlandse G&D - binnenlandse aankoop buitenlandse G&D (import/invoer)
= X - M
BBP: perfecte maatstaf voor welzijn
goede maatstaf voor economische welvaart → meeste maar niet alle doeleinden
goed → individueel economisch welzijn (hoe hoger BBP, hoe beter welzijn)
niet goed → meten van waarde/levenskwaliteit
BBP per hoofd → zegt iets over inkomen + uitgaven per persoon in economie
zaken die bijdragen tot welvaart persoon → niet opgenomen in BBP per hoofd:
dingen die niet geproduceerd worden:
waarde vrije tijd
schone omgeving
aantrekkelijk cultureel erfgoed
activiteiten buiten marktomgeving:
vrijwilligerswerk
geen indicatie inkomensverdeling → enkel gemiddelde waarde