Hoofdstuk 15: berekenen van het nationaal inkomen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:32 AM on 4/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Inkomsten en uitgaven in economie

  • welvaart economie bekijken → kijken naar inkomen gegenereerd door economie

  • hoe hoger inkomen → hoe meer G&D aangeschaft worden → hoe hoger welvaart

  • binnenlands product = BP → meet 2 dingen:

    • totale inkomen actoren economie

    • totale uitgaven voor productie van G&D

    • uitgaven iemand (koper) = inkomen iemand (verkoper)

  • economische kringloop:

    • uitgaven gezinnen → markt G&D

    • uitgaven (inkomen) ondernemingen → markt productiefactoren

    • vraag productiefactoren → afgeleide vraag van keuze om bepaald goed aan te bieden op andere markt

  • echte economie complexer:

    • inkomen gezinnen → niet volledig uitgeven aan G&D

    • gezinnen kopen niet enkel G&D → andere actoren ook bv.: overheid

2
New cards

Meting van BBP: algemeen

  • = Bruto Binnenlands Product

  • = vertegenwoordigt marktwaarde alle G&D voor finaal verbruik binnen bepaalde periode in land geproduceerd

  • kenmerken:

    • marktwaarde

    • alle

    • finaal verbruik

    • G&D

    • geproduceerd

    • in land

    • binnen bepaalde periode

3
New cards

Meting van BBP: kenmerken: marktwaarde

  • verschillende G&D samennemen → zelfde noemer → economische waarde

    • mogelijk maken door gebruik marktprijzen

  • marktprijzen:

    • = hoeveel individuen willen betalen

    • = ruilwaarde

4
New cards

Meting van BBP: kenmerken: alle

  • alle items → legale wijze geproduceerd + verkocht worden

    • voeding

    • boeken

    • gezondheidszorg

    • huurwoningen

  • uitgesloten:

    • G&D → illegale wijze geproduceerd + verkocht worden

      • G&D in huiselijke sfeer bv.: trouwen met kapper → gratis en binnen gezin

5
New cards

Meting van BBP: kenmerken: finaal verbruik

  • BBP → enkel waarde finale goed

    • intermediaire G&D niet

  • toegevoegde waarde:

    • bijdrage bepaald productieproces tot waarde finaal goed

    • gerealiseerde verkoopswaarde → aankopen bij andere om verkoopswaarde te creëeren

    • vergoeding aangewende productiefactoren in productieproces

    • bv.: katoenteelt (0-5-5) → weverij (5-20-15) → fabrikant (20-40-20) → kledingwinkel (40-50-10)

  • componenten marktwaarde goed:

    • wel: afschrijvingen, winst, loon, huur/pacht/rente

      • = bruto toegevoegde waarde

    • niet: ingekochte G&D

  • G&D niet direct verkocht → voorraad onderneming

    • finaal = investering in voorraad

    • G&D verkocht > G&D toegevoegd voorraad → desinvestering voorraad

<ul><li><p>BBP → enkel waarde finale goed</p><ul><li><p>intermediaire G&amp;D niet </p></li></ul></li><li><p>toegevoegde waarde:</p><ul><li><p>bijdrage bepaald productieproces tot waarde finaal goed</p></li><li><p>gerealiseerde verkoopswaarde → aankopen bij andere om verkoopswaarde te creëeren</p></li><li><p>vergoeding aangewende productiefactoren in productieproces </p></li><li><p>bv.: katoenteelt (0-5-5) → weverij (5-20-15) → fabrikant (20-40-20) → kledingwinkel (40-50-10)</p></li></ul></li><li><p>componenten marktwaarde goed:</p><ul><li><p>wel: afschrijvingen, winst, loon, huur/pacht/rente </p><ul><li><p>= bruto toegevoegde waarde</p></li></ul></li><li><p>niet: ingekochte G&amp;D</p></li></ul></li><li><p>G&amp;D niet direct verkocht → voorraad onderneming </p><ul><li><p>finaal = investering in voorraad </p></li><li><p>G&amp;D verkocht &gt; G&amp;D toegevoegd voorraad → desinvestering voorraad </p></li></ul></li></ul><p></p>
6
New cards

Meting van BBP: kenmerken: G&D

  • BBP = tastbare G + ontastbare G

    • tastbaar → bv.: voeding, kleding, boeken, abonnement muziek streamen, …

    • ontastbaar → bv.: kapper, schoonmaak, dokter, concert, …

7
New cards

Meting van BBP: kenmerken: geproduceerd

  • BBP = producten momenteel geproduceerd

    • tweedehands niet

8
New cards

Meting van BBP: kenmerken: in land

  • BBP = meten waarde productie binnen territoriale begrenzing

    • ongeacht nationaliteit verkoper

    • bv.: Nederlands verkoopt in België → Belgische BBP

9
New cards

Meting van BBP: kenmerken: binnen bepaalde periode

  • BBP = meten binnen bepaald tijdsinterval

  • meestal:

    • jaar

    • kwartaal

10
New cards

Andere meeteenheden inkomen: algemeen

  • bruto nationaal product

  • netto nationaal product

  • nationale inkomen

  • beschikbaar inkomen

11
New cards

Andere meeteenheden inkomen: bruto nationaal product

  • = BNP

  • = totale inkomen permanente inwoners land

  • verschil BBP → ook inkomens inwoners land in buitenland verdienen

    • niet → inkomen buitenlanders in land

  • BNP = BBP + NFI

    • NFI = netto-factorinkomsten = verschil inkomsten productiefactoren betaald + ontvangen uit buitenland

12
New cards

Andere meeteenheden inkomen: netto nationaal product

  • = NNP

  • = totale inkomen permanente inwoners verminderd met verliezen ten gevolge depreciatie

    • depreciatie = afschrijvingen = vervangingsinvesteringen → ontstaan als gevolg van slijtage waaraan kapitaalgoederen (machines + infrastructuur) onderheven zijn

  • NNP = BNP - afschrijvingen

  • componenten bruto investeringen:

    • netto investering

    • afschrijving

<ul><li><p>= NNP</p></li><li><p>= totale inkomen permanente inwoners verminderd met verliezen ten gevolge depreciatie </p><ul><li><p>depreciatie = afschrijvingen = vervangingsinvesteringen → ontstaan als gevolg van slijtage waaraan kapitaalgoederen (machines + infrastructuur) onderheven zijn </p></li></ul></li><li><p>NNP = BNP - afschrijvingen</p></li><li><p>componenten bruto investeringen:</p><ul><li><p>netto investering</p></li><li><p>afschrijving </p></li></ul></li></ul><p></p>
13
New cards

Andere meeteenheden inkomen: nationale inkomen

  • = NY of NNPfk (NNP tegen factorkosten)

  • = totale inkomen verdiend door inwoners in land voortvloeiend uit productie G&D

  • = som factorkosten

  • = bruto lonen + bruto inkomsten zelfstandige activiteit + bruto vennootschapswinsten + interesten + onroerende inkomsten uit bezit gronden en immobiliën

  • gebaseerd op → kost van aangewende productiefactoren

  • BNP en NNP → weergave verkoopsprijzen markt

  • verschil factorkosten en marktprijzen:

    • indirecte belastingen → kostprijsverhogend → Ti

    • subsidies → kostprijsverlagend → Subs

  • NY = NNPmp - Ti + Subs

14
New cards

Andere meeteenheden inkomen: beschikbaar inkomen

  • = BY

  • = inkomen dat gezinnen overhouden om vrij te besteden aan consumptie-uitgaven/sparen

  • afgeleid van NY → rekening met saldo tussen 2 bewegingen:

    • afhoudingen toegepast op vergoedingen in NY → niet in handen van gezinnen → niet bij BY → directe belastingen (Td) + sociale zekerheid (SZ) -bijdragen + onverdeelde winsten

    • bijdragen overheid aan gezinnen → niet bij NY → bijtellen bij BY → SZ-uitkeringen

  • BY = NY - Td - SZ-bijdragen + SZ-uitkeringen - onverdeelde winsten

15
New cards

Verband verschillende meeteenheden

  • bevat BBP, BNP, NNP, NNPfk = NY, BY

  • samenvattend schema

<ul><li><p>bevat BBP, BNP, NNP, NNP<sub>fk</sub> = NY, BY</p></li><li><p>samenvattend schema </p></li></ul><p></p>
16
New cards

Componenten van BBP: algemeen

  • consumptie = C

  • bruto investeringen = BI

  • overheidsuitgaven = G

  • netto-exports = NX

  • BBP = C + BI + G + NX

17
New cards

Componenten van BBP: consumptie = C

  • = alle uitgaven voor G&D door gezinnen exclusief kapitaalgoederen (huizen bouwen, renovatie huis)

  • bv.: eten in restaurant

18
New cards

Componenten van BBP: bruto investeringen = BI

  • = aankoop kapitaalgoederen + wijziging aangehouden voorraden

  • door gezinnen, bedrijven of overheid

  • verdere splitsing BI:

    • netto investering = NI:

      • voorraadwijziging/stock-verandering = deltaSt

      • uitbreidingsinvestering = NIk

    • vervangingsinvestering/afschrijving = VI

19
New cards

Componenten van BBP: overheidsuitgaven = G

  • = uitgaven voor G&D door overheden exclusief uitgaven investeringen (transferten of sociale zekerheidsuitgaven → niet in ruil voor prestatie)

20
New cards

Componenten van BBP: netto-exports = NX

  • = aankoop door buitenlanders van binnenlandse G&D - binnenlandse aankoop buitenlandse G&D (import/invoer)

  • = X - M

21
New cards

BBP: perfecte maatstaf voor welzijn

  • goede maatstaf voor economische welvaart → meeste maar niet alle doeleinden

    • goed → individueel economisch welzijn (hoe hoger BBP, hoe beter welzijn)

    • niet goed → meten van waarde/levenskwaliteit

  • BBP per hoofd → zegt iets over inkomen + uitgaven per persoon in economie

  • zaken die bijdragen tot welvaart persoon → niet opgenomen in BBP per hoofd:

    • dingen die niet geproduceerd worden:

      • waarde vrije tijd

      • schone omgeving

      • aantrekkelijk cultureel erfgoed

    • activiteiten buiten marktomgeving:

      • vrijwilligerswerk

  • geen indicatie inkomensverdeling → enkel gemiddelde waarde