1/28
Deze flashcards behandelen de anatomie en fysiologie van het menselijk ademhalingsstelsel, inclusief organen, weefselstructuren en reflexen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Celademhaling
Het proces waarbij cellen O2 gebruiken om energie te produceren, met CO2 als afvalproduct.
Pleuraholte
De hermetisch afgesloten ruimte tussen het longvlies en het borstvlies die een beetje pleuravocht bevat.
Middenrif (diafragma)
Een grote platte spier met een centraal peesblad die de borstholte scheidt van de buikholte en essentieel is voor de ademhaling.
Sinusholte
Een met lucht gevulde ruimte achter en boven de neus, boven de ogen en in de bovenkaak en het voorhoofd.
Trilhaarepitheel
Weefsel met trilharen dat slijm, stofdeeltjes en ziektekiemen in de richting van de keel transporteert.
Reukepitheel
Weefsel helemaal bovenaan de neusholte dat epitheelcellen en sensoren bevat die gevoelig zijn voor geurprikkels.
Neustussenschot
De structuur die de neusholte verdeelt in twee helften.
Neusschelp
Een botplaat bekleed met een slijmlaag in de neusholte.
Strottenhoofd (larynx)
Een orgaan in de hals dat de verbinding vormt tussen de keelholte en de luchtpijp en verstevigd is met kraakbeen.
Adamsappel
Het bij mannen zichtbare deel van het kraakbeen aan de voorzijde van het strottenhoofd.
Epiglottis (strotklepje)
Een veerkrachtig kraakbeenplaatje dat tijdens het slikken de opening van de larynx afsluit om te voorkomen dat er voedsel in de luchtpijp komt.
Ware stembanden
Vliezen in het strottenhoofd die door passerende lucht in trilling worden gebracht om stemgeluid te produceren.
Valse stembanden
Vliezen aan de binnenkant van het strottenhoofd die de ware stembanden vochtig en soepel houden.
Stemspleet
De opening tussen de stembanden waarlangs lucht passeert.
Luchtpijp (trachea)
Een buis van 10 tot 13extcm lang, verstevigd met ongeveer 20 hoefijzervormige kraakbeenringen.
Longkwabben
Delen van de longen gescheiden door groeven; de linkerlong heeft 2 kwabben en de rechterlong heeft 3 kwabben.
Bronchiolen
Kleine luchtbuisjes zonder kraakbeen die grotendeels uit glad spierweefsel bestaan en heel elastisch zijn.
Longblaasjes (alveolen)
Ballonachtige structuren van één celstroom dik waar de gasuitwisseling tussen bloed en lucht plaatsvindt.
Pleura visceralis
Het vlies dat direct rondom het longoppervlak zit (het longvlies).
Pleura parietalis
Het vlies dat aan de binnenzijde van de borstwand vastzit (het borstvlies).
Pneumathorax (klaplong)
Het samendrukken of dichtklappen van de long doordat er lucht in de pleuraholte is gekomen.
Longhilus
Een opening in het longvlies waarlangs de luchtpijptakken, slagaders en aders de longen binnenkomen of verlaten.
Ware ribben
De eerste 7 paar ribben die met hun kraakbeen direct vastzitten aan het borstbeen.
Valse ribben
De 8ste, 9de en 10de rib die aan de voorzijde samenkomen in één gewricht en zo aan het borstbeen vastzitten.
Zwevende ribben
De 11de en 12de rib die niet aan het borstbeen vastzitten.
Hoestreflex
Een reflex waarbij de stemspleet sluit en lucht onder druk plotseling naar buiten stroomt om de luchtwegen te reinigen van slijm of stof.
Slikpneumonie
Een gevaarlijke toestand die kan ontstaan wanneer men zich verslikt en er voedsel in de luchtpijp terechtkomt.
Hikken
Een verschijnsel waarbij het middenrif en de tussenribspieren krachtig samentrekken en de stemspleet zich plotseling sluit.
Geeuwen
Een diepe inademing gevolgd door een diepe uitademing, wat zorgt voor een betere luchtverversing en bloedverdeling naar de hersenen.