1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Longue durée / Macro-geschiedenis
Bestuderen van geschiedenis over zeer lange tijdlijnen (eeuwen) om langetermijntrends zichtbaar te maken en maatschappelijk relevant te blijven
Short-termism / Micro-geschiedenis
Historisch onderzoek dat focust op slechts een korte tijdspanne (5 tot 50 jaar) of een specifieke kleine casus
The Little Divergence
Het historische fenomeen waarbij sommige delen van Noordwest-Europa (Groot-Brittannië, Lage Landen) vóór de industriële revolutie structureel rijker werden dan de rest van Europa
Mannelijk Kostwinnersmodel
Het historische (en deels achterhaalde) concept dat huishoudinkomens voornamelijk rond de werkende man draaiden, terwijl de vrouw een passieve rol had in de economie
Urban Relief Stocks
Stedelijke graan- en voedselreserves die door overheden werden opgekocht en goedkoop of gratis verdeeld om armen bij te staan tijdens pre-industriële hongersnoden
Moral Economy
Het idee dat de overheid mensen moet beschermen tegen de markt, hoewel dit wordt genuanceerd doordat markt en regulering in de geschiedenis vaak samenwerkten
Entitlements (Amartya Sen)
De theorie dat hongersnood vaker een verdelingsprobleem is (gebrek aan toegang of rechten tot voedsel) dan een absoluut tekort aan voedsel in een gebied
Labour Stabilization
De mate waarin (koloniale) arbeidsmigranten zich permanent mochten of wilden vestigen in de steden
Circulaire migratie (Rite de passage)
Migratie als tijdelijk onderdeel in het leven (bijv. van jonge mannen in Afrika) waarbij ze na een periode in de stad terugkeerden naar het platteland
Critical Junctures
Grote, ingrijpende levensgebeurtenissen of keerpunten (positief of negatief) die de verdere levensloop en het welzijn of de tevredenheid van een persoon sterk beïnvloeden
Nominale data
Categorieën zonder enige natuurlijke of wiskundige rangorde, zoals religies of eigennamen
Ordinale data
Categorieën mét een duidelijke onderlinge rangorde, maar zonder vaste, meetbare afstand ertussen, zoals sociaal-economische status of legerrangen
Kardinale data (Ratio / Interval)
Numerieke data waarbij de afstand tussen waarden vast en meetbaar is. Interval kent geen absoluut nulpunt (zoals jaartallen), Ratio kent wel een natuurlijk nulpunt (zoals loon of leeftijd)
Afhankelijke variabele (Y)
Datgene binnen een onderzoek wat je probeert te verklaren of te voorspellen, zoals bijvoorbeeld het BBP per hoofd
Onafhankelijke variabele (X)
De factor die je aanpast of observeert om te onderzoeken of en hoe sterk het de afhankelijke variabele beïnvloedt
Proxy-variabele
Een indirecte, meetbare benadering voor een variabele die zelf heel moeilijk direct te meten is (bijvoorbeeld boekconsumptie als proxy voor menselijk kapitaal)
Descriptieve (beschrijvende) statistiek
Het organiseren en samenvatten van data om historische of kwantitatieve informatie efficiënt in kaart te brengen
Inferentiële statistiek
Het toepassen van statistiek om op basis van steekproeven algemene conclusies en patronen te trekken over een veel grotere, bredere populatie
Tweestapsbronkritiek
De methode waarbij je niet alleen kijkt naar wat de historische data zelf tonen, maar ook extreem kritisch bent op hoe, waarom en door wie deze cijfers ooit in het verleden geregistreerd zijn
Gemiddelde (Mean)
De optelsom van alle waarden, gedeeld door het totaal aantal waarnemingen. Dit is een veelgebruikte maat, maar deze is wel erg gevoelig voor uitschieters
Mediaan (Median)
Het exacte middelste getal bij een gesorteerde waardenreeks. Dit is de meest ideale centrummaat als de data veel onvoorspelbare uitschieters of extreme waarden bevat
Modus (Mode)
De waarde of categorie die absoluut het vaakst voorkomt in een dataset. Deze maat wordt vooral gebruikt bij categorische of nominale data
Variatiebreedte (Range)
De spreidingsmaat die simpelweg de afstand berekent tussen de allerhoogste en de allerlaagste meting in een dataset
Variantie
Een spreidingsmaat die wordt berekend als het gemiddelde van het kwadraat van alle individuele afwijkingen ten opzichte van het algemene gemiddelde
Standaardafwijking (SD)
De vierkantswortel uit de variantie. Een grote waarde toont aan dat datapunten enorm verspreid zijn; het grote voordeel is dat het wordt uitgedrukt in precies dezelfde eenheden als de originele data
Kwartielafwijking
Een maat die specifiek kijkt naar de spreiding van de waarden direct rondom de mediaan (de middelste 50% van de data)
Normale verdeling (Bell Curve)
Een perfect symmetrische, klokvormige verdeling waarbij in de theorie de modus, mediaan en het gemiddelde exact aan elkaar gelijk zijn
Scheve verdeling (Asymmetrisch)
Een verdeling waarbij de meerderheid van de data piekt aan de linker- of rechterkant, waardoor er een asymmetrische 'staart' ontstaat die het gemiddelde dicteert (bijvoorbeeld bij inkomensongelijkheid)
Multimodale verdeling
Een distributie die wordt gekenmerkt door meerdere pieken (modussen), wat een sterk signaal is dat je te maken hebt met verschillende, ongelijksoortige subpopulaties
Tijdreeks (Time Series)
Een opeenvolging van chronologisch geordende kwantitatieve gegevens die worden gemeten met een strikt en regelmatig tijdsinterval, zoals per jaar of per maand
Trend
Een vaste en waarneembare langetermijngroei of –daling over een tijdsverloop, vaak getoond als een rechte lijn (de best passende lijn) in een spreidingsgrafiek
Reguliere fluctuaties
Structurele schommelingen die op min of meer cyclische, voorspelbare of vaste seizoensgebonden momenten afwijken van de langetermijntrend
Onregelmatige fluctuaties / Schokken
Korte, onvoorspelbare en eenmalige pieken of dalen in een reeks, vaak veroorzaakt door onverwachte catastrofes zoals een epidemie of oorlog
Voortschrijdend Gemiddelde (Moving Average)
Een techniek om woelige data glad te strijken door continu het gemiddelde te berekenen van een vast aantal recente opeenvolgende perioden. Hierdoor vlakt men kortetermijnschommelingen af en wordt de trend duidelijker
Gemiddelde Groei
Een groeipercentage dat wordt berekend door de absolute groei te nemen (eindwaarde min beginwaarde) gedeeld door het totaal aantal tussenliggende jaren of observaties
Groeivoet
Een wiskundig groeipercentage dat je verkrijgt door het verschil tussen eindwaarde en beginwaarde te delen door louter de beginwaarde
Indexcijfer
Een methode die de veranderingen van een variabele uitdrukt als percentage ten opzichte van een afgesproken basisjaar (wat altijd op 100 wordt gezet) om zo verschillende grootheden goed visueel te kunnen vergelijken
Samengestelde Index (Composite Index)
Een index die functioneert als een gewogen combinatie van meerdere individuele indices of reeksen, zoals 'kosten van levensonderhoud', om complexe veranderingen in één getal uit te drukken
Reële Index
Een index die wordt gecreëerd door nominale reeksen (zoals lonen) eerst te corrigeren voor de inflatie (veranderingen in prijzen), zodat je de daadwerkelijke historische verandering of koopkracht overhoudt
Correlatie (r)
Een statistische maat die in één cijfer (tussen -1 en 1) aangeeft in hoeverre en in welke specifieke richting (positief of negatief) er een lineair verband bestaat tussen twee geteste variabelen
Causaliteit
Het mechanisme waarbij de ene factor de andere direct veroorzaakt. Let op: dat twee factoren correleren of samen voorkomen, is geen garantie dat er ook echt een causaal, direct verband is (oorzaak-gevolg)
Regressieanalyse
Een veelgebruikte statische methode waarmee wetenschappers het onafhankelijke effect van meerdere variabelen (X) op een afhankelijke variabele (Y) tegelijkertijd kunnen inschatten, terwijl andere variabelen constant worden gehouden
Coëfficiënt (in regressie)
De voorspelde waarde die exact aangeeft hoeveel de afhankelijke variabele naar verwachting zal veranderen bij een stijging van precies 1 eenheid in de bijbehorende onafhankelijke variabele
Significantie (P-waarde)
De statistische zekerheidsmaat die uitdrukt in hoeverre men erop kan vertrouwen dat een gevonden wiskundig verband echt in de populatie bestaat, in plaats van dat dit slechts gebaseerd is op simpel toeval. Wordt in academische tabellen steevast aangeduid met sterretjes
Standard Error
De statistische aanduiding in regressiemodellen die exact de onzekerheid of de foutmarge rondom een bepaalde schatting weerspiegelt