1/26
Flashcards over de ontwikkeling van de volwassene, nature/nurture-invloeden en het concept van mentale gezondheid via de geluksdriehoek.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Juridische volwassenheid
De toestand waarin je wettelijk verantwoordelijk bent, zelf contracten mag afsluiten, mag stemmen en verantwoordelijk bent voor je daden volgens de wet.
Fysieke volwassenheid
De fase waarin het lichaam volledig is volgroeid en de groei van botten, spieren en organen is afgerond.
Persoonlijke volwassenheid
Gedrag dat past bij de leeftijd, waarbij iemand verantwoordelijkheid neemt, nadenkt over gevolgen en zelfstandiger handelt.
Maatschappelijke volwassenheid
Het zelfstandig functioneren in de maatschappij door te kunnen werken, wonen, relaties te onderhouden en voor jezelf te zorgen.
Jongvolwassene
De levensfase van 20 tot 30 jaar waarin het lichaam in de beste fysieke conditie verkeert en de vruchtbaarheid op het hoogst is.
Grove motoriek
De grote bewegingen die een persoon kan maken, die bij jongvolwassenen optimaal zijn door volledig ontwikkelde spieren en efficiënte samenwerking met de hersenen.
Fijne motoriek
Nauwkeurige bewegingen die essentieel zijn voor beroepen zoals verpleegkundige of kapster, gebaseerd op een sterke samenwerking tussen hersenen, zenuwen en spieren.
Sensomotorische ontwikkeling
De snelle combinatie van waarnemen en handelen, waarbij de hersenen informatie snel verwerken en onmiddellijk een reactie sturen.
PJZ: formeel operationeel stadium
Het cognitieve stadium waarin men in staat is tot abstract denken, logisch redeneren, hypothetisch denken en het oplossen van problemen met kennis en logica.
Ericsson: intimiteit versus isolement
De sociaal-emotionele fase waarin de keuze ligt tussen het opbouwen van een hechte relatie (succes) of eenzaamheid door moeite met relaties (mislukking).
Koolberg: conventioneel niveau
Het morele niveau waarop veel volwassenen maatschappelijke regels en verwachtingen volgen.
Koolberg: postconventioneel niveau
Het morele niveau waarop regels kritisch worden beoordeeld op basis van universele waarden zoals rechtvaardigheid.
Middenvolwassenheid
De levensfase van 30 tot 45 jaar gekenmerkt door een langzame afname van spiermassa, soepelheid en het verschijnen van ouderdomsverschijnselen zoals rimpels.
Perimenopauze
De fase bij vrouwen waarbij de eierstokken minder hormonen produceren, wat leidt tot opvliegers en een wisselende menstruatie.
Gezondheidsrisico's middenvolwassenheid
Aandoeningen die vaker voorkomen tussen de 30 en 45 jaar, zoals een hoge bloeddruk, diabetes type 2 en een hoge cholesterol.
RSI (Repetive Strained Inchury)
Overbelasting van spieren en pezen door herhaalde bewegingen, wat de fijne motoriek kan beïnvloeden.
Ouder-s-voorzienheid
De afname van het gezichtsvermogen waarbij de ooglens stijver wordt en men moeite krijgt met scherpstellen van dichtbij, vaak leidend tot een leesbril.
Fluid intelligence
De vorm van intelligentie die in de middenvolwassenheid daalt omdat het verwerken van volledig nieuwe informatie trager verloopt.
Mantelzorg
De hulp en zorg die volwassenen verlenen aan hun eigen ouders wanneer deze ouder en hulpbehoevend worden.
Midlifecrisis
Een periode tussen de 40 en 50 jaar waarin mensen hun leven evalueren, wat kan leiden tot onrust of een behoefte aan verandering in hobby's of werk.
Nature
Alle aangeboren eigenschappen en kenmerken die via de genen van ouders op kinderen worden overgedragen, zoals oogkleur en temperament.
Nurture
Alle omgevingsinvloeden en leerervaringen na de geboorte, inclusief opvoeding, school, vrienden, cultuur en media.
Zelfbepaling
Het maken van eigen keuzes en het hebben van controle over je eigen leven, wat leidt tot een gevoel van autonomie en verhoogde motivatie.
Mentale gezondheid
Het zich goed voelen in je vel en het effectief kunnen omgaan met uitdagingen, problemen en veranderingen in het leven.
Geluksdriehoek
Een model voor welzijn bestaande uit drie onderdelen: jezelf kunnen zijn, goed omringd zijn en je goed kunnen voelen.
Zelfacceptatie
Het aanvaarden van jezelf inclusief sterke kanten, zwakke kanten, fouten en talenten, wetende dat niemand perfect is.
Sociale steun
De hulp van familie en vrienden die ervoor zorgt dat mensen minder stress ervaren en sneller herstellen van tegenslagen.