1/16
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Paternalisme vs autonomie
P handelt paternalistisch tov Q <=>:
P handelt met bedoeling nadeel/voordeel voor Q
P handelt in strijd met voorkeuren, verlangens of neigingen van Q
handeling P is beperking van autonomie Q
paternalisme = handelingen verplichten aan andere mensen → iets niet/wel doen
Types paternalisme: algemeen
anti-paternalisme
zacht paternalisme
zwak paternalisme
sterk paternalisme
Types paternalisme: anti-paternalisme
geen beperkingen op handelen individu
enkel als ze andere schaadt
niet beslist of goed/niet goed voor andere
bv.: snelheid op dashboard auto
Types paternalisme: zacht paternalisme
sociale controle waarbij zorgactie individuele autonomie individu niet beperkt
bv.: snelheid borden
Types paternalisme: zwak paternalisme
beperken autonomie individu → ingrijpen in voorwaarden handelingsbekwaamheid individu
tijdelijk + beperkt
bv.: speed limieter in auto
Types paternalisme: sterk paternalisme
beschermen/voordeel geven aan individu → beperken autonomie individu
zelf als tegengesteld is aan autonome keuze individu
zeer zwaar autonomie afnemen
wordt voor ander persoon beslist
extreem → rechtbank
bv.: alcohol slot op auto
Libertair paternalisme
in belang van mensen, keuzes op allerlei gebied beïnvloed → zonder aantasting keuzevrijheid
libertair → mensen vrij kiezen + geen beperking keuzemogelijkheden
paternalistisch → invloed op keuzegedrag uitgeoefend
hoe? → adhv keuze-architectuur
Communicatiewetenschappelijke denkkaders over mens en technologie: invloed
komt uit bredere sociaal-wetenschappelijke denkkaders:
technologisch determinisme
sociaal constructivistisch
Communicatiewetenschappelijke denkkaders over mens en technologie: technologisch determinisme
visie → nieuwe technologie primaire oorzaak grote sociale/historische veranderingen
technologie + ontwerp → gebruik/effect + samenleving
uitgangspunten:
technologie drijvende kracht/agent achter veranderingen
verandering → eenduidig + voor iedereen
technologie → autonome kracht → eigen logica/dynamiek + mens kan niet bedwingen
black box (achter, script, algoritmes, training) → niet geopend
geven betekenis aan technologie → revolutionaire vooruitgang/achteruitgang
Communicatiewetenschappelijke denkkaders over mens en technologie: socio-constructivistisch
visie → technologie / gebruik in wederzijdse relatie + verbonden met elkaar
technologie + ontwerp <=> gebruik + samenleving
tegenreactie op technologisch determinisme
uitgangspunten:
wederzijdse beïnvloeding → samenleving + technologie
nadruk → mogelijkheid verschillende betekenisgevingen
doorbreken dichotomie
apparaten → sociale constructies
aandacht → toevalligheden + menselijke keuzes
black box → openbreken
Socio-constructivistische denkkaders: oorsprong
‘science en technologie studies’
gegroeid uit wetenschapssociologie
wetenschap → sociale constructie → sociaal proces dat ontwikkeling wetenschap beïnvloed
focus → psychologie + sociale/culturele omstandigheden
Socio-constructivistische denkkaders: soorten
Social Construction of Technology
Actor-Network Theory
Socio-constructivistische denkkaders: Social Construction of Technology
= SCOT
Nederlands + Brits → Trevor Pinch + Wiebe Bijker
technische apparaten beschouwd als sociale constructies → bij beschrijving uitgegaan van betekenissen die relevante sociale groepen geven aan techniek
centrale concepten:
relevante sociale groepen = groepen relevant beschrijving techniek ontwikkeling
betekenis flexibiliteit = betekenis die verschillende sociale groepen aan techniek geven
technisch raam = gevormd door oplossingsstrategieën, theorieën, vaardigheden, … en bepaalt denken, handelen, interacties binnen groep
stabiliteit/closure = proces vermindering betekenis flexibiliteit, sociale groep ervaren probleem als opgelost
socio-technische ensembles = bevat fysiek artefact, gebruikers, ontwerpers, regels, economische factoren, …
hardheid artefacten → 3 types:
betekenissenbundels: zeer flexibel → voor closure → bv.: eerste smartphone
exemplar: grote hardheid, vrij vast → na closure → bv.: auto
grensobject: gebruik andere context → knooppunt → bv.: Excel
Socio-constructivistische denkkaders: Social Construction of Technology: fiets
SCOT voorbeeld studie → ontstaan van fiets
relevante sociale groepen → rijke, jonge, sportieve mannen
betekenis flexibiliteit → moedige ‘machine’ vs onveilige ‘machine’
technisch raam:
groter wiel → grotere snelheid vs gevaar
gebruik → ontspanning vs werk
uitstraling → stoer vs onbelangrijk
dominante groep → veel uitgesloten
stabiliteit/closure → rubberen fietsband (oplossing trillingsprobleem, sneller rijden + esthetisch en veiligheidsprobleem
socio-technische ensembles → vrouwen op fiets → 3 ensembles:
kadering technisch probleem → design niet gemaakt voor vrouwen
kadering kledij probleem → design kledij niet gemaakt voor fiets
kadering zedelijkheidsprobleem → fietsen + fietskledij onzedelijk voor vrouw
Socio-constructivistische denkkaders: Actor-Network Theory
netwerktheorie → humane en non-humane elementen verschillende aard beschouwd als gelijkwaardige componenten + in netwerk beschreven
voorbeeld: elektronen, patenten, …
centrale concepten:
actant = alles wat handelt/ handelingen veroorzaakt/verandert
actieprogram = doelgericht gedrag actant
antiprogram = actie programma’s die in conflict zijn met gekozen actieprogram
script = voorschriften gebruik die ingebed/ingeschreven zijn in technologie
raamwerk actie = technische objecten samen met actoren + ruimte waarin ze moeten werken
Kritiek socio-constructivisme
te veel focus → menselijk impact
te weinig focus → hardheid technologie
weinig aandacht → sociale gevolgen technologische keuzes
geen aandacht → voor groep ‘non-decisionmaking’
Affordances
Don Norman → bouwt verder op technologisch ‘scrip't’ → nieuw concept ‘affordances’
= ontwerpsaspect object dat suggereert hoe object moet gebruikt worden → visuele aanwijzing voor functie + gebruik
voorbeeld: hendel = pull en plat = push op deur