1/138
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
A capella
Zingen zonder begeleiding van instrumenten.
Accelerando
Versnellen.
Adagio
Langzaam.
Alt
Lage vrouwenstem.
Andante
Rustig, wandeltempo.
Arrangement
Bewerking van een muziekstuk, vaak voor andere instrumenten.
Articulatie
De manier waarop je tonen speelt, bijvoorbeeld kort of gebonden.
Atonaliteit
Atonale muziek is niet gebaseerd op een toonladder.
Backbeat
Accenten op de 2de en 4de tel van de maat.
Backing vocals
Achtergrondkoor.
Bas
Lage mannenstem.
Basso continuo
Deze zorgt voor de akkoorden en de baslijn in barokmuziek. De b.c. wordt dikwijls gespeeld door klavecimbel en cello.
Blue note
Een toon die lager gezongen ofplayed wordt. Komt veelvuldig voor in de blues en de jazz.
Bluesschema
Het vaste akkoordschema van de blues, meestal 12 maten per chorus.
Bourdon
Begeleiding waarbij steeds de grondtoon of grondtoon en kwint wordt gespeeld.
Bpm
Beats Per Minute, het aantal tellen (beats) per minuut.
Break
De band valt stil. Een break wordt vaak opgevuld met een solo van een instrument.
Bridge
Brug die tussen twee refreinen in wordt gezongen. De melodie en tekst zijn anders dan die van het couplet en refrein.
Cadens
Akkoordopeenvolging ter afsluiting van een muzikale zin of muziekstuk.
Cadens in soloconcert
Solo aan het einde van een deel. De solist kan in de cadens zijn virtuositeit laten horen. Een solocadens kan uitgeschreven zijn of geïmproviseerd.
Call and response
Voor
Canon
Alle partijen zetten dezelfde melodie of hetzelfde thema na elkaar in. Meestal op dezelfde toonhoogte.
Chorus
Refrein. Echter in de blues staat chorus voor 1x spelen van het bluesschema.
Chromatiek
Het gebruik van halve toonsafstanden.
Climax
Hoogtepunt in een muziekstuk.
Close harmony
Meerstemmigheid waarbij de toonhoogtes van de melodieën dicht tegen elkaar aan liggen.
Coda
Slot van een muziekstuk.
Concertino
De kleine groep instrumenten bij een concerto grosso.
Concerto grosso
Een muziekstuk uit de barok waarin een kleine groep en het orkest elkaar afwisselen. Concerto grosso is zowel de term voor het muziekstuk als voor het hele orkest.
Cover
Een nummer in een andere uitvoering. Bijvoorbeeld door een andere band.
Crescendo
Steeds harder gaan spelen of zingen.
Decrescendo
Steeds zachter gaan spelen of zingen.
Dirty intonation
Expres te hoog of te laag spelen of zingen van een noot.
Dissonant
Samenklank waarbij de tonen veel spanning oproepen.
Distortion, vervorming
Het geluid van de elektrische gitaar is vervormd. De gitaar klinkt nu ronkend, scheurend.
Dodecafonie
Atonale muziek waarbij de twaalf tonen van het octaaf in een reeks worden gezet.
Dominant
De vijfde akkoordtrap.
Dominant toonsoort
Toonsoort van de dominant, de V
Doorwerking
Tweede gedeelte van een klassieke hoofdvorm.
Duet
Een aria voor twee zangstemmen.
Eenstemmig
Alle zangers zingen dezelfde melodie. Alle instrumenten spelen dezelfde melodie.
Echodynamiek
Een hard gedeelte wordt zacht herhaald, als een echo.
Expositie
Het eerste gedeelte van de hoofdvorm. De twee thema's worden hier tentoongesteld.
Fermate
Dit teken geeft aan dat je de noot of rust zo lang mag laten doorklinken als je wilt.
Forte
Sterk. Afkorting: f.
Fortissimo
Zeer sterk.
Fuga
Een compositie waarbij één thema door alle stemmen na elkaar worden ingezet. De toonhoogte van elke thema
Fuga
expositie
Gebroken akkoord
De tonen van een akkoord worden na elkaar gespeeld.
Geestelijke muziek
In de middeleeuwen: Eenstemmig, a capella in het Latijn gezongen kerkmuziek.
Gelijknamige toonladder
Majeur en mineurladders met dezelfde grondtoon: G
Gemengd koor
Een koor dat bestaat uit mannenstemmen en vrouwenstemmen: sopraan, alt, tenor en bas.
Glissando
Glijden tussen twee tonen.
Grafische partituur
Partituur met (naast noten ook) andere tekens.
Grondtoon
De eerste toon van een toonladder of akkoord.
Harmonisch mineur
Mineurtoonsoort waarbij de 7de toon verhoogd is. Hierdoor krijgt deze toon een leidtoonfunctie.
Harmonische variatie
In de variatievorm is het thema vooral harmonisch gevarieerd. Er zijn andere akkoorden gebruikt.
Hemiool
Een driedelige maat wordt tijdelijk tweedelig of andersom door de verandering van maataccenten.
Herhaling, herhalingsteken
Een bepaald stukje of deel van de muziek komt (steeds) terug.
Homofonie
Meerstemmigheid, waarbij de verschillende partijen tegelijkertijd in (bijna) hetzelfde ritme zingen of spelen.
Hoofdtoonsoort
De toonsoort van een compositie. "Dit stuk staat in C
Hoofdvorm
Vorm die bestaat uit een expositie, doorwerking en reprise. Het eerste deel van bijvoorbeeld een symfonie en sonate staan in de hoofdvorm. Een andere naam voor hoofdvorm is sonatevorm.
Imitatie
De ene partij herhaalt de ander, eventueel op een andere toonhoogte en iets gewijzigd.
Interval
Samenklank van twee tonen.
Intro
(Instrumentaal) voorspel.
Kickbeat
De bassdrum (kick) klinkt op elke tel.
Kunstlied
Het middeleeuws kunstlied gaat vaak over de liefde voor een onbereikbare vrouw, is eenstemmig, maar heeft een moeilijkere melodie dan het volkslied. Het romantische kunstlied is een lied met pianobegeleiding.
Kwint
De afstand tussen twee tonen waarvan de ene vier secundes hoger of lager ligt dan de andere wordt kwint genoemd. Bijvoorbeeld C
Largo
Breed, zeer langzaam.
Lead vocals
Solo stem, leading voice, lead. De belangrijkste melodie van een nummer.
Legato
Je speelt de noten aan elkaar. Dit heet gebonden. Je noteert een boog tussen de noten.
Maatsoort
De maatsoort wordt bepaald door de maataanduiding. Het bovenste getal geeft aan hoeveel tellen er in de maat staan. Het onderste getal geeft aan welke noot één tel duurt.
Majeur
Toonsoort die gebaseerd is op de majeur toonladder. De majeur toonladder heeft een grote terts op de tonica.
Meerstemmig
Er klinken 2 of meer melodieën samen.
Melismatisch
Meer tonen per lettergreep.
Melodisch mineur
Mineurtoonladder waarin de 6de en 7de toon verhoogd is.
Melodische variatie
In de variatievorm is het thema vooral melodisch gevarieerd. De melodie wordt gevarieerd.
Menuet
Franse dans, 3/4 maat, matig snel, sierlijk. Deze dans was in de barok onderdeel van de suite en in het classicisme het derde deel van de symfonie. Meestal heeft het een middendeel: het trio.
Metronoomaanduiding
Met een metronoom geef je het tempo aan.
Middeleeuwse volksliederen
Eenvoudig te zingen, algemeen bekende liedjes, ze worden mondeling verspreid. Volksliederen vertellen over alledaagse zaken in het leven (liefdesliederen, drinkliederen) of over historische gebeurtenissen (ballades). Ze ontstonden vaak al improviserend in, bijvoorbeeld de kroeg. Iedereen zong en speelde mee, want de melodie en structuur waren eenvoudig.
Mineur
Toonsoort die gebaseerd is op de mineur toonladder. De mineur toonladder heeft een kleine terts op de tonica.
Modulatie
Verandering naar een andere toonsoort.
Motief
Kort stukje muziek van een paar tonen. Een muzikale bouwsteen.
Motiefverwerking
Een motief wordt herhaald en veranderd.
Muzikale zin
Melodie met een duidelijk hoorbaar begin en eind.
Nazin
De tweede helft van een muzikale zin (het 'antwoord').
Omvang
De afstand tussen de laagste en hoogste noot. Bij een grote omvang is de afstand tussen de laagste en hoogste noot groot.
Onregelmatige maatsoort
Maatsoort die samengesteld is uit groepjes van 2 en 3. Bijvoorbeeld 5/4 en 7/4 maat.
Opmaat
Een opmaat is een maat aan het begin van een muziekstuk met minder tellen. Daardoor begint het muziekstuk niet op de eerste tel, maar ervoor. Een opmaat kan ook tijdens een muziekstuk voorkomen. De melodie start dan niet op de eerste tel.
Opera
Voorstelling met zang, toneel, dans en muziek (klassiek).
Oratorium
Meerdelige vocale compositie, gebaseerd op een bijbelse tekst.
Orgelpunt
Een lang aangehouden bastoon waarboven andere stemmen zich bewegen.
Overgangsdynamiek
Muziek wordt geleidelijk harder of zachter.
Overgangszin
Een muzikaal gedeelte dat van thema A naar thema B leidt, inclusief een modulatie. Wordt er niet gemoduleerd, dan spreek je van een verbindingszin.
Ouverture
Openingsdeel van bijvoorbeeld een opera.
Parallelle toonsoorten
Twee toonsoorten met hetzelfde aantal kruisen of mollen aan de sleutel. Bijvoorbeeld C groot en a klein zijn parallelle toonsoorten.
Parallelle/gelijke beweging
Twee stemmen bewegen zich in dezelfde richting.
Pentatoniek
Toonladder van vijf tonen. Tussen de tonen zijn hele en anderhalve afstanden. Bijvoorbeeld C D E G A.
Pianissimo
Zeer zacht. Afkorting: pp.
Polyfonie
Meerstemmigheid waarbij de verschillende melodieën even belangrijk zijn. Het ritme van de melodieën loopt niet gelijk.