muziek examen havo 5 alle begrippen b&b

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/138

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:46 PM on 5/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

139 Terms

1
New cards

A capella

Zingen zonder begeleiding van instrumenten.

2
New cards

Accelerando

Versnellen.

3
New cards

Adagio

Langzaam.

4
New cards

Alt

Lage vrouwenstem.

5
New cards

Andante

Rustig, wandeltempo.

6
New cards

Arrangement

Bewerking van een muziekstuk, vaak voor andere instrumenten.

7
New cards

Articulatie

De manier waarop je tonen speelt, bijvoorbeeld kort of gebonden.

8
New cards

Atonaliteit

Atonale muziek is niet gebaseerd op een toonladder.

9
New cards

Backbeat

Accenten op de 2de en 4de tel van de maat.

10
New cards

Backing vocals

Achtergrondkoor.

11
New cards

Bas

Lage mannenstem.

12
New cards

Basso continuo

Deze zorgt voor de akkoorden en de baslijn in barokmuziek. De b.c. wordt dikwijls gespeeld door klavecimbel en cello.

13
New cards

Blue note

Een toon die lager gezongen ofplayed wordt. Komt veelvuldig voor in de blues en de jazz.

14
New cards

Bluesschema

Het vaste akkoordschema van de blues, meestal 12 maten per chorus.

15
New cards

Bourdon

Begeleiding waarbij steeds de grondtoon of grondtoon en kwint wordt gespeeld.

16
New cards

Bpm

Beats Per Minute, het aantal tellen (beats) per minuut.

17
New cards

Break

De band valt stil. Een break wordt vaak opgevuld met een solo van een instrument.

18
New cards

Bridge

Brug die tussen twee refreinen in wordt gezongen. De melodie en tekst zijn anders dan die van het couplet en refrein.

19
New cards

Cadens

Akkoordopeenvolging ter afsluiting van een muzikale zin of muziekstuk.

20
New cards

Cadens in soloconcert

Solo aan het einde van een deel. De solist kan in de cadens zijn virtuositeit laten horen. Een solocadens kan uitgeschreven zijn of geïmproviseerd.

21
New cards

Call and response

Voor

22
New cards

Canon

Alle partijen zetten dezelfde melodie of hetzelfde thema na elkaar in. Meestal op dezelfde toonhoogte.

23
New cards

Chorus

Refrein. Echter in de blues staat chorus voor 1x spelen van het bluesschema.

24
New cards

Chromatiek

Het gebruik van halve toonsafstanden.

25
New cards

Climax

Hoogtepunt in een muziekstuk.

26
New cards

Close harmony

Meerstemmigheid waarbij de toonhoogtes van de melodieën dicht tegen elkaar aan liggen.

27
New cards

Coda

Slot van een muziekstuk.

28
New cards

Concertino

De kleine groep instrumenten bij een concerto grosso.

29
New cards

Concerto grosso

Een muziekstuk uit de barok waarin een kleine groep en het orkest elkaar afwisselen. Concerto grosso is zowel de term voor het muziekstuk als voor het hele orkest.

30
New cards

Cover

Een nummer in een andere uitvoering. Bijvoorbeeld door een andere band.

31
New cards

Crescendo

Steeds harder gaan spelen of zingen.

32
New cards

Decrescendo

Steeds zachter gaan spelen of zingen.

33
New cards

Dirty intonation

Expres te hoog of te laag spelen of zingen van een noot.

34
New cards

Dissonant

Samenklank waarbij de tonen veel spanning oproepen.

35
New cards

Distortion, vervorming

Het geluid van de elektrische gitaar is vervormd. De gitaar klinkt nu ronkend, scheurend.

36
New cards

Dodecafonie

Atonale muziek waarbij de twaalf tonen van het octaaf in een reeks worden gezet.

37
New cards

Dominant

De vijfde akkoordtrap.

38
New cards

Dominant toonsoort

Toonsoort van de dominant, de V

39
New cards

Doorwerking

Tweede gedeelte van een klassieke hoofdvorm.

40
New cards

Duet

Een aria voor twee zangstemmen.

41
New cards

Eenstemmig

Alle zangers zingen dezelfde melodie. Alle instrumenten spelen dezelfde melodie.

42
New cards

Echodynamiek

Een hard gedeelte wordt zacht herhaald, als een echo.

43
New cards

Expositie

Het eerste gedeelte van de hoofdvorm. De twee thema's worden hier tentoongesteld.

44
New cards

Fermate

Dit teken geeft aan dat je de noot of rust zo lang mag laten doorklinken als je wilt.

45
New cards

Forte

Sterk. Afkorting: f.

46
New cards

Fortissimo

Zeer sterk.

47
New cards

Fuga

Een compositie waarbij één thema door alle stemmen na elkaar worden ingezet. De toonhoogte van elke thema

48
New cards

Fuga

expositie

49
New cards

Gebroken akkoord

De tonen van een akkoord worden na elkaar gespeeld.

50
New cards

Geestelijke muziek

In de middeleeuwen: Eenstemmig, a capella in het Latijn gezongen kerkmuziek.

51
New cards

Gelijknamige toonladder

Majeur en mineurladders met dezelfde grondtoon: G

52
New cards

Gemengd koor

Een koor dat bestaat uit mannenstemmen en vrouwenstemmen: sopraan, alt, tenor en bas.

53
New cards

Glissando

Glijden tussen twee tonen.

54
New cards

Grafische partituur

Partituur met (naast noten ook) andere tekens.

55
New cards

Grondtoon

De eerste toon van een toonladder of akkoord.

56
New cards

Harmonisch mineur

Mineurtoonsoort waarbij de 7de toon verhoogd is. Hierdoor krijgt deze toon een leidtoonfunctie.

57
New cards

Harmonische variatie

In de variatievorm is het thema vooral harmonisch gevarieerd. Er zijn andere akkoorden gebruikt.

58
New cards

Hemiool

Een driedelige maat wordt tijdelijk tweedelig of andersom door de verandering van maataccenten.

59
New cards

Herhaling, herhalingsteken

Een bepaald stukje of deel van de muziek komt (steeds) terug.

60
New cards

Homofonie

Meerstemmigheid, waarbij de verschillende partijen tegelijkertijd in (bijna) hetzelfde ritme zingen of spelen.

61
New cards

Hoofdtoonsoort

De toonsoort van een compositie. "Dit stuk staat in C

62
New cards

Hoofdvorm

Vorm die bestaat uit een expositie, doorwerking en reprise. Het eerste deel van bijvoorbeeld een symfonie en sonate staan in de hoofdvorm. Een andere naam voor hoofdvorm is sonatevorm.

63
New cards

Imitatie

De ene partij herhaalt de ander, eventueel op een andere toonhoogte en iets gewijzigd.

64
New cards

Interval

Samenklank van twee tonen.

65
New cards

Intro

(Instrumentaal) voorspel.

66
New cards

Kickbeat

De bassdrum (kick) klinkt op elke tel.

67
New cards

Kunstlied

Het middeleeuws kunstlied gaat vaak over de liefde voor een onbereikbare vrouw, is eenstemmig, maar heeft een moeilijkere melodie dan het volkslied. Het romantische kunstlied is een lied met pianobegeleiding.

68
New cards

Kwint

De afstand tussen twee tonen waarvan de ene vier secundes hoger of lager ligt dan de andere wordt kwint genoemd. Bijvoorbeeld C

69
New cards

Largo

Breed, zeer langzaam.

70
New cards

Lead vocals

Solo stem, leading voice, lead. De belangrijkste melodie van een nummer.

71
New cards

Legato

Je speelt de noten aan elkaar. Dit heet gebonden. Je noteert een boog tussen de noten.

72
New cards

Maatsoort

De maatsoort wordt bepaald door de maataanduiding. Het bovenste getal geeft aan hoeveel tellen er in de maat staan. Het onderste getal geeft aan welke noot één tel duurt.

73
New cards

Majeur

Toonsoort die gebaseerd is op de majeur toonladder. De majeur toonladder heeft een grote terts op de tonica.

74
New cards

Meerstemmig

Er klinken 2 of meer melodieën samen.

75
New cards

Melismatisch

Meer tonen per lettergreep.

76
New cards

Melodisch mineur

Mineurtoonladder waarin de 6de en 7de toon verhoogd is.

77
New cards

Melodische variatie

In de variatievorm is het thema vooral melodisch gevarieerd. De melodie wordt gevarieerd.

78
New cards

Menuet

Franse dans, 3/4 maat, matig snel, sierlijk. Deze dans was in de barok onderdeel van de suite en in het classicisme het derde deel van de symfonie. Meestal heeft het een middendeel: het trio.

79
New cards

Metronoomaanduiding

Met een metronoom geef je het tempo aan.

80
New cards

Middeleeuwse volksliederen

Eenvoudig te zingen, algemeen bekende liedjes, ze worden mondeling verspreid. Volksliederen vertellen over alledaagse zaken in het leven (liefdesliederen, drinkliederen) of over historische gebeurtenissen (ballades). Ze ontstonden vaak al improviserend in, bijvoorbeeld de kroeg. Iedereen zong en speelde mee, want de melodie en structuur waren eenvoudig.

81
New cards

Mineur

Toonsoort die gebaseerd is op de mineur toonladder. De mineur toonladder heeft een kleine terts op de tonica.

82
New cards

Modulatie

Verandering naar een andere toonsoort.

83
New cards

Motief

Kort stukje muziek van een paar tonen. Een muzikale bouwsteen.

84
New cards

Motiefverwerking

Een motief wordt herhaald en veranderd.

85
New cards

Muzikale zin

Melodie met een duidelijk hoorbaar begin en eind.

86
New cards

Nazin

De tweede helft van een muzikale zin (het 'antwoord').

87
New cards

Omvang

De afstand tussen de laagste en hoogste noot. Bij een grote omvang is de afstand tussen de laagste en hoogste noot groot.

88
New cards

Onregelmatige maatsoort

Maatsoort die samengesteld is uit groepjes van 2 en 3. Bijvoorbeeld 5/4 en 7/4 maat.

89
New cards

Opmaat

Een opmaat is een maat aan het begin van een muziekstuk met minder tellen. Daardoor begint het muziekstuk niet op de eerste tel, maar ervoor. Een opmaat kan ook tijdens een muziekstuk voorkomen. De melodie start dan niet op de eerste tel.

90
New cards

Opera

Voorstelling met zang, toneel, dans en muziek (klassiek).

91
New cards

Oratorium

Meerdelige vocale compositie, gebaseerd op een bijbelse tekst.

92
New cards

Orgelpunt

Een lang aangehouden bastoon waarboven andere stemmen zich bewegen.

93
New cards

Overgangsdynamiek

Muziek wordt geleidelijk harder of zachter.

94
New cards

Overgangszin

Een muzikaal gedeelte dat van thema A naar thema B leidt, inclusief een modulatie. Wordt er niet gemoduleerd, dan spreek je van een verbindingszin.

95
New cards

Ouverture

Openingsdeel van bijvoorbeeld een opera.

96
New cards

Parallelle toonsoorten

Twee toonsoorten met hetzelfde aantal kruisen of mollen aan de sleutel. Bijvoorbeeld C groot en a klein zijn parallelle toonsoorten.

97
New cards

Parallelle/gelijke beweging

Twee stemmen bewegen zich in dezelfde richting.

98
New cards

Pentatoniek

Toonladder van vijf tonen. Tussen de tonen zijn hele en anderhalve afstanden. Bijvoorbeeld C D E G A.

99
New cards

Pianissimo

Zeer zacht. Afkorting: pp.

100
New cards

Polyfonie

Meerstemmigheid waarbij de verschillende melodieën even belangrijk zijn. Het ritme van de melodieën loopt niet gelijk.