1/140
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
nood aan theoretisch kader
· Taal om te denken en elkaar te spreken
· Meer nood aan theoretische taal dan theoretisch model!
Paradigma (Kuhn)
Samenhangend stelsel va modellen en theorieën die een denkkader vormen waarmee naar de werkelijkheid gekeken wordt (Kuhn)
- periodes met een bepaald denkkader die elkaar sprongsgewijs opvolgen.
wetenschappelijke evolutie
Geleidelijke vooruitgang binnen paradigma's
wetenschappelijke revolutie
Van paradigma tot paradigma
3 belangrijke paradigma's (gezinstherapie
1. Cybernetisch paradigma
2. Narratieve paradigma
hechtingsdenken
Theoretische taal (concepten)
om hun werk te begrijpen en te bespreken, eerder dan aan één vast theoretisch model.
- In het begin gebruikten ze ideeën uit bestaande stromingen, zoals de psychoanalyse en groepstherapie, maar die bleken onvoldoende passend voor de complexiteit van gezinsinteracties.
- In gezinstherapie werd duidelijk dat:
1. het hele gezin betrokken is bij problemen, ook als één persoon als patiënt wordt gezien
2. communicatie binnen gezinnen meer is dan informatie-uitwisseling: het beïnvloedt emoties en relaties
3. interacties (zoals conflict, stilte, steun) centraal staan
Klinische activiteit op zoek naar theoretische basis
gezinstherapie begon als praktijk zonder theorie en evolueerde geleidelijk naar een discipline met eigen concepten en paradigma's om het complexe functioneren van gezinnen te begrijpen.
Gesloten systemen
Zelfregulerende systemen (bv. machines, levende organismen)
- Gericht op homeostase (dynamisch evenwicht).
- Negatieve feedback
- Positieve feedback
→ Principe van circulaire causaliteit
negatieve feedback
- Afwijking van evenwicht moet gecorrigeerd worden→terug in evenwicht komen
- Impliceert circulariteit
vb. thermostaat; afwijking temperatuur → thermostaat → verwarmingsketel → herstelde temperatuur → thermostaat → verwarmingsketel = gesloten cirkel
Positieve feedback
- Afwijking van evenwicht vergroten → meer onevenwicht creëren
- Impliceert vicieuze cirkel/runaway
- Kan leiden tot destructie van gesloten (!) systemen
Open systemen
- Systemen staan in interactie met hun omgeving.
- Niet alleen stabiliteit, maar ook verandering en groei.
- Positieve feedback kan hier juist ontwikkeling stimuleren.
- Gedrag is niet lineair voorspelbaar.
Equifinaliteit
doelen op verschillende manieren bereikt kunnen worden
- Geen dwingende oorzaak-gevolgrelaties
- Steeds zekere mate van onvoorspelbaarheid
Complexe systemen
Orde kan ontstaan uit chaos (zelforganisatie).
- Verandering gebeurt vaak plots (sprongen) en is onvoorspelbaar.
- In therapie: verstoren van evenwicht kan leiden tot nieuwe patronen.
kenmerken complexe systemen
emergence
irreversibiliteit
Singularité
systeem is uniek, onvoorspelbaar
Irreversibilité
eens verandering optreedt, kan het systeem niet terug naar de vorige structuur
Emergence
Systeem verwezenlijkt dingen die je niet kan voorspellen vanuit de componenten (bv. hersencellen en zelfbewustzijn)
Scalability
grote van de groep maakt niet veel uit, aangezien er geen controle of voorspelling is op basis van de componenten
complexe systemen: psychotherapie
Taak van therapeut om gezinssysteem uit evenwicht te brengen
- Zo gezinnen helpen om nieuwe structuur te brengen
- Onzekerheid verdragen→ onvoorspelbare verandering
Batesons ecologische visie
Werkte rond gezinstherapie bij schizofrenie
- Double-bind hypothese
- alles hangt samen in één systeem, geen eenzijdige macht, maar wederzijdse beïnvloeding
Double-bind hypothese
Verband tss bepaalde communicatiepatronen en ontwikkeling van schizofrenie
- Communicatie bestaat uit 2 aspecten:
▪ Inhoudsaspect (wat zeg ik?)
▪ Relatieaspect (hoe zie ik jou en onze relatie?)
- Kunnen soms tegenstrijdig zijn (bv. "Ik ben niet kwaad!" uitroepen) → double bind
- tegenstrijdige boodschappen zonder ontsnapping → verwarring.
Double bind: specifiek patroon
1. 2 personen in een nauwe persoonlijke relatie
2. Boodschap: doe X
3. Andere meer abstracte boodschap: doe X niet
4. Onmogelijk om te ontsnappen uit de situatie (dubbel gebonden)
- Verwarrend
- Iemand die hierin opgroeit→wordt gek
schizofrenie: idee vanuit double-bind
· Iemand die geconfronteerd wordt met een double bind situatie → in de war
· Iemand die opgroeit in dergelijke context → wordt gek
· Verwarrende communicatie wel kenmerkend voor gezinnen waar schizofrenie in voorkomt, maar is niet de oorzaak, eerder het gevolg
Ecologische cybernetica
Individu, maatschappij en ecosysteem onderhouden samen een globale homeostase
- Geen eenzijdige beïnvloeding
- Ecologisch denken
Ecologisch denken
In een gezond ecosysteem houden verschillende variabelen elkaar in evenwicht via zelfcontrole
- Mens heeft echter controle genomen over veel dingen om zijn eigen ecologie te maximaliseren
→verstoring van ecosysteem (van complexe ecologie naar vereenvoudigde kwetsbare ecologie)
→mens verantwoordelijk voor alle grote problemen binnen ecosysteem
- Gevoel van controle verstoort feedbackmechanismen (geen nood aan feedback), wat op zijn
beurt het evenwicht verstoort
Ecologische cybernetica: Binnen psychotherapie
- Bewuste en ingrijpende handelingen kunnen destructief zijn
- Alwetende therapeut houdt geen rekening met complexiteit van het systeem
→ecologische hubris
esthetische houding
- Respect en verwondering tov natuurlijke systemen en hun ondoorgrondelijke complexiteit
- Symptomen als functioneel zien binnen een systeem
- Therapeut maakt deel van het systeem
- Erkennen van beperktheid van bewust handelen, nood aan aanvulling met hogere ordes van mentale processen (bv. onbewuste, dromen, religie, kunst, ...)
hogere orde mentale processen
meer intuïteve vormen van kennis, zoals het onbewuste, dromen, religie, kunst …
Systeemtherapeutische kijk
Gezin als zelfregulerend systeem die adhv feedbackmechanismen evenwicht probeert te houden
- Kijken naar gedrag van het individu in zijn context (respons op context en context voor gedrag van anderen)
- Symptoom gedrag met systemische functie (draagt bij tot evenwicht)→in de vorm van negatieve of positieve feedback
Circulaire causaliteit (cybernetische kijk)
Elk gedrag als respons op gedrag van iemand anders en beïnvloedt op zijn beurt gedrag van anderen
Interacties als voortdurend voortschrijdende processen
Alles is tegelijkertijd oorzaak en gevolg (circulair)
Geeft zicht op gezinsregels en communicatie (wat is het evenwicht, wie geeft feedback?)
Kijken naar effecten ipv intenties (wat brengt het gedrag teweeg ipv wat betekende dit gedrag?)
systemische functie van gedrag
het draagt bij tot het evenwicht van het gezin
gezinsregels
optimaal evenwicht binnen cybernetische systeem
communicatie
feedback inhoudelijk en hoe gebracht
narratieve paradigma
de kennis van de mens wordt in verhaalvorm opgeslagen. Betekenissen zijn hierbij in de eerste plaats sociale constructies (doorheen taal en dialoog betekenissen geconstrueerd)
sociaal constructionisme
Betekenis wordt sociaal geconstrueerd via taal en dialoog
Verlichtingsdenken
- Kennis is individueel en realistisch
- Ware kennis is een exacte afspiegeling van de wereld
- Kenner kan voorspellingen maken om wereld te controleren→vooruitgang
- Bijgedragen tot technologische vooruitgang
-> Fundamentele vraag: Kunnen we de wereld kennen zoals die is?
praxis
de manier waarop men kennis wil gebruiken
Sociale constructie van psychische ziektes (verlichtingsdenken)
Stoornissen vanuit medisch kader bekeken
- Biologische oorzaak, diagnose nodig, evidence based behandeling nodig
Sociaal constructionisme
Diagnostische classificatie is gebaseerd op een sociale constructie
- Broken dialogue
- Terug psychisch lijden en hele persoon verbinden aan de context, aandacht aan hoe maatschappij betekenis geeft aan het individueel lijden
Broken dialogue (Fee)
- Psychisch lijden wordt losgemaakt van de context
- Psychisch lijden gereduceerd tot het individu dat betekenisloos lijdt
- Pathologisering in de vorm van psychologisering (moeilijkheden interpreteren in de vorm van motivaties, cognities, ...)
1e DSM
onderwerp van sociaal constructionistische reflecties
Waar de DSM pretendeert de werkelijkheid te beschrijven, is het duidelijk dat het systeem gebaseerd is op een onderhandelingsproces tussen mensen met vaak erg verschillende meningen, eerder dan op een empirisch en feilloos vaststellen van wat er is in de wereld (de enige echte waarheid)
maatschappelijk waardensysteem
wat goed/slecht, normaal/abnormaal is
geeft betekenis aan lijden
pathologization of everyday life
steeds meer aspecten in het leven als problematisch beschouwd. Veel meer twijfel geuit over prestatie als ouders, partners, werknemers, … de gevoelens en gedachten van ‘flaws’ meer naar voren getrokken
identity policies
eigen identiteit geboetseerd door ethische en politieke waarden en betekenissen in de samenleving
Dynamics of consumption
consumenten en producenten spelen op mekaar in
- Bv. via disease mongering
disease mongering
misbruik van aanpraten van diagnoses en ziektes (commerciële voordelen vooropstellen aan gezondheidsvoordelen)
Sociaal constructionistische gezinstherapie
Principe: therapeut heeft geen geprivilegieerde neutrale positie
Therapeut luistert naar verhaal van cliënten onder de echte, achterliggende betekenis te zoeken
Kennis van de therapeut is anders, maar niet beter dan die van de cliënt
Theoretische kennis van therapeuten nog wel belangrijk, maar niet een weerspiegeling van de 'echte' werkelijkheid
Geven grond voor onze keuzes en ons gedrag, helpen ons leven
Vertellen verhalen op een psychologische en sociale manier
Ontwikkelen van metaforen, beelden, ideeën die cliënten helpen te leven
Streven naar herstellen van de broken dialogue
Ernstig nemen en waarderen van persoonlijke ervaring van cliënt
Proberen te vatten hoe het probleem betekenis krijgt in de bredere context
therapeut geïnspireerd door sociaal constructionisme
Vertrekkend vanuit het ernstig nemen en waardeen van de persoonlijke ervaring van de cliënt, richt de therapeut zich niet enkel op het gekke (het andere-dan-ikzelf), maar probeert die juist te begrijpen hoe dat gekke betekenis krijgt binnen de bredere context (cultuur, taal, …)
Postmoderne filosofie (Lyotard)
gekenmerkt door meervoudigheid, diversiteit, ironie en ondergraven van zekerheden
Sceptisch tegenover theorieën die claimen dat ze de hele complexiteit van de realiteit kunnen vatten
Verwerpt rationalistische manier van denken (verlichtingsdenken)
Invloed eerst binnen architectuur, literaire kritiek en sociologie
Sijpelde in jaren '80 door in de psychologie
Modernisme: Reactie op falen van postmodernisme
Mens staat centraal, is een rationeel wezen
- Assumptie dat wereld georganiseerd is door onzichtbare wetten en structuren
- Wetenschap moet deze wetten ontsluieren→vooruitgang door rede en wetenschap
Lyotard's filosofie
Vraag naar hoe we kennis kunnen legitimeren
Postmodernisme: Meta-verhaal
is een verhaal dat poogt de realiteit te vatten in een algemene theorie
kennis (Lyotard)
verkoopbaar product, economische factor; het wordt geproduceerd, verkocht en geconsumeerd
o Binnen het postmodernisme verschuift de kennis van doel naar middel, van waarheid naar efficiëntie
o Paralogie als legitimatie van kennis i.p.v. metaverhalen
paralogie
produceren van kennis door buiten de vastgestelde regels van het taalspel en wetenschap te gaan en door nieuwe regels te creëren en nieuwe taalspellen te maken
o de kennis die uit paralogie voortkomt is lokaal en voorlopig i.p.v. universeel en absoluut
o belang van lokale kennis benadrukt
anything goes-idee
uitgegaan dat postmodernisten stellen dat er geen waarheid en waarden bestaan
therapeutische relatie (Derrida)
ethische relatie
deconstructie (derrida)
benadering van een tekst waarbij men op systematische en grondige manier de contradicties en innerlijke tegenstellingen waarop de tekst gebaseerd is onderzoekt
gastvrije therapeut
streeft naar minimaliseren geweld en erkennen van de cliënt als subject
Postmodernisme
Grote scepticisme tov meta-verhalen
- Gevoeliger voor verschillen, diversiteit en onverenigbaarheid van onze wensen met realiteit
- Oneindig veel kleine verhalen
- Wittgenstein: language game (taal bestaat uit talloze genres die zich niet tot elkaar
laten herleiden en op toevallige manieren aan elkaar gelinkt zijn, elke taal heeft zijn doel)
- Kennis als verkoopbaar product (economisch) dat gelegitimeerd wordt adhv kosten-en batenanalyses
- Verschuiving van doelen naar middelen, van waarheid naar efficiëntie
- Paralogie als legitimatie van kennis
- Produceren van kennis buiten vaste regels van taal van wetenschap adhv nieuwe regels
- Kennis is lokaal en voorlopig
Postmodernisme en psychologie
Epistemologische statuut van kennis (verschuiving van 'ware kennis' naar taal)
- Groeiende spanning tss theorie en praktijk
Neopragmatisme
validiteit van kennis gebaseerd bruikbaarheid
Neopragmatisme: praktijk
Keuzes niet vanuit expliciete theorie, maar wel vanuit impliciete kennis en ervaringen
- Ideeën van therapeut moeten vooral bruikbaar zijn
- Therapeut ontrafelt bruikbaarheid via trial and error
- Kennis van praktijk ≠ kennis van academische psychologie
Postmodernisme en ethiek
"anything goes" idee: alle verhalen, alle kennis is even waar
- Geen echte 'waarheid'
- Geen waarden (complete anarchie)
Ethiek van gastvrijheid
De therapeut moet de cliënt behandelen als een gast die welkom is, met respect voor wie hij/zij is.
- De therapeut staat open voor het verhaal van de cliënt
- Hij/zij probeert de cliënt niet te veranderen of te controleren
- De cliënt mag zichzelf zijn, ook als hij/zij anders denkt
Zoals wanneer iemand bij jou thuis komt:
- Je laat die persoon binnen
- Je luistert naar hem/haar
- Je probeert hem/haar op zijn gemak te stellen
-> Zo moet de therapeut ook omgaan met de cliënt
MAAR: Er zit altijd een beetje "spanning" in de relatie (therapeut heeft macht), maar de therapeut probeert die zo klein mogelijk te maken.
Ethiek van gastvrijheid: 3 belangrijke begrippen
1. Openheid
De therapeut luistert echt
Geen oordeel, geen "ik weet het beter"
2. Respect voor verschil
De cliënt is anders → en dat is oké
De therapeut probeert dat verschil te begrijpen
3. Macht voorzichtig gebruiken
De therapeut heeft kennis en invloed
Maar moet die niet opdringen
Ruimte laten voor de cliënt
not knowing (postmodernisme
Het concept verwijst naar de houding dat de therapeut niet de waarheid of juiste betekenis kent van de problemen van de cliënt.
in postmodernisme bestaat er geen objectieve, absolute kennis
Daarom heeft de therapeut geen geprivilegieerde positie
De therapeut weet niet beter dan de cliënt wat er aan de hand is
De therapeut neemt een niet-wetende houding aan
→ Betekenis ontstaat in dialoog met de cliënt
Mensen als verhaalvertellers
- Unieke verhalen
- Begin, midden en einde
- Zichzelf als protagonist en andere antagonisten
manieren cognitief functioneren
1. Paradigmatische of logisch-wetenschappelijke kennis
2. Narratieve kennis
Paradigmatische/logisch-wetenschappelijke kennis
- Wetenschappelijk denken, rationeel weten
- Formeel systeem van wetten en proposities die realiteit beschrijven en verklaren
- Objectief, contextloos, altijd waar en bruikbaar
- Laat betrouwbare voorspellingen toe
Narratieve kennis
- Verhalen vertellen
- Onderhandeling over betekenissen tss verteller, verhaal en luisteraar
- Geloofwaardig, authentiek, particulier, contextgevoelig
- Beperkt zich niet tot wat meetbaar is
verlichting
bevrijding religieus dogmatisme en opkomst rationaliteit en technologie
Kenmerken van verhalen
1. Sequentialiteit
2. Selectiviteit
3. Subjectiviteit
4. Ambiguïteit over waarheid
Sequentialiteit
Opeenvolging van gebeurtenissen (sequentie)
- Historische en toekomstige gevoeligheid
Selectiviteit
Vertrekpunt: culturele of sociale norm → vaak enkel hetgeen verrast of afwijkt wordt verteld
- Verhaal als verklaring van spanning tss norm en verrassing
Subjectiviteit
- Landscape of action
- Landscape of consciousness
lanscape of action
actie in het verhaal (niet subjectief)
landscape of consciousness
subjectieve betekenisgeving door protagonist
Ambiguïteit over waarheid
Verhalen kunnen waar of verzonnen zijn
- Door subjectiviteit hebben ze altijd een deel waarheid en een deel subjectieve invulling
- Narratieve genres (bv. sprookjes) hebben markers om conventies rond waarheid aan te duiden
Het 'zelf' als verhaal
geen duidelijk afgelijnde innerlijke essentie
steeds opgebouwd verhaal die we aan onszelf en anderen vertellen (zelfconstruerende verhalen)
Integreren ervaringen in verhaalstructuur
Geven gevoel van coherentie in het leven
Het 'zelf' verhaal is zingevend (geeft betekenis aan verspreide ervaringen en leven)
Het 'zelf' als verhaal: Integratie op 2 manieren
1. Synchronisch
2. Diachronisch
Synchronische integratie
Integreren van verschillende ervaringen op 1 moment tot een zinvol verhaal
Diachronische integratie
integreren van ervaringen op verschillende momenten tot een zinvol verhaal
Verhalen veranderen
Nieuwe zelfverhalen komen erbij, bepaalde zelfverhalen vallen weg
Zelfde ervaringen in nieuwe verhalen naargelang de omstandigheden (waar, wanneer, aan wie)
Zelfverhalen bepaald door verteller en luisteraar, maar ook cultuur
Conventionele genre-structuur (genre van vertellen over onszelf die cultureel gepast is)
narratieve identiteit
zoeken naar evenwicht zelf en anderen
Binnen verhaal niet enkel zelf vergeleken met anderen, maar ook afhankelijk van idee over hoe we volgens andere zouden moeten zijn
Zelfs in verhalen over onszelf naar onszelf conformeren we ons naar verwachtingen
Academische psychologie
Legitieme kennis gebaseerd op metingen en rationaliteit
- Wantrouwen tov unieke verhalen (overdreven, gekleurd, eenzijdig)
Narratief weten en psychotherapie
Unieke verhaal van cliënt centraal (ongeacht hoe overdreven, gekleurd of eenzijdig)
- In gezinstherapie zijn narratieve ideeën belangrijk (elk gezinslid heeft zijn eigen verhaal)
- Re-authoring therapie sterk gebaseerd op narratieve psychologie
Poststructuralisme (Foucault)
Kennis over wie we als mens moeten zijn beïnvloedt onze identiteit
- Degenen die beschikken over die kennis → macht over anderen
- Wij meten ons af tov die normen
- Dragen zo bij aan impliciete onderdrukkende machtspraktijken
normaliserende kennisvormen
Dragen zo bij aan impliciete onderdrukkende machtspraktijken
Gewillige lichamen
Zorgvuldig en gecontroleerd transformeren van het lichaam tot een passende vorm
- Zo internaliseert gevangene de normen en gaat die zichzelf controleren
panopticum
gevangenis waarbij 1 bewaker iedereen ziet, maar iedereen hem niet ziet
- Suggestie van toezicht dwingt zelfcontrole af
disciplineringsmaatschappij
maatschappij georganiseerd rond disciplinerende apparaten (school, universiteit, kliniek, gevangenies enz.) die het individu via objectieve kennis normen oplegt
Confessie: psychotherapie
- Confessie in de vorm van authentieke zelfonthulling
- Impliciete normen door psychologie en psychiatrie (wat is normaal, abnormaal?)
- Psychologisering, maar ook toezicht en normalisatie
→vrijwillig reguleren en controleren van de maatschappij
Poststructuralisme in gezinstherapie
Psychotherapie als politieke praktijk (ten dienste van toezicht en normalisering)
- Verstrengeling van subjectiviteit en taal
- Sociaal-cultureel perspectief op ontwikkeling van individu
- Relationele visie op macht
- Zelfbeschikking van het individu (psychotherapie poogt zich te verzetten tegen toezicht en normalisering)
Dialogisme (Bakhtin): 2 manieren om het te definiëren
1. Descriptief concept
2. Prescriptief concept
Descriptief concept
Kenmerk van de taal zelf (alle taal is dialogisch)
Prescriptief concept
Taal met een bijzondere kwaliteit (sommige taal is monologisch, andere taal is dialogisch)
Taal bestaat enkel in dialogische interacties
- Verschillend van structuralistische visie (taal als mathematisch systeem)
- Focus op taal in de praktijk (prosaics of language)
- Woorden nooit los van dialoog waarin ze gesproken worden (responsen, uitnodigingen tot spreken, ...)
Addressivity
elke uiting is naar iemand gericht
Answerability
elk uiting is een uitnodiging tot een antwoord
Dialogisch begrijpen
- Begrip ≠ vatten van de exacte betekenis zoals de spreker het bedoelt
- Niet inhoudelijke (knowing that), maar juist praktische (knowing how to go on) kennis belangrijk
- Begrip niet alleen relationeel, maar ook actief
- Begrip veronderstelt voldoende gelijkenis
- Begrip veronderstelt ook voldoende verschil