Deel 2 H1: Theoretische basis

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/140

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:08 PM on 5/31/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

141 Terms

1
New cards

nood aan theoretisch kader

·       Taal om te denken en elkaar te spreken

·       Meer nood aan theoretische taal dan theoretisch model!

2
New cards

Paradigma (Kuhn)

Samenhangend stelsel va modellen en theorieën die een denkkader vormen waarmee naar de werkelijkheid gekeken wordt (Kuhn)

- periodes met een bepaald denkkader die elkaar sprongsgewijs opvolgen.

3
New cards

wetenschappelijke evolutie

Geleidelijke vooruitgang binnen paradigma's

4
New cards

wetenschappelijke revolutie

Van paradigma tot paradigma

5
New cards

3 belangrijke paradigma's (gezinstherapie

1. Cybernetisch paradigma

2. Narratieve paradigma

  1. hechtingsdenken

6
New cards

Theoretische taal (concepten)

om hun werk te begrijpen en te bespreken, eerder dan aan één vast theoretisch model.

- In het begin gebruikten ze ideeën uit bestaande stromingen, zoals de psychoanalyse en groepstherapie, maar die bleken onvoldoende passend voor de complexiteit van gezinsinteracties.

- In gezinstherapie werd duidelijk dat:

1. het hele gezin betrokken is bij problemen, ook als één persoon als patiënt wordt gezien

2. communicatie binnen gezinnen meer is dan informatie-uitwisseling: het beïnvloedt emoties en relaties

3. interacties (zoals conflict, stilte, steun) centraal staan

7
New cards

Klinische activiteit op zoek naar theoretische basis

gezinstherapie begon als praktijk zonder theorie en evolueerde geleidelijk naar een discipline met eigen concepten en paradigma's om het complexe functioneren van gezinnen te begrijpen.

8
New cards

Gesloten systemen

Zelfregulerende systemen (bv. machines, levende organismen)

- Gericht op homeostase (dynamisch evenwicht).

- Negatieve feedback

- Positieve feedback

→ Principe van circulaire causaliteit

9
New cards

negatieve feedback

- Afwijking van evenwicht moet gecorrigeerd worden→terug in evenwicht komen

- Impliceert circulariteit

vb. thermostaat; afwijking temperatuur thermostaat verwarmingsketel herstelde temperatuur thermostaat verwarmingsketel = gesloten cirkel

10
New cards

Positieve feedback

- Afwijking van evenwicht vergroten → meer onevenwicht creëren

- Impliceert vicieuze cirkel/runaway

- Kan leiden tot destructie van gesloten (!) systemen

11
New cards

Open systemen

- Systemen staan in interactie met hun omgeving.

- Niet alleen stabiliteit, maar ook verandering en groei.

- Positieve feedback kan hier juist ontwikkeling stimuleren.

- Gedrag is niet lineair voorspelbaar.

12
New cards

Equifinaliteit

doelen op verschillende manieren bereikt kunnen worden

- Geen dwingende oorzaak-gevolgrelaties

- Steeds zekere mate van onvoorspelbaarheid

13
New cards

Complexe systemen

Orde kan ontstaan uit chaos (zelforganisatie).

- Verandering gebeurt vaak plots (sprongen) en is onvoorspelbaar.

- In therapie: verstoren van evenwicht kan leiden tot nieuwe patronen.

14
New cards

kenmerken complexe systemen

  • emergence

  • irreversibiliteit

15
New cards

Singularité

systeem is uniek, onvoorspelbaar

16
New cards

Irreversibilité

eens verandering optreedt, kan het systeem niet terug naar de vorige structuur

17
New cards

Emergence

Systeem verwezenlijkt dingen die je niet kan voorspellen vanuit de componenten (bv. hersencellen en zelfbewustzijn)

18
New cards

Scalability

grote van de groep maakt niet veel uit, aangezien er geen controle of voorspelling is op basis van de componenten

19
New cards

complexe systemen: psychotherapie

Taak van therapeut om gezinssysteem uit evenwicht te brengen

- Zo gezinnen helpen om nieuwe structuur te brengen

- Onzekerheid verdragen→ onvoorspelbare verandering

20
New cards

Batesons ecologische visie

Werkte rond gezinstherapie bij schizofrenie

- Double-bind hypothese

- alles hangt samen in één systeem, geen eenzijdige macht, maar wederzijdse beïnvloeding

21
New cards

Double-bind hypothese

Verband tss bepaalde communicatiepatronen en ontwikkeling van schizofrenie

- Communicatie bestaat uit 2 aspecten:

▪ Inhoudsaspect (wat zeg ik?)

▪ Relatieaspect (hoe zie ik jou en onze relatie?)

- Kunnen soms tegenstrijdig zijn (bv. "Ik ben niet kwaad!" uitroepen) → double bind

- tegenstrijdige boodschappen zonder ontsnapping → verwarring.

22
New cards

Double bind: specifiek patroon

1. 2 personen in een nauwe persoonlijke relatie

2. Boodschap: doe X

3. Andere meer abstracte boodschap: doe X niet

4. Onmogelijk om te ontsnappen uit de situatie (dubbel gebonden)

- Verwarrend

- Iemand die hierin opgroeit→wordt gek

23
New cards

schizofrenie: idee vanuit double-bind

·       Iemand die geconfronteerd wordt met een double bind situatie in de war

·       Iemand die opgroeit in dergelijke context wordt gek

·       Verwarrende communicatie wel kenmerkend voor gezinnen waar schizofrenie in voorkomt, maar is niet de oorzaak, eerder het gevolg

24
New cards

Ecologische cybernetica

Individu, maatschappij en ecosysteem onderhouden samen een globale homeostase

- Geen eenzijdige beïnvloeding

- Ecologisch denken

25
New cards

Ecologisch denken

In een gezond ecosysteem houden verschillende variabelen elkaar in evenwicht via zelfcontrole

- Mens heeft echter controle genomen over veel dingen om zijn eigen ecologie te maximaliseren

→verstoring van ecosysteem (van complexe ecologie naar vereenvoudigde kwetsbare ecologie)

→mens verantwoordelijk voor alle grote problemen binnen ecosysteem

- Gevoel van controle verstoort feedbackmechanismen (geen nood aan feedback), wat op zijn

beurt het evenwicht verstoort

26
New cards

Ecologische cybernetica: Binnen psychotherapie

- Bewuste en ingrijpende handelingen kunnen destructief zijn

- Alwetende therapeut houdt geen rekening met complexiteit van het systeem

→ecologische hubris

27
New cards

esthetische houding

- Respect en verwondering tov natuurlijke systemen en hun ondoorgrondelijke complexiteit

- Symptomen als functioneel zien binnen een systeem

- Therapeut maakt deel van het systeem

- Erkennen van beperktheid van bewust handelen, nood aan aanvulling met hogere ordes van mentale processen (bv. onbewuste, dromen, religie, kunst, ...)

28
New cards

hogere orde mentale processen

meer intuïteve vormen van kennis, zoals het onbewuste, dromen, religie, kunst …

29
New cards

Systeemtherapeutische kijk

Gezin als zelfregulerend systeem die adhv feedbackmechanismen evenwicht probeert te houden

- Kijken naar gedrag van het individu in zijn context (respons op context en context voor gedrag van anderen)

- Symptoom gedrag met systemische functie (draagt bij tot evenwicht)→in de vorm van negatieve of positieve feedback

30
New cards

Circulaire causaliteit (cybernetische kijk)

Elk gedrag als respons op gedrag van iemand anders en beïnvloedt op zijn beurt gedrag van anderen

  • Interacties als voortdurend voortschrijdende processen

  • Alles is tegelijkertijd oorzaak en gevolg (circulair)

Geeft zicht op gezinsregels en communicatie (wat is het evenwicht, wie geeft feedback?)

Kijken naar effecten ipv intenties (wat brengt het gedrag teweeg ipv wat betekende dit gedrag?)

31
New cards

systemische functie van gedrag

het draagt bij tot het evenwicht van het gezin

32
New cards

gezinsregels

optimaal evenwicht binnen cybernetische systeem

33
New cards

communicatie

feedback inhoudelijk en hoe gebracht

34
New cards

narratieve paradigma

de kennis van de mens wordt in verhaalvorm opgeslagen. Betekenissen zijn hierbij in de eerste plaats sociale constructies (doorheen taal en dialoog betekenissen geconstrueerd)

35
New cards

sociaal constructionisme

Betekenis wordt sociaal geconstrueerd via taal en dialoog

36
New cards

Verlichtingsdenken

- Kennis is individueel en realistisch

- Ware kennis is een exacte afspiegeling van de wereld

- Kenner kan voorspellingen maken om wereld te controleren→vooruitgang

- Bijgedragen tot technologische vooruitgang

-> Fundamentele vraag: Kunnen we de wereld kennen zoals die is?

37
New cards

praxis

de manier waarop men kennis wil gebruiken

38
New cards

Sociale constructie van psychische ziektes (verlichtingsdenken)

Stoornissen vanuit medisch kader bekeken

- Biologische oorzaak, diagnose nodig, evidence based behandeling nodig

39
New cards

Sociaal constructionisme

Diagnostische classificatie is gebaseerd op een sociale constructie

- Broken dialogue

- Terug psychisch lijden en hele persoon verbinden aan de context, aandacht aan hoe maatschappij betekenis geeft aan het individueel lijden

40
New cards

Broken dialogue (Fee)

- Psychisch lijden wordt losgemaakt van de context

- Psychisch lijden gereduceerd tot het individu dat betekenisloos lijdt

- Pathologisering in de vorm van psychologisering (moeilijkheden interpreteren in de vorm van motivaties, cognities, ...)

41
New cards

1e DSM

onderwerp van sociaal constructionistische reflecties

Waar de DSM pretendeert de werkelijkheid te beschrijven, is het duidelijk dat het systeem gebaseerd is op een onderhandelingsproces tussen mensen met vaak erg verschillende meningen, eerder dan op een empirisch en feilloos vaststellen van wat er is in de wereld (de enige echte waarheid)

42
New cards

maatschappelijk waardensysteem

wat goed/slecht, normaal/abnormaal is

geeft betekenis aan lijden

43
New cards

pathologization of everyday life

steeds meer aspecten in het leven als problematisch beschouwd. Veel meer twijfel geuit over prestatie als ouders, partners, werknemers, … de gevoelens en gedachten van ‘flaws’ meer naar voren getrokken

44
New cards

identity policies

eigen identiteit geboetseerd door ethische en politieke waarden en betekenissen in de samenleving

45
New cards

Dynamics of consumption

consumenten en producenten spelen op mekaar in

- Bv. via disease mongering

46
New cards

disease mongering

misbruik van aanpraten van diagnoses en ziektes (commerciële voordelen vooropstellen aan gezondheidsvoordelen)

47
New cards

Sociaal constructionistische gezinstherapie

Principe: therapeut heeft geen geprivilegieerde neutrale positie

  • Therapeut luistert naar verhaal van cliënten onder de echte, achterliggende betekenis te zoeken

  • Kennis van de therapeut is anders, maar niet beter dan die van de cliënt

  • Theoretische kennis van therapeuten nog wel belangrijk, maar niet een weerspiegeling van de 'echte' werkelijkheid

  • Geven grond voor onze keuzes en ons gedrag, helpen ons leven

  • Vertellen verhalen op een psychologische en sociale manier

  • Ontwikkelen van metaforen, beelden, ideeën die cliënten helpen te leven

  • Streven naar herstellen van de broken dialogue

    • Ernstig nemen en waarderen van persoonlijke ervaring van cliënt

    • Proberen te vatten hoe het probleem betekenis krijgt in de bredere context

48
New cards

therapeut geïnspireerd door sociaal constructionisme

Vertrekkend vanuit het ernstig nemen en waardeen van de persoonlijke ervaring van de cliënt, richt de therapeut zich niet enkel op het gekke (het andere-dan-ikzelf), maar probeert die juist te begrijpen hoe dat gekke betekenis krijgt binnen de bredere context (cultuur, taal, …)

49
New cards

Postmoderne filosofie (Lyotard)

gekenmerkt door meervoudigheid, diversiteit, ironie en ondergraven van zekerheden

  • Sceptisch tegenover theorieën die claimen dat ze de hele complexiteit van de realiteit kunnen vatten

  • Verwerpt rationalistische manier van denken (verlichtingsdenken)

    • Invloed eerst binnen architectuur, literaire kritiek en sociologie

    • Sijpelde in jaren '80 door in de psychologie

50
New cards

Modernisme: Reactie op falen van postmodernisme

Mens staat centraal, is een rationeel wezen

- Assumptie dat wereld georganiseerd is door onzichtbare wetten en structuren

- Wetenschap moet deze wetten ontsluieren→vooruitgang door rede en wetenschap

51
New cards

Lyotard's filosofie

Vraag naar hoe we kennis kunnen legitimeren

52
New cards

Postmodernisme: Meta-verhaal

is een verhaal dat poogt de realiteit te vatten in een algemene theorie

53
New cards

kennis (Lyotard)

verkoopbaar product, economische factor; het wordt geproduceerd, verkocht en geconsumeerd

o   Binnen het postmodernisme verschuift de kennis van doel naar middel, van waarheid naar efficiëntie

o   Paralogie als legitimatie van kennis i.p.v. metaverhalen

54
New cards

paralogie

produceren van kennis door buiten de vastgestelde regels van het taalspel en wetenschap te gaan en door nieuwe regels te creëren en nieuwe taalspellen te maken

o   de kennis die uit paralogie voortkomt is lokaal en voorlopig i.p.v. universeel en absoluut

o   belang van lokale kennis benadrukt

55
New cards

anything goes-idee

uitgegaan dat postmodernisten stellen dat er geen waarheid en waarden bestaan

56
New cards

therapeutische relatie (Derrida)

ethische relatie

57
New cards

deconstructie (derrida)

benadering van een tekst waarbij men op systematische en grondige manier de contradicties en innerlijke tegenstellingen waarop de tekst gebaseerd is onderzoekt

58
New cards

gastvrije therapeut

streeft naar minimaliseren geweld en erkennen van de cliënt als subject

59
New cards

Postmodernisme

Grote scepticisme tov meta-verhalen

- Gevoeliger voor verschillen, diversiteit en onverenigbaarheid van onze wensen met realiteit

- Oneindig veel kleine verhalen

- Wittgenstein: language game (taal bestaat uit talloze genres die zich niet tot elkaar

laten herleiden en op toevallige manieren aan elkaar gelinkt zijn, elke taal heeft zijn doel)

- Kennis als verkoopbaar product (economisch) dat gelegitimeerd wordt adhv kosten-en batenanalyses

- Verschuiving van doelen naar middelen, van waarheid naar efficiëntie

- Paralogie als legitimatie van kennis

- Produceren van kennis buiten vaste regels van taal van wetenschap adhv nieuwe regels

- Kennis is lokaal en voorlopig

60
New cards

Postmodernisme en psychologie

Epistemologische statuut van kennis (verschuiving van 'ware kennis' naar taal)

- Groeiende spanning tss theorie en praktijk

61
New cards

Neopragmatisme

validiteit van kennis gebaseerd bruikbaarheid

62
New cards

Neopragmatisme: praktijk

Keuzes niet vanuit expliciete theorie, maar wel vanuit impliciete kennis en ervaringen

- Ideeën van therapeut moeten vooral bruikbaar zijn

- Therapeut ontrafelt bruikbaarheid via trial and error

- Kennis van praktijk ≠ kennis van academische psychologie

63
New cards

Postmodernisme en ethiek

"anything goes" idee: alle verhalen, alle kennis is even waar

- Geen echte 'waarheid'

- Geen waarden (complete anarchie)

64
New cards

Ethiek van gastvrijheid

De therapeut moet de cliënt behandelen als een gast die welkom is, met respect voor wie hij/zij is.

- De therapeut staat open voor het verhaal van de cliënt

- Hij/zij probeert de cliënt niet te veranderen of te controleren

- De cliënt mag zichzelf zijn, ook als hij/zij anders denkt

Zoals wanneer iemand bij jou thuis komt:

- Je laat die persoon binnen

- Je luistert naar hem/haar

- Je probeert hem/haar op zijn gemak te stellen

-> Zo moet de therapeut ook omgaan met de cliënt

MAAR: Er zit altijd een beetje "spanning" in de relatie (therapeut heeft macht), maar de therapeut probeert die zo klein mogelijk te maken.

65
New cards

Ethiek van gastvrijheid: 3 belangrijke begrippen

1. Openheid

  • De therapeut luistert echt

  • Geen oordeel, geen "ik weet het beter"

2. Respect voor verschil

  • De cliënt is anders → en dat is oké

  • De therapeut probeert dat verschil te begrijpen

3. Macht voorzichtig gebruiken

  • De therapeut heeft kennis en invloed

  • Maar moet die niet opdringen

  • Ruimte laten voor de cliënt

66
New cards

not knowing (postmodernisme

Het concept verwijst naar de houding dat de therapeut niet de waarheid of juiste betekenis kent van de problemen van de cliënt.

  • in postmodernisme bestaat er geen objectieve, absolute kennis

  • Daarom heeft de therapeut geen geprivilegieerde positie

  • De therapeut weet niet beter dan de cliënt wat er aan de hand is

De therapeut neemt een niet-wetende houding aan

→ Betekenis ontstaat in dialoog met de cliënt

67
New cards

Mensen als verhaalvertellers

- Unieke verhalen

- Begin, midden en einde

- Zichzelf als protagonist en andere antagonisten

68
New cards

manieren cognitief functioneren

1. Paradigmatische of logisch-wetenschappelijke kennis

2. Narratieve kennis

69
New cards

Paradigmatische/logisch-wetenschappelijke kennis

- Wetenschappelijk denken, rationeel weten

- Formeel systeem van wetten en proposities die realiteit beschrijven en verklaren

- Objectief, contextloos, altijd waar en bruikbaar

- Laat betrouwbare voorspellingen toe

70
New cards

Narratieve kennis

- Verhalen vertellen

- Onderhandeling over betekenissen tss verteller, verhaal en luisteraar

- Geloofwaardig, authentiek, particulier, contextgevoelig

- Beperkt zich niet tot wat meetbaar is

71
New cards

verlichting

bevrijding religieus dogmatisme en opkomst rationaliteit en technologie

72
New cards

Kenmerken van verhalen

1. Sequentialiteit

2. Selectiviteit

3. Subjectiviteit

4. Ambiguïteit over waarheid

73
New cards

Sequentialiteit

Opeenvolging van gebeurtenissen (sequentie)

- Historische en toekomstige gevoeligheid

74
New cards

Selectiviteit

Vertrekpunt: culturele of sociale norm → vaak enkel hetgeen verrast of afwijkt wordt verteld

- Verhaal als verklaring van spanning tss norm en verrassing

75
New cards

Subjectiviteit

- Landscape of action

- Landscape of consciousness

76
New cards

lanscape of action

actie in het verhaal (niet subjectief)

77
New cards

landscape of consciousness

subjectieve betekenisgeving door protagonist

78
New cards

Ambiguïteit over waarheid

Verhalen kunnen waar of verzonnen zijn

- Door subjectiviteit hebben ze altijd een deel waarheid en een deel subjectieve invulling

- Narratieve genres (bv. sprookjes) hebben markers om conventies rond waarheid aan te duiden

79
New cards

Het 'zelf' als verhaal

  • geen duidelijk afgelijnde innerlijke essentie

  • steeds opgebouwd verhaal die we aan onszelf en anderen vertellen (zelfconstruerende verhalen)

    • Integreren ervaringen in verhaalstructuur

    • Geven gevoel van coherentie in het leven

  • Het 'zelf' verhaal is zingevend (geeft betekenis aan verspreide ervaringen en leven)

80
New cards

Het 'zelf' als verhaal: Integratie op 2 manieren

1. Synchronisch

2. Diachronisch

81
New cards

Synchronische integratie

Integreren van verschillende ervaringen op 1 moment tot een zinvol verhaal

82
New cards

Diachronische integratie

integreren van ervaringen op verschillende momenten tot een zinvol verhaal

83
New cards

Verhalen veranderen

  1. Nieuwe zelfverhalen komen erbij, bepaalde zelfverhalen vallen weg

  2. Zelfde ervaringen in nieuwe verhalen naargelang de omstandigheden (waar, wanneer, aan wie)

  3. Zelfverhalen bepaald door verteller en luisteraar, maar ook cultuur

Conventionele genre-structuur (genre van vertellen over onszelf die cultureel gepast is)

84
New cards

narratieve identiteit

zoeken naar evenwicht zelf en anderen

  • Binnen verhaal niet enkel zelf vergeleken met anderen, maar ook afhankelijk van idee over hoe we volgens andere zouden moeten zijn

  • Zelfs in verhalen over onszelf naar onszelf conformeren we ons naar verwachtingen

85
New cards

Academische psychologie

Legitieme kennis gebaseerd op metingen en rationaliteit

- Wantrouwen tov unieke verhalen (overdreven, gekleurd, eenzijdig)

86
New cards

Narratief weten en psychotherapie

Unieke verhaal van cliënt centraal (ongeacht hoe overdreven, gekleurd of eenzijdig)

- In gezinstherapie zijn narratieve ideeën belangrijk (elk gezinslid heeft zijn eigen verhaal)

- Re-authoring therapie sterk gebaseerd op narratieve psychologie

87
New cards

Poststructuralisme (Foucault)

Kennis over wie we als mens moeten zijn beïnvloedt onze identiteit

- Degenen die beschikken over die kennis → macht over anderen

- Wij meten ons af tov die normen

- Dragen zo bij aan impliciete onderdrukkende machtspraktijken

88
New cards

normaliserende kennisvormen

Dragen zo bij aan impliciete onderdrukkende machtspraktijken

89
New cards

Gewillige lichamen

Zorgvuldig en gecontroleerd transformeren van het lichaam tot een passende vorm

- Zo internaliseert gevangene de normen en gaat die zichzelf controleren

90
New cards

panopticum

gevangenis waarbij 1 bewaker iedereen ziet, maar iedereen hem niet ziet

- Suggestie van toezicht dwingt zelfcontrole af

91
New cards

disciplineringsmaatschappij

maatschappij georganiseerd rond disciplinerende apparaten (school, universiteit, kliniek, gevangenies enz.) die het individu via objectieve kennis normen oplegt

92
New cards

Confessie: psychotherapie

- Confessie in de vorm van authentieke zelfonthulling

- Impliciete normen door psychologie en psychiatrie (wat is normaal, abnormaal?)

- Psychologisering, maar ook toezicht en normalisatie

→vrijwillig reguleren en controleren van de maatschappij

93
New cards

Poststructuralisme in gezinstherapie

Psychotherapie als politieke praktijk (ten dienste van toezicht en normalisering)

- Verstrengeling van subjectiviteit en taal

- Sociaal-cultureel perspectief op ontwikkeling van individu

- Relationele visie op macht

- Zelfbeschikking van het individu (psychotherapie poogt zich te verzetten tegen toezicht en normalisering)

94
New cards

Dialogisme (Bakhtin): 2 manieren om het te definiëren

1. Descriptief concept

2. Prescriptief concept

95
New cards

Descriptief concept

Kenmerk van de taal zelf (alle taal is dialogisch)

96
New cards

Prescriptief concept

Taal met een bijzondere kwaliteit (sommige taal is monologisch, andere taal is dialogisch)

97
New cards

Taal bestaat enkel in dialogische interacties

- Verschillend van structuralistische visie (taal als mathematisch systeem)

- Focus op taal in de praktijk (prosaics of language)

- Woorden nooit los van dialoog waarin ze gesproken worden (responsen, uitnodigingen tot spreken, ...)

98
New cards

Addressivity

elke uiting is naar iemand gericht

99
New cards

Answerability

elk uiting is een uitnodiging tot een antwoord

100
New cards

Dialogisch begrijpen

- Begrip ≠ vatten van de exacte betekenis zoals de spreker het bedoelt

- Niet inhoudelijke (knowing that), maar juist praktische (knowing how to go on) kennis belangrijk

- Begrip niet alleen relationeel, maar ook actief

- Begrip veronderstelt voldoende gelijkenis

- Begrip veronderstelt ook voldoende verschil