Kaarten: Affaire conclue: module 5 ~ Le marketing | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/374

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:46 AM on 4/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

375 Terms

1
New cards

étudier le marché

de markt onderzoeken, bestuderen

2
New cards

une étude de marché

marktonderzoek, marktstudie

3
New cards

une étude quantitative / qualitative

een kwantitatief / kwalitatief onderzoek

4
New cards

une étude du marché wallon

een studie van de Waalse markt

5
New cards

analyser le marché

de markt analyseren, onderzoeken

6
New cards

une analyse de marché

marktanalyse, marktonderzoek

7
New cards

une enquête

enquête, onderzoek

8
New cards

une enquête quantitative / qualitative

een kwantitatieve / kwalitatieve enquête

9
New cards

effectuer / mener une enquête

een enquête afnemen

10
New cards

un enquêteur, une enquêtrice

enquêteur

11
New cards

sonder (qqch.)

iets onderzoeken, naar iets peilen

12
New cards

sonder l'opinion de qqn.

naar iemands mening peilen

13
New cards

un sondage (d'opinion)

(opinie)onderzoek, (opinie)peiling

14
New cards

effectuer un sondage auprès des consommateurs

een onderzoek / peiling uitvoeren bij de consumenten

15
New cards

un sondeur, une sondeuse

opiniepeiler

16
New cards

un sondé, une sondée

ondervraagde

17
New cards

faire une enquête / un sondage

een steekproef nemen

18
New cards

un questionnaire

vragenlijst

19
New cards

établir / rédiger un questionnaire

een vragenlijst opstellen

20
New cards

une interview en profondeur

een diepte-interview

21
New cards

un test (en) aveugle

blinde test, blind test

22
New cards

échantillonner

een steekproef nemen

23
New cards

un échantillon (représentatif)

(representatieve) steekproef

24
New cards

collecter (des informations / des données/ des fonds)

(informatie / gegevens / fondsen) verzamelen

25
New cards

traiter (des données)

(gegevens) verwerken

26
New cards

un traitement (de données)

verwerking (van gegevens)

27
New cards

tendre à

neigen naar, de tendens vertonen om

28
New cards

une tendance

tendens, trend

29
New cards

découvrir des tendances

tendensen ontdekken

30
New cards

la statistique

statistiek

31
New cards

Institut (m.) National de la Statistique (INS) (Belg.)

Nationaal Instituut voor statistiek (NIS) (Belg.)

32
New cards

des statistiques (f. pl.)

statistieken

33
New cards

s'appuyer / se baser sur des (données) statistiques

steunen / zich baseren op statistische gegevens

34
New cards

consommer

consumeren, verbruiken

35
New cards

un consommateur, une consommatrice (potentiel(le))

(mogelijke, potentiële) consument, verbruiker

36
New cards

la consommation

consumptie, verbruik

37
New cards

des habitudes (f.) de consommation

consumptiegewoonten

38
New cards

consommable

consumeerbaar

39
New cards

un client, une cliente

klant

40
New cards

une clientèle

clientèle, klantenkring, klanten

41
New cards

un public

publiek, de mensen, de bevolking

42
New cards

le grand public

het grote publiek, de grote massa

43
New cards

public, publique

publiek

44
New cards

une cible

doelgroep

45
New cards

un public cible

doelgroep, doelpubliek

46
New cards

un groupe-cible (des groupes-cibles)

doelgroep

47
New cards

une clientèle-cible

doelgroep

48
New cards

viser une cible / le client-cible

op een bepaalde doelgroep mikken, een bepaalde doelgroep voor ogen hebben

49
New cards

déterminer la cible / le groupe-cible

de doelgroep bepalen

50
New cards

atteindre / toucher une cible

een doelgroep bereiken

51
New cards

cibler (qqch.) sur (qqn.)

iets op een doelgroep richten

52
New cards

une tranche d'âge

leeftijdscategorie

53
New cards

une classe (sociale)

(sociale) klasse

54
New cards

la classe aisée

de welgestelde klasse

55
New cards

la classe moyenne, les classes moyennes

de middenklasse

56
New cards

la classe ouvrière

de arbeidersklasse

57
New cards

un niveau de vie

levensstandaard

58
New cards

une mode de vie

levenswijze

59
New cards

un comportement d'achat

koopgedrag

60
New cards

une motivation (d'achat)

(koop)motief

61
New cards

le pouvoir d'achat

koopkracht

62
New cards

un marché

markt, afzetmarkt

63
New cards

un marché saturé

verzadigde markt

64
New cards

un marché porteur

winstgevende markt

65
New cards

un marché potentiel

mogelijke, potentiële markt

66
New cards

le marché national

nationale, binnenlandse markt

67
New cards

le marché international

internationale markt

68
New cards

le marché de consommation de masse

markt voor massaconsumptie

69
New cards

attaquer un nouveau marché

zich op een nieuwe markt storten

70
New cards

prendre pied sur un marché

zich vestigen op een markt, vast voet aan de grond krijgen op een markt

71
New cards

conquérir un marché

een markt veroveren

72
New cards

dominer un marché

de markt beheersen

73
New cards

être leader de marché

marktleider zijn

74
New cards

conforter / renforcer sa position sur le marché

zijn positie op de markt verstevigen

75
New cards

détenir une part de marché (de 10 %)

een marktaandeel (van 10%) in handen hebben

76
New cards

détenir une part du marché (wallon)

een deel van de Waalse markt in handen hebben

77
New cards

une part de marché

marktaandeel

78
New cards

introduire / lancer un nouveau produit sur le marché

een nieuw product op de markt brengen / lanceren

79
New cards

l'introduction (f.) / le lancement d'un nouveau produit sur le marché

het lanceren van een nieuw product op de markt

80
New cards

retirer un produit du marché

een product terugtrekken van de markt

81
New cards

le retrait d'un produit du marché

het terugtrekken van een product van de markt

82
New cards

commercialiser un produit

het afzetten van een product

83
New cards

la commercialisation d'un produit

de afzet van een product

84
New cards

faire concurrence à (qqn.)

met iem. concurreren, iem. beconcurreren

85
New cards

être en concurrence avec (qqn.)

met iem. concurreren, iem. beconcurreren

86
New cards

concurrencer

concurreren

87
New cards

la concurrence

concurrentie

88
New cards

un concurrent, une concurrente

concurrent

89
New cards

concurrent, concurrente (qui se font concurrence)

concurrerend

90
New cards

des entreprises concurrentes

concurrerende bedrijven

91
New cards

concurrentiel, concurrentielle (où la concurrence s'exerce, compétitif)

concurrerend

92
New cards

un marché concurrentiel

open markt

93
New cards

des prix concurrentiels / compétitifs

concurrentiële prijzen

94
New cards

un créneau (des créneaux)

gat in de markt, afzetmogelijkheid

95
New cards

un débouché

afzetmarkt, afzetmogelijkheid

96
New cards

une niche

nichemarkt

97
New cards

un segment (de marché)

(markt)segment

98
New cards

un segment du marché wallon

een segment van de Waalse markt

99
New cards

le marketing

marketing

100
New cards

une politique marketing

marketingbeleid