Hoofdstuk 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:10 PM on 6/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

Wat is een jaarrekening?

Het officieel financieel overzicht van een vennootschap, bestaande uit de balans en de resultatenrekening.

2
New cards

Wie moet een jaarrekening neerleggen?

Alle vennootschappen, bij de NBB (Nationale Bank van België). Eenmanszaken zijn vrijgesteld.

3
New cards

Wat zijn de 2 modellen van de jaarrekening?

Verkort model voor micro- en kleine vennootschappen (32 blz.) en volledig model voor grote vennootschappen (66 blz., met vermelding van omzet).

4
New cards

Wat is het fundamentele verschil tussen de balans en de resultatenrekening?

Balans = momentopname op 31/12 (statisch, zoals een foto). Resultatenrekening = overzicht over een volledig boekjaar (dynamisch, zoals een film).

5
New cards

Wat is het basisprincipe van de balans?

Activa = Passiva (altijd in evenwicht!).

6
New cards

Wat tonen de activa van de balans?

Hoe de middelen AANGEWEND worden: wat de onderneming bezit en gebruikt.

7
New cards

Wat tonen de passiva van de balans?

Waar de middelen VANDAAN KOMEN: hoe alles gefinancierd is (eigen of vreemd vermogen).

8
New cards

Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa?

Vaste activa: blijven langer dan 1 jaar in het bedrijf (gebouwen, machines). Vlottende activa: worden binnen het jaar omgezet in geld (voorraad, klantenvorderingen, kas).

9
New cards

Noem de 3 types vaste activa.

Immateriële vaste activa (patenten, goodwill), materiële vaste activa (gebouwen, machines), financiële vaste activa (aandelen in andere bedrijven).

10
New cards

Wat zijn immateriële vaste activa? Geef 4 voorbeelden.

Niet-tastbare activa met economische waarde: goodwill, merknamen, patenten/octrooien, licenties.

11
New cards

Wat is goodwill?

Het verschil tussen de betaalde prijs bij een overname en de boekwaarde. Het vertegenwoordigt de meerwaarde van reputatie, klantenbestand, personeel en ligging.

12
New cards

Wat is het kadastraal inkomen en waarvoor dient het?

Een fictieve verhuurwaarde die de overheid toekent aan een onroerend goed. Basis voor de berekening van de onroerende voorheffing.

13
New cards

Wat is het netto-actief?

Totale activa − alle schulden = eigen vermogen. Moet positief zijn (balanstest bij dividenduitkering).

14
New cards

Wat zijn de 2 componenten van het passief?

Eigen vermogen (kapitaal, reserves, overgedragen winst) en vreemd vermogen (schulden op lange en korte termijn).

15
New cards

Wat is eigen vermogen?

Kapitaal ingebracht door de vennoten, aangevuld met niet-uitgekeerde winsten (reserves en overgedragen winst).

16
New cards

Wat is vreemd vermogen?

Schulden aan derden: bankleningen, leveranciersschulden, enz. Opgedeeld in schulden op lange termijn (>1 jaar) en korte termijn (<1 jaar).

17
New cards

Wat is het verschil tussen financiële leasing en renting op de balans?

Financiële leasing: staat OP de balans (on-balance), max. restwaarde 15%, leasingnemer wordt uiteindelijk eigenaar. Renting: staat NIET op de balans (off-balance), min. restwaarde 16%, verhuurder blijft altijd eigenaar.

18
New cards

Waarom is renting populair?

Omdat het off-balance is: het belast de balansratio's niet, en de huurfacturen zijn gewone bedrijfskosten.

19
New cards

Wat is de brutomarge?

Omzet − aankopen (cat. 60) − diensten en diverse goederen (cat. 61). Kleine vennootschappen hoeven alleen de brutomarge te tonen, niet de volledige omzet.

20
New cards

Wat is EBIT?

Earnings Before Interest and Taxes = bedrijfsresultaat. Toont de winstgevendheid van de eigenlijke activiteit vóór financiële kosten en belastingen.

21
New cards

Wat is EBITDA?

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization = EBIT + afschrijvingen. Indicatie van de operationele kasstroom.

22
New cards

Wat is REBITDA?

Recurring EBITDA = de structurele, weerkerende EBITDA zonder uitzonderlijke (niet-recurrente) items.

23
New cards

Wat zijn de 3 bestemmingen van de winst?

1) Uitkeren als dividend, 2) Toevoegen aan de reserves, 3) Overdragen naar het volgende boekjaar.

24
New cards

Hoe bereken je het bedrijfsresultaat?

Bedrijfsopbrengsten (omzet) − bedrijfskosten (aankopen, diensten, personeel, afschrijvingen) = bedrijfsresultaat.

25
New cards

Wat is het verschil tussen een investering en een kost?

Investering: aankoop van een duurzaam goed, staat op de BALANS. Kost: waardevermindering via afschrijving, staat op de RESULTATENREKENING.

26
New cards

Geef een concreet voorbeeld van het verschil investering vs. kost.

Aankoop machine €25.000 = investering (balans, uitgave). Afschrijving machine €5.000/jaar = kost (resultatenrekening, geen nieuwe uitgave).

27
New cards

Wat is een niet-kaskost? Geef een voorbeeld.

Een kost die geen nieuwe betaling vereist. Vb: afschrijving — je betaalt niet opnieuw voor de machine, maar boekt wel jaarlijks een kost.

28
New cards

Wat zijn de verplichte elementen van het financieel plan bij oprichting van een BV of NV?

Beschrijving activiteiten, financieringsbronnen, openingsbalans + geprojecteerde balans (1 en 2 jaar), resultatenrekening (1 en 2 jaar), begroting, omzetraming met hypotheses, namen externe deskundigen.

29
New cards

Wat zijn de gevolgen als het financieel plan ontoereikend was en de vennootschap gaat failliet binnen 3 jaar?

De oprichters zijn persoonlijk (hoofdelijk) aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap — oprichtersaansprakelijkheid.