Interesses I en II

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/48

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:02 AM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

49 Terms

1
New cards

RIASEC-model

Model van Holland om interesses te classificeren

R = realistisch/praktisch, voorkeur voor werken in de buitenlucht, technische beroepen.

I = analytisch, cijfermatig, dingen doorgronden.

A = artistieke veld, out of the box denken, weinig regels.

S = sociaal domein, werken met mensen.

O = ondernemen, actie georiënteerd.

C = regels toepassen, punctueel werken

2
New cards

Persoon-omgeving karakteristieken

Assessment interesses gericht op persoon én omgeving → persoon in omgeving zien

3
New cards

John Holland

Psycholoog die mensen in leidingsgevende posities plaatste, schreef ‘the psychology of vocational choice’ en heeft gepubliceerd in meerdere tijdschriften, ontwikkelde RIASEC-model

4
New cards

Basisassumpties

         Beroepskeuze is een expressie van de persoonlijkheid à stelt eerder de vraag hoe meten we de persoonlijkheid?

         Interessevragenlijsten zijn persoonlijkheidsvragenlijsten.

         Stereotypen over beroepen hebben een psychologische en sociologische betekenis à bestaan.

         Mensen met eenzelfde beroep hebben een gelijkend persoonlijkheidsprofiel en persoonlijkheidsontwikkeling.

         Gegeven hun gelijke profielen zullen dezelfde beroepsbeoefenaars relatief gelijkaardig reageren, problemen oplossen en situaties structureren à veel aandacht om vanuit verschillende disciplines iets te bewerkstelligen.

         Tevredenheid met het beroep, stabiliteit in de uitoefening en prestatie zijn functie van P(erson)-E(nvironment) match.

5
New cards

Werkassumpties

         Personen kunnen worden beschreven naar hun gelijkenis met zes theoretische menstypen: het Realistische, Intellectuele, Artistieke, Sociale, Ondernemende en Conventionele type.

         Hetzelfde geld voor omgevingen bijv. beroepen of opleidingen.

         Personen zoeken omgevingen die hen toelaten om uitdrukking te geven aan hun geprefereerde activiteiten, belangstellingen en waarden à eventueel omgeving manipuleren; omgevingen worden ook door de personen gemaakt à klopt voor een stuk, verschillen zijn te zien maar ook variabiliteit.

>   Verschillen binnen een groep zijn doorgaans groter dan tussen een groep.

         (Criterium)gedrag (bijv. tevredenheid of prestatie) is de resultante van de interactie tussen persoon en omgeving.

6
New cards

Realistische menstype

= activiteiten waarin heel direct en manipulatief kan omgaan met dingen, goed technisch inzicht, handvaardig en gebruikmakende van lichaamskracht.

Werkomgeving → werken met machines, stimuleert en beloont mechanisch-technische en motorische vaardigheden.

7
New cards

Intellectuele menstype

= de hem omringende, natuurkundige, biologische en culturele verschijnselen via observatie en onderzoek te doorgrond en te beheersen, wetenschappelijke en mathematische vaardigheden.

Werkomgeving → onderzoekende werkzaamheden teneinde problemen op te lossen of kennis te vergaren. Stimuleert en beloont analytische, wetenschappelijke, technische en verbale vaardigheden.

8
New cards

Artistieke menstype

= heeft een voorkeur voor vrije, ongestructureerde activiteiten waarin hij zich op kunstmatige wijze kan uiten. Bezit artistieke vaardigheden.

Werkomgeving → creatieve bezigheden op gebied van literatuur, muziek en/of beeldende kunst, waarden die worden gestimuleerd zijn esthetiek, verbeelding en oorspronkelijkheid.

9
New cards

Sociale menstype

= houdt van werkzaamheden waarin hij met andere mensen kan omgaan, teneinde deze te informeren, onderwijzen, ontwikkelen, genezen, verzorgen of amuseren.

Werkomgeving → met mensen werken in helpende of dienstverlenende zin. Verlangt interpersoonlijke, communicatieve en contactuele vaardigheden.

10
New cards

Ondernemende menstype

= streeft organisatorische, politieke of economische doelen na. Geeft goed leiding en weet anderen van iets te overtuigen.

Werkomgeving → ook met mensen werken maar in commerciële, politieke of leidinggevende zin. Verlangt ook interpersoonlijke vaardigheden maar van overtuigende en gezaghebbende aard.

11
New cards

Conventionele menstype

= heeft voorkeur voor duidelijke, geordende werkzaamheden die een precieze en systematische aanpak vergen, bezit administratieve vaardigheden.

Werkomgeving → draait om handhaven en toepassen van regels en voorschriften, omgeving stimuleert en beloont administratieve vaardigheden en vereist vermogen om volgens strikte normen en standaarden te werken.

12
New cards

Selfdirected search

Jezelf ‘typeren’ in een lettercode, waarbij de eerste letter het type is waarmee grootste similariteit wordt vastgesteld.

Persoon via … of beroepskeuze onderzoek, omgeving via zelfbeoordeling, incumbent method, expert method of combinaties

13
New cards

Incumbent method

Methode om de omgeving te beoordelen binnen RIASEC raamwerk aan de hand van gemiddelden

14
New cards

Expert method

Methode om de omgeving te beoordelen binnen RIASEC raamwerk door mensen te bevragen die beroep uitvoeren om self-directe search op de omgeving in te vullen

15
New cards

O*NET

Occupational network, belangrijke bron om informatie over banen te krijgen (omgeving) inclusief RIASEC-lettercode. Bijv. klinisch psycholoog = ISA

16
New cards

SIMON

Model voor zelf-assessment van interesses en matching van opleiding → Studie- en Interesse MONitor → combinatie van incumbent en expert method

17
New cards

Hexagonaal model

RIASEC-beschrijvingen zijn prototypisch (= overstijgend); vergelijken met onderlinge verhoudingen:

  • Aan elkaar grenzende types.

  • Alternaterende types.

  • Oppositionele types.

Empirisch berekenen en kijken naar correlaties = hoe kleinere of zelfs negatieve correlatie, hoe groter de afstand

18
New cards

Consistentie

Tussen lettercode → hoe groter afstand tussen eerste letters in volgorde lettercode, hoe minder consistent → vooral focus op eerste twee letters (R en I) → kan wel verschillen in metrische afstand

  • Persoonstype = hoe consistenter, hoe stabiele de persoonlijkheid

  • Omgevingscode = hoe consistenter, hoe minder verscheiden de eigenschappen

→ doordat als iemand perfect consistent is, zullen de types die bij elkaar liggen meer correleren

19
New cards

Differentiatie

Er kunnen verschillende (metrische) afstanden zijn tussen typen; hoe meer uiteenlopend, hoe meer gedifferentieerd, hoe duidelijker het interessepatroon is.

→ index voor differentiatie interesseprofiel = Iachen index

20
New cards

Iachan index

Index waarmee de differentiatie van interesseprofielen wordt bepaald

21
New cards

Congruentie

Fit tussen de persoon en omgeving → streven naar goede match

Incongruent = omgeving heeft weinig aandacht voor de karakteristieken die persoon belangrijk vindt

Index om dit aan te duiden = Zener-Schnuelle index

22
New cards

Zener-Schnuelle index

Index waarbij wordt aangegeven hoe congruent de persoon-omgeving fit met scores van 0-6

23
New cards

Objectieve fit

Fit op basis van codes en regels

24
New cards

Subjectieve fit

Mening, gepersonaliseerd, bijv. of iemand denkt dat die past in xyz op basis van xyz → perspectief van individu

25
New cards

Supplementaire fit

Gelijke eigenschappen

26
New cards

Complementaire fit

Ongelijke eigenschappen, vullen elkaar aan

27
New cards

Commensurate measurement

Persoon en omgeving op dezelfde manier/kenmerken beoordelen

28
New cards

ASA-model

Toepassing van de P-O fit → homogeniteit binnen organisaties door trechtermodel:

  • ×        Attraction = organisatie aantrekkelijk maken waardoor bepaalde mensen erop afkomen.

    ×        Selection = bepaalde procedures waardoor bepaalde mensen wegvallen.

    ×        Attrition = langzame verdere uitdunning door negatieve evaluatie.

29
New cards

AS(TM)A model

Toevoeging aan ASA-model:

×        Transformation = mensen veranderen ook; ontwikkelen (bijv. skills) in bepaalde richting in omgeving.

×        Manipulation = mensen geven een eigen touch aan hun baan; meer den van x of minder doen van y, bijv. onderzoek.

30
New cards

Clustermodel

Alternatief model van Gati: hiërarchisch model waarbij typen binnen cluster sterker correleren dan typen die tot verschillende clusters behoren

Komt overeen met model Holland, maar ook verschillende orde-predicties (bepaalde predicties gemeenschappelijk, maar ook een aantal uniek voor Holland en een aantal uniek voor Gati → voorspellen niet hetzelfde verband)

→ winst model Holland

31
New cards

Model Prediger

Alternatieve formulering Holland model, voegt dimensies toe

32
New cards

Rounds en Tracey

Aangepast clustermodel, verdelen clusters anders

33
New cards

Female-male ratio

Problematisch, vooral in STEM

34
New cards

Beroepskeuze ZelfOnderzoek (BZO)

Onderzoek om de stabiliteit van interesses te onderzoeken, door te meten:

×        Activiteiten (die men wel eens zou willen proberen).

×        Beroepen (die men wel eens zou willen proberen).

×        Vaardigheden/competenties (waarover men denkt te beschikken).

×        Eigenschappen (die men denkt te hebben).

35
New cards

Gravitation hypothesis

Mensen zoeken naar omgeving die bij hun interesses passen

36
New cards

Stabiliteit

  • Differentiatie neemt af met leeftijd

  • Interesses redelijk stabiel, vooral sterke rangorde stabiliteit

  • Werk komt overeen met interesses

  • Realistisch type meest stabiel, ondernemend type minst

37
New cards

Kritiek Holland model

×        Komt tijdens uitvoering belabberd uit.

×        Hexagoon is geen geschikt model, want nooit perfect, congruentie niet geldig.

×        Congruentie voor tevredenheid voorspelt niet.

×        Zelfde model voor omgeving en persoon twijfelachtig; niet genoeg onderzocht op omgeving.

×        Niet genoeg validiteit.

38
New cards

LOLA

Alternatief model afgestemd op loopbaan

×        Goede verhouding tussen invultijd en welke gegevens je eruit krijgt.

×        Sterk afgestemd op volwassen → zakelijk voor wat betreft toonzetting en gebruiksmogelijkheden.

×        Minder ‘doorzichtig’ en meer selectief dan BZO/PPT.

×        In theoretisch opzicht zo dicht mogelijk bij originele ideeën John Holland blijven.

×        Invuller → gestimuleerd in zijn/haar exploratieproces → leuk om te doen.

×        Voor gebruik volstrekte compatibiliteit met oude instrumentarium.

→ nieuwe labels domeinen PAKSOC

39
New cards

PAKSOC

×        Realistisch → praktisch.

×        Intellectueel → analytisch.

×        Artistiek → kunstzinnig.

×        Sociaal.

×        Ondernemend.

×        Conventioneel.

40
New cards

Praktisch

×        Hands-on (met handen werken).

×        Outdoor (graag in de natuur).

×        Technics (machines en techniek).

41
New cards

Analytisch

×        Physics/sciences (STEM en onderzoek).

×        Theory (graag bijleren).

×        ICT (programmeren).

42
New cards

Kunstzinnig

×        Creativity (huis- tuin en keukencreativiteit).

×        Art (interesse in kunst).

43
New cards

Sociaal

×        Care (zorgen voor anderen).

×        Education/instruction (werken met mensen vanuit instructie functie).

44
New cards

Ondernemend

×        Leadership (leider zijn, verantwoordelijkheid hebben).

×        Organising (werk naar zich toe trekken).

×        Scoring (verkopen, commercieel, competitief).

×        Status and power (politiek, entrepeneur, strategische element).

45
New cards

Conventioneel

×        Structure (voorkeur voor regels).

×        Business orientation (idee van kostenbewust zijn).

46
New cards

LIV

Vragenlijst waarmee de domeinen van interesses worden vergeleken met specifieke eigenschappen/persoonlijkheidsdomeinen

47
New cards

Change indicator

Geeft aan of iemand het gevoel heeft dat er iets moet veranderen

48
New cards

Oppervlakkige (fleeting) interesses

Niet zo’n grote bereidheid om bepaalde interesses uit te voeren, alleen als het uitkomt/leuk is

49
New cards

Verankerde (anchored) interesses

Grote bereidheid om bepaalde interesses uit te voeren, bijv. ook in de tuin werken als het regent