Nederlands woordenlijst

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:31 PM on 4/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Betogende tekst (betoog)

Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker een beargumenteerd standpunt inneemt. Het betoog heeft als doel de lezer van het standpunt te overtuigen.

2
New cards

Beschouwende tekst (beschouwing)

Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker interpretaties, verklaringen en opinies ter overweging aanbiedt. De beschouwing heeft als doel de lezer over een kwestie te laten nadenken. Een beschouwing kan ook de argumenten voor en tegen een of meer standpunten behandelen, maar is er niet op gericht de lezer voor een van die standpunten te winnen.

3
New cards

Uiteenzettende tekst (uiteenzetting)

Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker iets uitlegt, beschrijft, verklaart of meedeelt. De uiteenzetting heeft als doel de lezer te informeren over een stand van zaken of gang van zaken.

4
New cards

Standpunt

Een uitspraak die op twijfel of tegenspraak stuit of zou kunnen stuiten volgens de schrijver of spreker. Ook: stelling(name), bewering, mening. Een standpunt kan in een tekst impliciet zijn: dat wil zeggen dat het standpunt niet in de tekst is geformuleerd maar er wel uit afgeleid kan worden.

5
New cards

Argument

Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt onderbouwt. Een argument dient om het standpunt aanvaardbaar of aanvaardbaarder te maken; de bedoeling ervan is de twijfelaars of tegenstanders te overtuigen van het standpunt.

6
New cards

Tegenargument

Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt of een argument probeert te weerleggen of te ontkrachten. Een tegenargument dient om een standpunt of een argument minder aanvaardbaar te maken.

7
New cards

Argumentatie

Het standpunt en het geheel van argumenten dat het standpunt ondersteunt (argumenten) of ontkracht (tegenargumenten).

8
New cards

Argumentatiestructuur

Een weergave van de wijze waarop in een tekst of tekstdeel argumenten met elkaar en met het standpunt samenhangen.

9
New cards

Enkelvoudige argumentatie

Een argumentatie die bestaat uit één argument en één standpunt.

10
New cards

Onderschikkende argumentatie

Een argumentatie waarin een argument wordt ondersteund door één of meer sub argumenten. Ook: ketenargumentatie.

11
New cards

Nevenschikkende argumentatie

Een argumentatie waarin twee of meer argumenten gezamenlijk het standpunt ondersteunen. De argumenten in nevenschikkende argumentatie kunnen afhankelijk zijn (ze zijn samen nodig om het standpunt te ondersteunen) of onafhankelijk (ze vormen ieder op zich een zelfstandig argument voor het standpunt).

12
New cards

Argumentatieschema

Een argumentatieschema geeft de aard aan van het verband tussen een standpunt en een argument. We onderscheiden de volgende argumentatieschema’s:

13
New cards

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

De schrijver of spreker wijst op een of meer gevolgen om de waarschijnlijkheid van een oorzaak te onderbouwen of op een of meer oorzaken om de waarschijnlijkheid van een gevolg te onderbouwen.

14
New cards

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

De schrijver of spreker geeft een of meer kenmerkende eigenschappen van een persoon, object of verschijnsel om een standpunt over een andere eigenschap te onderbouwen.

15
New cards

Argumentatie op basis van voor

en nadelen

16
New cards

Argumentatie op basis van voorbeelden

De schrijver of spreker geeft voorbeelden van het optreden van een eigenschap of verschijnsel om een standpunt over het algemener voorkomen van die eigenschap of dat verschijnsel te onderbouwen.

17
New cards

Argumentatie op basis van vergelijking

De schrijver of spreker maakt een vergelijking tussen twee situaties; op grond van wat in de ene situatie (on)waarschijnlijk of (on)gepast is, onderbouwt hij een standpunt over wat in de andere situatie (on)waarschijnlijk of (on)gepast is.

18
New cards

Argumentatie op basis van autoriteit

De schrijver of spreker beroept zich op een uitspraak van een deskundige en betrouwbare bron om een standpunt te onderbouwen. Ook: argumentatie op basis van een gezaghebbende bron.

19
New cards

Soorten argumenten

Uitspraken die als argument kunnen dienen zijn er in allerlei soorten. We onderscheiden feitelijke en waarderende uitspraken.

20
New cards

Feitelijke uitspraken

Een uitspraak waarvan degene die hem doet, claimt dat hij waar, waarschijnlijk of aannemelijk is. Er is sprake van een feit wanneer een feitelijke uitspraak waar is.

21
New cards

Waarderende uitspraken

Een niet-feitelijke uitspraak, dat wil zeggen een uitspraak over wat goed of slecht, mooi of lelijk, waardevol of waardeloos, wenselijk of onwenselijk, gepast of ongepast is.

22
New cards

Argumentatie is aanvaardbaar als

1. de gegeven argumenten op zichzelf aanvaardbaar en relevant zijn,

2. de argumenten onderling consistent zijn,

3. de argumenten samen toereikend zijn voor het ingenomen standpunt.

23
New cards

Een feitelijke uitspraak is aanvaardbaar voor de lezer of gesprekspartner

1. wanneer hij in overeenstemming is met zijn of haar kennis van de wereld of

2. wanneer hij direct controleerbaar is en daarbij waar blijkt te zijn of

3. wanneer hij afkomstig is van een betrouwbare bron.

24
New cards

Controleerbaarheid van feitelijke uitspraken

Feitelijke uitspraken zijn controleerbaar wanneer het (in principe) mogelijk is ze door empirische waarneming te toetsen.

25
New cards

De bron van een uitspraak is betrouwbaar als:

1.deze deskundig is op het terrein van de uitspraak,

2.deze geen belang heeft bij de acceptatie ervan, en

3.deze zichzelf niet tegenspreekt.

26
New cards

Aanvaardbaarheid van waarderende uitspraken

Een waarderende uitspraak is aanvaardbaar wanneer hij in overeenstemming is met de kennis en opvattingen de beoordelaar.

27
New cards

Relevantie van argumenten

Een argument is relevant wanneer aanvaarding ervan het standpunt aannemelijker maakt.

28
New cards

Consistentie van argumentatie

Argumentatie is consistent wanneer de geleverde argumenten elkaar niet tegenspreken.

29
New cards

Toereikendheid van argumentatie

Argumentatie is toereikend (of voldoende) wanneer het geleverde argument of de geleverde argumenten samen een standpunt aanvaardbaar maken.

30
New cards

Drogredenen

Onjuist gebruik van een argumentatieschema of een overtreding van een discussieregel.

31
New cards

Onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema

Het argumentatieschema op basis van oorzaak en gevolg wordt onjuist gebruikt als

1. de in het argument genoemde oorzaken niet voldoende zijn voor het optreden van het voorspelde gevolg of

2. het in het argument genoemde gevolg andere oorzaken kan hebben dan de in het standpunt genoemde oorzaak of

3.alleen op basis van het gelijktijdig of na elkaar optreden van twee verschijnselen geconcludeerd wordt tot een oorzaak-gevolgrelatie tussen die verschijnselen.

32
New cards

Van een onjuist gebruik van een argumentatieschema is onder andere sprake bij de volgende drogredenen

33
New cards

Onjuist beroep op een kenmerk- of eigenschapsschema

Het argumentatieschema op basis van een kenmerk of eigenschap wordt onjuist gebruikt als aan een bepaald kenmerk of eigenschap wel betekenis wordt toegekend, terwijl andere relevante kenmerken of eigenschappen worden genegeerd.

34
New cards

Onjuist beroep op een voor-en-nadelenschema: overdrijven van voor- of nadelen

Het argumentatieschema op basis van voor- en nadelen wordt onjuist gebruikt als het gevolg of de gevolgen van een handeling schromelijk worden overdreven.

35
New cards

Onjuist beroep op een voor-en-nadelenschema: vals dilemma

Het argumentatieschema op basis van voor- en nadelen wordt onjuist gebruikt als wordt gesuggereerd of aangenomen dat we moeten kiezen uit twee mogelijkheden met beide even grote nadelige gevolgen, terwijl er nog andere mogelijkheden zijn.

36
New cards

Onjuist beroep op een voorbeeldschema: overhaaste generalisatie

Het argumentatieschema op basis van voorbeelden wordt onjuist gebruikt als op basis van te weinig en/of niet-representatieve voorbeelden een standpunt wordt beargumenteerd.

37
New cards

Onjuist beroep op een vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking

Het argumentatieschema op basis van vergelijking wordt onjuist gebruikt wanneer de vergeleken situaties op relevante punten van elkaar verschillen.

38
New cards

Onjuist beroep op autoriteit

Het argumentatieschema op basis van autoriteit wordt onjuist gebruikt wanneer een beroep wordt gedaan op een bron die ondeskundig of belanghebbend is of zichzelf tegenspreekt.

39
New cards

Van een overtreding van een discussieregel is onder andere sprake bij de volgende drogredenen

40
New cards

Persoonlijke aanval

Van een persoonlijke aanval is sprake wanneer een discussiant niet ingaat op de argumentatie van zijn tegenstander, maar hem beschuldigt van onkunde, onbetrouwbaarheid of slechte persoonlijke eigenschappen. De discussiant neemt zijn tegenstander daarmee niet serieus als gesprekspartner

41
New cards

Ontduiken van bewijslast

Van het ontduiken van de bewijslast is sprake wanneer een discussiant geen argumenten wil geven voor het ingenomen standpunt.

42
New cards

Cirkelredenering

Van een cirkelredenering is sprake wanneer een discussiant een standpunt onderbouwt door het in andere woorden weer te geven. Als de discussiant geen andere argumenten geeft, is het tegelijkertijd het ontduiken van de bewijslast.

43
New cards

Vertekenen van een standpunt

Van het vertekenen van een standpunt is sprake wanneer een discussiant het standpunt of een argument van een tegenstander onjuist weergeeft of deze een standpunt of argument in de mond legt dat niet is ingenomen.

44
New cards

Bespelen van publiek

Van het bespelen van publiek is sprake wanneer een discussiant een beroep doet op de emoties van het publiek om het te winnen voor een standpunt.