1/39
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Elektrolyt
Een samengestelde stof die in gesmolten toestand en/of opgelost in water vrije ionen vormt.
Dissociatie
Het uiteenvallen van een stof in ionen wanneer die oplost in water.
Ionisatie
Het vormen van ionen uit moleculen wanneer een stof reageert met water.
Ionenuitwisselingsreactie
Een reactie tussen tegengesteld geladen ionen van twee elektrolyten in water.
Neerslagreactie
Een chemische reactie waarbij een onoplosbare vaste stof ontstaat uit twee oplossingen.
Neerslag
De onoplosbare vaste stof die gevormd wordt tijdens een neerslagreactie.
Suspensie
Een troebel mengsel waarbij vaste deeltjes verdeeld zijn in een vloeistof.
Oplosbaarheidstabel
Een tabel die aangeeft of een combinatie van ionen goed, matig of slecht oplosbaar is in water.
Ionrooster
Een regelmatige rangschikking van positieve en negatieve ionen in een vaste stof.
Essentiële ionenreactievergelijking
Reactievergelijking waarin enkel de ionen staan die effectief reageren.
Stoffenreactievergelijking
Reactievergelijking met alle reagentia en reactieproducten als volledige stoffen.
Reagens
Een beginstof die deelneemt aan een chemische reactie.
Reactieproduct
Een stof die gevormd wordt tijdens een chemische reactie.
Neutralisatiereactie
Een reactie tussen een zuur en een hydroxide waarbij water en een zout ontstaan.
Zuur
Een stof die H⁺-ionen (protonen) kan afgeven in water.
Hydroxide
Een stof die OH⁻-ionen bevat of afgeeft in water.
Zout
Een ionverbinding bestaande uit een kation en een anion.
Homogeen mengsel
Een mengsel waarbij alle stoffen gelijkmatig verdeeld zijn en niet zichtbaar onderscheiden kunnen worden.
Atoom
De kleinste bouwsteen van een chemisch element die nog de eigenschappen van dat element bezit.
Atoomnummer
Het aantal protonen in de kern van een atoom.
Massagetal
De som van het aantal protonen en neutronen in de atoomkern.
Proton
Positief geladen deeltje in de atoomkern.
Neutron
Ongeladen deeltje in de atoomkern.
Elektron
Negatief geladen deeltje dat zich rond de kern bevindt.
Elektronenwolk
De ruimte rond de atoomkern waarin elektronen zich bevinden.
Schil
Een energieniveau waarin elektronen rond de kern voorkomen.
Valentie-elektronen
Elektronen in de buitenste schil van een atoom.
Ion
Een geladen deeltje dat ontstaat door opname of afgifte van elektronen.
Kation
Positief geladen ion door afgifte van elektronen.
Anion
Negatief geladen ion door opname van elektronen.
Isotoop
Atomen van hetzelfde element met hetzelfde aantal protonen maar verschillend aantal neutronen.
Relatieve atoommassa
De gemiddelde massa van de isotopen van een element, vergeleken met 1 u.
Atoommassa
De massa van één atoom, uitgedrukt in atomaire massa-eenheden (u).
Periodiek systeem
Overzicht van alle chemische elementen gerangschikt volgens atoomnummer.
Periode
Horizontale rij in het periodiek systeem.
Groep
Verticale kolom in het periodiek systeem.
Metaal
Element dat meestal elektronen afgeeft en positieve ionen vormt.
Niet-metaal
Element dat meestal elektronen opneemt en negatieve ionen vormt.
Edelgas
Element met een volledig gevulde buitenste schil en daardoor weinig reactief.
Elektronenconfiguratie
De verdeling van elektronen over de verschillende schillen van een atoom.